donderdag 27 november 2008

VAN KEULEN TOT IN KASTERLEE

JE HOORT HET IN KEULEN DONDEREN
JE ZIET HET SNEEUWEN IN KASTERLEE
HET ZAL U DAN NIET VERWONDEREN
DAT IK VAN LIEVERLEE

VERKIES TE BLIJVEN OP DIT MOOIE CONTINENT
WAAR DE ZON ALLE DAGEN GAATJES BRANDT
IN JE STRANDSTOEL EN SAFARITENT
EN IN HET VELLETJE VAN EEN OLIFANT...

woensdag 26 november 2008

MARKANTE MAASAI, DEEL II

Dat die Maasai een speciaal volkje zijn, hebben de bezoekers en de lokale bevolking al langer in de gaten. Voor toeristen zijn ze een kleurrijk curiosum dat prachtig kleurt tegen de groene achtergrond van de duizenden natuurfoto's die dagelijks genomen worden in Noord-Tanzania.
Voor de plaatselijke bevolking schijnt de bewondering iets minder te zijn.
Tijdens mijn eerste bezoek aan Tanzania vertelde mijn gids me doodleuk dat Maasai zich ergens situeerden tussen mens en dier in.
De uitleg was simpel. Maasai zijn sinds eeuwen herders en trekken de uitgestrekte steppes over met hun kuddes.
Als de zon de aarde doet barsten, staan ze met hun graatmagere koeien zonder enige bescherming te bakken. Wanneer de tropische stormen de uitgesleten paden in woeste rivieren veranderen, verbijten de verkleumde Maasai hun onfortuinlijke lot.
Het moeten dus wel ongeveer beesten zijn, is de gangbare norm in Tanzania.

Maasai missen ook bijna allen een voortand. Wanneer ze lachen, doen ze dan ook een XL-Verhofstadt. Er werd me altijd verteld dat het een soort van schoonheidsideaal was maar de waarheid schijnt enigszins anders te zijn.
Als je jarenlang dag in dag uit door de brousse struint, is de kans groot dat je vroeg of laat wel eens op een slang trapt. Er zitten veel agressieve kereltjes tussen maar de pofadder spant toch wel de kroon. Het gif doet je spieren verkrampen en daarnaast is de kans groot dat je de lieverd nu en dan eens op je pad ontmoet want het beest is zo ongelooflijk lui dat hij zich helemaal niet verbergt zoals de meeste andere slangen wel doen.
Eenmaal het gif in het lichaam van de onfortuinlijke Maasai is de kans groot dat ook zijn kaken verkrampen en zijn neusholtes opzwellen en dat de arme herder gewoon stikt.
Naar het schijnt, is dat de reden waarom papa en mama er onbewogen een tand uit hameren bij hun jonge kroost...

Ook de dansen van de jonge Morani zijn best interessant. Waar vele andere stammen over de hele wereld hun heil zoeken in geestesverruimende middelen om een gesprekje te voeren met een overleden grootouder, gaan de Maasai eerder voor een natural high.
De festiviteiten beginnen met die typische gezangen waarbij de hele tijd lucht diep ingezogen wordt. De jonge Morani destabiliseren hun ademhaling dusdanig dat ze helemaal ijl in het hoofd worden door CO2-gebrek.
Daarna beginnen hun traditionele dansen; daarbij wordt zo hoog mogelijk ter plaatse gesprongen. Na een paar van die ongelooflijke levaties die niet zouden misstaan op een volleybalterrein, landt de jongeman keihard met zijn volle gewicht op zijn hielen. De vlammende pijn door de achillespees zorgt voor de rest van de trance...

