Hieronder Enzi die ondertussen al bijna Bruce Lee inhaalt...
Translate
maandag 14 september 2015
DE NIEUWE BRUCE LEE IS OPGESTAAN
Enkel de hardste training kan de jeugd prepareren voor de bittere toekomst die hen wacht.
Hieronder Enzi die ondertussen al bijna Bruce Lee inhaalt...
Hieronder Enzi die ondertussen al bijna Bruce Lee inhaalt...
dinsdag 8 september 2015
THE BONKIGE BROMPOT-BROMMER BROTHERS (DEEL V)
Onze tijd in Da Lat zat erop en we verlieten de Central Highlands voor de iets lager gelegen Zuid-Chinese Zee (die dus waarschijnlijk op zeeniveau ligt).
Een prachtige weg met heerlijke haarspeldbochten, een colletje van 2,000 meter hoogte over; het was heerlijk naar beneden te razen ook al was het op twee simpele scootertjes.
We waanden ons Vettel en Raikkonen en toen we beneden bekwamen van de adrenaline shot, bedacht ik dat we toch wel een risico genomen hadden met die kleine bandjes.
Ik verbrandde mijn vingers zowel aan de rubberen band als aan de metalen velg en de remschijf en besefte dan pas goed dat we net zo goed een klapband konden gehad hebben tijdens onze spectaculaire afdaling.
We besloten verder te rijden en vijf minuten later knalde mijn ventiel van de velg door de hitte.
Al goed dat dat op een vlak stuk gebeurde.
We gingen in de gietende regen op zoek naar een garage, dronken een cola bij de buren tijdens de reparatie en zetten onze tocht verder richting Nha Trang, het Blankenberge van de Vietnamese kustlijn.
Harald leidde het kleinste konvooi in 1 vlotte beweging tot aan het hotel - een fotografisch geheugen heeft wel wat - en we kregen een upgrade terwijl we al een belachelijk lage prijs betaalden voor dit viersterren hotel.
Aan het zwembad op het dakterras maakten we kennis met een Vlaams koppel dat naar Korea verhuisd was en verder bleek dat een 33cl pils zomaar eventjes 70 eurocent kostte. Hier zouden we wel een week of drie kunnen kamperen...
Een prachtige weg met heerlijke haarspeldbochten, een colletje van 2,000 meter hoogte over; het was heerlijk naar beneden te razen ook al was het op twee simpele scootertjes.
We waanden ons Vettel en Raikkonen en toen we beneden bekwamen van de adrenaline shot, bedacht ik dat we toch wel een risico genomen hadden met die kleine bandjes.
Ik verbrandde mijn vingers zowel aan de rubberen band als aan de metalen velg en de remschijf en besefte dan pas goed dat we net zo goed een klapband konden gehad hebben tijdens onze spectaculaire afdaling.
We besloten verder te rijden en vijf minuten later knalde mijn ventiel van de velg door de hitte.
Al goed dat dat op een vlak stuk gebeurde.
We gingen in de gietende regen op zoek naar een garage, dronken een cola bij de buren tijdens de reparatie en zetten onze tocht verder richting Nha Trang, het Blankenberge van de Vietnamese kustlijn.
Harald leidde het kleinste konvooi in 1 vlotte beweging tot aan het hotel - een fotografisch geheugen heeft wel wat - en we kregen een upgrade terwijl we al een belachelijk lage prijs betaalden voor dit viersterren hotel.
Aan het zwembad op het dakterras maakten we kennis met een Vlaams koppel dat naar Korea verhuisd was en verder bleek dat een 33cl pils zomaar eventjes 70 eurocent kostte. Hier zouden we wel een week of drie kunnen kamperen...
donderdag 3 september 2015
THE BONKIGE BROMPOT-BROMMER BROTHERS (DEEL IV)
De ochtend erop had ik een afspraak met Dr. Paul Olivier, een Amerikaan die sinds acht jaar in Vietnam woonde en bezig was met zijn levenswerk "een unconventional way of raising pigs" waarbij op een andere manier naar duurzaamheid en afval werd gekeken.
Gezien mijn eerder pessimistische idee over een leefbare toekomst, was dit de man die ik wilde ontmoeten.
Bij het inleidend gesprek bleek tot onze grote verbazing dat Paul een flink stuk van zijn leven in "Anzaeme" (Handzame) net naast Torhout had gewoond. Hij sprak het netjes met het juiste dialect en op de typisch lijzige manier uit.
Bleek dus dat we twintig jaar eerder al buren waren geweest.
Ondanks zijn 68 jaar gaf Paul me een uiteenzetting van vier uur hoe kleinschalige landbouw kon benaderd worden zodat het winstgevend werd door meer opbrengsten en tegelijk kostenbesparend zou werken aangezien er veel minder meststoffen en diervoeding moest gekocht worden.
Ik hing aan zijn lippen gedurende het hele verhaal en maakte zo veel mogelijk notities.
We gingen een pizza eten en ontmoetten er ook mijn reisgenoot Harald die de ochtend doorgebracht had bij een dame die sla produceerde met de hydroponics techniek.
In de namiddag bezochten we telers van paprika's, tomaten en komkommers die samenwerkten met Rijkzwaan, het bedrijf waar Harald voor werkt in Tanzania.
