Translate

vrijdag 28 mei 2021

SUPER-BLOED-BLOEM-MAAN (DEEL I)

 Het is me wat met de jongens en meisjes van dit land.


Niet alleen wordt elk gerechje  in een restaurant gedoopt met een ellenlange naam om het spectaculairder te doen lijken (iemand zin in lemon and garlic butter marinated flat iron steak?) of kan je een koffie zo specifiëren dat je er duizelig van wordt (Summer Berry Panna Cotta Frappuccino!), het gedoe is nu ook overgeslagen op natuurfenomenen.

Daarom werden we via allerhande mediakanalen lekker gemaakt voor een komende Super Blood Flower Moon op 26 mei die niet mocht gemist worden.
De super maan is een maan die enerzijds vol moest zijn en zich daarnaast ook op het dichtste punt bij de aarde moest bevinden. Zo zag ie er een beetje groter uit. Super toch?
Het hele bloederige gedoe had dan weer te maken met een rode gloed over de maan omdat een zonne-eclips zich voordoet op hetzelfde moment als de super maan.
De flower moon uiteindelijk was een volle maan in mei en daar vond ik geen zak aan. Er is een volle maan in elke maand en soms heb je er zelfs twee per maand dus waarom die dan een speciale naam moest krijgen, ontging me volledig. 
De volle maan in oktober is de Hunter's Moon en die in augustus is de Green Corn Moon. Zo kan ik er ook wel nog een paar verzinnen.

Maar goed, te lang stil gezeten omwille van de Covid dus laadde ik twee tenten, een onderbroek en een koelbox in de auto, ging Jens, de PhD student uit Uustakker oppikken en samen reden we naar onze eerste stop voor de nacht.
Silver City was een stadje dat me al lang bezighield en nu wilde ik het wel eens zien.

Het lag op 1800 meter hoogte aan de voet van het Piños Altos stuk van de Mogollon Mountains en dat klonk allemaal heel aanlokkelijk vond ik.
We reden naar het zuiden op de I25 autostrada en sloegen af richting Hillsboro (154 inwoners) en Kingston (21 inwoners) en via een duizelig makend smal weggetje bereikten we uiteindelijk de zilveren stad.
Heel verschillend met de rest van dit land was het allemaal niet met een Walmart naast een Home Depot naast een gigantische autogarage dus we zochten wat authenticiteit in een lokaal Spaans restaurantje en hadden een vullend maal met een paar biertjes.
Terug aan de campsite bleek dat er eigenlijk niet zoveel te doen was in Silver City zelf en we besloten het dorpje  Piños Altos met een bezoek te vereren.
Bleek dat het enige etablissement, The Buckhorn Saloon net die dag weer open was gegaan na tien maand Coronasluiting en zoals het echte cowboys betaamt, gingen we aan de bar zitten en bestelden we een shot whiskey.
Dat de zaak zelf er wel heel erg chique uitzag en bevolkt was door rijke stinkers die een buitenverblijf in de bergen rond Silver City bevolkten, negeerden we volledig. 

De groezelige buitenkant verborg een klassevolle zaak...



Piños Altos had ooit zowaar een opera





De oude kassa van de Buckhorn Saloon



Elke avond zouden we als echte mannen de BBQ en de rest van de omgeving in de hens steken maar dankzij de biertjes en de sterke drank, besloten we dat uit eten ook wel kon en we reden naar het historische centrum van Silver City (twee prullaria-winkels en een restaurant-met-terras) en probeerden de lokale margarita en nog wat wijn bij het eten.
Terug aan de tent kwamen we tot de ontnuchterende conclusie we dat we niet helemaal hierheen gereden waren om ons te bedrinken en, overmoedig door al dat gehijs, propten we dag twee vol met activiteiten....





zondag 23 mei 2021

EEN SLAG VAN DE MOLEN

 Toen ik nog op de Westside van Albuquerque woonde, bezocht ik wel eens Marble taproom, een lokale afspanning.
Daar was het dat ik Steve ontmoette. Altijd op zijn zelfde plekje en altijd met een biertje voor zijn neus. Leuke, intelligente vent en ik praatte er graag mee.

Twee jaar geleden verhuisden we naar de North East en kwam ik helaas niet meer in Marble. Een kilometer of 15 rijden voor wat bier was niet echt de moeite.

Een week of drie geleden dacht ik aan Steve en ik stuurde hem een SMSje. Bleek dat de brave man een ongevalletje had gehad en een week of acht in de kliniek had gelegen. Hij stuurde twee foto's, eentje van zijn gezicht en eentje van zijn rechterarm en mijn maag keerde...

