Translate

maandag 23 december 2019

AMERIKA IS WAPENGEK - (en ik ook)

Wat hieronder beschreven wordt, is al eventjes geleden maar aangezien mijn Albuquerque net deze week verkozen is tot stad nummer zeven op de lijst van de meest gewelddadige plaatsen in Amerika, kunnen we het er vandaag even over hebben.

Ik moet een meneer ophalen in de rijkere buurt van de stad en parkeer op zijn oprit. Hij komt buitengelopen en vraagt heel vriendelijk of ik een paar minuutjes kan wachten.
Correcte vent dus geen probleem.
Het heerschap komt terug buiten, wipt op de achterbank en de sfeer slaat onmiddellijk om want 'hij zou zijn afspraak missen want ik was te laat.'
Dat ik een minuut op vijf op hem gewacht had, was ie blijkbaar al vergeten.
Ik probeer de kerel te kalmeren en dat schijnt te lukken. Althans voor eventjes.
Daarna slaat de gekte in alle hevigheid toe en mijn passagier begint zijn voorhoofd tegen de hoofdsteun van de zetel voor zich te beuken, onderwijl mij en de hele wereld verwensend.

Ik heb er mooi genoeg van, zet de auto aan de kant en vraag de man uit te stappen.
Dat kan niet zo onmiddellijk want hij moet eerst nog wat verder beuken. Ik verzeker hem dat ik de politie bel en blijkbaar heeft ie geen zin in de pakkemannen want hij stapt uit.

Tien minuten later wordt ik gedeactiveerd. Ik bel en ik heb een klacht aan mijn been. Ernstig genoeg voor onmiddellijke stopzetting van mijn activiteiten.
Blijkt dat mijn vriend verklaard heeft dat ik hem bedreigd heb met een pistool.
En een mes.
Tegelijk.
Je kan tenslotte maar beter op zeker spelen als je iemand naar de eeuwige jachtvelden wil sturen.

Vijf dagen heeft de hele vertoning geduurd voor ik opnieuw mocht rijden en ergens begrijp ik het wel. Ergens willen ze natuurlijk zeker zijn dat ze niet met een halvegare te maken hebben die graag mensen bedreigt.
Elke dag wordt ik gebeld en elke dag opnieuw krijg ik dezelfde vragen. Om vast te stellen of ik bij mijn verhaal blijf of me misschien ergens vastrijd in mijn eigen leugens.
Het verhaal dat niet veranderde plus mijn europese afkomst - nog nooit een revolver in mijn handen gehad - overtuigt uiteindelijk en ik mag opnieuw op de weg.

Niet zonder een camera vanaf nu want ik heb mijn lesje ondertussen wel geleerd.
Ik hoop alleen maar dat ik nooit een clipje van een calamiteit moet opsturen waarbij ik - net ervoor - hopeloos vals aan het zingen ben of commentaar lever op wat ik allemaal rondom me zie.
Het zou me niet verbazen dat je daarvoor ook op non actief kan gezet worden...

vrijdag 13 december 2019

'WIJ DENKEN WEL VOOR JE"

Nu heb ik al eventjes mijn vragen bij de huidige westerse beschaving en waar dat allemaal heen gaat en ik moet zeggen dat mijn drie jaar in "The Land of the Brave and the Free" niet echt hebben bijgedragen aan een meer gematigde visie.
In een land dat helemaal wegglijdt van productie en bijna volledig vertrouwt op een consumptie-economie, is het als een buitenstaander niet moeilijk te zien hoe ongeveer alles nu gedirigeerd wordt door opgedrongen groepsdynamiek en wat ik enkel kan verklaren met het duivelse woord 'hersenspoeling'

Vanochtend kwam het weer allemaal bovendrijven toen een millenial in de auto stapte met een koffie die verduiveld lekker rook.
Ik was al heel blij dat mijn auto naar koffie-met-iets-in zou ruiken want niemand zit te wachten op een voertuig waarin je bijna de zurige transpiratiegeur met wat oude tabakswalmen van de vorige klant kan proeven.
Hierbij dient opgemerkt te worden dat, het groepsgevoel indachtig, waarschijnlijik 60% van mijn klienteel nu met een koffie in een wegwerpbeker rondwandelt.
Een paar jaar terug was dit de look van de yuppie die het zo druk had dat ie zijn bakje troost ergens tussen twee meetings moest opdrinken maar nu, met een Starbucks op iedere hoek, heeft elk Lulletje Rozenwater van deze uithoek beslist dat het cool is om met zo'n statussymbool rond te lopen.

