Translate

woensdag 2 februari 2022

UDALALA UDALALA, C'EST MAGNIFIQUE (DEEL II)

 Wat voorafging: James ging Udala voor me kopen.


Een half uurtje later hoorde ik een bedeesd klopje en daar bibberde James binnen met een plastiek zakje.
Het moet erin zitten van kleinsaf dat binnengaan in het bureau van de baas - de directeur in de lagere school, de overste tijdens de politieopleiding en nu deze kale idioot - gegarandeerd voor een paar klappen tegen je kop zorgt want ik heb hier nog niemand vrolijk weten binnenstuiteren.

James legt onhandig het zakje op mijn bureau, mompelt iets onverstaanbaar en wil zo snel mogelijk opnieuw verdwijnen maar zo gaat dat niet want ik heb een docent in de Udala-ogie nodig.

"Hier blijven, James", zeg ik en ik zie de schrik in zijn ogen.
"Jij en ik gaan dit samen proberen, man."

Dus gaan we naar de keuken waar ik dit in het zakje vind:


Een mooi begin maar er is wel nog wat werk aan de winkel.
Mijn instructeur neemt een udala en begint het fruit met heel veel aandacht te wassen.
"Kijk". zegt hij terwijl hij naar een wit spoortje plakkerig snot wijst, "dit is opgedroogd sap en dat wil je niet."
Zijn udala is nu klaar en James begint op de wand van het fruit te duwen terwijl hij voorzichtig zijn mond tegen de bovenkant houdt.
"Soms zijn ze heel erg zuur, dus ik proef liever voorzichtig."

Hij heeft geluk want het sap dat traag begint te stromen, is zoet. Dat zie ik aan de blijdschap in zijn ogen.
Daarna duwt mijn politieman nog wat harder en de wand van de vrucht breekt open.

Zoiets dus:



Het lijkt erop dat iemand dit eerder al gegeten heeft maar daar laat mijn vriend zich niet door afschrikken.
Hij peutert een pit uit de Udala en doet net zolang mondgymnastiek tot de pit netjes schoongemaakt uitgespuwd wordt.
Hij kijkt me zelfzeker aan en zijn ogen dagen me uit om beter te doen.

Ik poets en ik was en ik wrijf en ik schrob onder het goedkeurend oog van mijn leermeester.

Dan duw ik op de udala en ik proef een miniem beetje van het zoete vocht. Daarna is het feest voorbij.
Dus open ik de dikke schil en ga ik aan het werk.
Mond netjes dicht en aan de slag met mijn tong.

Veel vind ik er niet aan en resultaat boek ik niet dus wil ik James informeren over mijn matig succes.
Helaas lukt dat niet want mijn lippen zijn onverwachts aan elkaar geplakt.
Ik probeer iets te zeggen maar elke keer mijn lippen elkaar raken, heb ik het zitten.

"Ja, het kleeft", zegt hij alsof ik dat nog niet in de gaten had.

Voor de rest van de dag heb ik een plakbek ondanks regelmatig spoelen...
Het sap was onapetijtelijk en helemaal niet verfrissend en de ratio plezier tegenover arbeid zat flink onder nul.

Morgen maar weer ananas...





dinsdag 1 februari 2022

UDALALA UDALALA, C'EST MAGNIFIQUE (DEEL I)


Heeft Arno hier iets te zoeken?
Helemaal niet maar waar het straks om gaat, deed me aan hem denken. 

De grootste, de meest getalenteerde en daarbij nog gezond gek ook. Prachtvent!!


Elke dag zitten we vast in het verkeer want iedereen doet maar iets zodat er gegarandeerd eindeloze files ontstaan.
Binnenin mijn luxueuze pick up truck, lekker veilig met de twee aanvalswapens, kan ik ongegeneerd de buitenwereld gadeslaan want getinte ramen.

Tussen de auto's door laveren mannen en vrouwen, jongens en meisjes met al wat iemand toevallig nodig mocht hebben. Een niet aflatende stroom is het van slippers en mondmaskers tot gedroogde meerval en broeksriemen.


