donderdag 30 april 2009

WE REIZEN OM TE LEREN

Op donderdag hoor ik telkens de lokroep van de sirenen in Via Via.
Op die avond treedt er steevast een groep lokale muzikanten op en is dit "the place to be" voor een lange nacht.
Ik zat genoeglijk met Mike te praten over wat nog allemaal bezocht diende te worden in Tanzania toen twee furies de zaak binnen vlogen. Mike bleek Leila te kennen en de twee jonge dames, duidelijk boven hun theewater, zetten de hele zaak op stelten.
Na een half uur nodigde Leila ons uit in haar hotel in Karatu, vlakbij de Ngorongoro krater.
Nog een half uur later lalde haar vriendin Irene die net overgevlogen kwam uit Dar Es Salaam dat ze een TV persoonlijkheid was. Ik geloofde er geen letter van, maar aangezien ik probeer een goed journalist te zijn, checkte ik haar naam net op google. Het kind heeft meer dan duizend hits en deed een fashion programma op de Tanzaniaanse TV. Ik heb zowaar een halve avond en daarna nog eens drie dagen doorgebracht met een beroemdheid zonder het ooit te beseffen.

Op zaterdag stapten Mike, de exentrieke Brit van 62 met de lange haren, en ik in een aftandse Land Rover en met enige vertraging omdat Mike met ongeveer iedereen onderweg een praatje wilde maken in zijn schabouwelijke Kiswahili bereikten we Karatu net toen de marathon afgelopen was terwijl we dit evenement eigenlijk tot het doel van onze trip gemaakt hadden.

We kregen elk een kamer toegewezen in het verder lege hotel en ik was weer maar eens verbijsterd hoe weinig gevoel voor esthetiek Tanzanianen hebben.
De inkom van het hotel leek op de vertrekhall van een luchthaven en de handelaars in tegels deden ongetwijfeld gouden zaken in hotels van dit kaliber.
Tegels tegen de muur, op de grond, op de trappen; je mocht al blij zijn dat je boterhammen bij het ontbijt niet betegeld waren...
Spekglad en stijlloos.
Maar een gegeven paard kijk je niet in de bek, dus zochten we het gezelschap van Leila - half zweeds en half somalisch - en Irene, het afrikaans stijlicoon op en onder het genot van alle mogelijke cocktails die de barman kon bedenken, bespraken we de hele geschiedenis van Tanzania.
Beide jonge dames waren gefascineerd door hun land en door president Nyerere die nog altijd met respect genoemd wordt ook al is ie al tien jaar overleden.
Het was interessant te zien hoeveel jonge Tanzanianen over hebben voor hun land. Ik ken nog twee beloftevolle rijzende sterren die na respectievelijk drie en zeven jaar teruggekeerd zijn uit Amerika om hier - voor een beduidend lager loon - de weg te effenen naar algehele ontwikkeling.
Tanzania kan er alleen maar wel bij varen....

woensdag 22 april 2009

BOODSCHAP VAN ALGEMEEN NUT

Het is stil op mijn blog en dat spijt me oprecht.
Wat me niet spijt, is dat ik verlof heb voor de volgende twee weken.

Via een toevallige ontmoeting vorige donderdag heb ik een lang weekend doorgebracht in een leuk hotel in Karatu, vlakbij de Ngorongoro krater en morgen vertrek ik met flegmatieke britse Mike voor een weekje in de richting van Kigoma aan Lake Tanganyika.
Het wordt een rit van een goeie duizend kilometer enkele reis om de chimpansees te bezoeken in Ngombe Stream National Park.
Aan de overzijde ligt de democratische republiek Congo en iets te noorden stap je Burundi binnen.
Een weekje afgesneden van de meeste communicatiemiddelen dus maar ik beloof uitgebreide verslaggeving in het geval ik ooit terug naar Arusha kom...

Het allerbeste en tot volgende week....