Terug naar mijn klantje.
"Ruikt verduiveld lekker, dat drankje van je.."
"Ja", zegt mijn overigens heel leuke gesprekspartner, "het is crème brulée spiced koffie."
Ik hield de auto nog net op de weg terwijl ik de bedenking maakte dat we niet veel dieper konden vallen dan toen de pumpkin spice latte zijn opgang maakte in Umerica.

Heel af en toe heb ik ook iemand in de auto die door de Starbucks drive through wil en dan gaan mijn oren tuiten.
Dan ga je dus tegen een reclamebord toeteren dat je een venti cappucino wil met 1 pompje vanille en een pompje rioolwater, geen suiker maar  wel splenda, iets wat chemisch is samengesteld (zoveel gezonder dan een homp suikerbiet). Gooi daar nog wat van die pumpkin spice overheen en ook nog wat pixiedust alsjeblieft.
Tegen dan zak ik langzaamaan scheef weg en dan heeft die stem uit dat reclamebord ook nog het lef om te vragen of dat met koemelk, amandelmelk of kokosmelk moet gemaakt worden.
En uiteindelijk betaal je nog acht dollar ook om die halflauwe muk uit een kartonnen beker te drinken...

Wie vindt dat allemaal uit en wie zijn die mensjes die het allemaal zo onmisbaar vinden dat ze hun zuurverdiende centen aan die troep willen uitgeven?

Halloween is nog maar net voorbij - opblaasbare zombies en vampieren in iedere tuin - of iedere zichzelf respecterende Amerikaan kruipt op zijn dak om lichtjes en sterren en kransen en andere rotzooi in de dakgoot te gaan hangen.
De helft van de bevolking loopt momenteel met een kerstmuts rond en toen we gisteren naar het concert van de kinderen gingen op school, stapte een 17jarige highschooler het podium op in een fel glinsterend hemelsblauw pak met een design van cadeautjes en sleetjes.
Wie zijn die producenten die het lef hebben om zoiets in elkaar te flansen en wie zijn die klanten die die producenten nog gelijk geven ook? Ik kan er met mijn verstand niet bij.

Of wat te denken van een pluche gewei dat je aan beide kanten van het dak van je auto bevestigt en waarbij een schattig rood Rudolph-the-red-nose-reindeer-neusje hoort dat op de radiator gaat?

Het is ondertussen zover gekomen in deze maatschappij die niet voor zichzelf kan denken, dat de reclame je voorkauwt hoe je grappig en origineel moet zijn en wat je moet drinken (en waar) om mee te zijn.

Tegelijker tijd luister je dan naar de holle slogans zoals "geloof in jezelf", "wees jezelf" en "als je het kan dromen, dan kan je het worden" op radio, TV en smartphone.

We hebben alle informatie bereikbaar aan onze vingertoppen maar in plaats daarvan worden we een niet aflatende stroom van onzin gevoed die enkel in het leven is geroepen om ervoor te zorgen dat deze zeer zieke, op consumptie gerichte maatschappij zichzelf in stand houdt.

Zalig Kerstfeest aan allen!







maandag 9 december 2019

BOETES EN BERGEN

Misschien is dit het begin van een nieuw tijdperk met meer schrijven en meer vertelselkes.
Misschien ook niet.
Wie weet....




Flasback naar mei 2019.

We staan met een klad motorrijders naar El Capitan te kijken, het enorm blok graniet dat 1,000 meter loodrecht in Yosemite National Park verrijst.
Halverwege zien we een paar stipjes. Een paar moedige klimmers die in twee dagen naar de top onderweg zijn.
Helblauwe hemel, stralend lentezonnetje.
We rijden het park uit - ik zie nog net het bordje "motregen" en we gaan rechts het gebergte in op weg naar San Fransisco, onze stop voor vanavond.
Een kwartiertje later begint het te regenen. Tien minuutjes later regent het hard. Heel hard.
We zijn geen doetjes en we moeten ons hotel halen vanavond dus we zetten door.