Altijd klaar om iets nieuws te proeven, focus ik op de mandjes met Nigeriaanse lekkernijen en daar zag ik al een paar keer een soort van mandarijntjes.
Ik vroeg iedere keer om raad aan mijn medereizigers door te omschrijven wat ik precies had gezien maar ik had ondertussen ook al door dat hun onderlinge discussie niet noodzakelijk tot een sluitende conclusie zou leiden.
"Bananen", zei James-de-chauffeur met een stelligheid die de fysieke kenmerken van het net beschreven ronde en oranje fruit volledig de grond inboorden.
"Sinaasappels", ontkrachtte Benjamin want hij herinnerde zich de vernoemde kleur maar de grootte was helaas een parameter teveel.
"Een autobatterij", riep James-de-MoPo blij uit want hij had niet zo goed gevolgd maar het leek hem wel een leuk spel.

Tot gisteravond.
Toen stonden we namelijk stil naast een mevrouwtje die haar mandje voor zich hield.
Ik zweeg want ik zag de twee mannen voorin naar het fruit staren terwijl ze ook nadachten waar ze daar nu het laatst een vraag over gehoord hadden.
Chauffeur James had zijn geheugen het snelst op orde.
Hij keek me aan in de achteruitkijkspiegel, zei "Udala" en dat was dan dat. Zwijgzaam type.


Aangezien elke verplaatsing hier een hele logistiek met zich meebrengt, blijf ik meestal op kantoor tijdens lunch.
's Ochtends bij het aankomen, geef ik MoPo James een dollar of twee en vraag ik hem een tros bananen te gaan kopen. Of een ananas.
We doen het zo om twee redenen.
Ten eerste duren de onderhandelingen over een stuk fruit in Nigeria langer dan het schrijven van een doctoraatsverhandeling aan Harvard en daarnaast gaat de prijs van de koopwaar al een stukje de hoogte in door de dikke auto en schiet die helemaal door het dak als ze door het raampje (dat een miniem klein stukje open moet voor de ellenlange gesprekken), een blanke ontwaren.

Vandaag was een dag voor een nieuw avontuur dus gaf ik James drie dollar en vroeg hem om Udala...




donderdag 27 januari 2022

CULTURELE VERSCHILLEN

 Tanzania ligt me nog altijd zeer na aan het hart maar één ding daar stuitte me altijd verschrikkelijk tegen de borst. 

In 2008 werkte ik kort in toerisme en moesten we er met een team voor zorgen dat we elke week opnieuw een flinke levering naar de zes safari lodges in de bush konden verschepen.
Van aardappel tot zeep en van beddengoed tot yoghurt.

We hadden een team waar iedereen instond voor één departement.
Elk departement woonde in zijn eigen container.

Als je nu, als verantwoordelijke, tijdens je shift naar het toilet moest, dan moesten die twee zware containerdeuren dicht en moest het hangslot erop.
Deed je dat niet, dan sloop je buurman gegarandeerd binnen om wat van je te stelen. Een paar balpennen, vier eieren, een flesje Fanta.

Ik vond het altijd zo erg.
Je werkt al jaren met iemand samen; je doet het echt wel goed maar toch kan je hem of haar nooit vertrouwen.

Een vast gezegde in Arusha was dan ook 'who guards the guards?' of 'wie bewaakt de bewakers?' want het team dat 's nachts instond voor het vermijden van diefstal waren ook degenen die diesel stalen of - zoals eens gebeurde - de hele voorraad reservetenten deden verdwijnen.
Zijzelf waren er trouwens 's morgens ook niet meer...

Hier in Nigeria, land van ontvoeringen, gewelddadige afrekeningen en religieuze massamoorden moet je je alvast over diefstal veel minder zorgen maken.

De eerste avond dat ik mijn bureau wilde verlaten, sloot ik netjes af en stopte ik de sleutel in mijn broekzak.
Barry, de baas van het gebouw, keek me niet begrijpend aan.
"De schoonmaakploeg moet morgenochtend binnenkunnen, Oga*", zei hij voorzichtig.
Niks van, dacht ik bij mezelf, ik heb een tweede monitor staan die ik helemaal uit Amerika heb meegesleept, er liggen verlengkabels en nog wat andere zaken die ik liever niet zou kwijtspelen.

"Laat maar open", zei Barry vol vertrouwen, terwijl hij de nachtwaker riep om de deuren van het gebouw te sluiten, "hier wordt niet gestolen."
Ik viel ongeveer achterover.
Met open mond volgde ik het gesprek want de nachtwaker was nieuw.
"Elke avond elk bureau nakijken en de A/C afzetten als dat niet gebeurd is" gaf de manager instructies.
"Lichten nakijken en alle apparaten afzetten."