Da Lat is ongeveer volgebouwd met serres gedurende de laatste twintig jaar en het was mooi te zien hoe professioneel hier gewerkt werd.
Afrika had nog veel te leren...
We belden Andy voor een drankje maar onze eenzame fietser was die ochtend om vier uur op zijn fiets gestapt en was ondertussen alweer 200 km verder. De man trapt duidelijk door.
We bezochten een cocktailbar ($2 voor 1 drankje, gevaarlijk!!) en belanden daarna in de ietwat obscure kelder van een hotel waar de westerse eigenaar met zijn bandje loos ging op rockmuziek uit lang vervlogen tijden.
Uiteindelijk reden we - flink beneveld - terug naar ons guesthouse waar de Duitse eigenaar ons opwachtte alvorens hij naar bed kon.
Hij had ons om 10 uur verwacht en we waren een kwartiertje later wat aan Harald de opmerking ontlokte dat "papa boos was".
Giechelend als twee schooljongetjes gooide ik er nog "Sperrstunde" bovenop en huilend van de dolle pret stommelden we de trap op terwijl onze gastheer ons met onbewogen blik nakeek.
"Niet moeilijk dat we ze binnen de vier dagen onder de voet liepen," dacht ie vast.
Gezien mijn eerder pessimistische idee over een leefbare toekomst, was dit de man die ik wilde ontmoeten.
Bij het inleidend gesprek bleek tot onze grote verbazing dat Paul een flink stuk van zijn leven in "Anzaeme" (Handzame) net naast Torhout had gewoond. Hij sprak het netjes met het juiste dialect en op de typisch lijzige manier uit.
Bleek dus dat we twintig jaar eerder al buren waren geweest.
Ondanks zijn 68 jaar gaf Paul me een uiteenzetting van vier uur hoe kleinschalige landbouw kon benaderd worden zodat het winstgevend werd door meer opbrengsten en tegelijk kostenbesparend zou werken aangezien er veel minder meststoffen en diervoeding moest gekocht worden.
Ik hing aan zijn lippen gedurende het hele verhaal en maakte zo veel mogelijk notities.
We gingen een pizza eten en ontmoetten er ook mijn reisgenoot Harald die de ochtend doorgebracht had bij een dame die sla produceerde met de hydroponics techniek.
In de namiddag bezochten we telers van paprika's, tomaten en komkommers die samenwerkten met Rijkzwaan, het bedrijf waar Harald voor werkt in Tanzania.
Da Lat is ongeveer volgebouwd met serres gedurende de laatste twintig jaar en het was mooi te zien hoe professioneel hier gewerkt werd.
Afrika had nog veel te leren...
We belden Andy voor een drankje maar onze eenzame fietser was die ochtend om vier uur op zijn fiets gestapt en was ondertussen alweer 200 km verder. De man trapt duidelijk door.
We bezochten een cocktailbar ($2 voor 1 drankje, gevaarlijk!!) en belanden daarna in de ietwat obscure kelder van een hotel waar de westerse eigenaar met zijn bandje loos ging op rockmuziek uit lang vervlogen tijden.
Uiteindelijk reden we - flink beneveld - terug naar ons guesthouse waar de Duitse eigenaar ons opwachtte alvorens hij naar bed kon.
Hij had ons om 10 uur verwacht en we waren een kwartiertje later wat aan Harald de opmerking ontlokte dat "papa boos was".
Giechelend als twee schooljongetjes gooide ik er nog "Sperrstunde" bovenop en huilend van de dolle pret stommelden we de trap op terwijl onze gastheer ons met onbewogen blik nakeek.
"Niet moeilijk dat we ze binnen de vier dagen onder de voet liepen," dacht ie vast.
dinsdag 18 augustus 2015
THE BONKIGE BROMPOT-BROMMER BROTHERS (DEEL III)
We hadden een rit van 196 km voor de boeg - wat flink wat is op een 150cc scootertje - en vertrokken onmiddellijk na het ontbijt.
Ons doel voor die dag was Da Lat, een landbouwdoprje met 200,000 inwoners op 1,500 meter hoogte.
In Sai Gon had ik opgemerkt dat scooterrijders onmiddellijk stoppen bij het eerste spatje regen om hun regencape aan te trekken.
Toen we door het platteland van Vietnam reden en het niemand scheen te deren dat het wat begon te druppelen, begreep ik vol bewondering dat de rurale bevolking het weer zo goed kon aflezen dat ze perfect wisten wanneer je een regenjas nodig had en wanneer het een miniem buitje betrof.
Het was mooi om inzicht te krijgen in hun wijsheid en om hun voorbeeld te volgen, zo besloot ik.
Drie minuten later waren we zeiknat...
Uiteindelijk stopten we dan toch maar om een koffie te drinken - je zag nauwelijks nog een paar meter ver - en toen we eindelijk neerzaten en aan onze koffie begonnen, stopte de regen en kwam de zon opnieuw piepen.
De brommertjes hadden het zwaar met de voortdurende klim maar het uitzicht was fenomenaal. Via haarspeldbochten en op wegen net naast een diep ravijn naderden we Da Lat.
Met drie kwart van de afstand achter de kiezen begon het plots opnieuw te regenen. Een spekgladde weg die gedeeld moest worden met trucks, bussen, auto's en andere gekken op scooters was niet bepaald mijn favoriete tijdverdrijf maar we overleefden de aanslag op ons leven en konden een halfuurtje later alweer onze regencapes opbergen.