Gisteren dan moest ik aan die kant van de stad zijn en ik ontmoette Steve op een prachtig terrasje. Helaas zag Steve er zelf zo prachtig niet uit.
Vier maand na het ongeval was zijn gezicht nog altijd gezwollen en toen ik de biertjes op tafel zette, haalde mijn vriend een rietje boven en dronk op die manier voor de rest van de namiddag.

Steve was een enthousiast ULM piloot en werkte ook graag aan de motor en de hele constructie.



Hij had een koper gevonden voor een motor waar hij vanaf wilde en die man zou ergens eind januari het ding komen kopen.
Steve, handig als hij was, had de motor van het vliegtuigje gehaald en naar zijn oprit gesleept. Voor de klant kwam, wilde hij het ding nog even warmdraaien...

"Hoe ik zo stom kon zijn, weet ik nog altijd niet," zei Steve, terwijl ik wat dichterbij ging zitten want het was moeilijk om hem te verstaan.
"Ik had de motor los op vier blokken gezet en had er nooit bij stilgestaan dat ik het misschien beter ook kon vastmaken."
De gevolgen van dat kleine denkfoutje waren desastreus. 
De motor was sterk genoeg om het hele toestel met piloot voldoende snelheid te geven op de landingsbaan voor het opstijgen en had genoeg kracht om je aan een flinke vaart vooruit te duwen eens je vloog.

Steve zat op een krukje achter de motor en verbond die met een batterij. Op het moment dat de propeller aansloeg en de motor besefte dat hij nergens aan vastzat, was het hek van de dam.
De schroef tilde het hele blok op, maakte een halve salto in de lucht en vond Steve op zijn pad.
Het hele kaakbeen van de arme man werd verbrijzeld, ongeveer al zijn tanden werden er uitgemept en de propellor hakte een stuk uit zijn bovenarm en beschadigde zelfs het bot.

"Het bloed spoot overal," zei mijn vriend, "maar ik was merkwaardig genoeg enorm kalm."
"Ik nam met mijn ene hand mijn telefoon en met mijn andere hand tilde ik mijn kaak een beetje op in de hoop dat ik toch enigszins verstaanbaar zou overkomen. Ik werd automatisch doorgestuurd naar een mevrouw die droogweg zei dat zij te ver zat en me zou doorverbinden."

"Het was de langste halve minuut van mijn leven," zei Steve en het was duidelijk dat hij opnieuw op zijn oprit lag. Uiteindelijk kon hij toch zijn locatie doorgeven aan de ambulancier die het dichtste bij was en hij werd naar het ziekenhuis gebracht.

Steve kreeg een tracheotomie waarbij een kunststof pijpje via zijn hals in zijn luchtpijp werd gebracht want er zou zoveel werk aan zijn mond zijn en alles zat zo opgezwollen dat de dokters vreesden dat hij op een bepaald moment zou kunnen stikken.
Ik wees trots op het litteken in mijn hals als was het een lidkaart van dezelfde club en vertelde Steve het verhaal dat me het nauwst aan mijn hart lag omdat het zowel schrikwekkend als hilarisch was..
Steve zou het adembuisje nog een paar maand houden omdat hij in juni weer onder het mes moest maar op een bepaald moment zou het er echt wel uitmoeten en dan groeit het gat in je hals langzaam dicht.
"Als je zover bent, maat, dan gaan ze een gaasje over dat gat spannen wat jij elke dag moet verversen en dat ga je dan ook netjes doen, geloof me!"
Ik nam een slokje van mijn bier om de spanning op te bouwen.
"Onze vliesvleugelige vrienden houden van donkere, warme vochtige holletjes," zei ik terwijl ik de afkeer in de ogen van mijn tafelgenoot zag, "en je wil toch niet dat een vlieg jouw longen uitkiest als haar nieuwste babykamer."
Steve knikte gehoorzaam. 
Dat gaasje zou elke dag netjes ververst worden, daar moest ik niet aan twijfelen...

Onmiddellijk erna vuurde ik ongewild het genadeschot af.
"Zeg, Steve, had je ook soms het gevoel dat je aan het stikken was in het slijm in je luchtpijp?"
De arme man had nu doodsangst in zijn ogen en wat hij me vertelde, was exact tot in de details hoe ik me voor weken gevoeld heb in 2007 na de eerder pijnlijke ontmoeting met een gewapende overvaller in Tanzania.

"Being caught between a rock and a hard place," zei Steve en ik begreep wat hij bedoelde.
"Drie keer ging de monitor naast mijn bed flat-line," waarmee hij bedoelde dat de machine geen hartslag meer oppikte, "en drie keer hebben ze me terug gebracht."
"Daar lig je dan," ging hij verder, "je voelt alles langzaam dichtslibben en je weet dat de remedie hiertegen bijna erger is dan dit gevoel want als je op het belletje drukt, komt er - hopelijk - een verpleegster langs die een stofzuiger in dat gat in je hals ramt en je longen ongeveer binnenste buiten keert."
Ik knikte langzaam terwijl ik tranen in mijn ogen had. Onverwerkte herinneringen zou een psychiater wellicht zeggen.
"En dan weten dat het binnen een kwartier weer van dattum zal zijn," fluisterde Steve zachtjes.