Het laatste weetje voor vandaag gaat over besnijdenis. Hoewel het sinds jaren verboden is, komt vrouwenbesnijdenis nog heel regelmatig voor. Voor zover ik kan inschatten, is dit gebruik bij andere volkeren in zwang om ervoor te zorgen dat de afhankelijke vrouwen bij hun mannen blijven. Bij de Maasai ligt dat enigszins anders want de vrouw mag verschillende mannen ontvangen in haar hut.
Ook bij mannen verloopt de besnijdenis ietsje anders. Jonge Maasai praten vol trots over hun "four wheel drive". Wanneer de voorhuid weggesneden wordt, meestal bij kereltjes van een jaar of zeven, wordt de huid niet volledig verwijderd. Onderaan de penis blijft de huid vast en voor zover ik me kan voorstellen, zorgt dit met verloop van tijd voor een rolletje opgedroogde huid.
Naar het schijnt zou dit een lekker gevoel geven tijdens het vrijen.
Het verhaal gaat dat Edward, met wie dit hele expose begon, ooit tijdens de middagpauze na het traditionele bordje rijst met bonen zijn lid heeft bovengehaald om aan alle jongens en meisjes van stores and resupply te laten zien waar nu al zo lang over gegniffeld werd.
Of het mythe dan wel werkelijkheid is, zal voor ons, buitenstaanders, wel altijd een raadsel blijven...

dinsdag 25 november 2008

MARKANTE MAASAI

Tot voor kort hadden we op het bureau het charmante gezelschap van Edward. Hij is de analist van de firma en zorgt ervoor dat de kampen in de Serengeti en Tarangire niet boven hun budget gaan met brandstof en niet onder de kwaliteit gaan door prijsbesparingen op de kost van lunch en dinner.
Edward is ongemeen leergierig, heeft een hele open geest en is razend intelligent.
Het is een waar genoegen hem bezig te zien hoewel hij voor sommigen onder ons wel een stoorzender kan zijn. Edward ratelt aan 1 stuk door in zijn GSM met zijn Maasai-vriendjes in dat typische taaltje van hem met al die harde klanken.
Helemaal anders dan het zachte Kiswahili.
Daarnaast geeft hij ook uitgebreid commentaar op wat in de wereld gebeurt in het algemeen en de gang van zaken in ons kantoor in het bijzonder.
Edward evenwel vond niet dat hij ons uit onze concentratie haalde, wij waren het die hem op zijn zeldzame momenten van opperste concentratie moedwillig probeerden te destabiliseren.
Daarnaast vond Maasai - want zo wordt ie door iedereen aangesproken, zonder dat het een belediging is - ook dat hij alleen op de wereld was. Hij behoorde niet tot het stores and resupply team en hij speelde zijn lot als buitenbeetje brutaal uit tegenover zijn weerloze, onmondige slachtoffers.
Edward kreeg plots de kans zijn eigen bureautje te besturen en hij verdween meteen. In de kantoren van sales and marketing werd de keuken al eeuwen niet meer gebruikt. Maasai richtte het lokaaltje in en resideert nu tot zijn grote tevredenheid naast een spoelbak in een donker hokje.
De wraak van mijn staff was zoet.
Op regelmatige tijdstippen kwamen kleurrijke Maasai hun gestudeerde vriend bezoeken. Mijn collega's bestempelden het kantoor van Edward als het toilet omdat het vlakbij het sanitair blok lag en toen zijn stamgenoten de rijzige jongeman met een bezoek kwamen vereren, vertelde slimme Kareem hen dat Edward op het toilet zat.
Zoals altijd zijn de bewoners van het mooiste continent geduldige mensen. De jonge krijgers in opleiding drapeerden zichzelf over onze sofa en gingen over in planten-status.
Na een uurtje werd het hen toch wat teveel en werd de vraag herhaald. Kareem keek de krijgers of morani onbewogen aan en herhaalde dat Edward nog altijd op het toilet zat en daar volgens hem de hele dag zou blijven.
Uiteindelijk bracht brave Tito opheldering en werden alle Maasai verenigd.

