zondag 20 december 2009

SEX EN GELD IS AL WAT TELT

Toen ik voor het eerst sinds lang nog eens binnensprong bij de firma waar ik tot augustus gewerkt had, was het weerzien met mijn ex-collega's allerhartelijkst.
Iedereen kwam me groeten, informeerde naar mijn leven, vroeg of ik al een nieuwe job in het vooruitzicht had en toen stonden we nog even stil bij de regens in mijn kleine dorpje en de invloed daarvan op de mais van mijn buren...

Tot zover de praatjes met mijn vrienden die het dagelijks onderhoud deden, het wagenpark onderhielden en de trucks laadden.
Helemaal anders verliep het zaakje bij de meisjes van de sales en marketing afdeling.
De dames verdienen nu eenmaal een pak meer en onmiddellijk werden er plannen gesmeed om bij te praten bij een glas.
En nog liever een paar glazen; zo goed kende ik ze ondertussen ook weer wel...

Op donderdagavond spraken we af en op een bepaald moment kwam het gesprek op de verschillende stammen in Tanzania.
Ik heb het al altijd heel interessant gevonden om daar meer meer over te weten en ik had ook al gemerkt dat Tanzanianen het fijn vonden als een buitenstaander iets wist te vertellen over hun afkomst.

Natuurlijk ging het hier veelal om veralgemeningen net zoals wij ervan overtuigd zijn dat alle Fransen leven op een dieet van look, kaas en wijn en Duitsers punctuele droogkloten zijn, maar toch was het interessant te zien op welke manier elke stam zijn naam en faam maakte.
Zo scheen het dat De Chaga van Moshi aan de Kilimanjaro gedreven handelaars waren en dat de Mbulu van net onder de Nogorongorokrater en Lake Eyasi eerder als domme boeren bekeken werden.

De drie jonge dames aan de tafel raakten in een geanimeerd gesprek over hun kwaliteiten als echtgenote.
Ze waren allen gelukkig getrouwd en zouden dat liefst zo houden.
Twee ervan hadden 1 baby en eentje was er zelfs in geslaagd een drieling op de wereld te zetten...

Toen de dames hun stellingen en ideeen poneerden, was ook helaas alweer duidelijk dat ze allen in het buitenland gestudeerd hadden. Zambia, Kenia en Amerika hadden overduidelijk een veel hoger niveau dan het ondermaatse onderwijs in Tanzania.

Hoe meer de glazen bijgevuld werden, hoe meer het chauvinisme de bovenhand nam en hoe meer de jonge dames opschepten over hun kwaliteiten als echtgenote in meer en meer openhartige termen.
Ik zat erbij, maakte me zo onzichtbaar mogelijk en probeerde zoveel mogelijk te onthouden...

Geraldine, pas sinds een paar dagen in het bedrijf was een uitermate knappe verschijning die geboren was in het grensgebied tussen Congo en Oeganda.
Ze was een Wahaya uit Bukoba en die waren - aldus de lichtelijk dronken ambassadrice - gekend voor hun libertijnse opvattingen in bed.
Het woord pervers viel zelfs en terwijl iedereen naar adem hapte, zag ik de twee andere meisjes hun spreekbeurt voorbereiden.
Het was duidelijk dat een man die ooit eens een Wahaya vrouw geproefd had, nooit iets anders meer wou.

Saada, moeder van de drieling, verdedigde haar kleuren.
Zij was een Zaramo van aan de kust, dichtbij Tanga.
Daar werden jonge meisjes voor hun huwelijk naar een bibi, een grootmoeder, gestuurd.
Die bibi was niet hun echte oma maar een vrouw die erin gespecialiseerd was om onwetende wichten in een volle maand van totale afzondering om te toveren tot vrouwen die hun wereld kenden.
Saada weidde uit over het maken van olien met kokos om de voeten van de vermoeide echtgenoot te verzorgen als ie thuis kwam na een dag van hard labeur, over hoe haar bibi haar geleerd had hoe te masseren en over hoe het jonge meisje in kwestie een prinses in de keuken werd.
Bij het volgende glas werd Saada nog meer openhartig en ze vertelde tot onze ontsteltenis over "de truuk met het mes".
Op de dagen van de bedgeheimen was het meisje volledig naakt terwijl de lerares haar uitlegde hoe haar man te behagen.
Een van de didactische momenten werd uitgelegd middels het gebruik van een mes.
Het gevaarlijke wapen werd met het heft in het zand geplant en de leerlinge leerde hoe zich te laten zakken in de richting van het mes terwijl ze de hele tijd kleinere en kleinere cirkels maakte met haar heupen.
De drie aandachtige toehoorders van Saada zagen het hele tafereel duidelijk voor ogen.

Ook Zaina, die in Via Via werkt, is een Zaramo en de dag erna vroeg ik haar naar het verhaal.
Laat ik eerlijk wezen, niet uit journalistieke overwegingen maar gewoon om het hele spannende verhaal nog eens te horen.
Ook Zaina vertelde - uit eigen beweging -hetzelfde.
Het is me wat daar aan de kust, waar de meeste mensen moslim zijn...
Saada sloot haar betoog af met de vaststeling dat mannen wel gek of masochistisch moesten zijn als ze voor iets anders kozen dan voor een vrouw van Tanga.

Ruth tenslotte is een Sukuma uit een streek die over de landsgrens heen tot in Kenia gaat.
Ze zat er wat verslagen bij na de twee tornado's die over onze tafel gepasseerd waren.

"Ach," zei Ruth, "wij Sukuma vrouwen zijn gekend voor onze onvoorwaardelijke liefde en wie zou daar nu niet voor kiezen?"

En daar had niemand van terug....

vrijdag 18 december 2009

MET TWEE NAAR ZEE

George, mijn nachtwaker-tuinier moet het altijd moelijk gevonden hebben dat zijn baas de hele tijd op stap ging terwijl de jongeman zelf aan het huis gekluisterd zat terwijl zijn bijdrage aan de verkenning van Tanzania zich enkel beperkte tot het schoonmaken van de tent en de slaapmatjes....

Tijdens een gesprek vorige week kwam ik tot de vaststelling dat George nog nooit de zee had gezien.
Zijn vriendinnetje Happy - wat zoveel betekent als "zij die nooit lacht" - had verlof van school en zo besloot ik in een overmoedige bui om het jonge stel naar Pangani aan zee te sturen.

Op woensdag polste ik eens voorzichtig of George het hele plan wel genegen was. Ik vroeg hem om er over na te denken en om dan een datum vast te leggen.
Vijf minuten later was George terug. Ze zouden vertrekken op donderdagochtend om zes uur.
"Met die gekke Vlaming weet je nooit," moet ie gedacht hebben, "laat ik hier maar gebruik van maken voordat ie van idee verandert..."

Een goeie vriend van George zou nachtwaker spelen voor de volgende vier nachten en de kerel kwam gelijk twee uur te laat voor onze kennismaking.
Als eerste ontmoeting kon dat tellen en George putte zich uit in verontschuldigingen voor zijn niet zo stipte vriend; hij zag de unieke kans al door zijn vingers glippen....

Op donderdagochtend maakten we alles klaar, tent en alle kampeergerief ging in een grote rugzak; George en Happy propten er nog kleren bij voor de volgende vier jaar en toen raapte de lieve nachwaker al zijn moed tesamen en voeg me om mijn camera.
Dit romantische uitje moest voor het nageslacht bewaard worden.
Ik drukte George op het hart om het ding niet om zeep te helpen en toen verloren we nog een half uur omdat de jongen iets wilde waar hij alleen het Kiswahili woord voor kende.
Uiteindelijk bleek dat hij extra film wilde en nadat ik hem duidelijk had gemaakt dat ie zoveel digitale foto's kon maken als ie wou, was het tijd om te vertrekken.

Het was een meelijwekkende expeditie.

Smalle, frele George hees de rugzak op zijn schoudertjes en verdween ongeveer volledig onder de constructie.
Ik vroeg me af of hij het zou halen tot de bus, tweehonderd meter verder.
Een metertje achter George kwam Happy in beweging.
Ze was duidelijk klaar voor een uitstap naar zee.
Een grijze missiezuster-plooirok en een witte geklede blousse zouden ongetwijfeld de nieuwe trend worden op het strand.
Het geheel werd afgemaakt door een paar saaie witte schoenen met een brede hak en een handtas die haar beste tijd gehad had in de jaren zestig in een doordeweeks vlaams boerendorp.

Ik had ronduit medelijden met de twee tot ze nog eens opkeken alvorens ze de poort uitstapten.
Er was zoveel vreugde en verwachting te zien in de ogen van het stel dat ik me op slag weer helemaal gelukkig voelde met het plan.

Nu enkel nog wachten op de foto's.
Ik popel....

vrijdag 11 december 2009

EN TERWIJL DE HONDEN BLAFFEN, TREKT DE KARAVAAN VERDER (DEEL V)

...Het hoogtepunt evenwel was het bezoek aan de wilde honden...
... nu stond ik eindelijk oog in oog met de sociale, intelligente dieren....

...Tenslotte reden we - net voor de regen uit - terug naar Babu's Camp...
...waar we elk een fantastiche tent toegewezen kregen...

donderdag 10 december 2009

EN TERWIJL DE HONDEN BLAFFEN, TREKT DE KARAVAAN VERDER (DEELIV)

Wie denkt dat de haan een vroege vogel is, denkt best een tweede keer.
Tenminste als ie ooit naar Mkomazi wil.
Het park is een hemel voor vogelliefhebbers maar waarom die gevleugelden op zo'n onchristelijk uur moesten beginnen, is me nog altijd een raadsel.

Dat kwetterde, toeterde, floot en kwinkelde maar raak en toen ook nog de zon begon te branden, waren we al voor zeven uur uit onze tenten.
We maakten koffie, braken het kamp op en reden weg van de moeraskant van het park waardoor we om een uur of tien al bij Babu's Camp stonden, ons onderkomen voor de nacht.
Via Steffi uit Waterloo hadden we een prijsje bedongen dat slechts 20% bedroeg van de normale prijs in de lodge.
Wederom is duidelijk dat een monopolieposite onmiddellijk exorbitante prijzen met zich meebrengt.

We vroegen om een gids en we kregen Frank toegewezen die er verder fanatiek het zwijgen toedeed en duidelijk geen kaas gegeten had van kaartlezen.
Hij stuurde ons steevast de foute kant uit en toen we plots aan de grenspaal met Kenia stonden, hadden wij drieen onmiddelijk door wat het ding was terwijl Frank de enige was die nog niet wist waar we nu precies waren.