OVER BERG EN DAL KLINKT HOORNGESCHAL, DEEL II

Zoals al vermeld zijn the Usambare Mountains de Alpen van Tanzania, zij het dan met iets andere bewoners en landbouwgewassen.
De weg kronkelde steil de bergen in en we haalden krakkemikkige busjes in die, volgepakt met passagiers, meubelen, geiten en kippen zwarte rook uitbraakten terwijl ze de top probeerden te halen.
We bereikten Irente Farm, een biologisch gerunde boerderij waar we onze tenten op het minieme grasveldje konden opslaan. Een eindeloos lange stoet van safari-mieren marcheerde evenwel dwars over het terrein en maakte ons het leven zuur.
Op geregelde tijdstippen sprong 1 van ons op en maakte gillend een belachelijk danspasje terwijl gelijk de broek naar beneden gestroopt werd.

Rond de stoet van mieren patrouilleerde hun soldaten.
Geen enkele aanvaller was hen te groot.
Ze klommen langs je benen ophoog tot ze de uitgelezen plek hadden gevonden voor een afstraffing. De kaken van de agressor beten zich vast in je been en de bankschroef werd aangedraaid.
Wanneer je de bijtende pijn voelde was het meestal al te laat.
Zelfs wanneer je de mier van je lijf probeerde te trekken, bleef de kop veelal zitten.

We maakten kamp, zetten de keuken op en speelden belachelijke drankspelletjes terwijl de lokale bewoners van dit paradijs ons niet-begrijpend aankeken.

Op dag twee bezochten we Lushoto, het leuke dorpje in een vredig dal.
De koeien en de schapen zagen er gezond uit en de mais op de steile hellingen zag groen.
Het leek een heel aangename plaats om te wonen.
We kochten een geit die later door Aslam, de enige moslim in het groepje, halal zou worden geslacht.
In de namiddag wandelden we naar het Irente view point.
Het zicht was waarlijk adembenemend.
De wereld brak gewoon abrupt af en ging honderden meters loodrecht naar beneden.
Diep onder ons zagen we de weg tussen Arusha en Dar Es Salaam.

Terug in het kamp ontkwam het geitje niet aan zijn onfortuinlijke lot en werd de BBQ klaargemaakt.
We werkten als een team waarbij Kigen een speciale vermelding verdiende voor het maken van de meest verschroeiende bloody Mary's ooit.
De stoom kwam ons zowat uit de oren en we mochten niet te dicht bij het kampvuur komen, wilden we niet spontaan ontbranden door het alcoholpercentage in de cocktail.
We ontmoetten ook nog Gary en Mike uit Arusha die in het Eagles Nest overnachtten. Dit charmante plekje kon je enkel met veel moeite bereiken via een modderig paadje. Eagles Nest, twintig jaar geleden gebouwd door de Amerikaan Gary, lag op een punt van het hoogste gebergte van the Usambara Mountains. Aan drie zijden rondom het huis gaapte een enorme leegte.

Op maandag laadden we alle bagage terug in de jeeps onder een dreigend wolkendek en richtten we de steven opnieuw naar het noorden.
We haalden vlotjes Moshi maar daar liep het avontuur een laatste keer vrijwillig mis.
Sarah en Jessica, Aslam en Nick hadden samen school gelopen in Moshi en wilden de herinnering aan vervlogen tijden levendig houden middels het bezoeken van alle drankholen die ze vroeger veelvuldig frequenteerden.
Het feestje ontaardde toen de tequilashots op tafel kwamen en uiteindelijk haalden we Arusha laat in de nacht en in de gietende regen....

Het was alweer een fantastische trip geweest...