Gisteren stapte Edward, die altijd in een net pak naar het werk komt, binnen in zijn typische shuka, de drie tafelkleden in verschillende kleuren die elegant over elkaar gedragen worden.
Het kwam me voor dat de cultuur van deze mannen nog diep in hun genen zat.
Laten we het daarover hebben in mijn volgende post...

vrijdag 14 november 2008

TAAL IS EEN MACHTIG WAPEN

Terwijl ik deze titel type, bedenk ik het volgende: als een pen machtiger is dan een zwaard en een foto meer zegt dan duizend woorden, hoe gevaarlijk moet een fotocopieerapparaat dan wel niet zijn!!
Dit geheel terzijde, maar laten we het toch maar over taal hebben.
Taal als communicatie maakte de mens tot wat hij nu is.
Toen in de prehistorie mensen elkaar waarschuwden met de woorden: "pas op, daar komt een tram!", belandden na verloop van tijd alle stammen die geen taal gebruikten onder de tram omdat ze gewoonweg elkaar niet konden inlichten.
Een soort van natuurlijke selectie was dat.
Darwin had er eeuwen later een zware kluif aan.

Via Darwin komen we bij evolutie en ook taal maakt veranderingen door.
Dat is logisch.
Men zegt dat de mens afstamt van de aap en ik vraag me af of de taal gelijk mee gegroeid is.
Kiswahili is een mengeling van bantoe talen en Arabisch en het is eigenaardig te zien in welke klasses je de woorden kan opdelen.
Vooreerst zijn er de klanken. Dubbele klinkers bestaan niet in het Kiswahili; elke letter wordt afzonderlijk uitgesproken. Daarnaast maakt de taal van Oost Afrika veelvuldig gebruik van de letter W en eindigt elk woord op een klinker.
Het geheel doet me echt denken aan de typische geluiden die chimpanzees en gorilla's maken.

Ten tweede is het overduidelijk dat de Arabieren, toen die de kusten van Oost Afrika bereikten, ontwikkeling brachten via hun woorden.
Het tellen is overgenomen van het Arabisch. Alleen zijn de eerste vijf cijfers niet gelijk.
Dat brengt me tot de conclusie dat de oorspronkelijke Bantoe talen het tellen tot vijf gebruikten en daarna waarschijnlijk overschakelden op het woord "veel" of zo.
Ook voor het uurwerk is de invloed van het Arabisch overduidelijk wat me doet besluiten dat er geen tijdsindeling was alvorens deze streken hier gekolonialiseerd werden.

In mijn vorige blogs heb ik het ook al regelmatig over eigen initiatief nemen, voor jezelf denken en vooruit denken gehad.
Tijdens de ochtenmeetings heeft mijn rechterhand die naar de welluidende naam Tito Pallangyo Maporomoko luistert, altijd uuuren nodig om alles uitgelegd te krijgen.
Alles wordt verduidelijkt met een voorbeeld, nog een voorbeeld en ten slotte nog drie voorbeelden.
Ik erger me kapot op die momenten, maar mijn hele staff luistert als een stel kleuters naar de juf.
Alleen Pereus doet niet mee.
Pereus is onze lasser en is doofstom.
Toen ie twee was kreeg ie een oorontsteking en werd ie doof.
Pereus is de enige die voor zichzelf denkt.
Ook dat heeft waarschijnlijk met taal te maken. Er is niemand die hem helpt met een ellenlange uitleg en duizend voorbeelden; Pereus moet het allemaal maar zelf uitvogelen.
En dat doet ie dan ook.
Als ik met een nieuw plannetje aankom, volgt Pereus mijn gebaren, knikt ijverig mee en tikt dan tegen zijn hoofd. Ik denk er even verder over na, zegt hij.
Een kwartiertje later is hij terug; elke keer opnieuw met een verfijning van mijn ruwe schets.
Pereus is de enige die voor zich zelf denkt omdat er geen alternatief is.
Soms kan taal dus ook een belemmering zijn...