Na wat gis- en miswerk - opgeslagen kaarten op een I-pad en een live GPS-verbinding op een smartphone, hoe vonden we de weg vroeger toch? - kwamen we terecht bij Mai Dung en Duitse Axel die het charmante Zen Cafe uitbaatten.
Ondanks onze aanvraag voor twee enkele bedden bleken we een queensize in de kamer te hebben wat mijn zeer traditioneel ingestelde reisgezel noopte tot een vrijwillige verhuis naar de sofa.
Mij niet gelaten: lekker veel plaats in een heel comfortabel bed!
's Ochtends had ik ook nog Andy gebeld, onze vriend en medebewoner uit het Imperia-appartementsblok in Sai Gon.
Andy is 54 en heeft de gewoonte om in de hele vroege ochtend op de fiets te stappen en zijn benen te martelen tot ie zo ongeveer omvalt. De tweede hobby van mijn uiterst sympatieke onderbuur is dan weer het verzetten van ongelooflijke hoeveelheden bier nadat ie van zijn tripje is bekomen om de dag erop gewoon weer te gaan fietsen.
Andy zat 200 km van Da Lat af en die zouden we dus niet zien, zo werd me 's ochtends gemeld.
Hoe hij het klaargespeeld heeft, daar ben ik nog niet achter maar in de late middag kregen we telefoon of we soms zin hadden in een biertje met de eenzame fietser.
We reden de stad in, vonden een oninspirerend terrasje waar de muziek veel te luid stond en hadden een fijne tijd met onze vriend...
Ons doel voor die dag was Da Lat, een landbouwdoprje met 200,000 inwoners op 1,500 meter hoogte.
In Sai Gon had ik opgemerkt dat scooterrijders onmiddellijk stoppen bij het eerste spatje regen om hun regencape aan te trekken.
Toen we door het platteland van Vietnam reden en het niemand scheen te deren dat het wat begon te druppelen, begreep ik vol bewondering dat de rurale bevolking het weer zo goed kon aflezen dat ze perfect wisten wanneer je een regenjas nodig had en wanneer het een miniem buitje betrof.
Het was mooi om inzicht te krijgen in hun wijsheid en om hun voorbeeld te volgen, zo besloot ik.
Drie minuten later waren we zeiknat...
Uiteindelijk stopten we dan toch maar om een koffie te drinken - je zag nauwelijks nog een paar meter ver - en toen we eindelijk neerzaten en aan onze koffie begonnen, stopte de regen en kwam de zon opnieuw piepen.
De brommertjes hadden het zwaar met de voortdurende klim maar het uitzicht was fenomenaal. Via haarspeldbochten en op wegen net naast een diep ravijn naderden we Da Lat.
Met drie kwart van de afstand achter de kiezen begon het plots opnieuw te regenen. Een spekgladde weg die gedeeld moest worden met trucks, bussen, auto's en andere gekken op scooters was niet bepaald mijn favoriete tijdverdrijf maar we overleefden de aanslag op ons leven en konden een halfuurtje later alweer onze regencapes opbergen.
Na wat gis- en miswerk - opgeslagen kaarten op een I-pad en een live GPS-verbinding op een smartphone, hoe vonden we de weg vroeger toch? - kwamen we terecht bij Mai Dung en Duitse Axel die het charmante Zen Cafe uitbaatten.
Ondanks onze aanvraag voor twee enkele bedden bleken we een queensize in de kamer te hebben wat mijn zeer traditioneel ingestelde reisgezel noopte tot een vrijwillige verhuis naar de sofa.
Mij niet gelaten: lekker veel plaats in een heel comfortabel bed!
's Ochtends had ik ook nog Andy gebeld, onze vriend en medebewoner uit het Imperia-appartementsblok in Sai Gon.
Andy is 54 en heeft de gewoonte om in de hele vroege ochtend op de fiets te stappen en zijn benen te martelen tot ie zo ongeveer omvalt. De tweede hobby van mijn uiterst sympatieke onderbuur is dan weer het verzetten van ongelooflijke hoeveelheden bier nadat ie van zijn tripje is bekomen om de dag erop gewoon weer te gaan fietsen.
Andy zat 200 km van Da Lat af en die zouden we dus niet zien, zo werd me 's ochtends gemeld.
Hoe hij het klaargespeeld heeft, daar ben ik nog niet achter maar in de late middag kregen we telefoon of we soms zin hadden in een biertje met de eenzame fietser.
We reden de stad in, vonden een oninspirerend terrasje waar de muziek veel te luid stond en hadden een fijne tijd met onze vriend...
maandag 17 augustus 2015
TYPHOON OP TAIWAN
Voor €100 per persoon de schoonfamilie in Taiwan bezoeken, je kan het niet laten liggen.
Helaas moet je er dan ook bijnemen dat je als vee behandeld zal worden, dat je de hele vlucht van drie en een half uur met je knieen tegen je oren doorbrengt en dat de terugvlucht werd aangepast van 'lekker comfortabel in de namiddag' tot 'een onchristelijk vroeg uur in de ochtend'.
