maandag 29 september 2008

ELI ELI, LAMA SABAKTHANI

Terwijl we in Belgie de tijd achter de rug hebben waarin de witte soutane vanop de preekstoel de spelregels vastlegde, raken we wereldwijd meer en meer gevangen in de netten van religieuze fanatici.
Jonge kerels die opgehitst worden tot zinloze daden door eeuwenoude geschriften verontrusten me zeer.

Het feit dat een groot deel van de wereldbevolking religie meent nodig te hebben als kapstok voor hun eigen twijfels en onzekerheden, geeft machtsgeile volksmenners de kans om onze iets minder kritische en zelfzekere medemens in het keurslijf van geestelijke afhankelijkheid te wurmen.

Ook in Tanzania is er de blinde adoratie voor de Grote Chef maar hier wordt het hele zaakje weer vanuit een standpunt beschouwd waar wij met onze westerse denkwijze niet bijkunnen.
Gisteren reed ik mee in een aftandse Peugeot naar de grens met Kenia om de jeep op te halen waarvan ik de motor in puin had gereden toen ik mijn torhouts bezoek ging ophalen in Nairobi.
De mama die het bureau voor grensovergangen van voertuigen bestierde was uit voor een uitgebreide lunch.
Toen ze uiteindelijk kwam aangewaggeld, bleek uit haar imposante vormen dat dit duidelijk een dagelijks weerkerend fenomeen was.

Mijn eveneens wachtende buurman was een student theologie en was aanhanger van de zevende dag adventisten.
"Eens de laatste zondaar tot inkeer gekomen was, zou de dag des oordeels aanbreken en zouden we met zijn allen voor eeuwig en drie dagen in peis en vree samenleven in de hemel", aldus mijn overtuigde buurman.
Het leek me maar niets.
Ik had wel zin in een verbaal steekspelletje met een fanatiekeling met oogkleppen en ik vertelde de brave man - 1 en al devote glimlach - dat ik maar hooopte dat die laatste zondaar nog niet tot inzicht zou komen tijdens mijn leven want dan was het uit met de pret.
De man keek me aan zoals een garagist een wrak na een kettingbotsing bekijkt. Valt hier nog wat eer uit te halen of geven we het zootje gelijk mee met de schroothandelaar?
Ik maakte gebruik van zijn aarzeling om mijn visie toe te lichten.
Daarbij vertrok ik van de gevleugelde woorden van Waron Zevon: "ik voel me liever slecht dan dat ik helemaal niets voel."

Ik betoogde dat je in de hemel nooit meer zin hebt in een lekkere maaltijd na een flinke griep want je bent nooit ziek.
Nooit voel je nog de verwarring opnieuw vlinders in je buik te voelen. Na de laatste fout afgelopen relatie zou je vast nooit meer verliefd worden, zo hield je jezelf immers voor.
Evenmin zou huilen dat typische gevoel van opluchting en bevrijding geven want verdriet bestaat niet in de hemel.
Ik legde verder uit dat ik de grillige weg van mijn leven liever liet bepalen door het lot dan door een rechtlijnige sprint naar de hemelpoort.
Ik was eerder voorstander van de drieduizend meter steeple waarbij je af en toe eens flink struikelde en op je gezicht ging in de modderbak van het alledaagse leven.

Mijn buurman besloot dat een drastische hersenspoeling hier op zijn plaats was maar ik werd gered door het verschijnen van de kogelronde directrice.
Het feit dat de auto langer dan de voorziene tijd in Kenia was gebleven, noopte onze pennenlikster tot het uitdelen van een financiele tik van $120.
We bakkeleiden wat over de prijs en tot ons beider tevredenheid besloten we dat $50 ook wel voldoende was.
Bij het buitenkomen zat onze theoloog nog altijd te piekeren over de discussie.
Ik wierp hem voor de voeten dat God me alweer goed liggen had. Nu had ik nog een boete ook.
De man had alles meegevolgd door het open raam.
Zijn antwoord was kinderlijk eenvoudig: "Ach welnee, God heeft je nog maar eens gered. De boete kon ook $120 geweest zijn..."

donderdag 18 september 2008

EEN ANDERE SITE AFGETAST

Rechts van wat u nu leest, ziet u W&W staan.
Dit is de website van Wim en Wendie, de stuwende kracht achter uw enige, degelijke warme maaltijd van vorig jaar op het spaghettibenefiet aan de Coupure in Gent.

Als u nog een paar minuten - of uren, gezien de vele grappige schrijfsels , over heeft, begin dan zeker met "de grote koffietassentrek van 18 september."
We zijn immers nooit te oud om te leren...

KLANTVRIENDELIJKHEID

Gisteren zwaaide ik Marie en Vale uit die voor een zesdaagse safari vertrokken naar de mooiste streek ter wereld.
Ik vertrok bijgevolg te laat naar mijn werk en toen ik mijn trouwe matzwarte motor besteeg, bleek dat de ontkoppelingskabel nu wel echt helemaal de geest had gegeven.

Ik belde de garagist, die - om toch een beetje inzicht te verschaffen in de tanzaniaanse gewoontes - moto's geneest op een modderig achterkoertje met behulp van een hamer, een schroevendraaier en een nijptang.

Een afspraak met Mbungo is makkelijk. Ik maak hem duidelijk wat het probleem is in mijn beste koeterwaals-Kiswahili en sluit af met de woorden: Kom! Nu! waarin de hoodletters en de uitroeptekens duidelijk te horen zijn aan de andere kant van de lijn.
Twintig minuten later verscheen de boomlange motordokter inderdaad aan mijn deur.
De antichrist, want zo heet mijn trouwe liefde die me enkel - en tijdelijk - in de steek laat op cruciale punten, de antichrist dus, was geimobiliseerd wat me eerder paniekerig deed zoeken naar een oplossing om toch nog op een deftig uur op mijn werk te verschijnen.
Geen probleem voor Mbungo, hij bracht me de acht kilometer verder naar mijn werk, reed de stad in om zijn collega op te halen, ging het hele stuk terug naar mijn huis en kwam 's avonds ook nog eens de herstelde motor thuis afleveren.