Ik dacht aan Tanzania.
Als je de sleutel bij de bewakingsagent achterlaat, dan is de dag erop het hele gebouw verdwenen, dakpannen incluis.

Het bleek iets anders te werken in de politiestaat die Nigeria nu eenmaal is.

Elke persoon die je aanneemt voor welke positie dan ook, verschijnt met een getuige.
Die getuige moet een vaste job hebben en moet ook al zijn persoonlijke gegevens bij het bedrijf achterlaten.
Het kan je broer zijn of je moeder, een hooggeplaatste pief van je dorpje of een onderwijzer.
Punt is dat je getuige vanaf nu verantwoordelijk is voor jouw gedrag.
Als jij de boel leegrooft en verdwijnt, gaat hij of zij de gevangenis in.

"En geloof me", zei Benjamin, mijn MoPo* diezelfde avond, "we vinden of de dief of de getuige in de volgende paar dagen terug; 100% zeker!"

En zo woon ik dus in een land waar ik constant twee politiemannen met volautomatische aanvalswapens bij me in de auto heb terwijl ik tegelijk nooit schrik moet hebben dat iemand mijn telefoon zal stelen op het werk.

Rustgevend op micro niveau.
Nog altijd niet helemaal zeker over het grotere plaatje.
Maar daar helpt Benjamin me weer uit de nood.
"Er overkomt je niks, oga, daar zorgen Jezus en ikzelf wel voor!"


*Oga = pidgin Engels voor 'baas'
*MoPo = Mobile Police   

dinsdag 4 januari 2022

IK BEN HET ZO ZAT...

 Het ligt hier al maanden te sudderen, te fermenteren, te bakken en te braaien maar veel vooruitgang zit er niet in.

Daarom laat ik het maar aan mijn geachte lezers (alledrie) om hier verder aan te werken.


Wat is de bedoeling? 


Wel, we kennen allemaal wel een beetje steenkoolengels en daar gaan we iets mooi van maken.
Het gaat vandaag over homofone woorden ofwel woorden met een verschillende betekenis die hetzelfde klinken.
Denk hierbij aan rauw en rouw; reizen en rijzen of ligt en licht.
Leuker wordt het als we gaan nakijken of woorden uit het Engels klinken als een Nederlands woord.

Want dan komt de volgende stap.

Zorg ervoor dat het Engels woord net na zijn Nederlandse synoniem komt en maak een gedicht van deze hele onzin.
Nog even vermelden - ere wie ere toekomt - dat het idee niet van mij komt maar wel van een Nederlandse cabaretier wiens naam ik vergeten ben.
Het gedicht zelf, dat nergens heengaat, komt dan wel weer uit mijn eigen koker.

Omdat het misschien allemaal een beetje moeilijk klinkt, eerst twee voorbeeldjes:

EN TERWIJL ZE BOVEN HET GEMIDDELDE VAN DE WEDSTRIJD (....)
Welk woord past daar nu? 

a) het moet Engels zijn

b) het moet een Engels synoniem zijn van het laatste woord in de Nederlandse zin

c) het moet ook klinken als een Nederlands woord

d) het moet ervoor zorgen dat de zin een beetje klopt


Een wedstrijd in het Engels is een RACE 

EN TERWIJL ZE BOVEN HET GEMIDDELDE VAN DE WEDSTRIJD (RACE)

Klinkt een beetje logisch?
Nog eentje dan om het af te leren.

...EN TERWIJL IK PER ONGELUK MIJN REM (...)

Een rem in het Engels is BRAKE

dus: ...EN TERWIJL IK PER ONGELUK MIJN REM (BRAKE)


Goed, hier gaan we!!

IK KWAM AAN EN WANDELDE DE DEUR (...)
ZODAT IK DE KNAPPE CASSIERE VAN DEZE WINKEL (...)
WE GINGEN PICKNICKEN BIJ IETS WAT OP EEN MEER (...)
WAAR ZIJ KWIJLEND NAAR HET LEKKERE GEBAK (...)
NET OP HET MOMENT DAT IK  EEN GAT IN HET DEEG (...).
EN DAN MAAR HEEL VERLEGEN OP EEN STUKJE KOE (...)
EN DAARNA EEN PIJL EN BOOG (...)
WAARNA IK HET PAPIERTJE MET MIJN GELOFTE (...)
EN HAAR VRAAG OF ZE IN MIJN TESTAMENT (...)
(en hier was ik het helemaal zat!)


