De laatste dagen waren een echte uithoudingsproef want de instructeur gooide nog wat stokken in de wielen door, bij nazicht van ons groepsproject, heel onschuldig te zeggen 'dat we ook nog dit of dat konden bijvoegen'.
We hadden namelijk een ongeleid projectiel in ons groepje van drie en die knaap sprong elke keer opnieuw meteen in het diepe (en stootte dan keihard zijn harsenen). We belanceerden op een slappe koord om een zo goed mogelijk project af te leveren zonder dat onze vriend alles op de laatste avond nog opblies in zijn niet aflatende adrenaline-rush.
Er werd nog snel snel een Power Point Presentatie in elkaar gebokst en toen gingen we voor het vuurpeloton. We kregen vraag na vraag van een panel zeer ervaren professionals en we sloegen ons er zo goed als mogelijk doorheen.
Toen werden er nog een paar speeches gegeven die waarschijnlijk na elk avontuur op automatische piloot werden afgelezen en deze keer was alles online dus we zaten allemaal in ons eigen bureautje terwijl er enkel een paar maand geleden een paar flessen gekraakt werden in het klaslokaal om het succes te vieren. Ik onthield nog dat onze hoofdinstructeur ons een zeer homogene groep noemde. Een troep bavianen met allemaal een laag IQ wordt door de bioloog ook een homogene groep genoemd, was al wat ik kon denken want mijn arme brein was wel heel erg op de proef gesteld.
Ik nam drie dagen vrij om me op een xeriscaped project te storten (daarover meer in een volgende post) en toen was het tijd om het allemaal te beginnen verwerken.
Trouw begin ik om 5,30 in de ochtend om drie blokken van anderhalf uur informatie onder de knie te krijgen. Ik begin met leuke opdrachtjes, ga dan naar saaie lectuur en eindig met een eenvoudig projectje dat ik op YouTube vind. Heel erg interessant allemaal en nu maar hopen dat ik binnenkort een job kan versieren in deze nieuwe tijden. Helaas lijkt het eigen aan 2020 te zijn dat niemand weet wat morgen brengt. Allemaal niet te veel in opjagen; het komt wel allemaal goed...
*zoals de computer genoemd wordt in het Afrikaans.
** de elektrische hersenen in traditioneel mandarijn Chinees.
Aangezien de hele wereld veranderde ergens in het begin van het jaar en geen enkele toerist met een miniem beetje gezond verstand het nog waagde om naar Umerica af te reizen, kon ik kiezen tussen voor de rest van mijn bestaan op de zetel te liggen en van den dop te leven of anderzijds er nog iets van te maken voor de volgende vijftig jaar.
Dus belde ik Devonna op die ik een paar maand geleden ontmoet had en die voor NMITAP. werkte, een soort onderafdelinkje van CNM, 'the community college van New Mexico'.
Nu heb ik nog altijd niet helemaal door wat college eigenlijk is in de Verenigde Staten maar wat wel vaststaat is dat je erdoorheen moet, wil je ooit dokter, ingenieur of bioloog worden. Het lijkt me een beetje dat die twee voorbereidende jaren op een bachelor bij ons in Europa allemaal in de secundaire school worden geperst maar heel zeker ben ik daar niet van.
Tegelijker tijd kan je op het CNM ook een cursus hondenkapsalonmevrouw volgen of je vergunning voor truckchauffeur halen. Heel veelzijdig is het en dat is mooi.
Een paar jaar geleden werd NMITAP opgestart. Een programma is dat dat je een certificaat oplevert om in de computerwereld te gaan werken.
Ik dacht aan mijn neurotische brein dat regelmaat en voorspelbaarheid nodig heeft en op het randje van autisme balanceert en besloot dat ik een diepe liefde voor het koele en berekende brein van een computer kon opvatten.
Devonna vertelde me dat in de komende tijd er enkel nog plaats was in het zwaarste programma.
Overmoedig schreef ik me in, niet wetende wat me te wachten stond.
Deze ITprogramma's worden deep dive (diepzeeduiken maar blijkbaar zonder flessen) of ook wel bootcamps (militaire training voor nieuwe rekruten onder strikte discipline) genoemd en er was geen letter van gelogen.
Drie maand aan een stuk hadden we met een clubje van 13 het constante gevoel dat we aan het verdrinken waren in een zee van technische informatie. Twaalf weken kregen we acht uur per dag les en daarnaast nog een uur of drie huiswerk. Weekends werden gespendeerd aan problemen oplossen en voorbereiden voor de volgende, nog hardere week. Ik denk niet dat ik mijn verstand en uithoudingsvermogen ooit meer op de proef gesteld heb dan in deze periode maar binnen vijf dagen heb ik Java en Android onder de knie en kan ik heel eenvoudige appjes maken op een smartphone.