Het was ook duidelijk dat Mkomazi nog steeds het jachtgebied van stropers was; we zagen niet veel dieren en TANAPA (Tazania National Parks) besteedde niet veel aandacht aan dit pure stuk natuur maar wat we dan wel zagen, maakte alles weer goed.

Er waren drie steppe arenden (een prachtige tekening op het bruin en met een gigantische spanwijdte), we zagen een stelletje bat eared foxes rennen voor een schuilplaats, hun oren als schoteltjes op hun kopje; verschillende malen die dag spotten we kudu's, een grote en uitermate schuwe hertensoort en 's avonds gingen we op zoek naar het bizarre aardvark.
We zagen waar ie gaten gegraven had om insecten uit dode bomen te halen maar het rare kereltje zelf kregen we niet te zien....

Het hoogtepunt evenwel was het bezoek aan het sanctuary waar wilde honden in gevangenschap werden gehouden om ze later terug uit te zetten in andere National Parks.
Voor mij zijn het altijd fascinerende jagers geweest nadat ik ze eens in een natuurdocumentaire zag en nu stond ik eindelijk oog in oog met de sociale, intelligente dieren ook al leefden ze in afgesloten gebieden.
We kochtten de bewaker om en die opende de poorten voor ons zodat we naar binnen konden, in dezelfde ruimte van de wilde honden.
Het was een heerlijk moment...

Tenslotte reden we - net voor de regen uit - terug naar Babu's Camp waar we elk een fantastiche tent toegewezen kregen.
Ik schrok me nog een hartverzakking toen een monitor lizzard, een reptiel van een goeie meter lang, net de plaats voor mijn openlucht-douche had uitgekozen om te zonnen maar blijkbaar had het voorhistorische monster daar het zelfde gevoel bij en het maakte zich uit de voeten, een en al staart en schubben en gekronkel....

Na een overheerlijke maaltijd en flink wat pousse-cafes, zochtten we onze tent op en na een verfrissende douche 's morgens zetten we weer koers naar Arusha.

Alweer een prachtig weekend...

woensdag 9 december 2009

EN TERWIJL DE HONDEN BLAFFEN, TREKT DE KARAVAAN VERDER (DEEL III)

Om de een of andere ondoorgrondelijke reden is deel II onder deel I terecht gekomen.
Gelieve dus naar beneden te scrollen voor de foto's van het uitstapje...

dinsdag 8 december 2009

EN TERWIJL DE HONDEN BLAFFEN, TREKT DE KARAVAAN VERDER (DEEL I)

Het goeie nieuws over mijn nieuwe werk op donderdag gaf het uitstapje dat gepland stond op vrijdag nog net iets meer kleur.
Axel, mijn goeie vlaamse vriend, kwam me ophalen en ik bracht nog een nacht in alle rust en luxe door in Onsea House. Op zaterdagochtend kwam Hilbrand, het laatste deel van de heilige drievuldigheid ons ophalen en we zetten gelijk koers naar Moshi.
Met Hilbrand hadden we een sterke kracht in ons team.
De Nederlander was geboren in Western Kilimanjaro (zie 1 van de vorige posts) en wou graag gids worden. Het was dan ook logisch dat hij degene was die elk vogeltje en elk dier verscholen in het struikgewas opmerkte en ons dan ook gelijk een volledige en interessante uitleg kon geven.

We gingen lunchen in El Rancho, een logische naam voor een indisch restaurant en ik zou later die nacht nog vaak terug denken aan hun onhygienische keuken toen ik voor de zoveelste keer mijn tent uitmoest voor een plots opkomend en eerder dringend bezoek aan de bush terwijl er ongetwijfeld hongerige hyena's en likkebaardende leeuwen toekeken hoe een kale dikke blanke beschutting zocht achter een armtierig struikje....

In Same - de Pare en Usambara Mountains indrukwekkend aan onze linkerkant - sloegen we linksaf, Kenia tegemoet.
De asfaltweg ging over in een piste.
Het was duidelijk dat het park niet hoog op de lijst stond van de meeste tourcompanies.
We kwamen aan bij de poort en we werden bekeken als een curiosum. Op de laatste twee maand waren er vijftien auto's het park binnengereden.
Het eerste probleem met de gebundelde krachten van het bureautje bleek over ons geld te gaan.
We hadden enkel tanzaniaanse shillings bij, iets wat eerder logisch is in Tanzania, dachten we, maar er moest en zou betaald worden in dollars tenzij we konden bewijzen dat we in het land woonden en werkten.
We hadden geen van drieen ons paspoort mee; het vloeiend kiswahili van Hilbrand maakte geen indruk en het feit dat zowel hij als ik een tanzaniaans rijbewijs op zak hadden werd ook niet als bewijslast aanvaard.
We stonden met zijn allen klem, maar toen streken de goede heren over hun hart en werd na een paar telefoontjes en een wachttijd van een half uur besloten dat we toch binnenmochten.
Terwijl Axel en Hilbrand discussieerden met een paar rangers over de te berijden wegen in dit korte regenseizoen, assisteerde ik de man die de rekening in goeie banen moest leiden.
Toen ik zomaar uit het blote hoofd tot de conclusie kwam dat 26 maal 2 wel 52 moest zijn, en de imposante rekenmachine van de man me nog gelijk gaf ook, werd prompt besloten dat ik wel een ingenieur moest zijn.
Mijn hulp werd dan ook dankbaar aanvaard want met die machines weet je uiteindelijk toch nooit waar je aan toe bent.
Een vol uur later konden we de bedompte lokaaltjes verlaten.

We reden Mkomazi National Park binnen en in tegenstelling tot de naam die "land zonder water" betekent, begonnen we gelijk aan een modderige rally over de paadjes die allang niet meer bereden waren.
Na een half uurtje op weg naar de campsite stonden we vast. Het pad was verdwenen en de hele omgeving leek 1 groot moeras. We reden een stukje terug en verstopten ons achter een struikenrij want kamperen buiten de campsites was verboden.
We maakten kamp en terwijl Hilbrand ons informeerde over de plaatselijke leeuwen zonder manen (uitzonderlijk gevaarlijk) en de luipaarden (besluipen je en bijten je strot over voordat je het beseft), wendden Axel en ikzelf luchthartige nonchalance voor terwijl het hart ons in de keel klopte....

We staken de houtskoolvuurtjes aan, Axel versneed de keniaanse rundsfilet en we openden de eerste fles wijn.
We hadden een prachtig zicht, het diner smaakte overheerlijk en we praatten een eind weg over vanalles en nog wat.
Een kort maar krachtig regenbuitje dwong iedereen in zijn tent en terwijl ik op regelmatige tijdstippen de buitenlucht opzocht om die verdomde Indische kwelduivel uit te drijven, verstreek de nacht...

EN TERWIJL DE HONDEN BLAFFEN, TREKT DE KARAVAAN VERDER (DEEL II)

...We hadden een prachtig zicht...
...want kamperen buiten de campsites was verboden...
... Het goeie nieuws gaf het uitstapje nog net iets meer kleur...
...en we openden de eerste fles wijn...
...en we praatten een eind weg over vanalles en nog wat...

vrijdag 4 december 2009

EEN TWEEDE DIRIGENT BIJ DILIGENT?

Ooit - drie maand geleden - had ik mezelf voorgenomen om er een flinke vakantie van te maken na mijn plotse vertrek op mijn werk.
Op 1 november zou ik met hernieuwd enthousiasme en opgeladen batterijen aan een speurtocht naar een nieuwe job beginnen.
Eind oktober kwam in zicht en de vele uitstapjes, de rust en het aangekondigde bezoek van Jan en Annemarie gaven me een dusdanig comfortabel gevoel dat mijn voorgenomen planning er flink bij inschoot. Het leek me allemaal weinig zin te hebben, dat gedoe met CV's, jezelf te verkopen en interesse te veinzen voor nieuwe kampen die nog meer luxe dan hun concurrenten beloofden aan hun rijke bezoekers.

Sinds enige tijd vertoefde ik regelmatig in het gezelschap van Hayo, een boomlange Nederlander die voordien vijf jaar in China gewoond had.
Volgens mij om die minimensjes in het land van de rijzende zon een minderwaardigheidscomplex over hun lengte aan te smeren alhoewel Hayo nog altijd volhoudt dat ie er ook gewerkt heeft in die tijd.

Mijn gezel in het bespreken en oplossen van de wereldproblemen onder het genot van een goed glas werkt voor Diligent (www.diligent-tanzania.com/), een bedrijf dat onderzoek deed en ondertussen ook al produceert op de markt van de biobrandstoffen.
Het was iets waar ik al lang meer wilde over weten dus ik hoorde Hayo op regelmatige basis uit over hoe dat nu allemaal in zijn werk ging.
Mijn noorderbuur zocht dan weer oplossingen voor de dagdagelijkse gang van zaken in een wereld die nog maar pas de zijne was.
Het werd al gauw duidelijk dat de principes, zeden en gewoonten van Oost-Afrika wel heel flink verschilden dan die in China en daar kon ik Hayo in wegwijs maken.

Vorige week kwam de grote baas van het bedrijf langs. Ruud bleek een goedlachse en een gedreven man te zijn.
We ontmoetten elkaar gisteren voor het eerst in onze favoriete drenkplaats, Via Via, en nog voor Hayo terug aan de tafel was met onze biertjes, had ik al een aanbod van Ruud te pakken om mee in het bedrijf te stappen.
De interesse voor biodiesel was zo groot aan het worden dat Hayo meer de hort op moest. Zambia wachtte, China ook, West Afrika had ook al geinteresseerde vragen laten horen.
Daarom begon ik vier dagen geleden - ook al weet ik dat pas sinds gisteren - aan een nieuwe carriere.
Ik loop drie maand mee met Hayo op half time basis binnen Diligent en neem de lopende zaken over als ie nog maar eens op het vliegtuig stapt.
Als iedereen eind februari tevreden is, neem ik de dagelijkse leiding over van Diligent Tanzania.
Maar voor ik op blote voeten olie ga staan persen in een afgeschreven wijnton, ga ik eerst nog een weekend naar Mkomazi, een totaal ongekend National Park waar nog wilde honden leven.

Daarover volgende week meer...

zaterdag 28 november 2009

BOVEN DE PIJN(BOOM)GRENS, (DEEL V)

John keek wantrouwig naar boven, naar de grijs bewolkte hemel terwijl ik wantrouwig naar beneden keek.
Het hele stuk dat ik, amechtig ademend en meer kruipend dan klimmend naar boven had afgelegd, moesten we ook terug naar beneden.
Het leek logisch maar allesbehalve makkelijk.

