vrijdag 25 september 2009

DE KEIBERG (DEEL IV)


...Over de kinderen was papa Maasai iets onzekerder. Het waren er een paar tiental, maar hoeveel precies, daar kwam niemand achter...
...We stopten op een helling bij een ordeloos troepje hutjes...
....waar de geiten en schapen net de verschillende kralen binnengedreven werden...
...en het hele uitgebreide gezin bekeek met verbazing ...

...zijn honderden dieren die er - gezien de eindeloos lange droogte - nog gezond en wel doorvoed uitzagen...

DE KEIBERG (DEEL III)

Wim kwam met de idee om zijn Maasai werknemer, die met ons meereed, thuis af te zetten zodat we ook eens konden zien waar de kerel woonde.
We stopten op een helling bij een ordeloos troepje hutjes waar de geiten en schapen net de verschillende kralen binnengedreven werden.
Hier zou de veestapel veilig zijn tegen de nachtelijke strooptochten van hyena, luipaard en leeuw.

Meneer Maasai boerde niet slecht.
Hij toonde ons zijn honderden dieren die er - gezien de eindeloos lange droogte - nog gezond en wel doorvoed uitzagen.
Daarna, in een duidelijke orde van belangrijkheid, eerst het vee en dan de dames, werden we voorgesteld aan zijn vier echtgenotes.
Ze maakten allen een beleefd buiginkje maar het was duidelijk dat ze het maar niets vonden, die drie bleekscheten bij hun huisjes.
Over de kinderen was papa Maasai iets onzekerder. Het waren er een paar tiental, maar hoeveel precies, daar kwam niemand achter.

Ondertussen kwam de Kilimanjaro door de wolken piepen, net in het gouden uur, waar de foto's het mooist zijn en het hele uitgebreide gezin bekeek met verbazing hoe we maar bleven afdrukken met de lens gericht op een hoop keien.

Uiteindelijk namen we dan toch afscheid en in het schemerdonker reden we dwars over de uitgestrekte landerijen tot Wim plots in de verte een kudde koeien ontwaarde.
De stoom kwam hem zowat uit de oren.
Alle gemaakte afspraken ten spijt werd er toch weer gegraasd op de velden.
Met een bruuske ruk aan het stuur werd de aanval ingezet.
De twee morani (jonge krijgers) waren ook niet van gisteren en ze spurtten elk een kant uit terwijl ze de veestapel aan zijn lot overlieten.

Traag ploegde de oude Land Rover door de mulle aarde en de Maasai die op een harder stuk land liep, vergrootte zelfs zijn voorsprong.
Buiten adem gooide hij zich na tien minuten op de grond achter een boompje en Wim raasde hem in al zijn woede gewoon voorbij.
De morani, die nu al ongetwijfeld een flinke kilometer in de benen zitten had, sprong op en rende de andere kant uit en Wim, nu helemaal van god los, gooide de auto in zijn achteruit en in een wolk van roet en stof hosten we door de geploegde akker.
Ongewild waren we in een hilarische slapstick film terecht gekomen.

Uiteindelijk struikelde de arme jongen en onze chauffeur raasde recht op zijn onfortuinlijke slachtoffer af.

Mike en ik hielden onze adem in toen Wim de Maasai op een haar na mistte.
We vonden het net iets te ver gaan, maar Wim leek opgelucht.
"Die heeft zijn lesje wel geleerd", vond de boer en in een verwarrende stilte reden we terug naar de boerderij.

Het was duidelijk dat hier andere prioriteiten golden, iets wat wij met onze nette-mensen-van-de-stad mentaliteit duidelijk niet begrepen....

donderdag 24 september 2009

DE KEIBERG (DEEL II)

...de Maasai die sinds jaar en dag de gewoonte hadden om hun vee overal te laten grazen...
...werd er onder het genot van een paar biertjes...

...en daarna scheepten we in in de open Land Rover (zelfs de voorruit was neergeklapt) van Wim...


...Wim, de broer van Joke, die in de laatste twee maand 1 keer naar Arusha was gekomen...

...en natuurlijk Kilimanjaro...










woensdag 23 september 2009

DE KEIBERG

Opgegroeid op de Keiberg in het vredige Torhout, had ik nooit gedacht ooit nog zo in bewondering te kunnen staan voor iets wat enige helling vertoonde.
Ik heb het heuveltje waar we op woonden meermaals vervloekt toen ik mijn gammele fiets - slecht onderhouden en in geen maanden gesmeerd - omhoog trapte....