We stonden op en wandelden naar de parking waar twee food trucks stonden.
Ik vroeg mijn gezel of hij iets wou eten.
"Heb je een mixer mee dan?" zei hij sarcastisch.
"Ik eet al vier maand papjes met een rietje en dat zal zo blijven tot in oktober heeft de dokter gezegd."
Ik had waarlijk met de arme man te doen...

 

zaterdag 1 mei 2021

AND I WOULD TALK FIVE HUNDRED DAYS...

 ... and I would talk five hundred more.



zowat anderhalf jaar geleden besloot ik - niet eens rond nieuwjaar - dat er wat meer structuur in mijn leven moest. Al bij al modderde ik wat aan en als ik terug keek op een voorbije dag dan ging er toch heel wat tijd verloren aan verloren tijd.

De weegschaal waarschuwde me al een tijdje dat ik bijna rijp was voor een weegbrug naast de autostrada; ik bestond uit meer vet dan spieren en ook mijn grijze massa werd niet meer voldoende getraind.
Ik zou met een nieuwe levensstijl beginnen en zou dagelijkse gewoontes opbouwen. Zoals iedereen je vertelt, zijn de eerste dertig dagen de moeilijkste maar eens je daar voorbij bent, wordt het...een...wel ja, een gewoonte dus.

Stap 1 was op tijd naar bed en op tijd op. Ik besefte al even dat ik toch maar in de zetel naar lome YouTube videootjes lag te kijken eens het een uur of negen werd.
Mijn nieuwe plan was om 8.30 naar bed en om 4.30 op en dat lukte wonderwel. Na een paar maand had ik zelfs geen wekker meer nodig. 

Stap 2 was om elke ochtend vijf kilometer te wandelen en dat sloot nauw aan bij mijn eerste voornemen. Niets aangenamer dan de hele wereld voor jezelf hebben. Wel, op gebied van mensen dan toch, want meer dan eens ontmoette ik konijnen, een paar keer een koppel coyotes en 1 keer kreeg ik zelf een hartverzakking toen een enorme uil ongeveer in mijn oor oehoede. Die had ik niet zien komen.

Stap 3 was gezonder gaan eten en dat bleek ook al niet zo moeilijk. Veel groenten en fruit, een heel klein beetje vlees, weinig koolhydraten en elke dag een grote vodka. Voor de vitamienen in het vruchtensap dat erbij hoort, die laatste...
Er zijn al veertien kilogram af maar er zijn er helaas nog acht te gaan. Die trut van een weegschaal waar ik het daarnet over had, doet er wel de kilo's af maar besluit nog altijd dat mijn vetpercentage tegelijk belachelijk en gevaarlijk hoog zit. Er moet iets mis zijn met dat ding.

Stap 4 speelt zich af in het trainen van de hersenen want die verouderen natuurlijk ook. Al jaren spelen mijn lieve mama en ik dagelijks Scrabble online en mijn plan was om hier zo goed in te worden dat ik haar elke keer opnieuw zou verslaan. Dit deel van mijn nieuwe gewoontes is tot dusver absoluut niet tot uitvoering gebracht maar ik krijg dan ook al anderhalf jaar lang iedere keer opnieuw slechte blokjes.

Dan maar aan een nieuwe taal begonnen en Spaans leek me de meest voor de hand liggende keuze aangezien waarschijnlijk iedereen in Albuquerque de familienaam Sanchez, Martinez of Chavez draagt.
En tot mijn grote vreugde ben ik er in geslaagd om mijn dagelijks halfuurtje Spaans een volle vijfhonderd dagen vol te houden zonder een dag te missen.

Ballonnen.

Taart.

Vodka!!







woensdag 28 april 2021

DE VOORDELEN VAN EEN KAPITALISTISCHE WERELD

 Wel, veel voordelen zijn er niet aan, mijns inziens, dus dit kan een betrekkelijk kort stukje worden.


Degenen die een kapitalistisch georienteerde markt verdedigen, komen natuurlijk aankakken met de meest fantastische verhalen over hoe iemand die in de goot leefde zich opgewerkt heeft tot multi-miljonair.
'From Zero to Hero' of  'wat je droomt, kan je bereiken' en 'geloof in jezelf en werk hard, dan kan alles'.