De druivensuiker was op, de korte morele boost van het bereiken van de top weggeebd.
Van bij de eerste stappen was al duidelijk dat de afdaling op zijn minst even zwaar zou zijn als de beklimming.
De rotsen waren spekglad van de regen en de sneeuw en John besliste gelijk er een flink tempo op na te houden.
Gedurende uren zag ik zijn schim in de verte. Hij legde er op die manier flink de zweep op doordat ik bang was om hem kwijt te spelen maar tegelijk was ie professioneel genoeg om altijd binnen mijn gezichtsveld te blijven.

Uur na uur verstreek terwijl ik de steile hellingen afzwoegde en plots hadden we Rhino Point in het vizier.
Op de top zagen we miniatuurmensjes.
Achteraf bleek dat Jan en Annemarie - ongerust door onze lange afwezigheid - nog maar eens de berg beklommen hadden op zoek naar ons.
Wij zagen hen, maar jammer genoeg merkten onze vrienden ons niet op.
Ze keerden uiteindelijk onverrichterzake terug terwijl ik op mijn adem trapte en de hele onderneming naar de hel wenste.

Bij het oversteken van een klein beekje ging het finaal mis. Ik misstapte me op een totaal onbelangrijke kei en smakte hard tegen de grond.
John rende terug en zag de schrammen op mijn hoofd.
Dieper kon mijn moraal niet meer zakken en mijn gids besloot wat foto's te nemen om me wat rust te gunnen en om me wat op te vrolijken.
Hij hees me overeind en liet me poseren met de enorme askegel van de uitgedoofde vulkaan achter me.
Zo zwak stond ik ondertussen op mijn benen dat John me enkel met een snoeksprong overeind kon houden op het smalle richeltje waar we opstonden toen ik langzaam achteruit wankelde.

We wandelden langzaam verder, beklommen nog met de laatste krachten de steile hellingen naar Rhino Point en begonnen toen aan de eerder makkelijke afdalingen naar Saddle Hut.

Al spoedig ontmoetten we Daniel en Shukuru, twee dragers die eens kwamen kijken of we de trip wel overleefd hadden.
Iets lager kwam Good Luck ons tegemoet; hij had zijn MP3 speler met Bongo Flava - afrikaanse rap - meegebracht om me op te monteren.
Nog iets verder wachtten Jan en Annemarie ons op, we hadden zowaar een uitgebreid ontvangstcomite.

Uiteindelijk zwijmelde ik als een dronkenman na dertien uur en een half het kamp terug in. De hele tocht had ik gedroomd over grote koppen dampende soep en enorme borden voedsel maar nadat Good Luck me uit mijn schoenen geholpen had en ik naar de refter hinkte, kreeg ik nauwelijks een hap door mijn keel.
Totaal leeg kroop ik in bed, sliep tien uur en op dag vier vatten we de terugtocht aan naar de duizend meter lager gelegen Miriakamba Hut.
Vandaaruit reed een jeep van het park ons dwars doorheen een gigantische holle vijgenboom terug naar het startpunt en via Arusha National Park kwamen we in Arusha.

Onderweg maakten we al uit wie eerst zou douchen.
Eenmaal in Kwa Idd bleek de elektriciteit nog maar eens uitgevallen.
Douchen zou voor later zijn....

zondag 22 november 2009

BOVEN DE PIJN(BOOM)GRENS, (DEEL IV)





BOVEN DE PIJN(BOOM)GRENS (DEEL III)

De tweede nacht op onze trip zou de nacht van de waarheid worden.
Om middernacht zouden we uit bed gehaald worden voor een kop koffie en een stukje brood, om 1 uur zouden we vertrekken met het plan de top te bereiken om een uur of zes in de ochtend zodat we de zon konden zien opgaan naast de kilimanjaro.
Het bleek een plan met vele parameters zijn van wie er enkele diep in het negatief stonden.

Het regende, het hagelde en het waaide en het was duidelijk dat Meru zich niet zomaar gewonnen zou geven.
We gingen vroeg naar bed maar de klimmers die de andere kamertjes bevolkten, dachten anders over ons idee.
Er werd druk nagepraat in de gang, met deuren gegooid en een zwitserse dame gilde iedereen uit bed toen ze een muis ontdekte in haar kamertje.
Om twaalf uur kwam John zeggen dat we niet konden vertrekken wegens de hevige regen.
Om 1 uur werden we gewekt omdat de Zwitsers dezelfde informatie kregen.
Om twee uur vertrok een jong stelletje toch.
Om vier uur werden we uit bed gehaald, tijdens de koffie begon het weer te gieten en doken we opnieuw in de slaapzak.
Om zes uur tenslotte - na een nacht met bijzonder weinig slaap - zetten we onze aanval in.

Niets droogde in deze klamme omstandheden dus we stapten weg van saddle hut met schoenen die zompten en jassen die zwaar waren van de voorbije regenbuien.
Jan had er al overduidelijk geen zin in en besliste om ieders moraal nog wat naar beneden te halen door een eindeloos herhaalde mantra.
"Als het nu niet zou regenen, dan zou dit leuk zijn...", weerklonk ongeveer elke minuut diep vanuit een kletsnatte regenjas.

We zwoegden naar Rhino Point (3800 m) in de regen en op een smal richeltje bewees Annemarie dat ze geen natuurtalent was wat klimmen betreft.
Een half uurtje verder moesten we zijdelings over een steile helling waar je schoenen enkel grip vonden in smalle uitsteekseltjes en net daar besliste haar geest dat het welletjes was geweest.
De zelfbehoud-modus sprong in veiligheid en haar voeten wilden voor - noch achteruit.
We stonden hopeloos klem, Jan mummelde ontevreden in zijn kap; ik vond die hele berg maar niets en Annemarie stond hulpeloos naast de gids tegen de helling aangeplakt.
Mijn lieve vrienden beslisten terug naar het kamp te gaan.
In deze omstandigheden was absoluut geen voldoening in de trip naar de top te vinden.

Aangezien ik wel eens wilde zien hoe het gesteld was met mijn wilskracht, verkoos ik in een moment van zinsverbijstering om verder te gaan met John terwijl Good Luck zich over mijn bezoek ontfermde.

John stapte traag voorop terwijl ik uren aan een stuk enkel het grijs van zijn poncho en het beige van zijn broek zag. Opkijken had geen zin, het regende, het hagelde, het sneeuwde en rondom ons zagen we enkel het grijs van de dichte mist.
De kilimanjaro zou zich vandaag alvast niet laten zien.

Om een uur of elf begon de honger te knagen en dus vroeg ik John om mijn lunchpakket.
Mijn gids bekeek me ietwat ongerust.
Op een wandelingetje als dit nam ie enkel wat water mee; na een uurtje of acht waren we toch terug, net op tijd voor een late lunch in saddle hut.
We stapten verder terwijl ik me afvroeg hoe dit verder moest.
Een halfuur later gaf mijn lichaam het antwoord.
Benzine op, metertje in het rood en uitbollen kreeg ik doorgeseind.

Op een pakje druivensuiker dat ik in laatste instantie nog van mijn vrienden gekregen had, sukkelde ik verder de steile hellingen op. 
Ik vervloekte John en zijn onverantwoord gedrag, ik vervloekte de berg en ik vervloekte mezelf.
Maar net die woede verbood me terug te keren.
Ik moest en zou de top halen...

Na elke paar stappen laste mijn lichaam een rustpauze in, zeer tegen de zin van John die nog altijd voor me - handen in de broekzakken en vrolijk fluitend - naar boven danste.

Uiteindelijk haalde we de top, Socialist Peak op 4566 meter, om half twee in de middag; terwijl John erop gerekend had om een half uurtje later terug in saddle hut te zijn.
 We haspelden de verplichte ceremonie af; elkaar gelukwensen, foto's nemen, namen in het boek schrijven en vatten de terugtocht aan.
De marteling was nog lang niet voorbij....





zaterdag 21 november 2009

BOVEN DE PIJN(BOOM)GRENS (DEEL II)

Miriakamba hut met het te temmen monster op de achtergrond....


BOVEN DE PIJN(BOOM)GRENS

Het is lang stil geweest op deze blog.
Er gebeurde gewoon te weinig in mijn saaie leven om mijn lezers te vermoeien met nutteloze berichten.
Het is lang stil geweest in mijn huisje in Kwa Idd city.
Wat daar de reden van was, laat ik in het midden maar tot mijn grote vreugde is daar nu verandering in gekomen.
In het gezelschap van donkere chocolade, single malt whiskies en belgische streekbieren kwamen Jan en Annemarie vorige week vrijdag aan met de KLM vlucht.
We spendeerden een rustig weekend in Arusha en op maandag kwam John - sinds jaar en dag de vaste gids voor bergtochten van mijn bezoekers - ons ophalen om Mount Meru te bedwingen.
Het zou het begin van een helletocht zijn.

We reden door Arusha National Park, zagen nog wat giraffes en zebra's en toen werden we ingeschreven in dikke officiele boeken terwijl John de bagage verdeelde om zo weinig mogelijk te moeten investeren in dragers die alle benodigdheden - van gasfles tot ketchup en twintig liter drinkwater - de berg opzeulden.
Later op de steile helling keken we met ontzag en medelijden hoe onze vijf dragers - onder hen 1 jong meisje - letterlijk de berg opliepen met twintig kilo in evenwicht op hun hoofd.
We kregen Good Luck (!) toegewezen, de ranger die ons met zijn geweer zou beschermen tegen onverwachte aanvallen van humeurige buffels of olifanten.

In een kleine colonne stapten we traag tegen de eerste hellingen op.
Uren aan een stuk zag ik de schoenen en de kuiten van mijn voorganger terwijl ik mijn bezoek stilletjes vervloekte omdat ze me meegesleurd  hadden in dit onzalige avontuur.

Annemarie kreeg een inzinking en daarna was ik aan de beurt maar uiteindelijk haalden we Miriakamba hut op 2500 meter hoogte, zij het dat ik enigszins achterop was geraakt en daardoor in de gietende regen en volledig doorweekt aanspoelde.
We gingen vroeg naar bed en op de tweede dag stapten we in vier uur via honderden trapjes naar saddle hut op 3500 meter.
Deze keer was ik in topvorm en reed ik mijn vrienden los.