Op maandag vertrok ik met Mike , terug van twee maand vakantie in Engeland bij zijn vrouw en zijn vijf kinderen, voor een uitstapje naar West Kilimanjaro.
Daar wonen sinds jaar en dag Joke en Sjouke.
In het begin van de jaren tachtig startten ze er, samen met verschillende andere gezinnen, een boerderij.
Het was de tijd toen gin en een kratje tonic via een smokkelroute met ezels vanuit Kenia gehaald werd. Het hele winkel-project kon makkelijk langer dan een halve week in beslag nemen maar dan was het ook groot feest.
Alle gezinnen kwamen samen op 1 van de boerderijen en alles werd gedeeld.

Ik heb het verhaal al meerdere malen uit verschillende bronnen gehoord maar ook Joke bevestigde het: het duurde tot het begin van de jaren negentig alvorens er toiletpapier te koop was in Arusha.

Mike en ik stapten in de auto, passeerden de luchthaven Kilimanjar airport en in Boma ya 'ngombe (de kraal van de koeien) sloegen we linksaf, de wildernis tegemoet.

De eerste vijftien of zo kilometer waren nog asfalt maar daarna belandden we in de streek waar de boeren op hun veld ophielden met hun arbeid omdat er een auto voorbijkwam.
Toen bleek dat het een voertuig betrof met twee bleekgezichten erin, schudden sommigen onder hen meewarig het hoofd.
"Waar gaat het naartoe met de wereld?", schenen ze te denken.

Veertig kilometer verder in deze negorij vonden we Simbafarm.
We werden hartelijk welkom geheten en nadat we onze bagage kwijtraakten in een oud koloniaal bijgebouwtje, werd er onder het genot van een paar biertjes bijgepraat over de laatste nieuwtjes zoals dat vroeger ongetwijfeld gebeurde toen mensen gingen buurten bij elkaar.

Wij vertelden de roddels van de grootstad aan Wim, de broer van Joke, die in de laatste twee maand 1 keer naar Arusha was gekomen terwijl Mike en ik de verhalen aanhoorden van het leven in deze uithoek van Tanzania.
Het onderwerp dat meermaals ter sprake kwam in deze tijd van een zes maand aanhoudende droogte was de eeuwige strijd tussen de Maasai die sinds jaar en dag de gewoonte hadden om hun vee overal te laten grazen en anderzijds de boeren die hun gewassen wilden beschermen.
Er werden vergaderingen met stamoudsten belegd, boetes uitgeschreven maar niets scheen te helpen.
Mike en ik - als buitenstaanders - begrepen natuurlijk ook de Maasai die de keuze hadden tussen het schenden van gemaakte afspraken of de dood van hun veestapel.
Dat het spelletje nu en dan hard gespeeld werd, zou later die dag blijken.

We kregen alle uitleg over de tuin met groenten, het bonenzaad dat per ton naar Frankrijk en Nederland werd uitgevoerd, de uitgebreide dierentuin op Simbafarm en de nabijheid van de bergen.

Het was inderdaad een adembenemend zicht.
In welke richting je ook keek, je zag altijd wel de prachtige heuvels van Maasai land met als hoogtepunten de bergen Longido, Meru en natuurlijk Kilimanjaro.

We kregen een uitgebreide en overheerlijke lunch met zowel tanzaniaanse, indische als nederlande invloeden en daarna scheepten we in in de open Land Rover (zelfs de voorruit was neergeklapt) van Wim.
Over bochtige wegjes ging het, door het uitgestrekte domein.
De boerderij mat zeven bij drie kilometer en ondertussen wezen Wim en zijn collega Maasai ons op sporen van olifanten, de plaats waar iemand ooit een luipaard gezien had en hoe ze ooit eens driehonderd zebra's op het land geteld hadden.

Het was duidelijk een ander soort van boerderij houden dan in het vredige Torhout maar daarover morgen meer...

zondag 20 september 2009

VERKEER(D)

Ik dacht terug aan de tijd toen ik net uit het hospitaal ontslagen was en hoe ik halfslachtige pogingen ondernam om gerechtigheid te laten zegevieren.
Ik wilde mijn agressors in de gevangenis terwijl ik tegelijk twijfelde of het wel een goed idee was.
Van mijn bezittingen zou ik niets terug zien, je kan een kei tenslotte niet stropen en misschien joeg ik wel het misdaadsyndicaat van Arusha tegen me in het harnas.