Wat ze er natuurlijk vergeten bij te vertellen, is dat voor iedere uitzondering - want dat zijn ze natuurlijk - er vijftig miljoen Amerikanen zijn die geen $400 aan de kant hebben voor een noodgeval. 

De eerste kleine groep is er op een bepaalde manier in geslaagd om het kapitalisme naar hun hand te zetten terwijl de andere 99% er eerder het slachtoffer van is. Ik heb het er al in vorige posts over gehad maar als een potentiêle klant word je letterlijk van alle kanten belaagd om je centen uit te geven.

Op alle vier hoeken van een kruispunt zit een fastfoodtent (met een drive thru natuurlijk, dan hoef je je luie krent niet uit je auto te heffen); het nieuws wordt om de drie items onderbroken om je iets totaal onnodig op te solferen en niet-te-missen voordeeltjes worden je constant aangereikt via de reguliere post, SMSjes of emails.

De meeste van mijn medebewoners worden makkelijk overtuigd dat ze een auto moeten leasen en die om de twee jaar moeten inruilen. Ze zetten hun huis vast op een afbetaling van dertig jaar en staan er niet bij stil hoeveel extra interest ze betalen voor dit gebruiksgemak. En door gebruik te maken van al die voordeeltjes staan hun credit cards constant in het rood en betalen ze ongeveer 20% interest op die kaarten per maand. Een bodemloze put is het en dan nog eentje waar je niet makkelijk uitklimt.

De keerzijde van de medaille voor al de leveranciers van constante uitgaven, is dat de concurrentie ongemeen hard is en dat je er alles aan moet doen om je klant te houden.

Het volgende overkwam me in de vorige paar weken:

Ik kreeg een aanbod om een nieuwe credit card te gebruiken. De kaart kwam interestvrij voor de eerste 18 maand en gaf daarnaast een $200 cash back als je $1000 uitgaf in de eerste drie maand.
Daarnaast kon je je kaart ook zo instellen dat je een maximum van 3% terugkrijgt op een uitgave naar keuze. 
Aangezien ik wat uitgaven in het departement 'home improvement' had komen, koos ik hiervoor.
In het begin van de week kreeg ik een mailtje dat ik de $200 cadeau zou krijgen en dat ik daarnaast ook nog $89 verdiend had met mijn eigen uitgaven. Ik duwde op wat knopjes in de app en inderdaad, de $289 verscheen als een inkomst op mijn credit card.

Ik had ook $1300 moeten uitgeven voor wat meubels en natuurlijk kwam er twee dagen later een bon via de post die me 10% aanbood bij dat bedrijf. Toch maar eens geprobeerd; kwaad kan het niet en toen het meisje aan de telefoon een beetje tegenpruttelde, maakte ik haar vriendelijk duidelijk dat ik helaas niet meer bij hen zou kopen. Ik kreeg op slag $130 terugbetaald.

Gisteren dan zit er een nagel in mijn achterband. 
Ik naar Discount Tire waar ze gratis de klus klaren als je maar belooft dat je banden bij hen zal kopen (ik doe het al jaren na een paar ijdele beloftes trouwens). Het profiel van de banden wordt ingedeeld in groen, geel en rood en of ik weet dat de achterbanden al in geel zitten, gevaarlijk tegen het rood aan en dat ik er eigenlijk dringend twee nieuwe nodig heb?

Ik riposteer met gegevens over de onmiskenbare droogte in New Mexico en dat mijn slicks eigenlijk beter op de weg kleven dan banden met profiel en daar is mijn bandenmannetje niet blij mee want dat betekent geen commissie voor hem.
Even later komt hij terug.
De nagel zit ook door de zijkant van de band en dat kan niet gerepareerd worden. Total loss.
Maar...
Ik had bij de vorige aanschaf $13 extra betaald zodat mijn band beschermd was tegen alle calamiteiten zolang ie niet in de rode zone zat. En laat ik daar nu een paar honderd kilometer vanaf zitten.
Hopla, een gratis nieuwe band dus mijn twee banden kostten me plots maar de helft van de prijs.

En het houdt niet op.
Ik zie dat er teveel aangerekend is op mijn internetrekening. Ik bel en krijg een vriendelijk heerschap aan de lijn die de fout onmiddellijk rechtzet en me $25 extra teruggeeft voor de emotionele schade. Hij vraagt me of hij nog iets voor me kan doen en ik klaag over de trage internetsnelheid. Niet dat ik daar ook maar iets van voel maar de technieker had me verteld dat ik op een tragere lijn zat. Wat dat ook moge betekenen.
Het mannetje aan de andere kant van de lijn vindt dat heel erg voor me maar beide snelheden, de beloofde en de werkelijke, vallen in dezelfde prijscategorie.
Nou, dat vind ik toch een beetje boerenbedrog, is mijn ontevreden antwoord.
Het jongmens klikt wat dingetjes aan op zijn computer en is een minuut later bereid om me $5 per maand korting te geven. En alweer $60 uitgepaard op een jaar.