Om de hoogte op een gezonde manier te verteren, had John het plan opgevat om ons in de namiddag Little Meru op te sturen, een flinke 3800 meter en een boost voor onze rode bloedcellen.
John zelf bleef wijselijk in het kamp om het avondeten klaar te maken.

Na drie minuten betrok de lucht en viel het water met bakken uit de hemel.
Na drie minuten en vijftien seconden waren we allemaal drijfnat.
We bereikten de top, zij het dat 1 persoon van ons drietal toen al liet blijken dat hij er schoon genoeg van had.
Jan was duidelijk niet naar Afrika gekomen om zich te laten natregenen...



dinsdag 27 oktober 2009

PARIS - DAKAR TER HOOGTE VAN DE EVENAAR (DEEL II)



PARIS-DAKAR TER HOOGTE VAN DE EVENAAR

Aangezien mijn reisgezel, ouwe excentrieke Mike, tot zijn eigen verwondering plots managing director geworden is van een bescheiden safaribedrijfje, vond ik dat het wel eens zijn beurt was om een uitstapje te organiseren.
Tot vorige week was onze organisatie altijd eenrichtingsverkeer. Niet dat ik daar iets op tegen had; ik vond het leuk de tripjes te organiseren maar nu Mike ook executive decissions kon maken, zag ik ons al samen naar een verafgelegen en moeilijk te bereiken National Park rijden in de nagelnieuwe Land Rover van Olosokwan Safari's.

De wilde honden in  Mkomazi National Park bezoeken bleek helaas iets te hoog gegrepen.

In plaats daarvan wou Mike samen met mij en David Lancaster naar de kust voor een dagje of vier.
Ik zeg niet gauw neen als ik over een nieuw plan hoor, maar ik stelde me wel een paar vragen bij onze nieuwe reisgenoot.
David is geboren in Malawi waar de familie het land van dictator Banda twintig jaar geleden moest verlaten toen zijn vader een toenmalige minister een pandoering had gegeven.
De zoon had de ruwe gewoontes overgenomen die toen blijkbaar gangbaar waren bij de blanke avonturiers die have en goed hadden achtergelaten om zich te vestigen in het onontwikkelde Afrika.
Iedere keer ik David had ontmoet, bengelde er een sigaret in zijn mondhoek en zoop ie luid boerend zijn zoveelste glas, zwijmelend maar altijd in evenwicht door de jarenlange gewoonte van overdadig alcoholgebruik.
Toen ook nog bleek dat er een Duitser zou aansluiten, dacht ik oprecht aan annulatie.

Gelukkig hield de zin in een strandvakantie me in de race want het waren vier heerlijke dagen.
Mike was zijn gewone, vrolijke en absurde zelf; David bleek een heel gevoelige en attente reisgenoot te zijn met respect voor alles en iedereen en Sebastiaan was een student geografie die zich gewoon had aangesloten bij het bizarre groepje.

We reden de vierhonderd kilometer naar Tanga, een gekende kustplaats die door slavenhandelaars gebruikt werd als uitvalsbasis voor verscheping naar het westen en toen kwamen we ietsje zuidelijker aan in het alleraardigste Peponi Beach.

De 71 jarige uitbater gaf ons een warm welkom en we konden gelijk aanvallen op een fantastische en spotgoedkope visschotel.
Op dag twee reden we onder dreigende wolken naar het kleine dorpje Pangani en toen het water met bakken uit de hemel begon te vallen, beleefden we met de Land Rover van David een stukje pure Paris-Dakar.
Op de zeven kilometer terug zaten een twintigtal voertuigen vast.
Bussen in de gracht, trucks dwars over de weg, minibusjes tot aan hun assen in de modder.
David bewees zijn ervaring als bush-driver en we kwamen onder de modder terug aan bij onze tenten.
Op zondag werd een snorkel- en visuitstap georganiseerd, helaas zonder succes met betrekking tot de visvangst en op maandagochtend reden we op het gemak terug naar Arusha nadat we onze nieuwe duitse vriend ergens halfweg achterlieten op zijn weg naar Mombassa in Kenia.

Het was alweer een heerlijke uitstap geweest... 

woensdag 21 oktober 2009

HAPPY DAYS

Sinds een week of twee viel me op dat het vriendinnetje van George, mijn nachtwaker-tuinier hier wel erg vaak was.
De afspraak met George is dat zij de enige persoon is die binnen mag teneinde een stoet van vriendjes tegen te houden rond het huis.
Er zit er altijd wel eentje bij met snode bedoelingen die de boel eens komt verkennen en dan 's nachts een paar van zijn ongure collega's op bezoek stuurt.

Happy nu, zo heet het wicht dat ik nog nooit heb zien lachen, bleef hier naar het leek dag en nacht.
Communicatie op eigen initiatief is onbestaand in dit deel van de wereld dus ik wist dat het eigenaardig genoeg mijn taak zou zijn om George aan te spreken over de verandering van routine dan omgekeerd.

De jongen had onfortuinlijk genoeg zijn nog schoolplichtige vriendinnetje zwanger gemaakt en aangezien haar ouders er haar prompt uitgegooid hadden, zat er niets anders op dan hun wittebroodsweken te vieren op de paar vierkante meter van het nachtwakershuisje.

Op zondag besloot ik het jonge stel aan te spreken over de toekomst. Abortus is ilegaal in Tanzania maar ik wilde zeker zijn dat ze op zijn minst een idee hadden van die mogelijkheid.
Happy betoogde met enige matheid in haar stem dat ze klaar was voor de baby, George staarde verslagen en stilzwijgend voor zich uit.

Ik vertelde hen van de mogelijkheid, dat het hun uiteindeljke beslissing was en dat ik die zou respecteren maar dat ze goed moesten nadenken.
Op maandagochtend vroeg ik hoe het met hun ideeen stond. Het koppel had tijdens de nacht besloten dat ze de baby geen stabiele toekomst konden geven en dat een abortus bijgevolg de beste oplossing was.

Op dinsdag regelde ik een afspraak met de dokter van een lokaal hospitaal. Mijn beschermelingen kwamen zonder schaamte een half uur te laat op de consultatie maar dat was geen probleem want de dokter kwam pas een vol uur later binnengewaaid
Hij sprak George en Happy streng maar vaderlijk toe, gaf hen gelijk ook een trucklading condooms gratis en voor niets (ook een paar met ananas maar het grapje werd niet ... euh... gesmaakt door de hypernerveuze jongelingen) en eindigde toen met de bedreiging dat ie het ding van George er de volgende keer zou afhakken als ie hem nog eens aan zijn bureautje zag.
George keek angstig naar het raam alsof ie wou vluchten en Happy bestudeerde haar schoenen.

De prijs werd besproken en zoals altijd en overal werd er nog evenjes afgedongen. Bizar genoeg was er ook keuze tussen zonder en met verdoving.
Alsof het jonge meisje nog eens extra gestraft moest worden voor haar ontuchtige handelingen.

Daarna legde de dokter uit aan Happy dat ze iedereen moest vetellen dat ze een miskraam had gehad. We wilden tenslotte niet met zijn allen in de gevangenis belanden...

De behandeling duurde een minuutje of vijf en daarna konden we een ietwat zwijmelende maar duidelijk opgeluchte Happy terug mee naar huis nemen.
Al bij al een eerder triest verhaal, maar ik ben er zeker van dat dit de beste oplossing was voor zowel het jonge stel als voor de baby....

ELEKTRICITEIT, (G)EEN VASTSTAAND FEIT

In Tanzania beleven we het eind van de lange droogte en zou het eigenlijk al dagelijks moeten regenen. Het korte regenseizoen had er al even moeten zijn maar behalve twee tropische stortbuien en wat zielig gemiezer bleef de lucht strakblauw.

De gevolgen zijn navenant.
In de grensstreek met Kenia - niet eens zo ver hier vandaan  - zijn felle gevechten aan de gang tussen veehouders. Kenianen steken illegaal de grens over en laten hun kuddes de laatste modderige poelen leegdrinken terwijl de vuilbruine plukjes gras weggegrazen worden.
Een emmer water ginder kost nu al iets van een zestig eurocent, logisch dat de veestapel gedecimeerd wordt bij boeren die niet over voldoende fondsen beschikken.

Lake Natron, een prachtig meer dat gekend is om zijn roze gloed vanwege de tienduizenden flamingo's schijnt nu een enorm kerkhof te zijn.
De oevers van het fel gekrompen meer liggen bezaaid met stinkende kadavers.

De hele omgeving rond Arusha lijkt wel een woestenij. Zandstormen en een maanlandschap waar je ook kijkt

Logisch dan ook dat iedereen elke dag opnieuw bidt om regen....

Ook onze elektriciteitsmaatschappij ontsnapt niet aan de gevolgen van een langdurige droogte.
Om de bevoorrading iets langer vol te houden, is over gegaan tot een rantsoeneringsprogramma.
Leuk en handig is anders maar ik kan begrip opbrengen voor het hele plan.
Op dinsdag en zondag heeft Kwa Idd, het kleine dorpje waar ik woon, geen elektriciteit; zo wordt in een officeel bericht verteld.
Vorige week verliep alvast iets anders.
Ook op vrijdag zat mijn hele buurt zonder stroom.
Waarschijnlijk een foutje van de man die de schakelaars bedient, maar missen is menselijk dus dat overleven we wel.

Aangezien gisteren een dag zonder elektriciteit zou zijn, maakte ik van de nood een deugd. Ik stond om vijf uur op, werkte tot negen toen de elektriciteit verdween en reed toen naar het zwembad voor mijn dagelijkse baantjes en produceerde daarna heel wat extra tijd op een strandzetel met een boek.
Toen ik terug thuis kwam, bleek dat de elektriciteit na een uurtje of twee als bij wonder teruggekomen was.
Onbegrijpelijk voor mijn westerse brein, maar goed.

Vandaag is gelukkig een dag zonder rantsoenering.
Omdat je uiteindelijk nooit weet met die knakkers van de energiemaatschappij stond ik maar weer vroeg op.
Een wijze beslissing bleek het te zijn, want om negen uur ging het hele zaakje plat.
Ik heb nog twee uurtjes batterij op mijn laptop en daarna ga ik verder lezen aan het zwembad.
Welkom allemaal.... 

maandag 12 oktober 2009

HET AVONDGEBED VAN "DEN JOHNNY MET DE PET"

Je houdt het niet voor mogelijk,  nog maar net was Obama ingehuldigd als nieuwe president of iemand kwam al op het idee om hem voor te dragen als kandidaat voor de Nobelprijs voor de vrede.
Dat hij hem krijgt, vind ik al tamelijk twijfelachtig.
Ik bedoel maar, het enige wat hij tot nu toe verwezenlijkt heeft, is het voorzichtig afbouwen van de wilde plannen van zijn voorganger.
Daar heb je gezond verstand voor nodig, geen Nobelprijs.
Maar dat ie in februari al voorgedragen werd, daar kan mijn verstand niet bij.
Wie wist toen in godsnaam wat de nieuwe president in zijn mars had?