Succes!!


Niet spieken maar voor zij die er niet uitkomen; hier zijn de woorden die erin moeten in willekeurige volgorde:

VOW - COW - DOOR - LAKE - WILL - STORE - DOUGH - BOW - CAKE





zondag 26 december 2021

NO WAHALA

 



Zes weken in totaal in Nigeria nu en, net als in Tanzania, is er één zinnetje dat er tussenuit springt.

Het Nigeriaanse "No Wahala" is het equivalent van het Oost-Afrikaanse "Hakuna Matata" en in beide gevallen betekent het dat je dieper in de puree zit dan je initieel dacht.
Beide uitspraken betekenen namelijk "Geen Probleem" en we mogen gerust aannemen dat die woorden het meest gebruikt worden wanneer alles al eventjes naar de haaien aan het gaan is.

Wahala is een woord dat geleend is van de Hausa stam en dat is ook een club apart. De Hausa en hun cultureel-en-ethnish verwante stammen zijn namelijk te vinden doorheen heel West- en Centraal Afrika.

Hun verspreiding heeft alles te maken met religie want de Hausa zijn te vinden tot het uiterste Westen van West-Afrika op de Hajj-route, de weg die naar Mekka leidt.

Bij verder onderzoek bleken ook de Touareg in Agadez tot de Hausa te behoren en dit gegeven veroorzaakte dan weer twee uur vertraging dankzij het ophalen van herinneringen uit 2006 en 2007 en het nakijken van informatie over deze wondermooie stad letterlijk in het midden van de Sahara. 




De Touareg in Agadez



Maar goed, we dwalen af..
Haussa wordt gesproken door een geschatte 130 miljoen mensen en dat is toch wel indrukwekkend.
De meeste MoPo's (Mobile Police) in Port Harcourt zijn ook Hausa omdat ze te betrouwen zijn en het nooit dun in de broek doen.
Althans dat is wat mijn goeie vrienden me zelf vertelden...



James, geknield en Benjamin, uiterst rechts zijn Hausa



Ben en James die kletsen een eind weg over hoe uniek ze wel zijn als Hausa met hun eigen taal en richten dan hun aandacht op James-de-chauffeur (in the blauwe T-shirt) en vertellen lustig verder terwijl ik er nog altijd niks van begrijp. Zo gaat dat nu eenmaal met talen...

"Hola, heren, eventjes die spraakwaterval dicht alsjeblieft want hier klopt iets niet", onderbreek ik het gekakel.
"Jullie hebben me net verteld dat James-de-chauffeur Igbo is en die kerels spreken toch geen Hausa?"

"Sorry Oga (boss)", zegt Ben, "we zijn ondertussen overgeschakeld op Pidgin English."
Nu had ik ondertussen door dat Engels de officiële taal van Nigeria was en wist ik ook van het bestaan af van Pidgin English maar nooit kon ik gedacht hebben dat ik er helemaal niks zou van begrijpen.
Volgens mij was dat hele Pidgin gewoon een verbastering van de taal en zou ik dat in geen tijd onder de knie krijgen.

Blijkt dat ik nog veel werk zal hebben...

How you dey? betekent zoveel als 'hoe gaat het met je' en dan is die 'dey' geen verbastering van het Engelse 'day' maar is het eigenlijk het werkwoord 'zijn'.
Daar antwoord je dan gewoon "I dey' op.

You too much heeft dan weer verschillende betekenissen zoals 'dank je', 'goed gedaan' of 'je bent te goed voor me'.

Abi is een tussenwerpsel dat zoveel als 'correct?' betekent terwijl Notin Spoil uitdrukt dat alles goed is.

Ik voel me eigenlijk te oud om van dat Street Slang te gaan leren, net alsof ik de coole oom wil zijn maar aan de andere kant vind ik het idee ook wel lekker, mijn Engels een beetje bijkruiden met wat pidgin....
Abi?
















dinsdag 14 december 2021

HET OOG WIL OOK WAT (DEEL IV)

 



Het zandmannetje had wel echt veel zand in mijn linkeroog gegooid want een echt succesvolle nacht was het niet.