Dan begint de regen in sneeuw te veranderen en nog eens vijf minuten later belanden we in een flinke sneeuwstorm.
Ik stop en we zetten alle moto's zo ver mogelijk rechts en ik besef dat we ons mooi in nesten hebben gewerkt. Verder naar boven is geen optie en naar beneden kan ook al niet meer op twee wielen.

Alsof we niet genoeg aan ons hoofd hebben, komt een vrouwelijke park ranger me de les lezen. Hoe ik de groep in gevaar heb gebracht, hoe ik de wetten van het park aan mijn besneeuwde broek heb gelapt en hoe ze wel niet geniet van dit machtsspelletje.
Alleen dat laatste zegt ze niet luidop.
Ze gaat terug naar haar jeep, wij proberen de motoren nog iets verder van de rijweg te duwen vanwege haar bevel en ik probeer een stand van zaken op te maken.
Alle rijders en passagiers raken vandaag nog wel van die berg af. Als de moto's hier moeten blijven in de vrieskou, dan start er morgen geen enkele meer en is deze tour ongeveer voorbij en kom ik binnen het bedrijf voor het vuurpeleton.

Met vastberaden tred stapt mevrouw opnieuw naar me toe. In haar kielzog een mannelijke ranger die tevergeefs probeert een beetje menselijk tegenwicht te bieden aan de Spaanse Furie.
Ik krijg drie verschillende inbreuken voorgeschoteld die in de rechtbank van Yosemite zullen behandeld worden. Mijn aanwezigheid is vereist!
Ze geeft me de documenten, het sneeuwt nog altijd en terwijl ik verder luister naar haar preek, neem ik de papierhandel en houd die tussen duim en wijsvinger onder mijn jas met mijn hand ter hoogte van mijn kraag.

Of ik een godverdomse idioot ben en of ik neergeschoten wil worden want ik lok het nu toch echt wel uit!!!
Verbaasd kijk ik naar de twee vingerkootjes van mijn duim en wijsvinger die onder mijn jas verborgen zitten en die zichzelf stiekem geamputeerd hebben om op zoek te gaan naar mijn AK47 aanvalswapen.
Ik zwijg - geen blauwe bonen vandaag - en bedenk dat ik dan toch tenminste de grootste troela van Amerika heb mogen aanschouwen. Verduiveld knap, dat wel!

Een uur later stopt het met sneeuwen, alles smelt en we krijgen alle moto's en hun rijders heelhuids naar beneden en bereiken SF via een flinke omweg.

Ondertussen maak ik een paar zeer onnnauwkeurige berekeningen.
Een advocaat die met me mee moet naar dit godvergeten gat; een vliegtuigticket van Albuqerque naar hier en terug, een hotel voor minsten twee nachten plus een huurauto - pak 'm beet - algauw $10,000.
Allemaal niet erg leuk en niet te vergeten dat ik voor de rechtbank moet verschijnen op 6 november.
Dit hele avontuur kan dus ook nog vijf maand door mijn hersens spoken.

In oktober krijg ik een telefoon van Reed. Prachtige kerel, zeer behulpzaam en verstandig.
Reed is een defensieadvocaat, aangesteld door de staat California omdat ze ginds ook uitgevogeld hebben dat Jan Modaal zich niet zomaar een advocaat kan veroorloven.
En Jan Gevaert ook al niet.

"Of ik zijn assistentie behoef?" (zo spreken die kerels nu eenmaal).
"Jazeker en dank u wel en hoe moet het nu verder?"
Reed werkt al langer dan vandaag in de traagdraaiende molen van het gerecht en zorgt ervoor dat - op de dag vớớr de afspraak bij de rechtbank! - ik niet hoef te verschijnen.
Verder krijgt ie het voor elkaar dat mijn citations omgezet worden in boetes en dat er zelfs eentje vanaf valt wegens te veel overlapping met de andere twee.
Ik ben reuzeblij, bedank Reed uitvoerig en hij stuurt me een email om uit te leggen hoe ik de boetes moet betalen.

Daar heb ik een maand voor en elke drie dagen kijk ik eens na of mijn rechtbankverplichting al omgezet is in twee boetes.
Dat gebeurt niet en ik begin me behoorlijk zorgen te maken dat ik straks drie warrants tegen me lopen heb.
Dan staat dit misschien te gebeuren: oom agent in Albuquerque houdt me tegen omdat ik mijn pinker niet gebruikt heb, vindt op zijn computer dat ik gezocht wordt omdat ik mijn boetes niet betaald heb en ik word gelijk gearresteerd en mag de gevangenis van binnen gaan bekijken.