woensdag 15 april 2009

OVER BERG EN DAL KLINKT HOORNGESCHAL

En alweer was het verlengd weekend.
Een mens zou er op den duur lui van gaan worden.
Het doel van de volgende uitstap was dit keer de Usambara Mountains, ergens halverwege tussen Arusha en Dar op een goeie 350km afstand.
Met zijn negenen maakten we wilde plannen waar kampvuren, BBQ's en grote wandelingen een prominente rol speelden.
Om onze korte vakantie goed in te zetten, spraken we op donderdagavond af in Via Via om de laatste knelpuntjes te bespreken. Veel verder dan enorme hoeveelheden drank wegwerken kwamen we niet.
Het leek alsof morgen niet bestond.
Morgen bestond helaas wel want op vrijdagochtend werden we om zes uur 's ochtends verwacht bij Sarah thuis. Daar stonden de twee jeeps van haar safaribedrijf al klaar om negen hondsmoee wrakken naar Lushoto-city te brengen.
Iedereen had zijn steentje bijgedragen en we laadden de meest fantasierijke attributen in de Land Rovers. Tenten, safaristoelen, een hangmat, gasflessen, een BBQ-stel, een gettoblaster uit de middeleeuwen,..het mocht een wonder heten dat we er zelf nog bijkonden.

We vertrokken in de gietende regen aan het begin van het regenseizoen dus vier dagen in benepen tentjes doorbrengen leek ons ongeveer zo aanlokkelijk als naakt op de grote markt van Brussel te gaan staan.
(Hoewel de meeste van mijn reisgenoten Brussel niet echt wisten liggen, laat staan de grote markt.)
Na vijftig meter stopten we om te tanken en honderd meter verder donderden de eerste stoelen van het dak.
Toeterende file achter ons en de helft met de slappe lach.
Het beloofde een heroische trip te worden.
We haalden Moshi aan de voet van de Kilimanjaro zonder kleerscheuren en passeerden Segera en Same.
Plots reden we door een uitgestrekt gebied met baobab bomen.
De uitleg kwam van Nick, de volgetatoueerde bestuurder.
We waren in een corridor tussen de uitlopers van verschillende gebergtes. Olifanten gebruikten deze weg als een gemakkelijkheidsoplossing en brachten in hun mest duizenden zaadjes van de apenbroodboom naar deze regio.
Verder ging de tocht door eindeloze sisal-plantages waar touw gemaakt werd van de sterke vezelachtige plant.
Uiteindelijk kwamen we aan in Mombo. Hier in de afspanning met de toepasselijke naam Liverpool stopten dagelijks tientallen bussen die heen en weer pendelden tussen Dar en Arusha en Kenia.
Het was een enorme drukte tussen de eetstalletjes en ik genoot van het onderweg zijn.
In Mombo ging het linksaf, de bergen in.
We lieten de tropische hitte van het zeeklimaat achter ons en via een schilderachtig mooie weg reden we naar hogere regionen, de mist tegemoet....

dinsdag 14 april 2009

STAD VAN DE VREDE, DEEL IV

Net terug van een heerlijk verlengd paasweekend in de Alpen van Tanzania. The Usambara Mountains zijn een verbazend stukje Oostenrijk in Afrika maar daarover later meer.
Eerst nog een laatste stukje wijden aan de mens en zijn bizarre voorkeuren.

In het steeds wisselende groepje blanke mannen tijdens mijn verblijf in Dar...

eventjes de zin stopzetten voor een opmerking. Het ging inderdaad de hele tijd om een 100 % blanke bijeenkomst. Al zovele malen heb ik opmerkingen gekregen van goedbedoelende bezoekers die vonden dat wij, expats, aan gettovorming deden.
Nu is dat ook zo, maar geloof me, het is uit pure noodzaak. Of armoede zo u wil.
Ik kan ze op 1 hand tellen, de Afrikanen met wie ik het op mijn gemak een volledige avond kan uitzingen met voldoende gesprekstof en een open visie op de wereld rondom ons.
Maar al teveel van mijn collega's Afrikanen zitten vast in een eeuwenoud traditioneel model dat nu volledig voorbijgestreefd is.
Daarnaast is ook religie een houvast in deze onzekere tijden. Ik zou ze de kost niet willen geven, mijn broeders en zusters die in alles de hand van de almachtige zien.
Makkelijk om tegenslagen te verwerken want jij kan er tenslotte niets aan te doen, maar hemeltergend als je iets wil bereiken.
Verder zitten we ook nog altijd met het vooroordeel opgescheept dat blanken het geld gewoon uit de goot rapen in hun thuisland en dat geen enkele afrikaan uit zichzelf een probleem zal oplossen. Na meer dan vijftig jaar handjes vasthouden van de rijke blanke oom en het socialisme van president Nyerere dat eigen initiatief overbodig maakte, kiest de doorsnee Tanzaniaan voor de gemakkelijkheidsoplossing. Wachten tot iemand anders het probleem oplost...