Ik ging 's ochtends vroeg met de auto terug voor een consultatie en ik kreeg de bevestiging dat ik vanaf nu met de auto mocht rijden en dat mijn oog goed aan het genezen was.

Het meisje van de administratie vroeg me waar ik mijn oogdruppels zou ophalen en Walgreens was de eerste drugdealer die me te binnen schoot dus zei ik dat maar.
Langsgaan en het zal er klaar liggen, zo gaat dat in deze tijden, de bestelling was al elektronisch verstuurd...

Dus ging ik naar Walgreens waar niets klaar lag. 
"Ik bel eens rond en laat je vandaag nog iets weten", werd me beloofd.
Om halfvijf kreeg ik bericht dat mijn bestelling klaar was dus ik toog opnieuw naar Walgreens ('on the corner of Happy and Healthy' zoals hun slogan luidt - ze zitten altijd op een hoek, dat stuk hebben ze correct)

"Nou nou", zei de mevrouw van dienst, "we hebben maar 1 type van je oogdruppels binnen; het andere zal je op een andere vrolijke, gezonde hoek moeten halen."
Ik haal mijn verzekeringskaart boven en laten ze nu net deze kaart niet aanvaarden.
"Maar misschien aanvaardt een andere winkel van onze keten het wel", wordt er zeer behulpvaardig bijgevoegd.
Hoe de ene het wel en de andere het niet doet, daar kan ik met mijn verstand niet bij maar ik moet die druppeltjes hebben dus ik betaal $40 wat waarschijnlijk $38 teveel was.

Ik rijd naar de andere apotheek - vrijdagavond vijf uur - en sta een half uur aan te schuiven.
"Ja hoor", zegt het vriendelijke Chiromeisje, "hier heb ik het en dat is dan $118 alsublieft.
Ik bekijk het flesje vol ontzag.
Zo klein nog en al zo waardevol, denk ik vol bewondering want vijf mililiter voor $118 betekent $23,600 voor een liter. Die verdomde Amerikanen toch...

Het meisje ziet mijn aarzeling en stelt voor dat ik terug naar de dokter ga om mijn voorschrift aan te passen zodat ik mijn verzekering kan laten bijbetalen.
"Daar is het te laat voor, Katrien of Els of Hildegard of hoe Chiromeisjes ook heten hier, want morgen is het zaterdag en dan gaat de dokter aan zijn verwarmd zwembad liggen terwijl jij gaat touwtrekken of in bomen klimt met een nest onopgevoede koters".

"Kan je eens kijken of je me vermindering kan geven, Aldegonde", vraag ik beleefd en het wicht vindt me heel verstandig.
"Dat is dan zeventien dollar alstublieft", zegt ze opgetogen.
Ik ben zeker dat ik het verkeerd begrepen heb, dus ik herhaal vragend "117"?
"Nee hoor", zegt ze blij - want Chiromeisjes zijn altijd blij - "Het is nu $17. Wat goed dat je aan die korting hebt gedacht".

Het goedje kost nog altijd $3,400 per liter dus ik kijk spiedend rond of niemand me volgt en rijd voorzichtig naar huis waar ik de volgende maand elke dag van dat vloeibare goud in mijn oog zal druppelen.

Tot vandaag:




zaterdag 11 december 2021

HET OOG WIL OOK WAT (DEEL III)

 



In het uitgangsleven is het de smerigste drug ooit maar tijdens een operatie lijkt het wel een hele goeie oplossing.
Rohypnol en soortgelijke producten wissen je kortetermijngeheugen en zo kwam het dat ik plots verteld werd dat de operatie voorbij was terwijl ik net drie seconden geleden binnengerold was. Althans, dat dacht ik toch

Ik sprak de verpleger er over aan en ik had heel netjes en correct geantwoord op alle vragen die de dokter me had gesteld. Alleen jammer dat ik me niet kon herinneren dat ik die dokter ooit had gezien.

Opnieuw werd ik een andere kamer binnengeleid, in een rolstoel deze keer, en werd me gezegd dat ik hier zou wachten op mijn chauffeur. De chauffeur die niet wist dat ze me moest komen ophalen.
Ondertussen had ik achttien uur niets gegeten en gedronken en mijn tong voelde als een verlamde lap leer met schuurpapier aan de randjes.
Iemand kwam op het idee om me een bekertje water aan te bieden en toen ik rechtstond om die lege beker in de vuilnisbak te gooien, een goeie meter verder, werd ik onmiddellijk gesommeerd om te blijven zitten.
Je mag het niet gedroomd hebben dat ik op mijn gezicht zou gaan en een paar miljoen zou eisen omdat ik niet meer kon meedoen aan schoonheidskoningwedstrijden.