dinsdag 11 november 2008

EEN HONDENSTIEL

Toen ik een kleine drie jaar geleden in Tanzania aankwam, leerde ik algauw Nico kennen. Nico was het buitenbeentje van een rijke duitse familie en had het prima naar zijn zin in Afrika.
In Tanga, een lieflijk kuststadje, had ie een stalen zeilschip liggen en Nico had wilde plannen om toeristen mee te nemen op zijn schuit en zo in zijn levensonderhoud te voorzien.
Voorlopig kwam er nog maandelijks een vette cheque uit Duitsland en het zou me niets verbazen als dit nu nog altijd het geval is.
Mannen maken plannen en daar was de avontuurlijke schipper een meester in.
Ik bezocht de jongeman op zijn boot en bleef er een paar nachten; we hadden een barbeque op het strand, doken van het zeilschip in de Indische Oceaan en ik kon me heel goed voorstellen dat Nico hield van zijn leventje aan boord.
Hij deelde zijn krappe kajuit met Vero, een overenergieke spring-in-'t veld met ADHD en concentratiestoornissen. Ze deed me denken aan die altijd drukke eekhoorntjes die zichzelf de hele tijd voorbij dreigen te lopen.
Verder was er ook een lief en enthousiast hondje dat altijd wanneer we naar de kust roeiden, koudweg overboord werd gegooid.
Het beest zwom vrolijk naar de kant en wachtte ons daar kwispelend op.

Op het eind van 2007 verdween Vero even van het toneel. Ze vertrok voor een dringende ingreep naar haar thuisland Madagascar.
Nico bleef achter op de boot en vierde oudejaarsavond alleen.
Er werd die nacht vuurwerk afgestoken. Het lieve hondje raakte in paniek en sprong van de boot af. Het was stikdonker en het beestje wist waarschijnlijk niet waar de kustlijn was.
Nico ging er achteraan in zijn roeiboot maar moest na twee uur zoeken de strijd staken.
Toen ie na een paar dagen de hond nog altijd niet terug gevonden had, ging ie voor een andere oplossing.
Hij durfde Vero, die nog altijd herstelde in het ziekenhuis van Antananarivo, niets vertellen en hij vond er niets beter op dan een andere puppy te kopen.
Hoe de thuiskomst van Vero was, heb ik nooit geweten maar ik ben er van overtuigd dat arme Nico zijn beste dag niet gehad heeft.
En waarschijnlijk ook zijn beste week niet.
Het koppel voer weer uit, mee met de winden tot in Madagascar en liet Tanzania achter.
Vorige week wandelde een Zweedse vriend van Nico en Vero door het slaperige Tanga.
Op de markt zag ie plots het hondje van de schippers.
Hij kon het beestje lokken en nu woont het bij hem tot de winden het zeilschip hierheen brengen voor een gelukkig weerzien na bijna een jaar...

zaterdag 8 november 2008

LEO, DE LUIE LEEUW

Traag draaide Leo zich van zijn zij op zijn rug.
Zijn grote kattenpoten wezen onelegant naar de strakblauwe lucht.
Doorheen zijn wimpers zag hij de eerste camera's verschijnen en hij hoorde vertederende kreetjes.
"Je moet er wat voor over hebben," motiveerde hij zichzelf, "voor zo'n vast contract."

In feite had hij alles aan zijn grootvader te danken.
De ouwe had zijn territorium afgebakend, louter per toeval op de plek waar de tweebeners vijftig jaar geleden het Serengeti National Park wilden oprichten.
Opa kreeg een beleefd schrijven of hij zich wilde 'lenen tot een uniek project tot lering en vermaak van de toeristen en de bewoners van Oost-Afrika.'
Zo stond het op het vergeelde document dat jaarlijks bovengehaald werd op de familiereunie.

Leo hoorde de tweebeners schuifelen in de busjes en de jeeps; er was te lang niets gebeurd en het hooggeeerd publiek werd ongedurig.
De leeuw kwam zijn contractuele verplichtingen na.
Hij stond moeizaam op en schudde majestueus met zijn manen.
Hij gaapte uitgebreid terwijl hij wist dat alle toestellen onmiddellijk zouden gaan zoemen en klikken.