Ach we overleefden het transport, kinderen leefden als koningen onder de niet aflatende aandacht van de grootouders en ik werd zoals altijd op regelmatige tijdstippen mee uit genomen voor alweer een culinaire verrassing.
Toen bleek dat opa en oma onverwacht gasten hadden tijdens het weekend, vonden ze er niet beter op dan ons de bergen in te sturen naar het pitoreske dorpje Wulai met zijn warmwaterbronnen en zijn bevolking van aboriginees, de originele bewoners van Taiwan; mannen en vrouwen met tatouages die nog met pijl en boog op wilde varkens jagen en die op zondag graag eens een dikke blanke in de kookpot stoppen, zo stelde ik me voor.
We hadden een leuke tijd in een streek die er heel ruw en tegelijk paradijselijk uitzag maar helaas veranderde die perceptie in de volgende dagen.
Op maandag werd - alweer - een typhoon aangekondigd. Verder in de week werd al gesproken over een "monster typhoon" en tegen vrijdag wisten we dat het fenomeen netjes over de hele noord-zuid-as van het eiland zou passeren.
We zaten 48 uur opgesloten binnen (we gingen 1 keertje naar het dak bovenop het appartementblokje en werden er zo ongeveer afgeblazen) en volgden op het nieuws - als er elektriciteit was tenminste - wat die razende storm allemaal aan het aanrichten was.
Taipei zelf verloor 3,000 bomen en liep flinke schade op maar Wulai in de bergen was zo ongeveer van de kaart geblazen en gespoeld.
Hieronder wat beelden over een fenomeen dat door ons niet gekend is maar wel een paar keer per jaar het eiland Taiwan geselt...
(let vooral op de eerste seconden van het tweede filmpje. Een doorsnee scooter wordt vlotjes een paar meter de lucht ingeblazen)
Helaas moet je er dan ook bijnemen dat je als vee behandeld zal worden, dat je de hele vlucht van drie en een half uur met je knieen tegen je oren doorbrengt en dat de terugvlucht werd aangepast van 'lekker comfortabel in de namiddag' tot 'een onchristelijk vroeg uur in de ochtend'.
Ach we overleefden het transport, kinderen leefden als koningen onder de niet aflatende aandacht van de grootouders en ik werd zoals altijd op regelmatige tijdstippen mee uit genomen voor alweer een culinaire verrassing.
Toen bleek dat opa en oma onverwacht gasten hadden tijdens het weekend, vonden ze er niet beter op dan ons de bergen in te sturen naar het pitoreske dorpje Wulai met zijn warmwaterbronnen en zijn bevolking van aboriginees, de originele bewoners van Taiwan; mannen en vrouwen met tatouages die nog met pijl en boog op wilde varkens jagen en die op zondag graag eens een dikke blanke in de kookpot stoppen, zo stelde ik me voor.
We hadden een leuke tijd in een streek die er heel ruw en tegelijk paradijselijk uitzag maar helaas veranderde die perceptie in de volgende dagen.
Op maandag werd - alweer - een typhoon aangekondigd. Verder in de week werd al gesproken over een "monster typhoon" en tegen vrijdag wisten we dat het fenomeen netjes over de hele noord-zuid-as van het eiland zou passeren.
We zaten 48 uur opgesloten binnen (we gingen 1 keertje naar het dak bovenop het appartementblokje en werden er zo ongeveer afgeblazen) en volgden op het nieuws - als er elektriciteit was tenminste - wat die razende storm allemaal aan het aanrichten was.
Taipei zelf verloor 3,000 bomen en liep flinke schade op maar Wulai in de bergen was zo ongeveer van de kaart geblazen en gespoeld.
Hieronder wat beelden over een fenomeen dat door ons niet gekend is maar wel een paar keer per jaar het eiland Taiwan geselt...
(let vooral op de eerste seconden van het tweede filmpje. Een doorsnee scooter wordt vlotjes een paar meter de lucht ingeblazen)
![]() |
| beneden aan het appartement |
maandag 27 juli 2015
THE BONKIGE BROMPOT-BROMMER BROTHERS (DEEL II)
Om ons fysiek voor te bereiden op onze zware uitdaging, gingen we nog een paar baantjes trekken in het zwembad maar om tien uur hadden we niet veel meer woorden nodig om te vertrekken.
We namen afscheid van het gezinnetje dat dezelfde dag naar Taiwan vloog en we zadelden onze paarden. (enfin, we zetten ons koffertje tussen onze benen op het voetenplankje van de scootertjes maar dat bekt niet zo lekker).
Ik had er niet bij stilgestaan dat Harald nog nooit op zo'n onding had gereden en zoemde de ondergrondse parking uit.
In mijn spiegel zag ik mijn reisgezel volgen en ik wist dat ie de kneepjes van het vak wel zou uitvogelen tijdens het rijden.
Onze eerste halte was Ta Lai Longhouse net buiten Cat Tien National Park, een ritje van 150 km.
We slaagden erin om te verdwalen; een rondje van waarschijnlijk 50 kilometer te maken en uiteindelijk netjes terug op onze originele weg uit te komen (anders had niemand ooit nog iets van ons gehoord) en we reden dus uiteindelijk de - ondertussen - 200 km in iets van een vijf uur.
Op vier niet zo heel sociale Tjechische dames na was de Longhouse verlaten en we kozen de zetels op de veranda uit voor een biertje.