Acht uur na mijn aankomst in dit gekkenhuis kwam Chris binnengebanjerd.
Luid, uitdagend en ongegeneerd zoals altijd.
Chris is 75, lid van Mensa en neemt geen blad voor de mond. Op de school van zijn kleinkinderen wisten ze niet wat aan te vangen met zoveel ongefilterde intelligentie dus hadden ze hem gewoon de toegang verboden.
Hij was tegelijk mijn redding en mijn grootste vijand op dit moment.
Hij kon me uit deze gevangenis helpen maar evengoed zou hij zo danig veel stampij kunnen maken dat hij heel snel naar de uitgang zou begeleid worden tussen twee veiligheidsmannetjes.

"Komaan, Chris, duwen aan die rolstoel; ik wil hier weg," riep ik want Chris is een beetje doof.
Mijn redder pauzeerde want hij was net een oorlog van woorden aan het plannen op elke en iedere werknemer van dit ziekenhuis. Hem kennende zou hij zijn woorden zo eloquent kiezen dat de geadresseerde binnen de drie minuten kermend bescherming zou zoeken.

Mijn oproep haalde hem uit zijn concentratie; hij haalde zijn schouders op en duwde de rolstoel naar de uitgang.
Mijn vehikel viel halverwege nog even stil toen Chris alsnog dacht dat zijn mening zou geapprecieerd worden maar ik stapte uit de rolstoel,  begeleid door een verwonderd tututut van de verpleegster die ons naar de deur moest brengen en ik nam mijn vriend bij de arm en samen stapten we naar buiten.


"Dit is een heuvel waar je niet op wil sterven", zei ik - zoals het zo mooi in het Engels wordt gezegd - en Chris gaf me gelijk.

Het zandpapier dat eens mijn tong was geweest was nu verhuisd naar mijn geopereerde oog en van pure miserie ging ik om zes uur 's avonds naar bed...


zaterdag 27 november 2021

HET OOG WIL OOK WAT (DEEL II)

 




Mevrouw de verpleegster kwam niet op het idee om ook een boodschap na te laten op het antwoordapparaat en Bobbie neemt geen telefoons op van nummers die haar telefoon niet herkent, dus ik zat helemaal klem.

Die ochtend stonden zeventig mensen genoteerd voor een staaroperatie en ik had de eer om die allemaal te zien binnenkomen.
Ze werden welkom geheten door de verpleegster die daarna een korte uitleg gaf aan de chauffeur van dienst. Daarna ging ze heel ostentatief het telefoonnummer noteren als om me te tonen hoe goed ze wel was op haar werk.
De patiënt ging zitten en werd vijf minuutjes later opgehaald waarbij het personeel van dienst me heel meelijkwekkend aankeek.
De patiënten gingen en kwamen en ik bleef achter, nog altijd vol hoop op een goeie afloop...

Toen we aan nummer 65 waren, vond de verpleegster dat we echt wel actie moesten ondernemen. Ik zat hier tenslotte vijf en een half uur en zo dik bevriend waren we nu ook weer niet.
Dus ging ze te rade bij de dokter die over zijn hart streek en me zijn laatste operatie van de dag liet zijn.

Ik werd uiteindelijk binnengeleid en kreeg de hele ploeg rond mijn bed toen ze hun medeleven kwamen betuigen.

Een nieuwe mevrouw begon aan de papierwinkel.
Eerste stap: noteer de sieraden van het slachtoffer om diefstal te vermijden.
"Ring aan de linkerhand", zegt ze luidop en ik protesteer onmiddellijk.
"Hey juffie,  die ring zit aan mijn rechterhand en je gaat mijn linkeroog beter maken, begrepen?"
Ze hoort de onvrede in mijn stem - wat wil je ook met dit circus hier - en verbetert haar fout op het papier.
Dan gaat er een bandje met mijn naam rond mijn rechterenkel.
Dat wordt vast een kleiner kaartje aan mijn grote teen in het mortuarium, besluit ik terwijl ik me ook afvraag of ze niet beter dat bandje aan de kant van je operatie vastmaken.
Maar goed, wie ben ik om te zeggen hoe het allemaal moet dus hou ik mijn mond.