Gisteren had ik mijn vriend Johnny aan de lijn. Tuig van de richel, vierde wereld, bedenkelijk en laag allooi...
Hij vond dat het gedrag van Amerika niet zo veel afweek van het zijne.



HET AVONDGEBED
VAN "DEN JOHNNY MET DE PET"


MET ZIJN ALLEN BEDIENEN WE OP ZIJN WENKEN
DE DICTATUUR VAN HET POLITIEK CORRECTE DENKEN
WAT NIET HOORT WORDT NIET VERNOEMD,
WE ZIJN TOT HYPOCRISIE GEDOEMD.


DE NOBELPRIJS VOOR VREDE
- HET ERETEKEN VOOR VERDRAAGZAAMHEID EN REDE - 
WORDT NAAR EEN HALVE ZOOL GESTUURD 
DIE EEN  STEL NAIEVE IDIOTEN BESTUURT.


HET HOEFT NIET MEER, IK DOE NIET MEE
AAN DAT POLITIEK CORRECT IDEE
HITLER WAS STRENG MAAR RECHTVAARDIG
EN MAO ZAG WAT GEEL MAAR WAS WEL AARDIG
TENMINSTE ALS JE HEN NAAST DE VERENIGDE STATEN ZET,
ONZE LEIDER, GROOTMACHT EN POLITIEMAN MET PET.


IK BEGIN EEN 1MANS VRIJHEIDSSTRIJD
WANT IK MOET TENSLOTTE AL DIE VUILE WOORDEN KWIJT.
NIETS TE "ANDERS GEAARD", EEN HOMO IS  EEN FLIKKER
EN VERKIJK JE NIET, EEN ZWARTE IS GEWOON EEN NIKKER.


NIKS TEGEN HORMONEN, IK SMOKKEL ANABOLE STEROIDE
IN MIJN VERLAAGDE, OPGEFOKTE BOOM-BOOM BOLIDE.
WAARMEE ONS MARINA VOORBIJ DE SCHOOLPOORT RAAST
AAN HONDERDDERTIG, DOOR DOPE EN XTC VERDWAASD.


GEEN GELD MEER? GEEN PROBLEEM MIJN VRIEND,
IK VERTEL JE HOE JE JE CENTEN VERDIENT.
ONZE KEVIN ZET ZIJN TRIESTIGSTE GEZICHT
OM DIE TRUT TE MELKEN VAN HET OCMW-GESTICHT.


OF IK RAM EEN PAAR PUBERS OM HUN I-POD IN ELKAAR
EN STEEL HET PENSIOEN VAN BONMA MET HAAR BLAUW GEPERMANENTE HAAR.
HOOLIGANS EN VERDRAAGZAAMHEID.
VERKEERSAGRESSIE EN GEDOOGBELEID.
IK SPEEL ERMEE, IK DAAG ZE UIT
EN WIE NIET LUISTERT, SLA IK OP ZIJN SNUIT.


OP MAANDAG VOER IK ONZE KEVIN NAAR 'T INTERNAAT
MET EEN DRANKKEGEL EN EEN UUR TE LAAT.
IK PARKEER OP GOED GELUK
OP HET TROTTOIR MET MIJN ENORME TRUCK
EN LOS GELIJK EEN VUILNISZAK EN EEN OUD MATRAS.
DE JUF ZIET MIJN BLIK MAAR ZOEKT LIEVER GEEN AMBRAS.


IK GEDRAAG ME OPPERMACHTIG AGRESSIEF
EN LEG HET UIT AAN DE RECHTER ALS "DEFENSIEF".
VECHTEN VOOR VRIJHEID IS ALS NEUKEN VOOR MAAGDELIJKHEID;
WE RAKEN ALLE NUANCES EN FINESSES KWIJT....
OBAMA SPEELDE HET NU AL KLAAR;
KRIJGT DEN JOHNNY HEM DAN VOLGEND JAAR? 

dinsdag 6 oktober 2009

TIA (DEEL II)

Dit verhaal mocht ik gisteren optekenen uit de mond van ouwe Mike, mijn broeder in de misdaad tijdens reizen allerhande in Tanzania.
Mike is geboren in Dar Es Salaam en heeft in Kenia en Uganda gewoond in de vijftiger jaren en heeft blijkbaar na al die jaren nog veel contacten over heel Oost-Afrika.

In Nairobi heb je de wijk Karen, genoemd naar Karen Blixen die dan weer de schrijfster is van "Out Of Africa."
Het betreft hier een groene long voor het verstikkende centrum van een snel groeiende afrikaanse stad en natuurlijk wonen hier de meeste rijke expats.
Een blanke vrouw had er een druk beklant restaurant en elke avond werd de kassa opgehaald door een veiligheidsfirma.
Mevrouw liet op een zekere avond al haar medewerkers naar huis gaan en kwam dan tot de conclusie dat ze eigenlijk helemaal alleen in haar restaurant was midden in een bosrijke omgeving.
Gelukkig daagden op dat moment de ridders van de nacht op met hun gepantserde voertuig en de uitbaatster besloot achter de kerels aan te rijden op haar weg naar huis.

In het midden van de bossen kreeg een auto die van de andere kant kwam pech en de bak gaf de geest midden op de weg.
De kleinst mogelijke colonne moest wel stoppen en onmiddellijk sprongen er vier kerels uit de auto die gelijk het vuur openden op de banden van het busje.
Mevrouw - ook niet van gisteren - gooide haar auto in achteruit en met gierende en rokende banden belandde ze helaas vijftig meter verder in de gracht.
Het wereldkampioenschap achteruitrijden zou ze vast nooit winnen...

De boeven haalden de dame uit haar auto en namen haar mee in hun wonderbaarlijk herstelde voertuig verder de bossen in.
Haar hart moet ongeveer stilgestaan hebben maar er werd haar geen kwaad gedaan.
Op een afgesproken plaats stond een andere auto en de overvallers hadden hun eerste vluchtwagen niet meer nodig; ze boden die bijgevolg goedmoedig aan aan de bibberende vrouw.

Onze hoofdrolspeelster wierp een blik op de versnellingen en zei met benepen stemmetje dat ze niet wist hoe automatische transmissie werkte.

Dat was geen probleem voor de kerels.
Ze gaven mevrouw een tien minuten durende les met de haar onbekende automaat en lieten haar toen gaan.

TIA...
This Is Africa.

maandag 5 oktober 2009

VERSCHILLENDE VISIES (DEEL ZOVEEL II)

Gisteren heb ik het al gehad over baantjes trekken in het zwembad van New Arusha hotel en met enige trots kan ik u melden dat ik binnen twee dagen de kaap van de vijfenveertig kilometer rond binnen 1 maand.
Al bij al een prestatie om trots op te zijn , al zeg ik het zelf; zeker als zulk exploot komt van een persoon die zijn fysieke inspanningen meestal beperkte tot het aan- en uitzetten van de CD- speler of het persen van een vers glas sinaasappelsap.
Maar dan liefst niet twee keer per week.

Als topsporter verdien ik vanaf nu ook de best mogelijke accomodatie en daarom stuurde ik vorige week een ernstige email naar meneer Krishna, de man die over het dagelijkse bestuur van het New Arusha hotel gaat.
Ikzelf, en met mij vele anderen, vonden dat de omgeving van het zwembad er een beetje armoeiig bijlag en het moet gezegd, de general manager trad onmiddellijk in actie na mijn waarschuwende email.
Hij kwam me zelfs vriendelijk toespreken toen ik weer eens in de vergane glorie van het zwembad lag te spartelen en met onmiddellijke ingang werden verfraaiingswerken uitgevoerd.
Meneer Krishna liet er - tot mijn grote vreugde - geen gras over groeien en dat hij het groots zag, bewees het volgende.

Deze ochtend wandelde ik de kleedkamer binnen.
Het scheefhangende saloondeurtje waarachter de benepen douche zich bevond was gesloten.
Er hing evenwel een papier op met de verklarende tekst.
"DEZE LIFT IS TIJDELIJK BUITEN GEBRUIK. GELIEVE EEN ANDERE TE GEBRUIKEN"
Dat was alvast duidelijk.....

zaterdag 3 oktober 2009

VERSCHILLENDE VISIES (DEEL ZOVEEL)

Ook zakenmensen en bedrijven maken wel eens foutieve inschattingen.
Het indische schoenenmerk Bata is hier in Oost-Afrika alom tegenwoordig en dat heeft een heel speciale reden...

Een paar tientallen jaren geleden zond Clark's, het oerdegelijke schoenenmerk uit het Westen een vertegenwoordiger naar deze contreien om na te gaan of hier een markt was voor schoeisel allerhande.
Op hetzelfde moment ongeveer landde een afgezant van de Bata fabriek uit Indie met hetzelfde doel.

De kerel van Clark's ging terug naar zijn land van herkomst met de volgende mening: "iedereen loopt er op blote voeten; er is bijgevolg geen markt voor schoenen."
De Bata-man zag het ietsje anders.
Hij rapporteerde: "iedereen loopt er op blote voeten; er is bijgevolg een gigantische markt voor schoenen...."

Bata investeerde in Oost-Afrika en bezit tot op heden een enorm groot deel van de verkoop...

Ik dacht aan deze grappige anecdote toen ik gisteren naar dagelijkse gewoonte mijn baantjes trok in het zwembad van New Arusha hotel.
Het hotel heeft een prachtige tuin met heel wat speciale bomen die netjes voorzien zijn van een houten bordje met de latijnse naam erop.
Op geregelde tijdstippen zie je dan ook mensen rondkuieren die bij elke iet of wat tropische plant halt houden en met een kennersblik de bladeren of de bloemen inspecteren.

Naast het zwembad staat een knoert van een boom die ook heel trots zijn bordje draagt.
Een bejaard koppel hield halt en begon commentaar te geven op de reus.
De man probeerde ook schijnbaar de boom in het gesprek te betrekken maar toen ie merkte dat dit niet scheen te lukken verlegde hij zijn aandacht naar het object dat tegen de stam stond.
Het betrof een lange metalen staaf met een netje aan het uiteind...