Enfin, dit geheel terzijde.

In het steeds wisselende groepje blanke mannen tijdens mijn verblijf in Dar dus...hield zich ook een figuur op die nogal erg geinteresseerd was in de jacht.
Zijn jachtgebied strekte zich uit over de vele nachtclubs die Dar rijk was en betrof meestal jonge deernes met een holle rug en eindeloze benen.
We hadden het er uitgebreid over, tijdens onze avondlijke ontmoetingen.
Dat kon ook moeilijk anders want met de regelmaat van de klok werd ik voorgesteld aan alweer een ander kirrend wicht dat lieve woordjes kwam fluisteren in het oor van mijn vriend.
Ze hadden allen exotisch klinkende namen zoals Aischa en Neema, ze keken je aan met slaapkamerogen en zonder uitzondering hadden ze lange golvende haren.
Het benieuwde me zeer of dat pruikje er ook afging eenmaal ze van het weinige textiel verlost werden in het bed van mijn stapgezel.
Waar armoede samen gaat met vrouwelijke schoonheid is prostitutie veelal geen keuze maar een vaststaand gegeven.

Ik probeer ieders keuze te respecteren zolang die gestoeld is op iet of wat respect maar met de prostitutie business had ik het toch echt wel moeilijk.
Nu is mijn vriend een fidele man die naar mijn idee geen sexuele aberraties vertoont en zijn avondlijke partners degelijk behandelt.

Ik heb het moeilijk met het feit op zich.
Je scharrelt zo'n grietje op.
Moeilijk is dat niet. Kijk ze tien seconden in de ogen en ze zitten op je schoot. Fluisterend en giechelend worden je allerlei beloftes gedaan.
Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat de werkelijkheid totaal anders moet zijn.
Dat kind wil niet liever dat het zo snel mogelijk achter de rug is terwijl de klant zoveel mogelijk waar voor zijn geld wil.
Een verschillende kijk op hetzelfde gehijg.
Daarnaast stel ik me ook vragen over de gezondheidsproblemen.
Wat doe je met zo'n meisje als het spook van sexueel overdraagbare ziektes de hele tijd rondwaart.
Waar gaat deze sex in 's hemelsnaam over?
Erop en erover. Veel anders kan ik me er niet bij voorstellen.
Lijkt me zielig voor beide partijen.

Het gesprek ging verder, heel geregeld onderbroken door alweer een vuurrode jurk in laagjes, hoge hakken en de belofte van zwoele nachten.
Mijn gesprekspartner hield vol dat hij eigenlijk nooit betaalde voor de dames van lichte zeden en dat hij bijgevolg ook geen hoerenloper kon genoemd worden.
Dat de teller van zijn escapades ondertussen in de richting van de honderd begon te tikken, deed hier geen afbreuk aan.
Hij trakteerde de meisjes, betaalde voor een maaltijd en de taxi terug naar hun 1kamer-woninkje en gaf ze er nog een fooitje bovenop.

Wat ik me afvroeg was: hoe erg moet het met je gesteld zijn dat je de tijdelijke veiligheid van een veel oudere blanke man verkiest om wat te eten te hebben plus een nacht in een degelijk bed boven de eeuwige strijd in de betonnen jungle van de grootstad.
Mijn vriend voelde zich er alvast prima bij. Hij glunderde terwijl een nieuwe mogelijke recreatie-dame tegen hem aankronkelde...