Dan gaat er een schelp over mijn linkeroog.
Wat een eigenaardige gewoontes hebben ze hier toch, denk ik maar ik zwijg nog altijd beleefd.

"Nu gaan we oogdruppels in je rechteroog doen om dat te dilateren. Makkelijker voor de operatie", zegt die trut.

Ik ga half rechtop zitten en wordt gelijk zachtjes terug op mijn bed geduwd want de dame is getraind op het omgaan met halve gekken.
"Mens", zeg ik, nu met duidelijk te horen woede in mijn stem, "we hebben net nog eens het lesje herhaald. Het is mijn linkeroog."
"LiNkEr"
"Dit hierzo," terwijl ik woedend op het beschermkapje tik.

Mevrouw neemt het papier erbij want helemaal gelooft ze me niet.
We zwijgen allebei terwijl ze de schelp op mijn andere oog doet en het correcte oog dilateert.

Halfhartig biedt ze haar verontschuldigingen aan en dan word ik weggerold.
Voor een appendix of wie weet, de amputatie van mijn rechterbeen.


zondag 21 november 2021

HET OOG WIL OOK WAT (DEEL I)

 Het zal wel allemaal heel geleidelijk gegaan zijn maar plots besefte ik dat ik het nieuws op mijn smartphone aan het lezen was zonder bril.
Bij navraag aan beide ogen, bleek mijn linkeroog heel goed te kunnen lezen maar niet zo goed meer te zijn in het verrekijken.

Aangezien er me tien maand geleden verteld was dat er beginnend staar te zien was ergens binnenin, had ik ook zonder oogarts door dat hier iets moest gedaan worden. Ik stopte dus met staren maar zo werkt dat allemaal niet.




Nu mijn visum voor Nigeria vertraging opliep, belde ik Eyes Associates en hing een zielig verhaal op van blind te eindigen in de eindeloze Afrikaanse steppes die bevolkt waren met allerlei roofdiergespuis.
Dus mocht ik tot mijn verwondering de dag erna langs komen. Mooi en altruistisch, dacht ik altruistisch maar onmiddellijk erna had ik door dat ze eerst nog eens met me langs de kassa wilden passeren voordat ik opgegeten zou worden door een ijsbeer of een kameel.
Zo goed is het nu ook weer niet gesteld met het biologisch inzicht in Amerika.

En ja hoor, zei die vriendelijke dokter Lesher, je hebt beginnend staar en normaal wordt dat niet gedekt door de verzekering maar dit is een geval van hoogdringendheid.

Zo kwam het dat ik een week later om 6.30 's ochtends samen met goeie vriendin Bobbie aan de deur van het hospitaal stond.
Bobbie is tachtig en heeft een wandelrekje maar de verpleegster die op twee meter van de auto stond toen ze deur kwam openen, had daar geen oren naar.
Nee hoor, de chauffeur moest ook naar binnen komen voor een kort gesprekje.

"Goed," zegt de verpleegster, "die halve blinde gaat als eerste onder het mes dus binnen een uur is hij hier weer buiten. Wij bellen je, Bobbie, wanneer de operatie begint en dan kom jij naar hier. Begrepen?"
Bobbie ging gelukkig akkoord en toen moest ik mijn telefoon en al mijn bezittingen afgeven om het zakkenrollen van verdoofde patienten te vermijden.

Mijn vriendin verdwijnt uit het zicht, de verpleegster en ik overlopen de papierwinkel en dan is het tijd voor snijwerk.
Er valt een stilte want de verpleegster beseft dat ze een kapitale fout heeft gemaakt.
"Geef me dat nummer van Bobbie eens," zegt ze met een bibber in haar stem.
"Jullie waren zo zelfzeker aan het praten dat ik dacht dat dat gebeurd was toen ik naar het toilet was," zeg ik.
"En je kent dat nummer niet uit je hoofd?" klinkt het half beschuldigend, "Kan je het opzoeken?"

Ik beslis een aanvraag in te dienen om de gemiddelde waarde van het IQ naar zeventig te verlagen in dit land want we weten alletwee verduiveld goed dat ik mijn telefoon net meegegeven hebt met mijn chauffeur.