Ik zag de bezoeker plots veranderen in professer Zonnebloem terwijl hij met een ingebeeld net jacht maakte op vlinders.
Zijn vrouw zag het hele tafereel met enige schaamte aan.

Uitgerekend op dat moment passeerde Peter, de badmeester het stel.
Hij werd staande gehouden door de man die een heel expose begon over vlinders.

Peter bleef beleefd staan luisteren maar begreep er duidelijk geen snars van toen de man naar het net wees en maar verder door bleef drammen over de vlinderjacht.
Ik verslikte me in het zwembadwater toen ik de man duidelijk hoorde vragen aan Peter of ie het even kon voordoen met het net...

Peter haalde gelaten de schouders op, greep de lange stok en met een uitgestreken gezicht begon hij met het werk waarvoor het apparaat diende: de gevallen bladeren uit het zwembad halen...

donderdag 1 oktober 2009

DE KEIBERG (DEEL VI)





Iemand zin om een vluchtje te boeken? 






DE KEIBERG (DEEL V)

Onze tweede dag op de boerderij op een van de mooiste locaties ter wereld werd besteed aan verder onderzoek naar hoe je zo'n bedrijf nu eigenlijk draaiend houdt.
Wim dropte ons aan een enorme watertank waar constant water ingepompt werd via grote pijpen.

"Ga maar eens naar beneden tot aan de rivier," lachte hij, "en leg me daarna eens uit hoe onze pompen werken."
We daalden een steil pad af tot de tachtig meter dieper gelegen rivier en troffen er een man aan die naast een vuurtje tijd zat te produceren.
Zijn taak bestond erin, zo bleek later, om te zorgen dat niemand uit de omgeving het in zijn hoofd haalde om het metaal van de pomp te demonteren om het later te kunnen verkopen als oud ijzer.
Want oud ijzer, dat was het zeker, de pomp was geinstalleerd in 1953 en behalve wat kleine onderhoudswerken was er nooit iets veranderd aan het hele systeem.

Mike en ik, leken als het op techniek aankomt, bekeken de constructie wat onwennig en richtten toen onze aandacht op de colobusaapjes in de bomen.
Schitterend wit en zwart met hun lange haren zwierden ze elegant tussen de takken boven de rivier.
We vatten de lange tocht naat boven opnieuwe aan en eenmaal terug op de boerderij moesten we toegeven dat we het antwoord op de vraag van Wim moesten schuldig blijven.

Wim legde het systeem uit in kleutertaal; iets wat net het niveau was dat wij nodig hadden om het groter geheel te begrijpen.
We hadden een soort vergaarbak gezien waar het water in een grote pijp naar beneden liep naast de rivier. Het verval in die pijp zorgde voor druk in een kamer waardoor een klep dichtgedrukt werd die water in een smallere buis het hele eind naar boven stuurde.
Het ontwerp was geniaal in al zijn eenvoud.
De benodigde energie kwam van het beschikbare water dus behalve het opzetten van het systeem en wat klein onderhoud was dit alles volledig gratis.
Op de ouwe diefstalbestrijder in zijn schamele hutje dan....
Voor elke liter opgepompt water was er tien liter water van de rvier nodig.

Mike en ik knikten bewonderend.

Wim had de aandacht van zijn publiek en nam ons nu mee naar de koelkamers van de groenten. Net een goeie maand tevoren had ik het systeem opgezocht op internet voor de zaak waar ik voor werkte maar nu zag ik dat het ook effectief werkte...
Simbafarm had een enorme koelkast die gemaakt was uit ijzerdraad en houtskool.
Zo sinpel als iets maar de temperatuur binnenin was wel vijf graden koeler dan buiten. Net wat de groenten nodig hadden.
In een metalen frame, vijf meter breed op tien meter lang was een soort van een spouw gemaakt die bekleed was met kippengaas. De holle ruimte was opgevuld met houtskool waar bovenop een waterleidinkje gemonteerd was met gaatjes.
"Je hebt een donker product nodig met een grote oppervlakte," aldus onze docent, "houtskool is dus perfect.
Het water liep traag over het zwarte oppervlak, de zon deed het water verdampen en dat onttrok dan weer warmte aan de omgeving; een beetje zoals je hand koud aanvoelt nadat je er ether op gedaan hebt...

Het was echt mooi te zien hoe eenvoudige constructies toch zo efficient konden zijn.

We kregen nog maar eens een heerlijk avondmaal voorgeschoteld met een paar lekkere flessen wijn die we meegebracht hadden vanuit Arusha en als slot kregen we nog de mooiste zonsondergang ooit.

Ook al gratis en voor niets....

vrijdag 25 september 2009

DE KEIBERG (DEEL IV)


...Over de kinderen was papa Maasai iets onzekerder. Het waren er een paar tiental, maar hoeveel precies, daar kwam niemand achter...
...We stopten op een helling bij een ordeloos troepje hutjes...
....waar de geiten en schapen net de verschillende kralen binnengedreven werden...
...en het hele uitgebreide gezin bekeek met verbazing ...

...zijn honderden dieren die er - gezien de eindeloos lange droogte - nog gezond en wel doorvoed uitzagen...

DE KEIBERG (DEEL III)

Wim kwam met de idee om zijn Maasai werknemer, die met ons meereed, thuis af te zetten zodat we ook eens konden zien waar de kerel woonde.
We stopten op een helling bij een ordeloos troepje hutjes waar de geiten en schapen net de verschillende kralen binnengedreven werden.
Hier zou de veestapel veilig zijn tegen de nachtelijke strooptochten van hyena, luipaard en leeuw.

Meneer Maasai boerde niet slecht.
Hij toonde ons zijn honderden dieren die er - gezien de eindeloos lange droogte - nog gezond en wel doorvoed uitzagen.
Daarna, in een duidelijke orde van belangrijkheid, eerst het vee en dan de dames, werden we voorgesteld aan zijn vier echtgenotes.
Ze maakten allen een beleefd buiginkje maar het was duidelijk dat ze het maar niets vonden, die drie bleekscheten bij hun huisjes.
Over de kinderen was papa Maasai iets onzekerder. Het waren er een paar tiental, maar hoeveel precies, daar kwam niemand achter.

Ondertussen kwam de Kilimanjaro door de wolken piepen, net in het gouden uur, waar de foto's het mooist zijn en het hele uitgebreide gezin bekeek met verbazing hoe we maar bleven afdrukken met de lens gericht op een hoop keien.

Uiteindelijk namen we dan toch afscheid en in het schemerdonker reden we dwars over de uitgestrekte landerijen tot Wim plots in de verte een kudde koeien ontwaarde.
De stoom kwam hem zowat uit de oren.
Alle gemaakte afspraken ten spijt werd er toch weer gegraasd op de velden.
Met een bruuske ruk aan het stuur werd de aanval ingezet.
De twee morani (jonge krijgers) waren ook niet van gisteren en ze spurtten elk een kant uit terwijl ze de veestapel aan zijn lot overlieten.

Traag ploegde de oude Land Rover door de mulle aarde en de Maasai die op een harder stuk land liep, vergrootte zelfs zijn voorsprong.
Buiten adem gooide hij zich na tien minuten op de grond achter een boompje en Wim raasde hem in al zijn woede gewoon voorbij.
De morani, die nu al ongetwijfeld een flinke kilometer in de benen zitten had, sprong op en rende de andere kant uit en Wim, nu helemaal van god los, gooide de auto in zijn achteruit en in een wolk van roet en stof hosten we door de geploegde akker.
Ongewild waren we in een hilarische slapstick film terecht gekomen.

Uiteindelijk struikelde de arme jongen en onze chauffeur raasde recht op zijn onfortuinlijke slachtoffer af.

Mike en ik hielden onze adem in toen Wim de Maasai op een haar na mistte.
We vonden het net iets te ver gaan, maar Wim leek opgelucht.
"Die heeft zijn lesje wel geleerd", vond de boer en in een verwarrende stilte reden we terug naar de boerderij.

Het was duidelijk dat hier andere prioriteiten golden, iets wat wij met onze nette-mensen-van-de-stad mentaliteit duidelijk niet begrepen....

donderdag 24 september 2009

DE KEIBERG (DEEL II)

...de Maasai die sinds jaar en dag de gewoonte hadden om hun vee overal te laten grazen...
...werd er onder het genot van een paar biertjes...

...en daarna scheepten we in in de open Land Rover (zelfs de voorruit was neergeklapt) van Wim...


...Wim, de broer van Joke, die in de laatste twee maand 1 keer naar Arusha was gekomen...

...en natuurlijk Kilimanjaro...










woensdag 23 september 2009

DE KEIBERG

Opgegroeid op de Keiberg in het vredige Torhout, had ik nooit gedacht ooit nog zo in bewondering te kunnen staan voor iets wat enige helling vertoonde.
Ik heb het heuveltje waar we op woonden meermaals vervloekt toen ik mijn gammele fiets - slecht onderhouden en in geen maanden gesmeerd - omhoog trapte....

Op maandag vertrok ik met Mike , terug van twee maand vakantie in Engeland bij zijn vrouw en zijn vijf kinderen, voor een uitstapje naar West Kilimanjaro.
Daar wonen sinds jaar en dag Joke en Sjouke.
In het begin van de jaren tachtig startten ze er, samen met verschillende andere gezinnen, een boerderij.
Het was de tijd toen gin en een kratje tonic via een smokkelroute met ezels vanuit Kenia gehaald werd. Het hele winkel-project kon makkelijk langer dan een halve week in beslag nemen maar dan was het ook groot feest.
Alle gezinnen kwamen samen op 1 van de boerderijen en alles werd gedeeld.

Ik heb het verhaal al meerdere malen uit verschillende bronnen gehoord maar ook Joke bevestigde het: het duurde tot het begin van de jaren negentig alvorens er toiletpapier te koop was in Arusha.

Mike en ik stapten in de auto, passeerden de luchthaven Kilimanjar airport en in Boma ya 'ngombe (de kraal van de koeien) sloegen we linksaf, de wildernis tegemoet.

De eerste vijftien of zo kilometer waren nog asfalt maar daarna belandden we in de streek waar de boeren op hun veld ophielden met hun arbeid omdat er een auto voorbijkwam.
Toen bleek dat het een voertuig betrof met twee bleekgezichten erin, schudden sommigen onder hen meewarig het hoofd.
"Waar gaat het naartoe met de wereld?", schenen ze te denken.