Erg veel zin heb ik daar niet in dus op de laatste dag dat ik kan betalen, bel ik het bijgeleverde telefoonnummer
Het is vrijdag, vier uur in de namiddag.
Ik geef de nummers van de boetes op, spel mijn naam en dan zegt de vriendelijke dame aan de andere kant: "Nou, Jan, geniet maar extra hard van je weekend want alle drie je boetes zijn geseponeerd zonder gevolg."
Ik kan het niet geloven, maar de mevrouw zendt me een email met drie bijlages die ik onmiddellijk uitprint en ook nog eens fotografeer voor het geval oom agent me toch nog eens tegenhoudt.

Pas later begrijp ik de hele draagwijdte van dit administratief foutje.
Ik spaar $560 uit in boetes, ik heb niks op mijn rijbewijs staan en er wordt ook niks vermeld op mijn tijdelijke green card. Met onze halve zool aan het roer weet je tenslotte nooit...





dinsdag 7 mei 2019

PULP FICTION MAAR DAN IN 'T ECHT


Het is donker buiten en in een gure buurt moet ik een klantje oppikken.
Jason wandelt naar de auto en heeft een beetje moeite om de deur van de auto te openen want zijn beide handen zitten in het verband.
Groezelig verband.
Onder de straatlantaarns zie ik dat het ronduit smerig verband is.

Ik zeg niks want het zijn mijn zaken niet.
Zo gaat dat aan deze kant van de stad en met dit soort mensen.

Dan begint Jason te praten en ik zie in dat ik het verkeerd had. Jason is een vriendelijke, verstandige en beleefde jongeman.
We gaan een pizza ophalen en hij worstelt een beetje met die grote doos en het verband dus ik open de deur voor hem en heb tegelijker tijd de kans om het gesprek in de juiste richting te leiden.

"Moet niet makkelijk zijn, Jason, met al dat verband aan je klauwen."
"Nee," zegt Jason, "het zijn niet mijn beste weken geweest."
Hij tilt zijn rechterhand op, handpalm naar mij gericht en tot mijn ontzetting zie ik vier vingers maar geen duim.

"Een vriend belt me op drie weken geleden om een stukje te gaan rijden. Klaarlichte dag. Niks aan de hand."
Nu snap ik genoeg van deze stad om te begrijpen dat, als je een stukje gaat rijden, je ofwel op zoek bent naar drugs of anders naar een koper voor je eigen voorraadje.
Maar ik zeg niks.
Mijn zaken niet.
Mond dicht.

"We pikken nog een vriend van de chauffeur op, iemand die ik niet ken, en die nozem vindt er niet beter op dan plots te beslissen dat hij de auto wil en dat wij moeten maken dat we eruit komen. Daar gaan wij niet mee akkoord dus de auto gaat ergens half van de weg af en we besluiten die kerel een lesje te leren. In de auto. Niet slim, dat weet ik nu."

Jason lijkt het hele avontuur opnieuw te beleven en het is eventjes stil.
"In het geharrewar wordt een pistool getrokken en BAAAAM, daar gaat mijn duim tegen de dakbekleding."

Ik zeg niks.
Nu van pure verbijstering.

Maar Jason is nog niet klaar.
We zijn ondertussen opnieuw aangekomen bij zijn appartementje en hij wijst naar zijn deur, naast een paar andere gelijkaardige deuren. Allemaal hokjes. Studiootjes met een klein keukentje en uitgevend op een rommelig en gemeenschappelijk tuintje met wat kapotte tuinzetels.

"Ik blijf een week in de kliniek, kom terug thuis en diezelfde avond geeft een buurman een feestje in de tuin. Het wordt een beetje wild en ik heb wat slaap nodig dus ik ga eventjes een praatje maken met mijn buurman om te zien of het wat stiller kan. Ik duw mijn voordeur open en net op dat moment gooit iemand een mes. Het mist zijn vijand maar gaat keihard in mijn linkerarm. Een paar pezen en zenuwen doorgesneden en nu kan ik mijn hand niet meer gebruiken. De dokter zegt dat wel beter zal gaan. Binnen een jaar of zo."