Zijn grootvader was naar de bijeenkomst geweest op de heuvel bij de nijlpaardenpoel.
Het had al twee jaar niet geregend en de stamvader kon zijn kroost nauwelijks onderhouden.
Opa leeuw had niet lang geaarzeld.
Hij had zijn poot in de opengereten buik van het aangeboden ontbijt gedoopt en zo het papier getekend dat de toekomst van zijn nakomelingen veilig stelde.

Een nieuwe lading toeristen stopte vlak naast de kleinzoon; ze staken wit en bleek door het open dak, als asperges uit een blik.
Leo siste naar Elsa, de alfa-leeuwin voor het verplichte nummertje kopjes geven.
Haar adem stonk verschrikkelijk de laatste tijd maar Leo was een professional; hij viel niet uit zijn rol.

Zijn opa zaliger had een hele lijst moeten invullen.
Sommige zaken mocht ie zelf beslissen, andere bepalingen werden hem opgelegd door de tweebeners.
Bij naam verkoos hij 'Leo I, paus van de vlakte' in te vullen.
Met tweebeners weet je helaas nooit en algauw kwam er een bericht uit Italie dat de naam Leo, paus was geregistreerd en of hij zo vriendelijk wou zijn een andere naam aan te nemen.
Sinds dat moment waren hij en zijn nazaten Leo X, koning van de jungle waarbij 'X stond voor het nummer dat de generatie aanduidde dewelke de nazaat verwijderd was van Leo I'.
Zo stond het in het vergeelde document en Leo III genoot ervan de geleerde woorden te herhalen als een mantra.

Traag wandelde de leeuw in de richting van de jeeps. De toeristen deinsden achteruit, zich onbewust van het feit dat Leo schriftelijk vastlag aan 'het niet toebrengen van schade, op welke wijze dan ook, aan de toeristen of hun bezittingen'.

"Mooie koning ben ik," bromde de grote kat, "zonder macht en met een koninkrijk dat geregeerd wordt door de tweebeners."
"Maar ach," troostte Leo de derde zichzelf, "het is dinsdag vandaag en dat betekent een halve buffel thuisgeleverd door de beheerders van het park."
Want ook dat was contractueel vastgelegd...

vrijdag 7 november 2008

HET NEGERT

Gisterenochtend zat het er al aan te komen, de eerste tropische buien van het korte regenseizoen.
Marie en Valentijn een maandje geleden , Ludo, Nora en Filip vorige zondag en tenslotte Katrien, Toon, Jose en Nathalie voor een korte stop in mijn huis vorige dinsdag; ze hebben er allemaal goed aangedaan hier te verdwijnen alvorens de wolkbreuken weer dagelijkse kost worden.
De hele dag was gisteren donker en dreigend, de wolken pakten zich samen en je kon nauwelijks een stap buiten zetten zonder fris gezandstraald te worden door de kleine wervelstormpjes die opgewekt werden door het verschil in temperatuur van de aarde die nog warm was en de steeds kouder wordende luchtlagen erboven.
Het was duidelijk dat mijn geliefde medewerkers de symptomen herkenden. De deuren van de containers werden gesloten en alles werd in veiligheid gebracht; het leek wel een kolonie nijvere werkmieren waarbij elkeen zich voorbeeldig van zijn taak kweet.
Het bleef dreigen tot de avond.
Toen barstte de hel los.
Ik keek met open mond door het raam naar de reusachtige stroboscoop die de hele omgeving elke keer opnieuw in een wit, metalig licht zette.
De ramen trilden in hun sponningen na elke donderslag en Morani jammerde zachtjes.
Daarna kwam de regen.
Het is een heerlijk rustgevend geluid.
De hele nacht was het ruisen te horen op mijn golfplaten dak en toen ik vanochtend opstond, had de bui nog niets aan hevigheid ingeboet.
Ik haalde mijn regenpak boven en bibberde op twee wielen tot op mijn werk.
Daar was Zaina al druk aan het werk.
Ze schepte modderwater weg dat dreigde de toiletten te overstromen, ik stapte met mijn slijkschoenen het net gepoetste bureau binnen. Ik wist dat mijn collega's dat straks ook zouden doen en dat we samen de vloer van het kantoor in een vieze brij zouden herscheppen.
Zaina keek me stralend aan.
"Eigenlijk regen", glunderde ze, "de boeren zullen blij zijn."
Dat ze zelf een maandje modder zou ruimen, was het minste van haar zorgen....