woensdag 8 april 2009

STAD VAN DE VREDE, DEEL III

Ook in ons gezelschap, maar dan enkel omdat Angelo de sleutels van de auto in zijn zakken had zitten en hij bijgevolg niet naar bed kon, was Alister.
De twee mannen delen een kast van een huis en zijn samen in zaken gestapt.
Voor Alister was dat een economische noodzaak nu de ultra rijken ook op de kleintjes begonnen te passen.
Alister was in 2001 in Tanzania aangekomen vanuit Washington DC omdat hij professioneel jager wilde worden.
De jonge mannen in opleiding worden in kampen diep in de bush gedropt en zien geen asfalt voor de eerstkomende elf maand. Ze verdienen een fabelachtige 500 dollar per maand en zijn de waterdragers van de gearriveerde jagers.
Om hun volharding te testen, krijgen ze toestemming om hun familie op te zoeken in de kerstperiode. Halverwege december kreeg iedere jager in opleiding evenwel het nieuws dat alle verlofdagen ingetrokken waren. Wie dan op zijn tanden beet en bleef, zat gebeiteld.
De rest verdween roemloos uit het geheugen van de echte doordouwers.

Alister werd na enige tijd ingeschakeld in het anti-stropers team.
Hele dagen reden de ploegen rond in de hoop stropers op de enorme hunting blocks te betrappen. Zo'n ontmoeting eindigde niet zelden in een vuurgevecht en de jonge snaken waanden zich soms in the Wild West.

De reden dat de toeristen wegbleven, lag honderd procent aan de hebberigheid van de tanzaniaanse regering. De prijzen gingen in de laatste paar jaar makkelijk maal drie.
Een hunting block waar je rijke klanten zich out of Africa waanden, kon gemakkelijk tot 50 000 dollar per jaar kosten. Dat bedrag moest dan wel in een half jaar terug verdiend worden omdat het jachtseizoen maar een half jaar duurde.
De prijs werd bepaald door het aantal dieren dat zich op het block ophield. Helaas gebeurde het meer dan eens dat de oppervlakte vlak naast een beschermd gebied verhuurd werd voor een fabelachtige prijs, dat daarna een periode van grote droogte aanbrak en dat bijgevolg alle dieren op zoek gingen naar groenere weiden. In het hunting block van de buurman liefst om je de ogen uit te steken.
Daarnaast werd voor ieder dier dat neergelegd werd ook nog een trofee-kost aangerekend. Voor een leeuw of een olifant kon dat makkelijk 3 000 dollar zijn.

Waar ik in het begin moeite had met jagers en hun gewoontes, kan ik nu al veel beter de voordelen inschatten.
Het blijft me een raadsel waar de voldoening ligt in het neerknallen van een prachtig dier maar de inkomsten zorgen tenminste voor een financiele zekerheid om al dat natuurschoon te onderhouden.
Daarnaast steekt nu ook een ander probleem de kop op.
Alle bedrijven die jachtsafari's organiseren, doen dat over de hele wereld.
Voor hen is het dan ook niet moeilijk om uit te wijken naar Botswana of Zambia.
Ook Mozambique zit in de lift na jaren van oorlog en zelfs Zimbabwe ontvangt weer meer bezoekers. Die seniele gek die zich president waant, schrikt blijkbaar alsmaar minder mensen af.
Bezoekersaantal omlaag betekent inkomsten kelderen betekent uitgaven beperken betekent geen anti-stropersteams meer.
De lokale stropers hebben weer vrij spel en het moeizaam opgebouwde dierenbestand kan in een paar jaar alweer gedecimeerd zijn.
Alles in functie van het slijk der aarde...

STAD VAN DE VREDE, DEEL II

Het voordeel van leven in een land waar de ontwikkeling nog in het prille stadium zit maar waar ondertussen wel enorme sommen te verdienen vallen, is dat je op de meest gewone plaatsen mensen ontmoet die een ongewone job uitoefenen.

Zo liepen we James tegen het lijf, een slungelige Amerikaanse nerd die - behalve over zijn werk - nergens iets interessants over te vertellen had.
Het was zijn eerste keer dat hij zijn geboortedrop verliet maar hij had wel een razend interessante job.
James werkte op een schip, volgestouwd met de meest futuristische apparatuur.
Het project was in Zuid Afrika van start gegaan en de kerels zouden het hele continent rondvaren om een glasvezelkabel van een gespierde bovenarm dik op de zeebodem te leggen.
We luisterden met zijn allen gebiologeerd.
Hoe konden ze het verzinnen?