Ik mompel wat, wens Jason een goeie avond en sluit de Uber app.
Wegwezen hier en wel zo snel mogelijk...

Naschrift.
1) ik heb een politieagent in de auto, In de laatste 100 dagen zijn er 103 schoten gelost in Albuquerque vertelt ie me.
2) een Uberchauffeur heeft een lastig klantje in de auto een maand geleden. Vindt er niet beter op om te stoppen op de pechstrook van de snelweg (die door de stad snijdt) en knalt zijn passagier dood.
3) vorige zaterdag gaat een gekende lokale baseballspeler op stap. Krijgt ruzie voor de bar. Wordt doodgeschoten.



woensdag 17 april 2019

IK ZAG CECILIA KOMEN


Ongeveer een jaar geleden nu verscheen iets op mijn Uberschermpje wat ik nooit eerder had gezien.
Terwijl er altijd een naam van een klant te zien was, zou ik nu Paul en Cecilia oppikken.
Lief van hen, vond ik, we zijn een stelletje en dat willen we zelfs aan Uber duidelijk maken.

Terwijl ik lekker vals 'Cecilia' van Paul Simon (Jahaaaa! Paul en Cecilia!) zong, reed ik een doodlopend straatje in.
Een bejaard vrouwtje beefde helemaal van aan de voordeur tot in de auto en trachtte zichzelf een houding te geven.
Ik zei goedemorgen, accepteerde de rit op de app en zag 'Spoed van het hospitaal' verschijnen.

"Ai, Cecilia, dat klinkt niet lekker. Alles goed met je?"
Dat was het sein voor het arme mevrouwtje om in erg verdrietig gejammer uit te barsten.
"Paul, het is Paul. Mijn arme Paul..." en toen begreep ik niets meer want Cecilia was duidelijk helemaal van haar melk.

"Rustig nou, Cecilia, komt wel allemaal goed, Wat is er gebeurd met Paul dan?"
En toen begon het arme dametje aan een monoloog met heel veel flashbacks over hoe Paul gevallen was in de badkamer en hoe ze elkaar ontmoet hadden, vijftig jaar geleden, en dat ie 85 was en de liefde van haar leven.
In haar panikerende brein was het afgelopen met Paul en stond ze er nu alleen voor.

We waren ondertussen aangekomen en ik parkeerde. Het leek me een goed idee dat Cecilia niet aan zijn bed zou verschijnen terwijl ze nog niet al haar knikkers opnieuw bij elkaar had.

"Nou moet je eens heel goed naar me luisteren," sprak ik vriendelijk maar op strenge toon - een beetje vaderlijk ook terwijl zij 30 jaar ouder was dan ik - "als je straks naar de wachtkamer gaat of misschien zelfs naar huis, heb je alle tijd om te huilen en jammeren. Paul is waarschijnlijk al even zenuwachtig als jij en wat ie nu nodig heeft, is zijn vrouw aan zijn zijde die hem vertelt dat alles wel goed komt en dat er niets is om zich zorgen te maken."
Cecilia snotterde een beetje en knikte met haar hoofd zoals een vijfjarige doet die een snoepje beloofd is als ie tenminste ophoudt met zijn driftbui.

"Jij moet je sterk houden voor Paul. Jij bent zijn steun nu"
"Sterk houden voor Paul. Steun zijn", klonk het een paar keer naast me, bijna in trance.

We gebruikten een paar zakdoekjes en ik vond nog een Twix in het handschoenkastje want Cecilia had geen ontbijt gehad en het laatste wat we nodig hadden was nog een gebroken heup.

En daar wiebelde Cecilia onvast naar de deur van de spoedafdeling.
Ik had echt met haar te doen.

De dag erop was ik in de buurt van het huis van het stel en ik wilde zien of Cecilia misschien iets nodig had,
De deur ging open, Cecilia stapte naar buiten en gaf me een knuffel die me verwarmde van mijn tenen tot mijn kale kop. Achter haar hoorde ik een onvriendelijke stem vragen wie er aan de deur was.
Paul schoof traag met een wandelrekje naar me toe om te checken of zijn vrouw tijdens zijn opname een toy boy aan de haak had geslagen.
We praatten even, Paul had enkel een kneuzing opgelopen, en toen ik terug naar buiten stapte, zei Cecila:"ik heb me netjes gedragen, hoor. Ik heb me sterk gehouden."
Ze keek me aan, duidelijk hopend op goedkeuring, en toen zei ze "en daarna heb ik in de wachtkamer gehuild zoals ik nog nooit gehuild heb". We lachten er allebei om en toen ging ik over tot de orde van de dag.