Het koelde snel af en er was wat wind; een voorbode van een storm die in deze periode van het jaar wel meer voorkomen.
Tien minuten later zaten we midden in een zelden geziene plensbui met als orgelpunt een boom die heel traagjes en heel galant slagzij maakte nadat ie ontworteld werd door de rukwinden.
De volgende ochtend kregen we twee te kleine mountainbikes onder de kont en fietsten we naar de hoofdkwartieren van het National Park.
Een mooi ritje was het maar als je twintig jaar niet meer gefietst hebt, krijg je algauw zadelpijn van je schouders tot je tenen.
Onderweg zagen we onder de noemer wilde dieren 1 pauw en in de rubriek natuurverschijnselen een perfecte halo rond de zon.
We aten in een oninspirerend restaurant behalve dat we, het was bijna een horrorfilm, in slow motion aangevallen werden door bloedzuigertjes die traag in onze richting tuimelden (een beetje zoals een Slinky de trap afkwam in de jaren '80), aangetrokken als ze waren door onze lichaamswarmte.
Harald had het niet meer en met een robuuste stoel ging ie de 2 cm lange creatuurtjes te lijf.
Het meisje achter de bar bekeek de actie met grote interesse...
We moesten ook nog een grote boom bezoeken (groot inderdaad, En hoog) en langs de rapids passeren (te ver. Opgegeven) en toen ging het terug naar Ta Lai Longhouse.
Te lam om het hele stuk te fietsen, wandelden we grote stukken en bij aankomst liet Harald me beloven dat we dit nooit meer zouden doen.
Iets waar ik absoluut geen moeite mee had...
We namen afscheid van het gezinnetje dat dezelfde dag naar Taiwan vloog en we zadelden onze paarden. (enfin, we zetten ons koffertje tussen onze benen op het voetenplankje van de scootertjes maar dat bekt niet zo lekker).
Ik had er niet bij stilgestaan dat Harald nog nooit op zo'n onding had gereden en zoemde de ondergrondse parking uit.
In mijn spiegel zag ik mijn reisgezel volgen en ik wist dat ie de kneepjes van het vak wel zou uitvogelen tijdens het rijden.
Onze eerste halte was Ta Lai Longhouse net buiten Cat Tien National Park, een ritje van 150 km.
We slaagden erin om te verdwalen; een rondje van waarschijnlijk 50 kilometer te maken en uiteindelijk netjes terug op onze originele weg uit te komen (anders had niemand ooit nog iets van ons gehoord) en we reden dus uiteindelijk de - ondertussen - 200 km in iets van een vijf uur.
Op vier niet zo heel sociale Tjechische dames na was de Longhouse verlaten en we kozen de zetels op de veranda uit voor een biertje.
Het koelde snel af en er was wat wind; een voorbode van een storm die in deze periode van het jaar wel meer voorkomen.
Tien minuten later zaten we midden in een zelden geziene plensbui met als orgelpunt een boom die heel traagjes en heel galant slagzij maakte nadat ie ontworteld werd door de rukwinden.
De volgende ochtend kregen we twee te kleine mountainbikes onder de kont en fietsten we naar de hoofdkwartieren van het National Park.
Een mooi ritje was het maar als je twintig jaar niet meer gefietst hebt, krijg je algauw zadelpijn van je schouders tot je tenen.
Onderweg zagen we onder de noemer wilde dieren 1 pauw en in de rubriek natuurverschijnselen een perfecte halo rond de zon.
We aten in een oninspirerend restaurant behalve dat we, het was bijna een horrorfilm, in slow motion aangevallen werden door bloedzuigertjes die traag in onze richting tuimelden (een beetje zoals een Slinky de trap afkwam in de jaren '80), aangetrokken als ze waren door onze lichaamswarmte.
Harald had het niet meer en met een robuuste stoel ging ie de 2 cm lange creatuurtjes te lijf.
Het meisje achter de bar bekeek de actie met grote interesse...
We moesten ook nog een grote boom bezoeken (groot inderdaad, En hoog) en langs de rapids passeren (te ver. Opgegeven) en toen ging het terug naar Ta Lai Longhouse.
Te lam om het hele stuk te fietsen, wandelden we grote stukken en bij aankomst liet Harald me beloven dat we dit nooit meer zouden doen.
Iets waar ik absoluut geen moeite mee had...
![]() |
| Stefan Everts en ZZ Top samen op reis.... |
![]() |
| Rechts op de foto: back to the 70's (met Martin Sheen in Apocalypse Now) |
| Ta Lai Longhouse |
![]() |
| Een perfecte halo rond de zon |
![]() |
| Een grote boom inderdaad |
zaterdag 25 juli 2015
THE BONKIGE BROMPOT-BROMMER BROTHERS (DEEL I)
Op 1 uitzondering na (in het Frans de 'herborene' genoemd), heb ik nog geen Vlaming ontmoet in dit laatste jaar in Vietnam die het leven net als ik niet de hele tijd door een roze bril wil bekijken.
Op geregelde tijdstippen een beetje stoom aflaten over de stupiditeit van het leven in het algemeen en de Homo Sapiens(?) in het bijzonder, is gegarandeerd een zeer vermakelijke bezigheid.
Noem ons grumpy, nors, ontevreden; het kan me niet schelen.
Er is niks mis met een gezonde portie kritiek nu en dan...