Gelukkig hielp de politie me een handje.
Ik ben in die tijd vier keer langsgeweest, hijgend met wandelstok, trappen op en af en wachten in bedompte kamertjes terwijl ik eigenlijk alleen maar zo snel mogelijk terug in mijn vertrouwde bedje wou.
De wetsdienaren nu hebben gedurende die bezoeken geen letter op papier gezet. In onderzoeks- of juridische termen is er dus waarschijnlijk niet eens een zaak.

Ook het ongeval met een bedrijfsvoertuig een paar maand geleden heeft, op een paar vage beloftes na, nooit iets opgeleverd.
"Don't call us, we'll call you".... dat gedrag een beetje.

Dat het ook anders kon, bewezen de pennenlikkers in een andere zaak.

Benoit, een belgische piloot vertelde me het volgende:
Zijn vriendin die voor de UN werkt, was getuige van een banale aanrijding.
Tijdens een fout maneuver op een parking tikte een tanzaniaanse man de auto aan van een lid van de UN.
Op wat schade aan de bumper was er geen probleem maar aangezien het hier een UN voertuig betrof, werd de politie ingelicht.
De verstrooide man werd opgepakt en gelijk tot twee jaar celstraf veroordeeld wegens roekeloos rijden.
Het was duidelijk dat de politierechter hier een internationaal gebaar wou maken: de staat Tanzania is niet bang zijn onderdanen terecht te wijzen.
De veroordeelde was daar het ongelukkige slachtoffer van.

Iedereen die werkt voor de Verenigde Naties is nu aan het ijveren om de man vrij te krijgen, maar dat schijnt tot nu toe nog niet gelukt te zijn.

Bezoekers, jullie zijn allemaal welkom, maar ik zou toch maar goed uitkijken....

vrijdag 18 september 2009

WHAT'S ANOTHER YEAR? (DEEL II)

Tot mijn grote vreugde bedacht ik pas drie dagen na de negende september dat het twee jaar geleden was dat ik bijna naar de eeuwige Maasai velden verhuisd was door het ondoordachte gebruik van een vuurwapen in de handen van een ongenode gast.

Het bewees dat het hele incident mijn leven al lang niet meer beheerste zoals het ooit eens vier maand non stop deed.

Toch vond ik het raadzaam om eens naar het Selian Hosptiaal te rijden voor een afspraak met de dokter die me toen een pijpje in mijn trachea geramd heeft waardoor ik nog dikwijls terugdenk aan sexuele voorstellen in combinatie met een gevoel van totale verstikking.

Om me het ademen te vergemakkelijken had die goeie dokter Kisanga namelijk een plastieken buisje ingebracht waardoor ik acht weken mocht en moest ademen.
Praten ging niet meer want daarvoor moet je adem over je stembanden geblazen geworden worden.
Acht frustrerende weken stilte waren dat...

Daarnaast raakte het hele handeltje een paar keer per dag vol slijm wat je in normale omstandigheden zo zou ophoesten.

Om dat euvel te verhelpen heeft de wetenschap een machine uitgevonden.
Ik denk er nu nog met schrik aan terug.
Meestal ging het verloop van de dag zo: ik werd wakker met een verstikkend gevoel aangezien mijn hele luchtpijp verstopt zat.
Er waren twee opties.

Ofwel koos ik voor een langzame en pijnlijk dood door asfyxatie; ofwel duwde ik op het belletje om gered te worden.
Het was kiezen tussen de pest of de cholera.

Toen de witte tunnel die me rechtstreeks naar de hemelpoorten zou brengen zo ongeveer in zicht kwam, belde mijn overlevingsinstinct de verpleegster.
Monter kwam de dame van dienst mijn kamertje binnen, steevast met dezelfde woorden.

"Good morning Jan, can I suck you please?"

Inbegrepen in de service van het Aga Khan hospitaal maar mijn hartslag ging met honderd de hoogte in...
De uitnodigende vraag stond geenszins garant voor een bevredigende start van de dag.
Er werd een vervaarlijke machine dichterbij gereden en de verpleegster begon aan een job die me elke keer bijna tot aan een hartstilstand bracht.