Vorige week komt er een ping binnen voor Cecilia.
Ik dacht terug aan mijn avontuur van een jaar terug, vind een bejaard dametje aan de supermarkt en open de koffer voor haar aankopen.
"Ik had mijn honden kunnen meenemen," zegt ze lachend, "plaats genoeg in die koffer van je."
Ik stap terug in de auto, accepteer de rit en daar verschijnt het adres in het doodlopende straatje.

De naam 'Cecilia' zonder 'Paul' op de app, Cecilia alleen naar de winkel...
Het klinkt allemaal niet erg goed.

"Ken je me nog, Cecilia?" vraag ik terwijl ik eigenlijk het antwoord en het bijhorende verhaal niet wil horen.
"Ohhhh, was jij dat," zegt ze terwijl ik mezelf wijs maak dat ik geen verdriet hoor in haar stem.
"Alles goed met Paul?"
Het is eventjes stil, achterin de auto, en dan zegt Cecilia dat haar echtgenoot van 50 jaar vorige week overleden is.
We praten over Paul en ik help haar met de plastic zakken en we praten nog wat meer aan de voordeur.

Nooit beseft dat een koude, kille Uber app zoveel eenzaamheid op het scherm kon etaleren door simpelweg "Paul en Cecilia" naar "Cecilia aan te passen.

dinsdag 16 april 2019

ZONNECIRQUE


Nu weet ik zelf ook wel hoe verdomd getalenteerd ik ben dus het was absoluut geen verrassing toen Cirque du Soleil me contacteerde om hen uit te nood te helpen.
Een jongen van het team was het afgebold en er was dringend vervanging nodig.

Dus reed ik op zondagavond naar het Santa Ana Star Center hier in Albuquerque en wandelde door de achteringang alsof ik nooit iets anders had gedaan.
Een paar honderd mensen liepen druk te doen maar niemand scheen me te herkennen.

Het zwarte, enorme gordijn dat toegang gaf tot de piste - en waar al luid applaus weerklonk (ze wisten dat ik eraan kwam) - lonkte maar gedwee ging ik in een lange rij staan.
"Naam en departement", blafte een man met een lelijk petje op.
Ik zei mijn naam en voegde eraan toe dat ik hier was om vrachtwagens te laden.
Ik kreeg een zwart T-shirt toegegooid en moest een oneindige lijst papierwerk invullen.

Toen was het zeven uur en de koorts steeg.
We hoorden een daverend applaus en ik dacht nog 1 keer te ontsnappen om met een brede glimlach en zelfzekere tred door het gordijn te stappen om mijn publiek te groeten, maar een man met een veiligheidshelm riep ons allen bij zich.

"Gifgroen breekt het podium af en roze duwt alles tot aan de trucks. Hoewel het wel spannend werk was, vond ik toch dat mijn zwarte T-shirt me beter stond.
Het oog wil ook wat.
Bruin en blauw moesten ook ergens wat doen en wij mochten met zijn twaalven aan de trucks wachten.
Vier mannetjes per vrachtwagen.

Wat toen gebeurde, was een elegant en wel getimed Cirque du Soleil ballet, deel II.
Talloze kleurrijke T-shirts, geleid door een groep vaste werknemers van het bedrijf, veelal in dat onbegrijpelijke Canadese Frans, zouden zo snel als mogelijk alles afbreken en in de trucks laden.
Van waar wij stonden, zagen we de groentjes in een razend tempo het hele decor naar beneden halen waarna roze alles op enorme karren laadde en het tot bij ons duwde.
Drie vrachtwagens stonden in de laadstations te wachten, elk had een nummer en binnenin de laadruimte een plannetje,
We duwden karren, reden over de tenen van onze partners en iemand klemde zijn duim tussen twee stukken metaal en werd afgevoerd.
De tol van het succes.
Via de radio werd aangegeven dat een vrachtwagen klaar was om te rijden en terwijl de enorme mastodont traag wegbolde, liep een gehelmde Canadees mee om de brede achterdeuren te sluiten. Er was geen tijd te verliezen.
Drie nieuwe trucks manouvreerden traag achteruit en in die pauze zei mijn collega - neurveuze oogopslag en puisten van teveel methamphetamine - dat wij de belangrijkste job hadden want zonder ons gingen die vrachtwagens nergens heen.
Als die groene T-shirts plots staken, dan gebeurt er ook niks meer, dacht ik maar ik zweeg netjes, Voor je het weet slaat die tweaker je de hersens in.