Een heel jaar lang heb ik daarin mijn sparringpartner Harald moeten missen maar in juli is ie dan toch op het vliegtuig gestapt voor een bezoekje.
De tussenlanding in Indonesie dacht nog even roet in het eten te gooien maar uiteindelijk kwam mijn companion uit Tanzania dan toch met 24 uur vertraging aan.
We hadden de kinderen bij vriendjes ondergebracht en namen Harald meteen mee voor wat Vietnamese specialiteiten naar het originele Ngon restaurant. Daarna nog een paar biertjes in wat meer Westerse bars en dan naar bed want een rijk gevuld programma wachtte onze bezoeker.
Op dag twee reden we naar de Cu Chi tunnels.
Een enorm netwerk van maar liefst 250 km was gegraven om het de vijand moeilijk te maken. Er waren ondergrondse hospitalen en vergaderzalen maar alles was helaas op mini-mensenmaat gemaakt.
Dat scheelde alvast op het uitgraven.
We liepen langs smalle paadjes achter de gids aan, zagen een wandelend blad (dat stilzat) en ik kon me levendig inbeelden hoe het kwam dat zoveel militairen mentaal geknakt terug in de Verenigde Staten waren geland.
Je bent 19 of 20; je bent nooit uit de prairies of de bergen waar je opgroeide geweest en plots word je zonder noemenswaardige opleiding in een hete en vochtige jungle gedropt. De tegenstander kent het land als zijn broekzak en daar loop je dan, met een veel te zware uitrusting, in de wetenschap dat je elk moment overhoop kan geknald worden...
We hielden halt bij een kleine verhoging met een gat in elke richting.
Voor de klantvriendelijkheid was de omgeving rond het heuveltje vrijgemaakt maar je kon je onmiddellijk voorstellen hoe de kogels je plots rond de oren konden fluiten zonder dat je de vijand zelfs maar opgemerkt had.
Onze gids vroeg ons hoe je nu in dat ding kon raken? We zochten tussen de rottende bladeren tot bleek dat de man zelf op het luikje stond.
We daalden af - zelfs ik werd er zonder schoenlepel ingeperst - en worstelden ons door de nauwe gangetjes.
Het was ongelooflijk hoe hier oorlog gevoerd werd, 40 jaar geleden.
Na nog wat extra rondleidingen en de verplichte doortocht door de souvenirstalletjes - geen opdringerige verkopers en geen exorbitante prijzen - zetten we koers naar de Eeuwige Schietvelden.
Voor een paar dollar kon je vijf kogels kopen en een rondje afvuren met een Kalishnikov, een M10 of een M16.
We voelden ons even de hoofdrolspelers in Apocalypse Now, zeker toen we doel troffen en rode vonken in het rond schoten.
In een bijbelse zondvloed reden we met een slakkegangetje terug naar Sai Gon en we gingen vroeg slapen want ons wacht de heldentocht op zware motoren doorheen onontgonnen Vietnamees terrein...
![]() |
| Stilzittend wandelend blad |
![]() |
| Moeder en dochter gaan ondergronds |
![]() |
| ... en een rondje afvuren met een Kalishnikov, een M10 of een M16. |
donderdag 23 juli 2015
RACISME ZONDER SLECHTE BEDOELINGEN IS OOK RACISME (DEEL III)
Begrijp me niet verkeerd, op vele vlakken staan we mijlenver voor en het is logisch dat we deze kennis ook delen met landen die hierin nog achterop hinken.
Of die aanpak altruistisch is of op winst is gebaseerd, doet er niet toe zolang zoveel mogelijk mensen maar kunnen genieten van die bepaalde vooruitgang.
Het is nog altijd schrijnend te zien hoe een ziekte waar je in Belgie niet van op kijkt, toch mensenlevens kan eisen in andere streken.
Ook ons onderwijs heeft een basis van eeuwen en staat ongetwijfeld mijlenver voor op wat ik zie in Tanzania en Vietnam.
Waar het mij om gaat in deze post, zijn onze normen en waarden die we willen gaan uitdragen.
Wie zijn wij dat we er zo zeker van zijn dat onze evolutie daarin de enige juiste is en dat die ook moet toegepast worden in andere streken?
Waarom hebben wij de arrogantie om mensen uit landen die ons met grote stappen inhalen te gaan vertellen hoe het nu allemaal precies moet?
Neem nu het homohuwelijk dat - eindelijk - ook gelegaliseerd is in de Verenigde Staten. Mooi voor landen die er klaar voor zijn maar moet dat dan ook gelijk bij iedereen op hetzelfde moment door de strot geduwd worden?
Oeganda met oude krokodil Museveni aan het roer heeft het er zo niet op begrepen en hopla, daar gaat het vermanende vingertje al in de lucht.
Dat onze ex-militair het niet zo erg nauw neemt met mensenrechten en nu ook homofielen in het vizier neemt, is verwerpelijk.
Dat de Westerse wereld Oeganda het mes op de keel zet en ze Het Licht wil laten zien door te dreigen met stopzetting van ontwikkelingssteun is al even onbegrijpelijk en heel erg paternalistisch.
We praten tenslotte over landen in ontwikkeling.
Gun ze dan ook de tijd om tot nieuw inzichten te komen zonder dat wij een tweede golf missionarissen willen zijn!