We discussieerden over de prijs voor het werk. Dat hoort zo.
De mannen hadden een hele dag gewerkt. Er was, naast de kabel, ook nog een gebarsten zuiger vervangen, de kleppen waren gesteld en er was een groot onderhoud gebeurd.
We klokten af op 30.000 Shilling, een kleine 19 Euro.
En daarvoor heeft dat natuurtalent in mekaniek dan een hele dag rondgereden en gewerkt samen mijn zijn al even vriendelijke collega.
Soms een beetje beschamend toch...

LIEFDESVERKLARING VOOR MAMA'S

Sinds vorige week heb ik het aangename bezoek van Valentijn en Marie. Valentijn heb ik leren kennen toen ik nog op mijn eigengereide manier klanten bediende in het opgedoekte Kokokaffee alwaar Vale hoofdman was van het zootje ongeregeld van de studentenclub VLK en waardoor hij willens nillens tot het meubilair van de kroeg ging behoren.
Marie, een ex-collega van Valentijn, had ik voordien nog nooit ontmoet maar het is of we elkaar al jaren kennen.

Eigenlijk kwam de jongeman - net als de ijsjes uit de vorige post - een jaar later dan gepland.

In de grote vakantie van vorig jaar ging Valentijn een stukje lopen aan de Watersportbaan in Gent. Plots opkomende krampen in zijn benen deden hem terug naar zijn auto strompelen.
Na een doktersbezoek belandde Vale onmiddellijk op intensive care.
Er bleek zich sinds jaren een tumor in zijn hart te ontwikkelen.
Het - gelukkig - goedaardig gezwel was ondertussen vier centimeter lang en bleek al een hartklep open te houden.
Valentijn werd geopereerd waarna een onverklaarbare bloeding de dokters deed besluiten om de net dichtgemaakte borst weer te openen.

Hersteld of niet, een bezoek aan Tanzania zat er niet in, want terwijl Valentijn nog lag te bekomen van wat hem overkomen was, werd ik vakkundig tegen het beton gekogeld. We vochten in dezelfde periode voor ons leven en dat schept een band.
Valentijn is ondertussen weer helemaal de oude, wat op fysisch gebied een hele vooruitgang is maar helaas zorgde dat niet voor een grotere activiteit in de hersenen van de voormalige patient.

Daar werken Marie en ik nu heel hard aan. Of het iets zal opleveren, is maar zeer de vraag.

Als twee oudstrijders zitten mijn ex stamgast en ikzelf ziekenhuishistories op te halen. We vergelijken ervaringen en gevoelens en we beseffen elke keer opnieuw dat we beiden door het oog van de naald zijn gekropen.
Het doet me dan ook immens plezier om hen beiden hier bij me te hebben.

Woensdag kwamen de vrienden terug van een geslaagde beklimming van Mount Meru. Daar lichtte ik zijn lieve mama Christine over in via mail.
Ik vertelde haar ook dat haar sympatieke zoon last had van spierpijn in de benen door de zware inspanning

's Avonds belde de bezorgde mama naar haar zoontje. Of alles wel goed was want die pijn in de benen... Je weet toch maar nooit...
En of ie toch geen last had van zijn hart?

Het is duidelijk dat we beiden een engelbewaarder op onze schouders hadden een jaar geleden.
Het is nog veel duidelijker dat we een engel in onze nabijheid hebben, elke dag weer...

dinsdag 9 september 2008

WHAT'S ANOTHER YEAR? (Johnny Logan - Eurovisiesongfestival, middeleeuwen)

Vandaag is het een jaar geleden dat een kleinood me uit het lood sloeg en mijn leven ging beheersen.
Zoals Steve vanop het bureau hier zegt: ik zat duidelijk nog niet in de computer van Die-van-hierboven en daar ben ik zowel Steve als De Almachtige Scheidsrechter elke dag dankbaar voor.
De dankbaarheid voor Steve is gewoon een vorm van zelfbehoud. Die kerel weet alles van computers en ik wil het risico niet lopen dat ie een rechtstreekse lijn naar hierboven heeft.

Afgezien van een infectie op mijn borst die nu een jaar aansleept en achtereenvolgens in Libie, in Kenia en in Tanzania behandeld is zonder resultaat, een slapende arm door de grote rits over mijn zij en schouder en een stem die nooit meer dezelfde zal zijn, is er geen merkbare schade aan het koetswerk.
Voluit lachen zal waarschijnlijk nooit meer lukken; verder dan wat amechtig gehinnik kom ik niet en dat ik nooit meer uit volle borst zal zingen mag eerder tot een zegening voor mijn naasten gerekend worden dan tot een achterstand voor mij.
Tot zover de carrosserie, wat de binnenbedrading betreft, ook die is ongeschonden door Het Incident gekomen. Geen paniekaanvallen en nachtmerries, geen woede- of wraakgevoelens. Enkel blijdschap bij het ontwaken dat ik weer wakker mag worden in het land waar ik zo van hou.

Een jaar geleden kwamen Ezra en Rebecca, de piloten van Flying Medical Services langs voor een Dame Blanche en brachten zo drie ongenode gasten binnen.
Vanavond komen ze opnieuw langs, met wat andere vrienden.
Al bij al zeuren ze nu al 366 dagen om dat ijsje...