In exact vier uur, net als de show zelf, georganiseerd tot op de minuut, braken honderd jongens en meisjes onder de leiding van dertig Canadezen het hele decor af en laadden dat in vierentwintig trucks waar evenveel vaste chauffeurs zonder de minste vertraging koers zetten naar Austin, Texas waar alles morgenochtend opnieuw zou opgebouwd worden.

Ik heb de echte show helaas niet gezien maar wat hier achter de schermen gebeurde was bijna even indrukwekkend!


zondag 31 maart 2019

MARIA, MARIA, IK HOU VAN JOU...


Aangezien de USA het enige land is dat van barbarisme naar decadentie evolueerde zonder langs de tussenhalte van beschaving te passeren, reed ik op een doordeweekse namiddag om 2 uur onder een stralend blauwe hemel de parking van de stripclub op.

Jahaa, hoor ik u denken maar nee hoor...
Ik was hard aan het werk en zou op die bewuste plaats een klantje oppikken.
(Om die ergens anders heen te brengen, u heeft werkelijk een zieke geest).

De deur ging open en een patserkop kwam te voorschijn.
Spiedend keek hij links en rechts om te checken of de Irakezen niet waren binnengevallen.
Of anders de Afghanen wel. De vetplooi in zijn nek bewoog netjes mee.

De deur ging verder open en in zijn imposante kielzog kwam een iele jongedame te voorschijn.
Ik zou er ook niet kunnen op wandelen maar de hoge hakken waren echt niet haar beste talent.

Maria struikelstrompelde naar de auto en viel half op de passagiersstoel.
"Hey", piepte ze.
"Hey," zei ik terug terwijl ik haar aankeek.
Make up aanbrengen was ook al niet haar sterkste. Het was ronduit zielig.
Dit kleine, magere vogeltje hoorde hier helemaal niet thuis.
Eigenlijk was de hele wereld te groot voor haar.

Maria nam haar telefoon en begon te praten met "Pappie".
"Nee, Pappie, ik kom op zondag langs. Ja, Pappie, vandaag is het al donderdag hoor."
Maria, kind, het is woensdag vandaag, dacht ik, maar ik zweeg beleefd.
Het meiske bleef maar praten met Pappie en na een tijdje had ik door dat het niet haar pooier of een suikeroom was met wie ze praatte maar haar echte papa.

Na een eindeloos lang afscheid met heel veel "I love you's" en nog meer "Pappies" ging de telefoon dicht.
"Sorry," zei Marie stil, "mijn papa heeft dementie en ik moet heel veel herhalen want hij vergeet alles meteen."
Nu schijnt deze vreselijke ziekte ook in mijn familie aan mijn vaders kant rond te dwalen en ben ik er flink bang van. Zo wil ik echt niet eindigen, denk ik vaak.

Ik vroeg Maria hoe lang haar papa al dement was en al snel bleek dat ze er heel graag met iemand wou over praten.
"Het is een jaar nu," zei ze, "hij was zo een slimme man, heel ad rem ook."
"Op zijn heldere momenten vraagt ie elke keer om euthanasie maar daar is Amerika te conservatief voor. Hij was een advocaat zijn hele leven dus hij kent de wet wel een beetje. In Europa is het allemaal zoveel makkelijker."
Er hing een ongemakkelijke stilte die ik halfhartig opvulde met een vaag verhaal over de nood aan "ondraaglijk lijden" en het feit dat de aanvrager ze nog alle vijf moet hebben bij het invullen van de papierwinkel.