Voor het zeven uur 's ochtends was, had ik het zinnetje al vier keer gehoord en was ik de uitputting nabij.

Ondanks dat had die lieve dokter Kisanga toch maar mooi mijn leven gered en ik wilde hem best wel eens terug zien.
De eerst mogelijke afspraak was pas binnen een maand maar hier stuur je als blanke toch gewoon een SMSje naar de dokter?
Ik vraag me af of dit ook een vorm van racisme is maar ik mocht gisteren wel gelijk op consultatie.

Dokter Kisanga beval een X-ray (twaalf euro) en een bloedtest (tien euro) en samen bekeken we een uurtje later het resultaat.

Mijn bloed was in orde, mijn longen zagen er goed uit en nergens was een teken van de infectie die me meer dan anderhalf jaar bezig gehouden had.
Alles scheen dus goed te gaan, en de pijn in mijn borst was vast eigen aan het littekenweefsel aldus de dokter.

Hij onderbrak ons gekeuvel plots en wees op de foto: "Ooit een rib gebroken?" vroeg ie.
"Niet dat ik me herinner", stamelde ik verbaasd.
De dokter keek me veelbetekenend aan. "Natuurlijk herinner je je het niet ', zei hij, "toen je na vijf weken terug uit dromenland kwam, was het allang genezen."

We beken samen het tot nu onbekende traject dat de kogel afgelegd had.
Het ding had mijn zevende halswervel gebroken en was teruggeketst op de rib die het ook niet overleefd had en was toen - biljart over drie banden - net onder mijn schouderblad blijven steken.

Drie gaatjes in mijn rechterlong en eigenlijk nog meer geluk gehad dan ik al verdiend had, het was een bevreemdend gevoel.

"Niet meer met stoute jongens spelen", zie dokter Kisanga lachend toen hij me naar de deur begeleidde.
Ik kon enkel aan die stoute verpleegsters denken....

donderdag 17 september 2009

BOTER, KAAS EN EIEREN, DEEL II

Ik werd meegetroond naar het rommelige achtererfje dat me - in zijn houten opbouw - deed denken aan een Far West dorpje.
Ik werd voorgesteld aan de koeien die me glazig herkauwend aankeken.
De kippen waren, zoals alleen kippen dat kunnen, druk in de weer met nutteloos rondscharrelen.
Tot zover niks speciaal...

Mijn mond viel open toen we achter de koeienstal in de bananenplantage bovenop een grote tank stonden waaruit een klein metalen pijpje stak.
"Ons biogas", zei mama Boni niet zonder trots.
En trots mochten ze zijn daar zo ver van de stad, diep in de bergen.
Sinds vijfentwintig jaar had de familie geen gasfles meer gekocht.
De mest van de koeien werd in de tank bewaard, het methaangas steeg en zocht een uitweg door de metalen leiding die rechtstreeks naar het eenvoudige kookfornuisje van de mama's liep en de rest van de drek liep via eenvoudige geultjes als bemesting in de tuin waar spinazie, aardappelen, sla en kool groeiden als... euh... kool.
De dames kookten eenvoudigweg op scheten, als eco-vriendelijk kon dat tellen.

Daarna gingen we naar het lokaaltje dat de eigenlijke reden voor mijn bezoek was.
Mama Boniface en mama Claude (om een onduidelijke reden mocht mama Freddy nooit meespelen met de grote zussen) wilden een zuivelfabriekje opstarten en daar hadden ze toch mijn advies - of mijn geld - voor nodig.

Het kamertje mat zes meter op zes meter, was kraaknet en de ondernemers hadden het goed voor elkaar.
Er was een karnton, kaasdoeken, verpakkingsmateriaal en datumstempels.

Hoewel ik geen kaas gegeten heb van de melkindustrie, dacht ik ze toch klem te krijgen door enkele gerichte pijlen af te schieten.
Mooi mis.
Ik opperde dat de boeren die de melk kwamen leveren, toch wel geregeld een beetje water bij hun melk deden om zo het te verkopen volume op te voeren.

Mama Boni toverde een klein flesje tevoorschijn dat een vloeistof bevatte en een pipet.
Er werd wat melk opgezogen en toen een gelijke hoeveelheid uit het mysterieuze kolfje.
De verkregen kleur van het mengsel gaf aan of er al dan niet water toegevoegd was.
Ondertussen haalde mama Claude een dichtheidsmeter boven. Een tweede test om de malafide melkmaffia uit te schakelen.