zaterdag 1 november 2008

DE JACHT OP DE JAGER

Gisteren stond er opnieuw een artikel in de krant over de Hadzabe, de laatste jagers-verzamelaars van Tanzania.
Met zijn drieduizend zijn ze nog en hun aantal slinkt gestaag.
Goed anderhalf jaar geleden was ik regelmatig in de buurt van de Hadzabe.
Lake Eyasi is een streek die voorlopig nog ver verwijderd ligt van de grote stroom toeristen.
Tijdens de verbouwingen aan de lodge, ging ik met Manase per jeep het bos in om hout te vinden voor de omheining.
Een paar keer ontmoetten we een lid van de Hadzabe. Het is overduidelijk dat deze stam sinds generaties in een bosrijke omgeving leeft. Kleine gedrongen mannetjes zijn het, in tegenstelling tot de Maasai die door hun jarenlange verblijf op de uitgestrekte vlaktes boomlange kerels zijn geworden.
De jagers lopen op een drafje, ietwat voorover gebogen door het dichte struikgewas op brede, platte voeten.
Door het urenlange volgen van een prooi hebben ze zonder uitzondering een imposante borstkas.
Iedere keer we een jager zagen, stapten Manase en ikzelf uit en maakten we een praatje. Met veel plezier demonstreerden ze hun vaardigheid met pijl en boog.
Terwijl wij de indruk hadden om te komen van de honger, hield de nijvere verzamelaar niet op de grond om te woelen, in bomen te klimmen en ruw uitziende vruchten met de tanden uiteen te rijten.

Er zijn drie belangrijke redenen waarom de Hadzabe met uitsterven bedreigd zijn.
De belangrijkste blijkt geld te zijn. Met geld koop je alles, zelfs het voortbestaan van een unieke stam. Een rijke investeerdersgroep heeft interesse in het gebied waar de Hadzabe leven. De internationale verontwaardiging is groot maar gelukkig heerst er tweespalt tussen de twee district commissarissen van de streek.
Eentje ruikt het geld, hetzij voor de ontwikkeling van zijn regio, hetzij voor zijn eigen portefeuille; zijn tegenstanders van de aanpalende streek zien meer het globale plaatje en willen niet verkopen.
De Hadzabe, onmondig als ze zijn, moeten maar afwachten.
Daarnaast is er ook het toenemende toerisme en het bijhorende mensjes-kijken.
Ik heb het altijd al weerzinwekkend gevonden. Deze Hadzabe in Tanzania, de giraffe-vrouwen in Noord Thailand, een afgelegen stam van "nobele wilden" in Ethiopie, een zoo laat niets overeind van de authenticiteit van het bekeken onderwerp. Door het raampje van je camera zie je geen dag uit het leven van een jager; je koopt de illusie van puurheid terwijl achter je het volgende busje al komt aangereden.
Ondertussen gaat de touroperator met de centen lopen en krijgen de Hadzabe gratis en voor niets ziektes waar ze niet tegen bestand zijn.
Een derde reden waarom de Hadzabe aan het kortste eind zullen trekken is dat de jeugd lendendoekjes en wouden niet meer sexy vindt.
Je kan het niemand kwalijk nemen dat een huisje interessanter klinkt dan een lekkend bladerdak, dat schoenen wel iets hebben en dat de verhalen over mensen die gewoon rijst en ugali eten echt wel aanlokkelijk klinken.
Het kleine leefgroepje verliest op geregelde basis kinderen door ziektes, jongeren door de vlucht naar een beter leven en de jarenlange opgebouwde ervaring door invloeden van buitenaf.

De jacht op de jager is open, hij is nu al een prooi geworden...