Het klinkt misschien arrogant dat ik nu al besluit dat ik geslaagd ben maar we werkten met sprinten en mijlpalen waar we punten konden verdienen, een beetje zoals de groene trui in de Ronde van Frankrijk, en we moesten 750 van de 1000 punten halen om ons papiertje te krijgen en die magische 750 heb ik vorige vrijdag net gehaald.
Rest ons nog ons persoonlijke project voor te stellen alsook wat we met een team van drie uitgewerkt hebben en op het eind van deze week is het allemaal voorbij.
Daarna begint helaas het echte werk. Die enorme hoop informatie die we op drie maand gekregen hebben moet in kleine stukjes gebroken worden die we dan stuk voor stuk onder de knie moeten krijgen. Gelukkig weten de bedrijven die mensen van een bootcamp inhuren ook waar we staan en worden we onder de deskundige leiding van een senior developer verder opgeleid totdat we eindelijk aan het hoofd van Google staan.
Gelukkig hebben we een harde schijf in onze grijze massa om wat soelaas te bieden in deze saaie tijden.
Ik weet niet of u hetzelfde voelt maar de dagen hier gaan tergend langzaam voorbij terwijl ik toch probeer me zo goed mogelijk bezig te houden.
En daarom: even terug naar oktober 2018.
Ik zou de laatste Route 66 van het seizoen beginnen - met 3 graden Celsius bij vertrek in Chicago en 39 bij aankomst in Los Angeles - en moest de bestelwagen plus aanhangwagen/reservemoto van LA naar Chicago rijden.
Aangezien ik de 3,660 kilometer al een paar keer eerder had gereden (we doen het in twee en een halve dag alstublieft) wilde ik wel eens een andere, meer noordelijke route proberen.
Ik keek de weersvoorspelling na en eigenlijk was mijn plan beter dan het origineel want op de normale route door Denver en de Rocky Mountains hadden de weergoden een serieuze sneeuwstorm voorzien.
Aangezien dit mijn eerste jaar bij het bedrijf was en ik een ommetje van 300 kilometer zou maken, deed ik een stilzwijgende tegemoetkoming en ik nam een winterslaapzak en een matje mee om in de laadruimte te slapen. Als iemand ooit commentaar had op de extra verbruikte bezine kon ik tenminste tonen dat ik een nacht in een hotel uitgespaard had.
Het leek een goed idee op voorhand maar op mijn tweede nacht zat ik al aardig dicht tegen Canada en na een uurtje in de slaapzak met al mijn kleren aan, muts en handschoenen incluis, begon ik mijn fout in te zien.
Tegen vier uur in de ochtend bibberde ik tot achter het stuur en ging ik rijden. Het zou een dag vol verrassingen worden.
Bij zonsopgang reed ik een hert aan. Het beest verdween elegant aan de andere kant van de weg terwijl ik achterbleef met een gedeukte bumper.
Twee uur laten begonnen de remmen van de aanhangwagen volledig te blokkeren op het moment dat ik het rempedaal een heel, heel klein beetje aanraakte.
Ik was op weg naar Jack, die ik op een vorige tour ontmoet had, en sukkelde ("druk niet op dat pedaal, Jan") tot een kilometer of tien van zijn huis. Op dat moment was de linkerband zo afgesleten van al dat plotse remmen dat ie met een knal ontplofte en ik met busje en al de graskant inschoof.
Jack kwam aangereden en samen vervingen we de band en knipten we de rembedrading door.
Jack toonde me South Dakota en uiteindelijk bezochten we het doel van deze omweg.
Mount Rushmore was het plan van een zekere Gutzon Borglum die duidelijk zijn eigen kunnen een beetje overschat had. De kerel begon aan zijn huzarenstukje in 1927 en, met vierhonderd werkkrachten als hulp, hielden ze hun openingsreceptie in 1941.
De hoofden van de presidenten George Washington, Thomas Jefferson, Theodore Roosevelt en Abraham Lincoln zijn 16 meter hoog en er is ook een interessant museum over hoe die Borglum dat nu allemaal voor elkaar had gekregen.
Ik nam afscheid van Jack en van de vier presidenten en zette mijn weg verder naar Chicago.
In Sioux Falls ging de versnellingsbak eraan op de autosnelweg. Ik reed net een helling af, nam de eerste afrit - dit alles terwijl de bestelwagen uitbolde - en schoot een parking op van een ongelooflijk goor hotel.
Het hele gevaarte zonder versnellingen kwam netjes tot stilstand op twee parkeerplaatsen. Voor die ene keer die dag had ik het geluk toch aan mijn kant.
Ik nam mijn slaapzak mee naar binnen, de lakens in de kamer waren niet meer ververst sinds de start van het Mount Rushmore project en belde onze operations manager.