"En waag het niet nog eens terug te komen", schreeuwde de jongste van de twee zussen terwijl ze met de dichtheidsmeter als wapen de degens kruiste met een ingebeelde bedrieger.
Ze achtervolgde de man tot aan de deur, schopte tegen zijn fictieve kont en viel dan luid lachend op de grond terwijl mama Boni hikkend haar dikke ronde gezicht depte met een zakdoek die niet zou misstaan op een zeilschip.

Welke kazen de dames dan wel planden te maken, was mijn volgende vraag.
De klant kon kiezen tussen gouda, chester, mozarella, camembert en brie.
Er was ook gerookte kaas en op verzoek werden de kazen op extra smaak gebracht met rozemarijn, brandnetel of koriander.
Nog maar eens was ik sprakeloos.

Ik ging verder over de camembert; het leek me toch onwaarschijnlijk dat dat hier in dit eenvoudige kamertje kon gemaakt worden.
Een nieuw flesje kwam op tafel en ik kreeg de hele uitleg.

Tot slot bedacht ik nog wat eenvoudige rekensommetjes.
Als Asilia, de zaak die ik twee weken ervoor vaarwel had gezegd, hun boter en gouda zou afnemen, wat zou het dan opbrengen op maandelijks basis.
Het resultaat was de moeite, verlies was er niet en mama Claude praatte al over nieuwe schoenen, nieuwe uniformen voor haar drie koters en nog en nog....

"En wie betaalt dan de volgende lading melk, dames?", onderbrak ik het dagdromen.
Daarna deden we nog een basis-lesje herinvesteren en toen nam ik afscheid.

Sinds drie dagen houden de plannen van de dames me bezig, ik heb de boter al gebruikt en het is een duidelijk betere kwaliteit dan de ingevoerde nieuwzeelandse variant; ik heb mijn ex collega's gecontacteerd en de dames hebben een oud Volkswagen hippiebusje in de tuin staan dat weg mag voor een spotprijsje...
Ik het busje, zij een startkapitaaltje en voor een klein percentje doe ik wel hun marketing en hun boekhouding.
Maar dan wel "boter bij de vis", want zo hoort dat in Afrika....

dinsdag 15 september 2009

BOTER, KAAS EN EIEREN

Ook in Tanzania lopen huwelijken wel eens spaak.
De altijd lieve en behulpzame mama Claude - mama's worden hier genoemd naar hun eerstgeborene en naast Claude zijn er ook nog Clara en Chris als troonopvolgers - mama Claude dus, werd er een paar maand geleden brutaal uitgegooid door haar echtgenoot.

"Een man heeft zijn succes te danken aan zijn eerste vrouw en zijn tweede vrouw aan zijn succes", is ook hier weer een gezegde dat steek houdt.
Mama Claude werkte als bezeten, draaide iedere shilling twee keer om ten einde haar echtgenoot volop te steunen in zijn weg naar het succes als driver-guide.
Exaud evenwel bleef langer en langer van huis weg, werd veeleisend en moeilijk en plots bereikte de afrikaanse tamtam mama Claude: er was een andere - jongere - vrouw opgedoken.

Mijn lieve buurvrouw is niet op haar mondje gevallen en confronteerde haar liefhebbende echtgenoot met zijn overspel.
Tien minuten later zaten zowel haar ogen als de deur dicht.
Zover is de emancipatie gevorderd in Tanzania.

Mama Claude kwam uithuilen bij mij - "een verdomd knappe man met een zwart hart" waren haar woorden - en een kwartier later nam ze draad weer op; zo gaat dat hier.
Je hebt niet veel tijd om stil te staan bij emotionele drama's; er moet tenslotte brood op de plank komen.

Ze trok in bij haar zussen, mama Boniface en mama Freddy, de eerste wacht vertwijfeld op haar echtgenoot die een paar maand geleden een pakje sigaretten ging kopen terwijl mama Freddy haar nog jonge echtgenoot verloor aan een niet nader genoemde ziekte waarvan iedereen de naam kent...

Daar ging ik gisteren heen want de dames hebben grote plannen en hebben mij daar bij nodig.
Of mijn geld, daar wil ik even vanaf zijn....