Er zijn ontelbare videofilmpjes te vinden op het internet die je duidelijk maken waar en hoe je wat voordeeltjes kan scoren en ik kijk er graag naar.

If you can't beat them, join them!!

 

 


maandag 26 april 2021

SPANJE KAMPIOEN (DEEL IV)

 Voor zij die zich afvragen waar de vorige delen dan wel wonen; die zijn te vinden in 2008.

In juli 2008 reed ik in het donker naar huis op de motor en merkte ik een jeep op met Spaanse nummerplaten. De drie inzittenden reden een ritje van twee jaar over de hele wereld om een documentaire te maken en waren op weg naar Noord Afrika want een maandje later moesten ze in Spanje zijn voor het avondeten.

Ik overtuigde de mannen om de nacht in mijn huis door te brengen in plaats van een overval te riskeren op weg naar Nairobi en terwijl we een paar biertjes dronken, luisterde ik naar hun fantastische verhalen.
Nu dertien jaar later dacht ik plots aan de aangename ontmoeting en ik zond een email naar Daniel, de sociaalste van de drie.
Ja, hij herinnerde zich die avond nog - zelfs dat we naar Heroes del Silencio hadden geluisterd, de enige Spaanse CD die ik bezit waarschijnlijk - en hij vertelde me dat hij nog altijd dezelfde job had. Beetje rondrijden in een jeep, de mooiste plaatsen ter wereld zien en er nog voor betaald worden ook. Ik mocht hem onmiddellijk al heel wat minder...

De jongens maakten een serie, die Mundo Aparte werd gedoopt en die op YouTube te vinden is.
(een latere email van Daniel toonde me de meer professionele trailer die gebruikt wordt om fondsen voor nieuwe avonturen te verzamelen - prachtige beelden!!)
Daarna ging het een jaar naar de eilanden van de Stille Oceaan voor een reeks die Pacifico heet en die er nog indrukwekkender uitziet dan Daniels vorige werk.
Bekijk zeker deze clip. Het is van een ongeziene schoonheid.
De reeks zou op Amazon Prime uitgezonden worden maar ik schijn het niet te vinden.

Mijn Spaanse vriend zond me ook het deel van Mundo Aparte dat over Tanzania ging en voor zij die wat Spaans willen leren terwijl ze naar schuune beeldekes kijken: Daniel wordt wel erg bang van een olifant op minuut 14.20.

En nu zit ik me al de hele dag af te vragen waarom ik geen cameraman ben geworden...




vrijdag 16 april 2021

TROTSE JONGETJES - ADDENDUM

Wat voorafging: onze Proud boy stond moederziel alleen te betogen en werd weggeleid door een heel cordon politieagenten die duidelijk klaar waren voor een karrenvracht hardcore hooligans maar in plaats daarvan op een ongeordend troepje hippies stootten.

Was onze neo-fascist moederziel alleen trouwens?
Helaas niet.
Op de foto in de vorige post zie je naast de koene ridder een zesjarig joch in een gebloemde short staan.
Ietsje verder naar rechts stond ook de echtgenote met een kinderwagen-met-peuter.
Ik vroeg me al of hoe nefast het moet geweest zijn voor die kleine jongen om een hele horde tegenbetogers op een meter of vier voor zich te hebben die zijn papa allerlei verwensingen toeriepen.

Blijkbaar vond ook de politiechef dat een probleem want via een bevriende journaliste hoorde ik achteraf dat de oproerpolitie de man meegenomen had om hem nadien twee boetes te geven.
Eentje voor kinderverwaarlozing en eentje om zijn kinderen in gevaar te brengen.
Ik vraag me af of het veel zal helpen want een vader die zijn kinderen meeneemt naar een dergelijk onderonsje is al niet van de verstandigste...

maandag 12 april 2021

TROTSE JONGETJES

 The Proud Boys zijn een uiterst rechtse, neo-fascistische, chauvinistische groepering in de US en Canada. De militia bestaat enkel uit mannen en die zijn bereid om geweld te gebruiken ten einde hun politieke agenda door te drukken.
In Canada staan ze al op de lijst van terroristische organizaties en toen Capitol Hill op 6 januari 'bezocht' werd door de dorpsidioten van ieder achtergesteld boerengat in de Verenigde Staten waren The Proud Boys een stuwende kracht achter dit hele avontuur.

Aangezien de trotse scoutsjongetjes al eventjes niets meer om handen hadden gehad sinds die befaamde zesde januari besloten ze om in verschillende steden een betoging op te zetten op de elfde april. Geen idee of die datum iets symbolisch betekende maar dat wisten ze zelf waarschijnlijk ook niet.