Of die aanpak altruistisch is of op winst is gebaseerd, doet er niet toe zolang zoveel mogelijk mensen maar kunnen genieten van die bepaalde vooruitgang.
Het is nog altijd schrijnend te zien hoe een ziekte waar je in Belgie niet van op kijkt, toch mensenlevens kan eisen in andere streken.
Ook ons onderwijs heeft een basis van eeuwen en staat ongetwijfeld mijlenver voor op wat ik zie in Tanzania en Vietnam.
Waar het mij om gaat in deze post, zijn onze normen en waarden die we willen gaan uitdragen.
Wie zijn wij dat we er zo zeker van zijn dat onze evolutie daarin de enige juiste is en dat die ook moet toegepast worden in andere streken?
Waarom hebben wij de arrogantie om mensen uit landen die ons met grote stappen inhalen te gaan vertellen hoe het nu allemaal precies moet?
Neem nu het homohuwelijk dat - eindelijk - ook gelegaliseerd is in de Verenigde Staten. Mooi voor landen die er klaar voor zijn maar moet dat dan ook gelijk bij iedereen op hetzelfde moment door de strot geduwd worden?
Oeganda met oude krokodil Museveni aan het roer heeft het er zo niet op begrepen en hopla, daar gaat het vermanende vingertje al in de lucht.
Dat onze ex-militair het niet zo erg nauw neemt met mensenrechten en nu ook homofielen in het vizier neemt, is verwerpelijk.
Dat de Westerse wereld Oeganda het mes op de keel zet en ze Het Licht wil laten zien door te dreigen met stopzetting van ontwikkelingssteun is al even onbegrijpelijk en heel erg paternalistisch.
We praten tenslotte over landen in ontwikkeling.
Gun ze dan ook de tijd om tot nieuw inzichten te komen zonder dat wij een tweede golf missionarissen willen zijn!
woensdag 22 juli 2015
RACISME ZONDER SLECHTE BEDOELINGEN IS OOK RACISME (DEEL II)
Het hele eieren eten als je het over een andere cultuur hebt, is net dat ie vreemd is aan wat je zelf gewend bent.
Veel moeilijker dan dit kan het toch niet zijn?
Daarom dat ik met veel plezier in Tanzania gewoond heb en nu ook in Vietnam ben. Je leert net - door een andere aanpak te zien werken - dat niet alles moet lopen volgens onze Westerse normen.
Een mooi voorbeeld hiervan is het Vietnamese verkeer.
Het is een wespennest, een labyrinth, een gekkenhuis.
Maar belangrijker: het werkt en niemand die zich opjaagt.
Iedereen wurmt zich een beetje langs iedereen heen maar daar komt geen gescheld of geduw aan te pas. Je rijdt iemand klem maar die persoon denkt : "nu stop ik maar straks is hij het."
Veel boeddistischer kan het niet worden, lijkt me.
Naar het schijnt zijn er 17 miljoen scooters in Sai Gon alleen.
Laat die allemaal los op het asfalt volgens ons rigide Europese systeem en de boel staat binnen het eerste half uur hopeloos klem met nog wat vechtpartijen er boven op omdat onze persoonlijke Westerse vrijheid nu eenmaal dicteert dat we meer rechten dan plichten hebben en dat we bijgevolg ook het recht hebben om dat goedschiks kwaadschiks aan onze tegenstrever duidelijk te maken.
Onze bezoeker nu op het Belgische feest had het helemaal nog zo niet bekeken. Ik kon uit zijn verhalen opmaken dat hij trainingen gaf en ook in weeshuizen actief was maar het was duidelijk dat hij de Westerse stempel er hier met onverzettelijkheid zou indrukken.
"Vietnamezen kunnen niet nadenken," hoorde ik hem uitleggen terwijl schuin tegenover hem een Vietnamese vrouw beleefd zat te wezen.
Laat een buitenlander dat zeggen in een restaurant op de Grote Markt van Brussel over ons en het kot is te klein, was al wat ik kon denken...
"En dat is precies waarom wij hier zijn," ging De Leraar verder, hij zag er tenminste geen graten in.
"Als ik uitleg geef over hoe een familie moet samenleven, dan zie je plots een lichtje aangaan," zo ging Zijne Alwetendheid verder.
Ik viel zo ongeveer van mijn stoel.
Als er iets is wat ik leren inzien heb tijdens mijn verblijf in het buitenland, dan is het toch dat het familiale leven hier vele vele stappen hoger ingeschat wordt dan bij ons waar de individuele vrijheid en ontwikkeling op de eerste plaats komt.
Wat de beste manier van leven is, laat ik in het midden maar wie zijn wij om met onze visie hier een beetje te gaan verkondigen hoe het zo allemaal zou moeten lopen?
Het is arrogant, het is betweterig en het zal nog in geen duizend jaar aanvaard worden, zoveel is zeker.
Enfin, morgen verder...
Veel moeilijker dan dit kan het toch niet zijn?
Daarom dat ik met veel plezier in Tanzania gewoond heb en nu ook in Vietnam ben. Je leert net - door een andere aanpak te zien werken - dat niet alles moet lopen volgens onze Westerse normen.
Een mooi voorbeeld hiervan is het Vietnamese verkeer.
Het is een wespennest, een labyrinth, een gekkenhuis.