Ik reed een goeie twintig kilometer de bergen in over een geasfalteerd en bochtig wegje dat ontworpen scheen te zijn voor mijn motor en in het vredige dorpje Terembo werd ik om de nek gevlogen door de twee mij onbekende zussen alsof ik de messias was.
Mama Claude bekeek glunderend het gebeuren vanop een afstand; het was tenslotte haar blanke, zij hoefde niet zonodig.

Ik werd binnengelaten in het stenen huis en aan mijn lot overgelaten in de benepen woonkamer.
Ik koos de enige fauteuil zonder teddybeer en had uitgebreid de tijd om de inrichting te monsteren terwijl de drie mama's een koningsmaal bereidden.
Het interieur deed me denken aan de huizen die ik zeven jaar lang bezocht heb diep in de belgische Ardennen toen ik daar een jongedame frequenteerde met een goed hart maar een eerder vulkanische ingesteldheid.

De muren van de woonkamer waren geschilderd in het soort groen dat in mijn jeugd gebruikt werd voor de toiletten op school; bij wijze van versiering hingen er twee kunstgras-voetmatjes tegen de muur naast een paar slingers engelenhaar en de meeste van de grote verzameling pluchen beesten miste een oog.
Ik vroeg me af of ik in een voodoo omgeving terecht gekomen was en later naar Arusha zou afreizen als een cycloop.
De teddies die de eer hadden in de zetels te mogen zitten, hadden allen een gebreid truitje aan.
In hun blote onderlijfje zagen ze er ronduit meelijwekkend uit.

Toen was het eten klaar.
De lieve dametjes hadden hun best gedaan, zoveel was duidelijk.
Er was rijst en er waren frietjes.
Mama Claude was naar de stad geweest om bloemkool en boontjes, om een grote blozende tomaat en om twee flesjes water.
De bezoeker mocht niets tekort komen.

We slaagden erin zowat de helft van de enorme maaltijd naar binnen te werken, onderbroken door een paar hallucinante lachbuien van de zussen, begeleid door een paar high fives en zowaar een vrolijk dansje van kogelronde mama Boni.
Dit was het echte, joviale leven van ruraal Afrika...

Daarna begon de rondleiding, maar daarvoor moet u de gids bijbetalen.
Indien morgen op mijn rekening, ga ik verder met deel II....

dinsdag 8 september 2009

SPIJT VAN VERLOREN TIJD

Het kwam als een godsgeschenk.
Net toen ik mijn job eraan gegeven had omdat ik naar Afrika gekomen was om meer doordacht en bezadigd te leven, werd grootmoeder Janssens negentig.

Het zal u vast een raadsel zijn wie die fiere dame is, maar voor mijn bezoekers in Arusha gaat misschien een lichtje branden.
Iedereen wordt tijdens zijn of haar reis naar het mooiste land ter wereld steevast meegetroond naar het fantastische Onsea House (www.onseahouse.com).
Sinds enige tijd baten neven Dirk en Axel Janssens een uiterst charmant boutique hotel uit met een heerlijke keuken.
Toen oma een groot feest wou geven, boekten Axel en Dirk gelijk een vlucht naar Belgie en werd ik ingeschakeld voor het dagdagelijkse management.

Ik heb het me nog geen moment beklaagd.
Onsea House is prachtig gelegen, heeft een zwembad en een jaccuzi, een prachtig terras en een unieke verzameling wijnen.
Aangezien de interim manager ook moet eten en - eerlijk is eerlijk - om u het water in de mond te laten lopen, kan ik vertellen dat ik gisteren een half kreeftje als entree, steak bearnaise als hoofdschotel en tenslotte chocolade souffle als dessert achter de kiezen gestoken heb...

Het waren zes dagen in een nieuwe omgeving maar er was voldoende tijd om gewoon op het terras te zitten lezen en te genieten van het heerlijke uitzicht.

Mijn mijmeringen brachten een vergeten Keniaans gezegde terug aan de oppervlakte.
" IEMAND DIE ONDER EEN BOOM NIETS ZIT TE DOEN, IS GEEN TIJD AAN HET VERLIEZEN; HIJ IS NET TIJD AAN HET PRODUCEREN."

De gedachte bracht me bij de vele Flairs, Goed Gevoels en Feelings die ik tot mijn grote vreugde had gevonden in mijn tijdelijke verblijfplaats.
Ik genoot van de vele artikels die ons nieuwe inzichten beloofden, ons gelijkgestemde zielen deden ontmoeten en ons geruststelden dat onze angsten en fobien niet zo vreemd waren als we zelf wel vreesden.
Getuige daarvan waren een niet aflatende stroom aan ervaringsexperten, geschoolde hulpverleners en vrouwen die ons informeerden over wat hen precies dwars zat.
In mijn ogen veelal futiliteiten, maar wie ben ik om iemand anders problemen in twijfel te trekken.