Maria's magere schoudertjes gingen nog een beetje meer hangen door dat slechte nieuws.
"Ik ben enig kind," begon ze, "en zijn broers kijken niet naar hem om nu het allemaal veel geld begint te kosten. Hij heeft een fulltime verpleegster en die kost zal niet blijven passen in zijn spaargeld.
Het enige wat ik nu wil, is dat hij het best mogelijke eind van zijn leven heeft. Ik heb een diploma maar ik verdien gewoon meer door te dansen in de club dus doe ik dat."

We waren aangekomen bij haar huisje. Al even klein als dit kleine vogeltje.
"Bedankt om te luisteren," zei Maria terwijl ze uitstapte.
Ik keek haar na terwijl ze met muizestapjes naar haar voordeur trippelde.

Nu ben ik nooit in een stripclub geweest maar ik was 100% zeker dat dat niet de natuurlijke biotoop van dit meisje was. En toch deed ze het.
Moedig, was al wat ik kon denken...

Misschien leek de hele wereld te groot voor haar maar toch was Maria sterker dan velen van ons!

woensdag 2 januari 2019

ZALIG DE ARMEN VAN GEEST (want hunner is de USA)

Aan allen een gelukkig nieuwjaar en dat 2019 nog mooier mag worden dan de voorbije jaren.
Eventjes tijd tussen al het Uber - en Lyftrijden door want Albuquerque heeft zowaar een sneeuwstorm te verduren...

Een paar dagen geleden moet ik een dame oppikken. Je krijgt er altijd een naam en een foto bij en als die naam me niet geheel duidelijk is, vraag ik altijd wat meer uitleg.
Het wordt over het algemeen geapprecieerd en je hebt een start om een gesprek te beginnen.

Ik zie op het kleine fotootje een mevrouw met de naam "Silkie" die er wat Oosters of anders misschien Native American uitziet.
Silkie neemt een laatste haal van haar sigaret en blaast de rook uit in de auto dus ik mag ze onmiddellijk al niet.

"Dzjen?", zegt ze, dat is toch een vrouwennaam?" Ik wijs op mijn baard en pareer met mijn vraag aan haar: "Hoe spreek je jouw naam uit?"
"Je hebt vast al gehoord van silk (zijde) - wel, zet er gewoon een 'ie" achter en je bent er, Dzjen. Allemaal zo moeilijk niet".
"Dat is een unieke naam," antwoord ik beleefd (hoewel ze makkelijk mijn onvriendelijke ondertoon kan gevoeld hebben), "waar komt die vandaan?"
"Van mijn ouders, nu goed?" en we doen er verder het zwijgen toe.
We zijn bijna op het adres waar Silkie weer uit mijn leven zal verdwijnen en blijkbaar wil ze de strijdbijl begraven.
"Hoe spreek je jouw naam dan uit? Want het is natuurlijk wel een vrouwennaam."
"Ik ben van Belgie, Europa en als je die 'J' gewoon door een 'Y'  vervangt, dan ben je er," zeg ik vriendelijk.
Silkie probeert iets wat nooit de bedoeling van mijn ouders kan geweest zijn en kauwt dan eventjes op Europa terwijl we op haar bestemming aankomen.

"Nou, Salaam Aleikum dan maar," zegt ze terwijl de deur openzwaait.
Ik zak scheef weg in mijn stoel en vraag met oprechte verbazing waar die begroeting op slaat.
"Jullie zijn toch Moslims in Europa," zegt ze zonder de minste twijfel in haar stem terwijl ze de deur dicht slaat.

Het hield me bezig voor de rest van de dag maar aan de andere kant zou het me niet meer mogen verwonderen. De totale onwetendheid van al wat zich buiten de grenzen van de USA afspeelt, is stuitend, niet te begrijpen en een reden om het eerste vliegtuig naar Oezbekistan te nemen.
Of anders Tsjaad wel.

Hoe langer ik hier woon, hoe meer ik vast moet stellen dat het zeer zeer slecht gesteld is met de algemene kennis van om-het-even-wat van de gemiddelde Amerikaan.
En net dit totale gebrek aan inzicht plus kritisch denken (we zijn toch het beste land ter wereld, niet?) zorgt voor een wildgroei aan complottheorien, voor het bestaan van een president die het licht van de zon kan ontkennen terwijl ie nog altijd blindelings geloofd wordt door zijn achterban en voor het bestaan van een Vlaamse Uberchauffeur die meermaals per dag vol ongeloof het hoofd schudt.

Nog vier maand en ik mag opnieuw op de motor!!