Langzaam werd de kabel afgerold van het schip. Op de zeebodem werkte een soort van een telegeleide duikboot die een geul groef van een goeie meter diep. Daar werd de glasvezelkabel in begraven.
Via camera's werd het hele procede bekeken en gestuurd.
Sleufje graven, kabeltje erin, dichtgooien.
Het leek simpel maar het ding was peperduur...
De kabel was een echte informatiesnelweg. De capaciteit bedroeg 100 Terrabyte. Geen idee wat dat betekende maar het gezicht van James zei duidelijk: veel, heel veel.
Die kabel was natuurlijk niet eindeloos lang dus op gezette tijden moesten twee stukken aan elkaar gezet worden. Dat gebeurde in een labaratorium aan boord onder een elektronenmicroscoop.
Een detailwerkje was het, om de vijftig aparte glasvezeltjes met elkaar te verbinden.
Bij iedere grootstad werd een aftakking gemaakt waarbij de kabel aan land kwam en dan verder hele regio's zou ontsluiten van informatie-armoede.
Telefonie, TV, internet. Miljarden bits en bytes, ontelbare nulletjes en eentjes zouden hun weg vinden over de zeebodem.
Waar een koraalrif of een plotse diepte was, werd zelfs een soort beschermende constructie neergezet om onze gegevens te beschermen.

Zo vreemd om te beseffen dat mensen die nog nooit een computer van dichtbij gezien hadden, die niet konden lezen noch schrijven, aan het vissen waren boven een niet ophoudende stroom van data, een paar tientallen meter onder hun wankele sloepje...

vrijdag 3 april 2009

STAD VAN DE VREDE

Voor de eerste keer in lange tijd mag ik nog eens ver weg. Straks beginnen mijn vier dagen verlof na de hectische periode van het sluiten van alle kampen.
We hadden trucks rijden in de hele Serengeti om alle materiaal binnen te brengen nu het regenseizoen eraan komt.

Drie jaar geleden ontmoette ik Angelo tijdens mijn eerste dagen in Arusha. Spoedig waren we onafscheidelijk.
Angelo is precies een week jonger dan ik, heeft in Angola en de Sudan gewerkt in de wegenbouw en als mijningenieur in Kenia waar hij een lethale aversie ontwikkelde tegen de lokale dagschotel ugali, de dikke klonten maisbloem in kokend water.
Vol afschuw heeft hij het nog altijd over "white corn cake", dagen en dagen aan een stuk in een achtergesteld gebied van Kenia.
Angelo Caruso is - zoals zijn naam al duidelijk maakt - een volbloed Duitser en is daar heel erg trots op, ook al is zijn vader een Italiaan en zijn moeder een Kroatische.
Toen de kerel in het zuiden van Sudan werkte, keerde hij eens zijn hele tent binnenstebuiten om eindelijk verlost te raken van het vervelende nachtelijke geritsel.
Onder zijn tent hield zich een twee meter lange spuwende cobra op...

Op een andere dag was een bewaker naast Angelo zijn geweer aan het schoonmaken tijdens het ontbijt. Plots klonk een schot. De onhandige soldaat had zichzelf door het hoofd geschoten en plofte dood op de grond naast zijn verbijsterd publiek.
Het project in Sudan werd uiteindelijk afgeblazen toen de managers, waaronder Angelo, de jeep met de chauffeur terugvonden, iets buiten het kamp.
De wagen telde negentien kogelgaten, de vermoorde chauffeur had zijn eigen afgesneden geslachtsdelen in zijn mond.
Wegwezen hier, was de duidelijke boodschap van de strijdende milities...

Angelo leeft nu in Dar Es Salaam of "stad van de vrede" zoals ook Bagdad ooit werd genoemd alvorens de schietpartijen begonnen.
Het worden ongetwijfeld drie dagen van talloze bezoekjes aan restaurants en drankholen bij gebrek aan musea an andere culturele aangelegenheden.
Ik zie er alvast erg naar uit!!

Tot volgende week...