Aangezien The Proud Boys ook in Albuquerque een toneelstukje zouden opvoeren, werd een tegenactie op poten gezet en daar wilde ik natuurlijk bij zijn.
Dus reed ik op een heerlijke lentezondag tegen een uur of tien downtown Albuquerque binnen en parkeerde ik de auto aan het politiebureau. Ik ging ervan uit dat dat een veilig plekje was voor het geval er onlusten zouden uitbreken.

Nu zie ik er zelf ook een beetje als een Proud Boy uit met mijn kale knikker en mijn lange baard en daarnaast had ik ook nog de fout gemaakt om een zwart T-shirt aan te trekken met in knalrode letters BSA erop. Dat eronder 'motorcycles' stond deed niks ter zake want die BSA zou vast wel een gangbare afkoring zijn in het uiterst rechtse mileu, zo zouden mijn Amerikaanse vrienden besluiten.
Kritisch en logisch denken staan hier niet erg hoog op het scorebord.
Tijdens mijn eerste paar honderd meter te voet werd ik dan ook vuil bekeken en het jonge grut van de tegenbetoging stootte elkaar aan. "Kijk, daar heb je er eentje", zag ik ze denken.


Toen herinnerde ik me dat de affiche zei dat maskers verplicht waren en begreep ik mijn eigen onbegrip.
Eigenaardig genoeg loopt de aanvaarding van een masker als een sociale verplichting heel erg langs de politieke lijnen in de US. Democraten dragen een masker en Republikeinen - vooral de uiterst conservatieve kluit dan - vindt het masker een inbreuk op hun persoonlijke vrijheid. 
Vrijheid boven veiligheid, zeg maar.

Ik deed dus mijn maskertje snel aan en op slag werd ik vriendelijk toegeknikt door iedereen die, net als ik, naar het centrale plein wandelde.
Ik deed een rondje tussen de vijfhonderd-of-zo bezoekers en zag enkel maskers en borden die neen zeiden tegen haat, tegen The Proud Boys en tegen onverdraagzaamheid. 
Lief en leuk was het wel, maar echt veel spanning zat er niet in dit dorpsfeest. Ik hoopte maar dat die Neanderthalers snel zouden opduiken.

Op het podium stond een onhandig ogend groepje studenten met 1 megafoon die ze na elke speech aan elkaar doorgaven. Tot zover het sociale-afstand-houden als je netjes en om de beurt je eigen spuug toevoegt aan dat van je voorganger, vond ik.

Er werd gepreekt dat er geen ruimte was voor haat en dat we met zijn allen verdraagzaam moesten zijn. Instemmend geklap ondersteunde de boodschap en ik deed enthousiast mee.
Toen was er even tijd voor een pauze want alle kindjes op het podium moesten naar adem happen en dus werd er een muziekske opgezet.
Uit de boxen weerklonk tot mijn verbijstering "Fuck Tha Police" van N.W.A".
Tot zover de boodschap dat we met zijn allen lief moesten zijn voor elkaar.
Enigszins opgehitst door het poëtische nummer begonnen de volksmenners aan net datgene waar ze zo verschrikkelijk tegen waren.
Een schriel jongmens zweepte zijn toehoorders op om zijn woorden te herhalen.


"Fuck the Proud Boys"

 "Fuck White Supremacy"

 "Fuck Trump".


De menigte riep zijn slogans na terwijl ik dacht dat we nu wel helemaal op een zijspoor zaten. En wat had die Trump hier nog te zoeken trouwens? Die was toch drie maand geleden naar de uitgang gebracht?

Ietsje verder was een leukere samenscholing bezig en ik voegde me bij een bontgekleurde menigte van bejaarde hippies, jongelingen met blauw of roze haar, en een heleboel regenboogvlaggen.
Het ging er bedaarder aan toe en er werden leuke muziekjes gedraaid waar krakende knieën en energieke kleuters samen op dansten.

Toen ging er een golf van verontwaardiging door het publiek...
Er was een Proud Boy gesignaleerd.
Eentje.

Ik vond hem tegelijk moedig en zielig.
Aan de overkant van de straat stond een man in camouflagekledij. Een prachtidee als je op hertenjacht gaat maar helemaal ging hij toch niet op in een omgeving van steen, beton en asfalt.
Hij hield een bord vast waarop aan de ene kant "All guns matter" en op de andere kant "Save our children" stond.
En opnieuw was ik niet akkoord met een Amerikaanse denkpiste want ik ging ervan uit dat we de kinderen een beetje beter zouden kunnen beschermen als we wat voorzichtiger omgingen met al die schietgeweren.