Wat me opviel was dat "tijd nemen" ontelbare keren opdook in de tijdschriften die zichzelf profileren als de thuisleveranciers van een goed gevoel en een uitgebalanceerd leven.
Tijd maken voor jezelf, tijd nemen voor je zelfontplooiing, tijd geven aan je gezin of je vrienden; er werd gegrossierd in het enige wat vervliegt nog voor je beseft dat het er is...

Ik ben in ieder geval van plan om vanaf nu veel tijd te spenderen aan tijd te verliezen....
Uit een gecombineerd gevoel dat me ingegeven is door het afrikaans spreekwoord en de bijhorende levensstijl enerzijds en door de goede raad die al die positief ingestelde magazines me verkopen anderzijds.
Als alles goed gaat, moet ik op die manier zoveel tijd produceren dat ikzelf honderdvijftig word en ik mijn overproductie kan verkopen aan het drukke westen.

U kan me vinden onder gindse boom....

vrijdag 4 september 2009

TOTAAL VAN DE KAART

Sinds twee maand ben ik in het bezit van een VISAkaart.
De eerste bankkaart van mijn leven.
Daar moet je dan 43 voor geworden zijn.

Je vergeet nooit je eerste keer, wel, mijn eerste keer was ook al memorabel.
Van pure zenuwen omdat de streng kijkende automaat mijn kaart beloofde in te slikken - althans zo keek dat koude blok geborsteld aluminium me aan - typte ik twee keer de verkeerde code.
Self fulfilling prophecy heet zo iets in termen die de mijne niet zijn maar wel een grond van waarheid bevatten.
De kaart verschafte me toegang tot liquide middelen op gelijk welk moment van de dag en de nacht.
Nu zijn daar in Oost Afrika wel enige restricties aan verbonden.
Bankautomaten schieten als paddestoelen uit de grond maar de wildgroei aan kaarten zaait nog sneller uit waardoor je geheid een halfuur staat aan te schuiven achter drie oude besjes die elk vijf dollar afhalen.
Daarnaast is het ook niet aangeraden om je na donker op te houden in de buurt van de machines, ook andere mensen met snode plannen weten wat je bedoeling is.
Die van hen hoeft dan ook geen verdere uitleg...

Op vrijdag gaf ik mijn sleutels en mijn telefoon af aan mijn ondertussen ex-baas; op zaterdag stond ik al in Dar Es Salaam of Stad van de Vrede.
Een uitstapje weg van stoffig arusha is altijd een goed idee wanneer je eventjes verlangt naar een klare kijk vanop een zekere afstand.
Aangezien ik geen toegang meer zou hebben tot een computer, aangezien de firma me een aardig extraatje had uitbetaald en aangezien Dar het Eldorado leek in vergelijking met het boerengat waar ik vandaan kwam, stapte ik op maandag de straat op na een hectisch weekend in het gezelschap van Angelo en Alister, AnnaJoyce en Pam.
Enigszins wankel nog liep ik onder de loden zon van Dar winkel na winkel af voor wat de aanschaf zou worden van de eerste laptop in mijn leven.
Daar moet je - inderdaad - dan 43 voor geworden zijn...

Ik werd onmiddellijk verliefd op de Toshiba waar ik deze blog nu op schrijf en enthousiast haalde ik mijn bankkaart boven.
Helaas was betalen met VISA niet mogelijk in de winkel. De straat op dan maar op zoek naar mijn vrienden, de geldspuwers.
Het maximum bedrag dat in 1 keer kan afgehaald worden in Tanzania, is iets van een 220 euro; daar raak je dus nergens mee...
Een tweede gedurfde poging bracht me nog eens het zelfde bedrag op, maar mijn derde overmoedige aanval werd koudweg afgeslagen.
Hier valt vandaag niets meer te rapen, lachte de automaat me uit.

Ontmoedigd ging ik terug naar de winkel waar ik het eerste deel van betaling voldeed.
Het geld zou daar ongetwijfeld veiliger zijn dan in mijn groezelige hotelkamer....