Probeer maar eens iemand aan zijn verstand te brengen dat je verdwaald bent terwijl je allebei weet dat je gewoon iets uit je duim zuigt...
's Ochtends vond ik een bedrijfje dat me uit de nood zou helpen. Ze sleepten het busje naar de garage in Verwegistan en togen aan het werk.
Er was geen internet, geen eten, drie ouwe tijdschriften en lauwe, ouwe koffie.
Als ik daarnet zei dat de dagen traag gaan in deze Coronatijden, dan had ik duidelijk die dag uit mijn geheugen gewist.
Om vijf uur in de namiddag was de auto klaar en ik moest nog 900 kilometer rijden.
Met een onvast stemmetje vroeg ik om de rekening. In mijn achterhoofd speelde een filmpje waarin Tim, de ops manager me verscheurde.
Waar het bedrag moest staan, stond een grote nul met twee oogjes en een lachend mondje.
De garantie voor deze reparatie was 100,000 miles en laten er nu net 98,500 op de teller staan.
Ik belde Tim en vertelde hem dat we gratis een nieuwe versnellingsbak hadden en gooide de telefoon dicht, Nooit meer iets van gehoord.
Ik reed en bleef rijden en arriveerde aan het hotel om 4 uur in de ochtend. Om zeven uur liep de wekker af en samen met Richard maakten we ons klaar om de gasten te ontmoeten en het hele eind terug naar de Stad van de Engelen te rijden.
Het deed me goed deze ochtend een email te ontvangen van Gibraltar.
In juli vorig jaar had ik het genoegen twee weken te mogen optrekken met vader Dale en zoon Derek.
Het was de droom van Dale geweest sinds ie als tiener een poster van Route 66 in zijn kamer hangen had om ooit de trip eens te maken.
Zoon Derek zag wel wat in het plan en ze vervolledigden een groep van Australiȅrs, Belgen, Duitsers, Fransen en zelfs een Jordaniȅr.
Het waren mannen zoals je ze op een tour wil! Vriendelijk maar rechtdoorzee, ongepolijst soms maar met een emotioneel kantje en ze genoten van elke dag en van elke stop.
Dale had als zijn filmpjes samen gegooid en had er iets oprecht mooi van gemaakt. Voor zij die ooit eens Route 66 willen rijden of die gewoon willen weten hoe dat nu allemaal gaat: volume naar boven en genieten maar!!
Horse shoe crabs, ontstonden 450 miljoen jaren geleden. Ook wel levende fossielen genoemd,
De impact van orkaan Katrina
ik was er in de ondergrens van 'bearable' en dat was al te veel!
Spaans mos, van de ananas familie
Niet geprobeerd. De Nest was een notoir zuipschuit trowens.
Ernest Hemingway had een boksring in zijn tuin. Toen hij vertrok op alweer een nieuw avontuur werd ie verliefd op vrouw nummer drie. Pauline Pfeiffer, vrouw nummer twee, hoorde van de romance en uit wraak vernielde ze zijn boksring en bouwde het eerste zwembad in Key West .De kosten liepen verschrikkelijk uit de hand. Toen EH thuis kwam, gooide hij een penny op de grond en riep "je hebt al mijn centen al, ik kan je evengoed mijn laatste penny geven". Het muntstuk werd ingebetoneerd naast het zwembad.
Hemingway's katten met zes tenen. EH kreeg Snow White in 1930 van een kapitein. Zes-tenige-kattenwaren erg geliefd op schepen omdat ze geluk brachten. Ze zouden ook betere muizenvangers zijn en beter hun evenwicht kunnen houden tijdens stormen.(?)
Ik vond Jim en Michelle in een zeer vol restaurant (dat waren nog eens tijden) en tijdens het eten legde Jim zijn plannen voor. Hij had een carriere in het leger achter de rug en dat was duidelijk. Met militaire precisie zouden we de Keys binnenvallen, ons hoofdkwartier opslaan in Key West en daarna strategische bezienswaardigheden innemen en/of bezoeken.
Ik had geen idee wat te verwachten want ik was nog altijd in de USA maar nadat we vertrokken en verder naar het zuiden reden, zagen we mangobomen, plantages met bananen en dragon fruit en eindelijk na bijna vier jaar zag ik opnieuw de felle kleuren van de Bougainvillea en de Flamboyant boom. Het voelde als thuiskomen.
Toen verlieten we het vasteland en we reden The Keys binnen. The Keys zijn een groep van eilanden die bijna 200 kilometer lang zijn in totaal en verbonden zijn met bruggen. Key West is het meest zuidelijke punt en daar ben je maar 170 kilometer verwijderd van Cuba!