Maar belangrijker: het werkt en niemand die zich opjaagt.
Iedereen wurmt zich een beetje langs iedereen heen maar daar komt geen gescheld of geduw aan te pas. Je rijdt iemand klem maar die persoon denkt : "nu stop ik maar straks is hij het."
Veel boeddistischer kan het niet worden, lijkt me.
Naar het schijnt zijn er 17 miljoen scooters in Sai Gon alleen.
Laat die allemaal los op het asfalt volgens ons rigide Europese systeem en de boel staat binnen het eerste half uur hopeloos klem met nog wat vechtpartijen er boven op omdat onze persoonlijke Westerse vrijheid nu eenmaal dicteert dat we meer rechten dan plichten hebben en dat we bijgevolg ook het recht hebben om dat goedschiks kwaadschiks aan onze tegenstrever duidelijk te maken.
Onze bezoeker nu op het Belgische feest had het helemaal nog zo niet bekeken. Ik kon uit zijn verhalen opmaken dat hij trainingen gaf en ook in weeshuizen actief was maar het was duidelijk dat hij de Westerse stempel er hier met onverzettelijkheid zou indrukken.
"Vietnamezen kunnen niet nadenken," hoorde ik hem uitleggen terwijl schuin tegenover hem een Vietnamese vrouw beleefd zat te wezen.
Laat een buitenlander dat zeggen in een restaurant op de Grote Markt van Brussel over ons en het kot is te klein, was al wat ik kon denken...
"En dat is precies waarom wij hier zijn," ging De Leraar verder, hij zag er tenminste geen graten in.
"Als ik uitleg geef over hoe een familie moet samenleven, dan zie je plots een lichtje aangaan," zo ging Zijne Alwetendheid verder.
Ik viel zo ongeveer van mijn stoel.
Als er iets is wat ik leren inzien heb tijdens mijn verblijf in het buitenland, dan is het toch dat het familiale leven hier vele vele stappen hoger ingeschat wordt dan bij ons waar de individuele vrijheid en ontwikkeling op de eerste plaats komt.
Wat de beste manier van leven is, laat ik in het midden maar wie zijn wij om met onze visie hier een beetje te gaan verkondigen hoe het zo allemaal zou moeten lopen?
Het is arrogant, het is betweterig en het zal nog in geen duizend jaar aanvaard worden, zoveel is zeker.
Enfin, morgen verder...
dinsdag 21 juli 2015
RACISME ZONDER SLECHTE BEDOELINGEN IS OOK RACISME
Denk nu niet dat we - zo ver verwijderd van huis - moeten leven zonder onze Belgische specialiteiten.
Belgisch bier en chocolade zijn makkelijk te vinden; we hebben net speculoospasta ontdekt, zij het aan een belachelijk hoge prijs en sinds kort worden er ook Belgische frieten verkocht in Vietnam.
Daarvoor was in het begin van juli een meneer van Lutosa speciaal langsgekomen.
Hij gaf ons een presentatie over de groei en de verwachtingen van het bedrijf en trakteerde ons op echte puntzakken met friet en veel te veel Leffe, Hoegaarden en Stella.
De mayonaise was iemand vergeten helaas maar we genoten...
Belgisch bier en chocolade zijn makkelijk te vinden; we hebben net speculoospasta ontdekt, zij het aan een belachelijk hoge prijs en sinds kort worden er ook Belgische frieten verkocht in Vietnam.
Daarvoor was in het begin van juli een meneer van Lutosa speciaal langsgekomen.
Hij gaf ons een presentatie over de groei en de verwachtingen van het bedrijf en trakteerde ons op echte puntzakken met friet en veel te veel Leffe, Hoegaarden en Stella.
De mayonaise was iemand vergeten helaas maar we genoten...
![]() |
| De andere Jan in Sai Gon - al even kaal |
Twee weken later was het alweer van dat maar deze keer zouden we de Nationale Feestdag vieren met mosselen/friet en Belgisch bier.
De meeste koppen ken ik onderhand wel maar nieuw in het gezelschap was een missionaris-achtig type op hippie sandalen.
Een heel vriendelijke opa was het die ongetwijfeld met de beste bedoelingen in Vietnam was momenteel maar de kortzichtigheid waarmee alles van buiten zijn eigen leefwereld gecategoriseerd werd, was beangstigend voor een persoon met een duidelijk academische achtergrond.
Door een (on)gelukkig toeval zat ik aan de tafel naast de zijne vlak tegenover hem en heb ik dus twee uur de kans gehad om expose na verduidelijking te mogen horen van iemand die letterlijk alles afmeet aan de perfecte Vlaamse wereld die we allemaal zo goed kennen.
Daarna heb ik vrijwillig de handdoek in de ring gegooid.
Het feest was nog in volle gang en enige baldadigheid liet zich voelen onder de Belgische expats maar het gratis Belgische bier fluisterde me balorig in dat ik de - ongetwijfeld goedbedoelende - man van antwoord moest dienen.
Een feestje verknallen door gelijk te willen halen, was een beetje jammer dus ik ging in vrijwillige ballingschap terug naar huis.
Wat onze goeie vriend zo allemaal te vertellen had, daar hebben we het morgen over!
Abonneren op:
Posts (Atom)