Veertig kilometer verder in deze negorij vonden we Simbafarm.
We werden hartelijk welkom geheten en nadat we onze bagage kwijtraakten in een oud koloniaal bijgebouwtje, werd er onder het genot van een paar biertjes bijgepraat over de laatste nieuwtjes zoals dat vroeger ongetwijfeld gebeurde toen mensen gingen buurten bij elkaar.

Wij vertelden de roddels van de grootstad aan Wim, de broer van Joke, die in de laatste twee maand 1 keer naar Arusha was gekomen terwijl Mike en ik de verhalen aanhoorden van het leven in deze uithoek van Tanzania.
Het onderwerp dat meermaals ter sprake kwam in deze tijd van een zes maand aanhoudende droogte was de eeuwige strijd tussen de Maasai die sinds jaar en dag de gewoonte hadden om hun vee overal te laten grazen en anderzijds de boeren die hun gewassen wilden beschermen.
Er werden vergaderingen met stamoudsten belegd, boetes uitgeschreven maar niets scheen te helpen.
Mike en ik - als buitenstaanders - begrepen natuurlijk ook de Maasai die de keuze hadden tussen het schenden van gemaakte afspraken of de dood van hun veestapel.
Dat het spelletje nu en dan hard gespeeld werd, zou later die dag blijken.

We kregen alle uitleg over de tuin met groenten, het bonenzaad dat per ton naar Frankrijk en Nederland werd uitgevoerd, de uitgebreide dierentuin op Simbafarm en de nabijheid van de bergen.

Het was inderdaad een adembenemend zicht.
In welke richting je ook keek, je zag altijd wel de prachtige heuvels van Maasai land met als hoogtepunten de bergen Longido, Meru en natuurlijk Kilimanjaro.

We kregen een uitgebreide en overheerlijke lunch met zowel tanzaniaanse, indische als nederlande invloeden en daarna scheepten we in in de open Land Rover (zelfs de voorruit was neergeklapt) van Wim.
Over bochtige wegjes ging het, door het uitgestrekte domein.
De boerderij mat zeven bij drie kilometer en ondertussen wezen Wim en zijn collega Maasai ons op sporen van olifanten, de plaats waar iemand ooit een luipaard gezien had en hoe ze ooit eens driehonderd zebra's op het land geteld hadden.

Het was duidelijk een ander soort van boerderij houden dan in het vredige Torhout maar daarover morgen meer...

zondag 20 september 2009

VERKEER(D)

Ik dacht terug aan de tijd toen ik net uit het hospitaal ontslagen was en hoe ik halfslachtige pogingen ondernam om gerechtigheid te laten zegevieren.
Ik wilde mijn agressors in de gevangenis terwijl ik tegelijk twijfelde of het wel een goed idee was.
Van mijn bezittingen zou ik niets terug zien, je kan een kei tenslotte niet stropen en misschien joeg ik wel het misdaadsyndicaat van Arusha tegen me in het harnas.

Gelukkig hielp de politie me een handje.
Ik ben in die tijd vier keer langsgeweest, hijgend met wandelstok, trappen op en af en wachten in bedompte kamertjes terwijl ik eigenlijk alleen maar zo snel mogelijk terug in mijn vertrouwde bedje wou.
De wetsdienaren nu hebben gedurende die bezoeken geen letter op papier gezet. In onderzoeks- of juridische termen is er dus waarschijnlijk niet eens een zaak.

Ook het ongeval met een bedrijfsvoertuig een paar maand geleden heeft, op een paar vage beloftes na, nooit iets opgeleverd.
"Don't call us, we'll call you".... dat gedrag een beetje.

Dat het ook anders kon, bewezen de pennenlikkers in een andere zaak.

Benoit, een belgische piloot vertelde me het volgende:
Zijn vriendin die voor de UN werkt, was getuige van een banale aanrijding.
Tijdens een fout maneuver op een parking tikte een tanzaniaanse man de auto aan van een lid van de UN.
Op wat schade aan de bumper was er geen probleem maar aangezien het hier een UN voertuig betrof, werd de politie ingelicht.
De verstrooide man werd opgepakt en gelijk tot twee jaar celstraf veroordeeld wegens roekeloos rijden.
Het was duidelijk dat de politierechter hier een internationaal gebaar wou maken: de staat Tanzania is niet bang zijn onderdanen terecht te wijzen.
De veroordeelde was daar het ongelukkige slachtoffer van.

Iedereen die werkt voor de Verenigde Naties is nu aan het ijveren om de man vrij te krijgen, maar dat schijnt tot nu toe nog niet gelukt te zijn.

Bezoekers, jullie zijn allemaal welkom, maar ik zou toch maar goed uitkijken....

vrijdag 18 september 2009

WHAT'S ANOTHER YEAR? (DEEL II)

Tot mijn grote vreugde bedacht ik pas drie dagen na de negende september dat het twee jaar geleden was dat ik bijna naar de eeuwige Maasai velden verhuisd was door het ondoordachte gebruik van een vuurwapen in de handen van een ongenode gast.

Het bewees dat het hele incident mijn leven al lang niet meer beheerste zoals het ooit eens vier maand non stop deed.

Toch vond ik het raadzaam om eens naar het Selian Hosptiaal te rijden voor een afspraak met de dokter die me toen een pijpje in mijn trachea geramd heeft waardoor ik nog dikwijls terugdenk aan sexuele voorstellen in combinatie met een gevoel van totale verstikking.

Om me het ademen te vergemakkelijken had die goeie dokter Kisanga namelijk een plastieken buisje ingebracht waardoor ik acht weken mocht en moest ademen.
Praten ging niet meer want daarvoor moet je adem over je stembanden geblazen geworden worden.
Acht frustrerende weken stilte waren dat...

Daarnaast raakte het hele handeltje een paar keer per dag vol slijm wat je in normale omstandigheden zo zou ophoesten.

Om dat euvel te verhelpen heeft de wetenschap een machine uitgevonden.
Ik denk er nu nog met schrik aan terug.
Meestal ging het verloop van de dag zo: ik werd wakker met een verstikkend gevoel aangezien mijn hele luchtpijp verstopt zat.
Er waren twee opties.

Ofwel koos ik voor een langzame en pijnlijk dood door asfyxatie; ofwel duwde ik op het belletje om gered te worden.
Het was kiezen tussen de pest of de cholera.

Toen de witte tunnel die me rechtstreeks naar de hemelpoorten zou brengen zo ongeveer in zicht kwam, belde mijn overlevingsinstinct de verpleegster.
Monter kwam de dame van dienst mijn kamertje binnen, steevast met dezelfde woorden.

"Good morning Jan, can I suck you please?"

Inbegrepen in de service van het Aga Khan hospitaal maar mijn hartslag ging met honderd de hoogte in...
De uitnodigende vraag stond geenszins garant voor een bevredigende start van de dag.
Er werd een vervaarlijke machine dichterbij gereden en de verpleegster begon aan een job die me elke keer bijna tot aan een hartstilstand bracht.

Voor het zeven uur 's ochtends was, had ik het zinnetje al vier keer gehoord en was ik de uitputting nabij.

Ondanks dat had die lieve dokter Kisanga toch maar mooi mijn leven gered en ik wilde hem best wel eens terug zien.
De eerst mogelijke afspraak was pas binnen een maand maar hier stuur je als blanke toch gewoon een SMSje naar de dokter?
Ik vraag me af of dit ook een vorm van racisme is maar ik mocht gisteren wel gelijk op consultatie.

Dokter Kisanga beval een X-ray (twaalf euro) en een bloedtest (tien euro) en samen bekeken we een uurtje later het resultaat.

Mijn bloed was in orde, mijn longen zagen er goed uit en nergens was een teken van de infectie die me meer dan anderhalf jaar bezig gehouden had.
Alles scheen dus goed te gaan, en de pijn in mijn borst was vast eigen aan het littekenweefsel aldus de dokter.

Hij onderbrak ons gekeuvel plots en wees op de foto: "Ooit een rib gebroken?" vroeg ie.
"Niet dat ik me herinner", stamelde ik verbaasd.
De dokter keek me veelbetekenend aan. "Natuurlijk herinner je je het niet ', zei hij, "toen je na vijf weken terug uit dromenland kwam, was het allang genezen."

We beken samen het tot nu onbekende traject dat de kogel afgelegd had.
Het ding had mijn zevende halswervel gebroken en was teruggeketst op de rib die het ook niet overleefd had en was toen - biljart over drie banden - net onder mijn schouderblad blijven steken.

Drie gaatjes in mijn rechterlong en eigenlijk nog meer geluk gehad dan ik al verdiend had, het was een bevreemdend gevoel.

"Niet meer met stoute jongens spelen", zie dokter Kisanga lachend toen hij me naar de deur begeleidde.
Ik kon enkel aan die stoute verpleegsters denken....

donderdag 17 september 2009

BOTER, KAAS EN EIEREN, DEEL II

Ik werd meegetroond naar het rommelige achtererfje dat me - in zijn houten opbouw - deed denken aan een Far West dorpje.
Ik werd voorgesteld aan de koeien die me glazig herkauwend aankeken.
De kippen waren, zoals alleen kippen dat kunnen, druk in de weer met nutteloos rondscharrelen.
Tot zover niks speciaal...

Mijn mond viel open toen we achter de koeienstal in de bananenplantage bovenop een grote tank stonden waaruit een klein metalen pijpje stak.
"Ons biogas", zei mama Boni niet zonder trots.
En trots mochten ze zijn daar zo ver van de stad, diep in de bergen.
Sinds vijfentwintig jaar had de familie geen gasfles meer gekocht.
De mest van de koeien werd in de tank bewaard, het methaangas steeg en zocht een uitweg door de metalen leiding die rechtstreeks naar het eenvoudige kookfornuisje van de mama's liep en de rest van de drek liep via eenvoudige geultjes als bemesting in de tuin waar spinazie, aardappelen, sla en kool groeiden als... euh... kool.
De dames kookten eenvoudigweg op scheten, als eco-vriendelijk kon dat tellen.

Daarna gingen we naar het lokaaltje dat de eigenlijke reden voor mijn bezoek was.
Mama Boniface en mama Claude (om een onduidelijke reden mocht mama Freddy nooit meespelen met de grote zussen) wilden een zuivelfabriekje opstarten en daar hadden ze toch mijn advies - of mijn geld - voor nodig.

Het kamertje mat zes meter op zes meter, was kraaknet en de ondernemers hadden het goed voor elkaar.
Er was een karnton, kaasdoeken, verpakkingsmateriaal en datumstempels.