Na drie uur rijden door tropische eilandjes en over bruggen (de langste is meer dan 10km!) bereikten we onze eindbestemming.
Over het Coronavirus werd nog niet veel drukte gemaakt in Amerika en het was net Springbreak dus de straten waren gevuld met het jong geweld van 18-jarigen; de jongens in blote bast en de meisjes in weinig verhullende shortjes. Blijkbaar valllen de tropen onder een andere moraal dan de rest van dit zeer puriteinse land want nooit in mijn leven heb ik meer halfnaakte billen gezien dan hier.
Vroeg in de ochtend - de jeugd lag nog te bekomen van een wilde nacht - bezochten we het meest zuidelijke punt van de Verenigde Staten, dronken we Cubaanse koffie en tenslotte bezochten we het huis van Ernest Hemingway.
Daarna reden we de prachtige route terug door de eilandjes en over de bruggen om uiteindelijk in Miami aan te komen. We aten in een overvol maar zeer lekker Cubaans restaurant en wandelden daarna naar Miami beach, opnieuw tussen hele horden zeer blote jongens en meisjes.
De dag erop nam ik afscheid van mijn reisgenoten, bracht ik mijn motor terug naar de dealer en bezocht ik Little Havana.
Daarna ging het met de trein terug naar Fort Lauderdale en werd mijn favoriete empanada-restaurantje van de eerste dag bezocht.
De eigenaar putte zich uit in verontschuldigingen en ik kreeg mijn maaltijd gratis want toen ie me een week geleden naar de bar ietsje verder stuurde, had ie er geen idee van dat het ding net ervoor een stripclub was geworden...
Het eind van een zeer interessante trip.
Volgend jaar New Orleans en Louisiana, althans dat hoop ik toch.
Verder zuidelijk in de US kan echt niet meer...
Het huis van Nest
Ernest Hemingway
Altijd een veilig gevoel in een Cubaans restaurantje
Ik zette de wekker op zes uur in de ochtend en in het stikdonker vouwde ik een drijfnatte tent op. Een halfuurtje later verwenste de helft van de campsite me toen ik de motor startte en naar Nine Mile Pond reed.
Zoals de naam al doet vermoeden, ligt Nine Mile Pond op elf mijl van de camping. Het verwarde me een beetje maar de park ranger legde ons uit dat na Orkaan Katrina letterlijk alles was weggeblazen en dat daarna het nieuwe welkomstcentrum een mijl of twee verder west werd gebouwd.
Het mooie van de National Parks in de Verenigde Staten is dat er ongeveer dagelijks activiteiten worden georganiseerd door de Park Rangers. Volledig gratis en heel informatief.
Ik was aan de vroege kant - zo gaat dat als je geen tijd verliest met een niet bestaand ontbijt - en hielp Craig om de kajaks af te laden.
Zoals zovele Park Rangers was hij een vrijwilliger na een carrière als schooldirecteur. Hij was 72 en kwam eigenlijk gratis overwinteren in Florida terwijl hij de bezoekers rondleidde in het park. Het seizoen zat er bijna op en binnen een maand zou het park vergeven zijn van de muggen en dan zou Craig terugkeren naar zijn thuisstaat Arizona.
Er waren reservaties binnengekomen voor zes kajaks maar uiteindelijk daagden er vijf dames op.
Twee koppels waren het en dan een Koreaanse mevrouw die alleen rondreisde en heel veel ervaring had met een besturen van een kajak, zo besloot ze zelf in haar zeer plechtstatige introductie.
We sleepten de drie bootjes naar het water plus een zeer licht exemplaar voor Craig (die niet van de magerste was) en aangezien mijn nieuwe Koreaanse vriendin een kajak met mij zou delen, besloot ze gelijk achterin te stappen.
Nu wist ik voldoende over deze edele sport om niet akkoord te gaan met haar plan en ik overtuigde haar dat ik beter achterin zou zitten.
En maar goed ook want mijn copiloot wist zoveel van roeien af dat ze de volledige drie en een half uur vol gas aan de rechterkant roeide (ook als we rechtsaf moesten) en met iedere beweging de metalen romp keihard raakte met haar peddel.
Als er al wildlife te zien was, dan hadden wij onze komst van kilometers ver aangekondigd...
Croczilla - ook in een National Park hebben Amerikanen spektakel nodig -, een gigantisch grote krokodil, althans volgens Craig, zagen we niet maar we zagen wel alligators en heel veel vogels.
Een heerlijke trip was het en na het afscheid reed ik naar Homestead waar ik Jim en Michelle zou ontmoeten.
...dat ze de volledige drie en een half uur vol gas aan de rechterkant roeide (ook als we rechtsaf moesten) en met iedere beweging de metalen romp keihard raakte met haar peddel...