"We vinden er wel iets op," zegt de verpleegster maar al snel blijkt dat ze daarvoor op mij rekent.

Dus bedenk ik een plan.
"Als jij nu eens mijn nummer belt, dan neemt Bobbie vast op," zeg ik terwijl ik heel goed weet dat ze nooit ofte nimmer mijn telefoon zal opnemen want dat zou een inbreuk op mijn privacy zijn en zulke dingen doet Bobbie niet, oh neen.

Na een paar onsuccesvolle pogingen - later zag ik dat het er zestien waren in totaal - schakel ik een versnelling hoger.
"Bobbie is hier ook ooit behandeld, misschien vind je haar telefoonnummer wel in je systeem."

Ik word vol verwondering aangestaard en word mentaal tot hoofdresercheur van de FBI bevorderd en mevrouw gaat, zonder succes Bobbie thuis opbellen...


Wordt vervolgd.


woensdag 3 november 2021

OVER DOMBIES EN ZOMPOENEN

 Het is weer dat seizoen wanneer Starbucks uitpakt met 'Pumpkin Spice' om je koffie een smaakje te geven.
Niet dat ik het ooit geprobeerd heb (misschien is het wel heel lekker) want ik verfoei de keten-met-het-zwarte-goud vanuit het diepste van mijn hart.
Elke zichzelf respecterende Amerikaan wandelt, rijdt (en vliegt zelfs, zo zag ik gisteren) met een isomo-beker waarop een plastic dekseltje zit. Binnenin dan zit koffie die heel gewoontjes smaakt maar waar je wel drie dollar voor betaalt.
Ergens, op een bepaald moment, is Starbucks erin geslaagd om Jan Modaal wijs te maken dat hun bruine muk een dusdanig statussymbool is dat je bereid bent om er veel te veel voor te betalen plus dat je het dagelijks nodig hebt.

En na drie minuten gaat de lege beker de vuilnisbak in terwijl de koffieketen zijn winsten telt en toekomstige generaties zullen spelen op een onoverzichtelijke vuilnisbelt.

Goed, herfst en november en een reden voor diezelfde Amerikaan om zijn hele huis te versieren met uitgeholde pompoenen als alles goed gaat maar, meer waarschijnlijk, met opblaasbaar spul uit de supermarkt. 
Spookjes, zombies, afgehakte hoofden en armen; niets is taboe in november. 

Een halfuur rijden van Albuquerque, in het kleine dorpje Moriarty, ligt McCall's pumpkin patch. 
De knakkers van de boerderij verzamelen hun hele winst in de drie weekends voor Halloween want met duizenden zakken we af voor een dag van ongebreideld pompoenplezier.

Zane en ik reden erheen, stonden drie kwartier in de file om te parkeren en gingen ons dan te buiten aan lassowerpen, go-cartrijden en het strelen van scheiten en gapen.
We gleden van banen, verstopten lijken in de mais en verdwaalden in een gigantisch labyrint.

Een geslaagd gebeuren...


















We reden terug naar Albuquerque, net op tijd om te stoppen aan een autoshow voor ons avondmaal.
Er waren Kitkats, Twixen, Reeses, Skittles, Starbursts, Twizzlers en Milk Duds.
Er waren Sour Patches, Sweet Tarts, Laffy Taffies en Butterfingers.

En, o ja, er waren ook auto's en een jongetje van vijf dat besloten heeft dat Ninja zijn beroep zal worden....


















De rooie kever van de familie Gevaert in de jaren stillekes.

Het volgende weekend tenslotte stond in het teken van Boo in the Zoo.
Het mooie aan de gemiddelde Amerikaan, die ik hierboven probeerde neer te halen, is dat ze geen ene moer geven over wat jij denkt dat zij kunnen en mogen doen in het openbaar.
Een beetje een uitbreiding van hun heilige 'vrijheid van meningsuiting' die doorgetrokken wordt naar het vestimentaire.

Ik sleurde een angstige Ninja de kooi in van de ijsberen - training kan nooit vroeg genoeg beginnen - terwijl de rest van Albuqerque er heel nonchalant maar toch uitbundig bijliep.


















En toen, bij het buitengaan, zagen we Albuquerque op zijn mooist!
De blauwe lucht waar ik zo verliefd op geworden ben met de mooiste espenboom ooit...