Vierentwintig uur later plande ik een nieuwe overval.
Helaas zonder goed gevolg, de machines weigerden me uit de nood te helpen en er zat niets anders op dan het hoofdkantoor aan de andere kant van de stad te bezoeken; ik werd er van het kastje naar de muur gestuurd en doorkruiste de hele stad op zoek naar mijn eigen geld maar niemand kon me helpen.
Ten einde raad belde ik het nummer dat op mijn kaart vermeld stond en daar bleek dat ik 24 uur had moeten wachten voor ik een nieuwe poging waagde; iets waar ik wel degelijk rekening mee gehouden had.
Door het telefoongesprek bleek evenwel dat ik de verwerking van de gegevens niet ingecalculeerd had.
Dat duurde een paar minuten en daardoor had ik mijn code vier minuten te vroeg ingetikt.
Ik overwoog eventjes om mijn kaart in twee te knippen.
Had ik niet al de helft van mijn leven geleefd zonder dat stukje plastic?

Opgetogen stapte ik opnieuw het hele stuk naar de betaalautomaat.
Ik hoorde het geruststellende geratel van de teller en toen stopte het hele proces plots.
"Onvoldoende biljetten. Transactie stopgezet. Uw rekening wordt niet gedebiteerd", verscheen in koude grijze letters op het scherm.

Heeft iemand een schaar?

donderdag 3 september 2009

OPNIEUW LEREN LEVEN

Sinds ik op een halve dag tijd besliste om De Kokodril na dertien jaar en Belgie na vier decenia achter me te laten, hou ik van een plotse ommezwaai in het leven.
De reden waarom ik mijn vaderland en de zaak vier jaar geleden uit mijn gedachten bande, was dat ik wou werken om te kunnen leven en niet wou leven voor mijn werk.

Tot mijn verbazing bevond ik me de laatste drie, vier maand in een gelijkaardige situatie hier in wondermooi Tanzania.
Het is ook logisch als je werkt voor een westerse markt dat er een bepaald niveau verlangd wordt, daar is niets mis mee.
Moeilijker wordt het dan weer wel als je alles moet rond krijgen in een systeem waar heel veel nog op zijn afrikaans gebeurt.
De politieman aan de rand van de weg heeft er lak aan dat ie een jeep met bleke toeristen vijf uur ophoudt omdat een document niet in orde is.
Hij beseft niet dat zijn gijzelaars een druk progamma afwerken in tien dagen en hij heeft daarnaast een totaal ander tijdsbesef dan wij.
De wegen zijn anders, het klimaat is onvoorspelbaar en heftig, de vrachtwagens zijn in een slechte staat.
Probeer dan maar eens die fles gin, de krat tonic en de kip op tijd vijfhonderd kilometer verder in de Serengeti te krijgen.
Tenslotte zijn er ook nog de geachte medewerkers - en dit schrijf ik neer zonder een greintje ironie - ik hou van ze, stuk voor stuk, maar de samenwerking verliep op een enigszins andere manier dan ik me voorstelde.
Werknemers hier hebben een andere visie op verantwoordelijkheid nemen; als de zaken niet lopen zoals ze gepland waren, dan is dat maar zo.
Daar heeft niemand kopzorgen in.
Gevolg is natuurlijk wel dat iemand anders proactief moet denken zodat de zaak op alle calimiteiten is voorbereid en dat werd op de duur een onhoudbare situatie.

Vandaar dat ik twee weken geleden mijn ontslag ingediend heb en vorige vrijdag mijn laatste dag als Central Operations Manager heb gewerkt.

Letterlijk krampen in mijn hart door de hoge werkdruk deden me vier jaar geleden De Kokodril sluiten; hetzelfde overviel me meer en meer in de laatste maanden.
Om vijf uur 's ochtends wakker door een vaag en onbestemd gevoel van zenuwen, om zeven uur op kantoor en geen tijd voor lunch, het was schering en inslag...

Daarom is de beslissing plots en resoluut genomen. Hoe het nu verder moet, zal de toekomst uitwijzen maar ik heb alvast geen seconde spijt van mijn risicovol besluit ook al hield ik van mijn job en mis ik mijn collega's enorm.

De pijn in mijn hart is weg, de vredige nachtrust is terug en daar kan ik enkel maar dankbaar en blij om zijn.

Hoe het verder moet, zien we dan wel weer...
Eerst vakantie.