Er werd wat geroepen dat onze lonesome cowboy naar huis moest gaan maar veel verder dan dat ging het niet want de Hokey Pokey werd gedraaid en dat was veel leuker dan een potje bekvechten met die eenzame kerel.


Toch vond de oproerpolitie dat dat het moment was om in te grijpen.
Met zijn tienen kwamen ze van om de hoek en ik besloot dat ik dit vanop de eerste rij moest meemaken. Ik liet dan ook de Hokey-Pokey-artiesten achter en stak de straat over.
Elke politieman hield een matrak van een halve meter in de aanslag behalve nummer 1 en nummer 10 want die hadden een volautomatisch aanvalswapen vast.

Het was waarlijk een potsierlijk zicht. 

Ouwe hippiemevrouwen met bloemen in het haar en in lange jurken; vrolijke meisjes en jongens met Black Live Matter maskers aan

versus

Tien tot de tanden gewapende steroidebommen die helemaal opgefokt klaar waren om iedereen die ook maar een stap te dicht kwam in de pan te hakken.

Onze helden vormden een halve cirkel rond de man die het zelf ook allemaal een beetje overdreven vond en toen stapten ze traag achteruit; de spiedende blikken constant op ons zootje ongeregeld. Je weet tenslotte nooit dat bonma een van haar basketsloefkes als dodelijk wapen gebruikt.


Iedereen lachte; "we are the champions" schalde door de boxen en wat een morgen vol gevaar en ongeregeldheden moest worden, sloeg onverwacht om in een nooit gezien aflevering van De Kolderbrigade.
Heerlijk!!!  

Een Proud Boy in het wild.


De tegenbetogers: vijfhonderd tegen één.



De oproerjongens klaar om de vijand in te maken...







                                                             




zondag 21 februari 2021

FLORIDA MAN

 "Florida Man" is een gegeven in de US.
Een vaststaand feit zoals zon voor California en gokken als je aan Las Vegas denkt.

Naar het schijnt heeft de staat Florida een wet 'vrijheid van informatie' die ervoor zorgt dat journalisten makkelijker nieuwtjes kunnen verkrijgen van de politie. Voeg daarbij het povere beleid inzake geestelijke gezondheidszorg, het mooie weer dat voor tropenkolder zorgt en je hebt een perfecte broedplaats voor de meeste eigenaardige titels in de lokale krant. 


Hieronder een paar van de mooiste:

































zondag 14 februari 2021

VALENTIJN 2021

 Het is eventjes geleden dat er nog Valentijns-karamellen-verzen op deze blog verschenen maar speciale tijden vragen om speciale actie.

Dus nodig de geliefde van je dromen uit voor een Zoommeeting, neem voor de verandering eens een douche en poets je tanden en vervang die pyama-met-Winnie-The-Pooh print door iets eleganter.
Niet vergeten: als het 'aan' raakt in de virtuele wereld en we raken eindelijk van die Covid af, ga dan niet te wild tekeer als je elkaar de eerste keer live ontmoet: een tik met de elleboog is al intiem genoeg!

IK BEN EEN DAFJE EN JIJ BENT EEN TESLA;
JIJ BENT EEN KREEFT EN IK MAAR EEN VISSLA.
IK BEN EEN DIER MAAR JIJ BENT EEN ARTS;
JIJ BENT ZO ZACHT EN IK HEB IETS HARDS.

IK BEN EEN BURGER MAAR JIJ BENT DE KING;
IK VIND JE ZO LEKKER EN OOK WEL EEN DING.
WIJ ONAFSCHEID’LIJK ZOALS BROODJE EN WORST;
WE HOREN TESAMEN ALS DUVEL EN DORST.

IK BEN EEN HORZEL EN JIJ EEN KLEIN BIJTJE;
JIJ HEBT HET AL EN IK 'T  NIET OP EEN RIJTJE
IK BEN STRAATARM EN JIJ BENT STEENRIJK;
JIJ BENT ECHT NIEUWS EN IK BEN MAAR FAKE.

JIJ BENT MIJN HARTE EN IK BEN EEN DIEF;
JIJ BENT EEN STUK EN IK BEN EEN BIEF.
IK VIND JE ZO LIEF, IK VIND JE ZO LEUK;
JIJ LIGT TE LACHEN EN IK IN EEN DEUK.

JIJ BENT MIJN ZUURSTOF, IK KAN ECHT NIET ZONDER;
EN JIJ MOET NU VERDER MET ZO’N LELIJKE DONDER.
HET ZIT JE NIET MEE MAAR MIJ DAN WEER WEL;
IK BEN EEN DUIVEL EN OOK WEL JE KWEL.