Hoewel ik geen kaas gegeten heb van de melkindustrie, dacht ik ze toch klem te krijgen door enkele gerichte pijlen af te schieten.
Mooi mis.
Ik opperde dat de boeren die de melk kwamen leveren, toch wel geregeld een beetje water bij hun melk deden om zo het te verkopen volume op te voeren.

Mama Boni toverde een klein flesje tevoorschijn dat een vloeistof bevatte en een pipet.
Er werd wat melk opgezogen en toen een gelijke hoeveelheid uit het mysterieuze kolfje.
De verkregen kleur van het mengsel gaf aan of er al dan niet water toegevoegd was.
Ondertussen haalde mama Claude een dichtheidsmeter boven. Een tweede test om de malafide melkmaffia uit te schakelen.

"En waag het niet nog eens terug te komen", schreeuwde de jongste van de twee zussen terwijl ze met de dichtheidsmeter als wapen de degens kruiste met een ingebeelde bedrieger.
Ze achtervolgde de man tot aan de deur, schopte tegen zijn fictieve kont en viel dan luid lachend op de grond terwijl mama Boni hikkend haar dikke ronde gezicht depte met een zakdoek die niet zou misstaan op een zeilschip.

Welke kazen de dames dan wel planden te maken, was mijn volgende vraag.
De klant kon kiezen tussen gouda, chester, mozarella, camembert en brie.
Er was ook gerookte kaas en op verzoek werden de kazen op extra smaak gebracht met rozemarijn, brandnetel of koriander.
Nog maar eens was ik sprakeloos.

Ik ging verder over de camembert; het leek me toch onwaarschijnlijk dat dat hier in dit eenvoudige kamertje kon gemaakt worden.
Een nieuw flesje kwam op tafel en ik kreeg de hele uitleg.

Tot slot bedacht ik nog wat eenvoudige rekensommetjes.
Als Asilia, de zaak die ik twee weken ervoor vaarwel had gezegd, hun boter en gouda zou afnemen, wat zou het dan opbrengen op maandelijks basis.
Het resultaat was de moeite, verlies was er niet en mama Claude praatte al over nieuwe schoenen, nieuwe uniformen voor haar drie koters en nog en nog....

"En wie betaalt dan de volgende lading melk, dames?", onderbrak ik het dagdromen.
Daarna deden we nog een basis-lesje herinvesteren en toen nam ik afscheid.

Sinds drie dagen houden de plannen van de dames me bezig, ik heb de boter al gebruikt en het is een duidelijk betere kwaliteit dan de ingevoerde nieuwzeelandse variant; ik heb mijn ex collega's gecontacteerd en de dames hebben een oud Volkswagen hippiebusje in de tuin staan dat weg mag voor een spotprijsje...
Ik het busje, zij een startkapitaaltje en voor een klein percentje doe ik wel hun marketing en hun boekhouding.
Maar dan wel "boter bij de vis", want zo hoort dat in Afrika....

dinsdag 15 september 2009

BOTER, KAAS EN EIEREN

Ook in Tanzania lopen huwelijken wel eens spaak.
De altijd lieve en behulpzame mama Claude - mama's worden hier genoemd naar hun eerstgeborene en naast Claude zijn er ook nog Clara en Chris als troonopvolgers - mama Claude dus, werd er een paar maand geleden brutaal uitgegooid door haar echtgenoot.

"Een man heeft zijn succes te danken aan zijn eerste vrouw en zijn tweede vrouw aan zijn succes", is ook hier weer een gezegde dat steek houdt.
Mama Claude werkte als bezeten, draaide iedere shilling twee keer om ten einde haar echtgenoot volop te steunen in zijn weg naar het succes als driver-guide.
Exaud evenwel bleef langer en langer van huis weg, werd veeleisend en moeilijk en plots bereikte de afrikaanse tamtam mama Claude: er was een andere - jongere - vrouw opgedoken.

Mijn lieve buurvrouw is niet op haar mondje gevallen en confronteerde haar liefhebbende echtgenoot met zijn overspel.
Tien minuten later zaten zowel haar ogen als de deur dicht.
Zover is de emancipatie gevorderd in Tanzania.

Mama Claude kwam uithuilen bij mij - "een verdomd knappe man met een zwart hart" waren haar woorden - en een kwartier later nam ze draad weer op; zo gaat dat hier.
Je hebt niet veel tijd om stil te staan bij emotionele drama's; er moet tenslotte brood op de plank komen.

Ze trok in bij haar zussen, mama Boniface en mama Freddy, de eerste wacht vertwijfeld op haar echtgenoot die een paar maand geleden een pakje sigaretten ging kopen terwijl mama Freddy haar nog jonge echtgenoot verloor aan een niet nader genoemde ziekte waarvan iedereen de naam kent...

Daar ging ik gisteren heen want de dames hebben grote plannen en hebben mij daar bij nodig.
Of mijn geld, daar wil ik even vanaf zijn....


Ik reed een goeie twintig kilometer de bergen in over een geasfalteerd en bochtig wegje dat ontworpen scheen te zijn voor mijn motor en in het vredige dorpje Terembo werd ik om de nek gevlogen door de twee mij onbekende zussen alsof ik de messias was.
Mama Claude bekeek glunderend het gebeuren vanop een afstand; het was tenslotte haar blanke, zij hoefde niet zonodig.

Ik werd binnengelaten in het stenen huis en aan mijn lot overgelaten in de benepen woonkamer.
Ik koos de enige fauteuil zonder teddybeer en had uitgebreid de tijd om de inrichting te monsteren terwijl de drie mama's een koningsmaal bereidden.
Het interieur deed me denken aan de huizen die ik zeven jaar lang bezocht heb diep in de belgische Ardennen toen ik daar een jongedame frequenteerde met een goed hart maar een eerder vulkanische ingesteldheid.

De muren van de woonkamer waren geschilderd in het soort groen dat in mijn jeugd gebruikt werd voor de toiletten op school; bij wijze van versiering hingen er twee kunstgras-voetmatjes tegen de muur naast een paar slingers engelenhaar en de meeste van de grote verzameling pluchen beesten miste een oog.
Ik vroeg me af of ik in een voodoo omgeving terecht gekomen was en later naar Arusha zou afreizen als een cycloop.
De teddies die de eer hadden in de zetels te mogen zitten, hadden allen een gebreid truitje aan.
In hun blote onderlijfje zagen ze er ronduit meelijwekkend uit.

Toen was het eten klaar.
De lieve dametjes hadden hun best gedaan, zoveel was duidelijk.
Er was rijst en er waren frietjes.
Mama Claude was naar de stad geweest om bloemkool en boontjes, om een grote blozende tomaat en om twee flesjes water.
De bezoeker mocht niets tekort komen.

We slaagden erin zowat de helft van de enorme maaltijd naar binnen te werken, onderbroken door een paar hallucinante lachbuien van de zussen, begeleid door een paar high fives en zowaar een vrolijk dansje van kogelronde mama Boni.
Dit was het echte, joviale leven van ruraal Afrika...

Daarna begon de rondleiding, maar daarvoor moet u de gids bijbetalen.
Indien morgen op mijn rekening, ga ik verder met deel II....

dinsdag 8 september 2009

SPIJT VAN VERLOREN TIJD

Het kwam als een godsgeschenk.
Net toen ik mijn job eraan gegeven had omdat ik naar Afrika gekomen was om meer doordacht en bezadigd te leven, werd grootmoeder Janssens negentig.

Het zal u vast een raadsel zijn wie die fiere dame is, maar voor mijn bezoekers in Arusha gaat misschien een lichtje branden.
Iedereen wordt tijdens zijn of haar reis naar het mooiste land ter wereld steevast meegetroond naar het fantastische Onsea House (www.onseahouse.com).
Sinds enige tijd baten neven Dirk en Axel Janssens een uiterst charmant boutique hotel uit met een heerlijke keuken.
Toen oma een groot feest wou geven, boekten Axel en Dirk gelijk een vlucht naar Belgie en werd ik ingeschakeld voor het dagdagelijkse management.

Ik heb het me nog geen moment beklaagd.
Onsea House is prachtig gelegen, heeft een zwembad en een jaccuzi, een prachtig terras en een unieke verzameling wijnen.
Aangezien de interim manager ook moet eten en - eerlijk is eerlijk - om u het water in de mond te laten lopen, kan ik vertellen dat ik gisteren een half kreeftje als entree, steak bearnaise als hoofdschotel en tenslotte chocolade souffle als dessert achter de kiezen gestoken heb...

Het waren zes dagen in een nieuwe omgeving maar er was voldoende tijd om gewoon op het terras te zitten lezen en te genieten van het heerlijke uitzicht.

Mijn mijmeringen brachten een vergeten Keniaans gezegde terug aan de oppervlakte.
" IEMAND DIE ONDER EEN BOOM NIETS ZIT TE DOEN, IS GEEN TIJD AAN HET VERLIEZEN; HIJ IS NET TIJD AAN HET PRODUCEREN."

De gedachte bracht me bij de vele Flairs, Goed Gevoels en Feelings die ik tot mijn grote vreugde had gevonden in mijn tijdelijke verblijfplaats.
Ik genoot van de vele artikels die ons nieuwe inzichten beloofden, ons gelijkgestemde zielen deden ontmoeten en ons geruststelden dat onze angsten en fobien niet zo vreemd waren als we zelf wel vreesden.
Getuige daarvan waren een niet aflatende stroom aan ervaringsexperten, geschoolde hulpverleners en vrouwen die ons informeerden over wat hen precies dwars zat.
In mijn ogen veelal futiliteiten, maar wie ben ik om iemand anders problemen in twijfel te trekken.

Wat me opviel was dat "tijd nemen" ontelbare keren opdook in de tijdschriften die zichzelf profileren als de thuisleveranciers van een goed gevoel en een uitgebalanceerd leven.
Tijd maken voor jezelf, tijd nemen voor je zelfontplooiing, tijd geven aan je gezin of je vrienden; er werd gegrossierd in het enige wat vervliegt nog voor je beseft dat het er is...

Ik ben in ieder geval van plan om vanaf nu veel tijd te spenderen aan tijd te verliezen....
Uit een gecombineerd gevoel dat me ingegeven is door het afrikaans spreekwoord en de bijhorende levensstijl enerzijds en door de goede raad die al die positief ingestelde magazines me verkopen anderzijds.
Als alles goed gaat, moet ik op die manier zoveel tijd produceren dat ikzelf honderdvijftig word en ik mijn overproductie kan verkopen aan het drukke westen.

U kan me vinden onder gindse boom....