JIJ BLIJFT BIJ MIJ, IK LAAT ME NIET PRAMEN;
EN DIE TRALIES MOET ECHT VOOR DE RAMEN.
DURF NOOIT NAAR DE UITGANG TE VRAGEN;
OF ‘T SPEL ZIT OPNIEUW OP DE WAGEN.

zondag 7 februari 2021

EEN POTJE BAKKELEIEN

 In vroeger tijden, toen we nog niet meededen aan de Covid-rage, reed ik graag Uber op zondagochtend.

De straten waren verlaten, er waren niet veel concurrenten wakker en je zag de stad langzaam ontwaken.
Als je het tot een uur of acht kon halen zonder een vervelende zatlap van de avond ervoor, dan was alles goed.

Ik werd opgeroepen naar een appartementscomplex en toen ik binnenreed, vertelde de vriendelijke jongeman dat ik zijn neef zou oppikken en dat ie al naar de uitgang aan het wandelen was.
"Het is Diego Sanchez", werd er ook nog aan toegevoegd alsof ik alle inwoners van New Mexico bij naam zou moeten kennen.
Ondertussen passeerde ik een heerschap in een bruin-leren jekker die me vuil aankeek.
Ik keek vuil terug - want zo hoort dat in de Far West - en reed tot aan het appartement van de jongeman waar ik terug gestuurd werd om jekkerman op te laden.

Het individu stapt in en ik zie dat hij zichzelf het baasje vindt. Onsympatieke kerel.
Zonder verdere introductie vindt meneer dat ik mijn job niet goed uitoefen.

"Als jij nu dat Uber-teken een beetje duidelijker aan je voorruit zou hangen hebben, dan wist ik tenminste onmiddellijk dat ik jou moest hebben."
"Ach," zeg ik want het is zondagochtend en ik ben in een goed humeur, "ik heb zo'n vijfduizend klanten gehad over de jaren en niemand heeft daar ooit een opmerking over gemaakt. Dus dat zal nog wel meevallen."

We rijden traag door het uitgestrekte complex maar meneer geeft zo makkelijk niet op.
"En toch vind ik het niet kunnen dat je me zomaar voorbij rijdt, je doet je job gewoon niet goed, hufter!"
Mijn explosieve karaktertrekje waar ik niet zo trots op ben, komt boven en ik trap hard op mijn rem.
Mijn buurman heeft zijn gordel niet aan, want dat hebben patsers zoals hij niet nodig, en hij komt los van de rugleuning. Helaas niet ver genoeg om hem met zijn hersens tegen de voorruit te laten belanden.
Sneller rijden de volgende keer, hou ik mezelf voor.

"Luister eens goed, kereltje," begin ik terwijl ik hem ijskoud aankijk, "Mijn auto, Mijn regels. Je kan nu kiezen: of je houdt die vervelende kop van je dicht of je stapt uit en je gaat een stukje wandelen!"
We staan schaakmat want die testosteronbom wil ook niet zomaar toegeven. Dat zou gezichtsverlies zijn.

"Goed, ik hou mijn mond. Rij maar," zegt ie tenslotte.
Het is stil en daar zitten we als twee standbeelden naast elkaar.

"Luister," zegt mijn passagier, "ik zou overnachten bij mijn neef na een nachtje stappen maar toen was zijn vriendin onverwacht op komst en ik moest eruit want ze mag me niet."
Hij kijkt me oprecht vriendelijk aan.
"Sorry," hoor ik. "Het is mijn dagje niet maar ik zou dat niet op jou moeten uitwerken. Jij doet ook gewoon je job."

Ik steek mijn hand uit; mijn nieuwe vriend vindt dat een goed idee en zo bezegelen we de vrede.
Zo gaat dat tussen mannetjesdieren. Lekker makkelijk.

We praten een beetje want het is een lange rit en ik vraag Diego wat ie doet voor de kost.
"Ik ben een professioneel kooivechter," zegt ie achteloos terwijl ik probeer uit te vinden of ik voor een hartaanval ga of ik anders gewoon zo snel mogelijk en aan hoge snelheid de auto tegen de volgende lantaarnpaal te pletter rijd.

Hoe ik het deed, daar ben ik nog niet achter, maar ik kijk hem neutraal aan en met vaste stem stel ik hem nog wat vragen over zijn tamelijk unieke beroep.
We praten nog heel wat, echt vriendelijke man, en dan is het tijd om Meneer Sanchez aan zijn huis af te zetten. We geven elkaar een hand als afscheid en dan log ik af, parkeer om de hoek en ga op zoek naar Diego op YouTube.
Wat ik zie, doet me beseffen dat ik net een potje wou vechten met een leeuw die twee weken niet gegeten had. Een beetje rustiger, de volgende keer, Jan!!



Diego met de zwarte broek!