donderdag 28 oktober 2010

HET KNAAGT, HET KRIEBELT, HET DOET PIJN...

Mooie woorden van The Lau, frontman van The Scene, lang geleden...
Er is ondertussen veel veranderd.

Wat gelukkig nog niet veranderd is, is dat het op regelmatige tijdstippen begint te kriebelen en te knagen tot het pijn doet.
Dan bekruipt de onrust me en wil ik liefst van al elke nacht in een ander bed slapen, wil ik mensen ontmoeten die een totaal ander leven leiden, wil ik streken zien die me imponeren, wil ik gebruiken zien die me totaal onbekend zijn...

Het avontuur in Mpanda, waar het leven zo traag ging dat er volgens mij een andere tijdsindeling voor bestond, ligt ondertussen alweer ver achter me maar gelukkig kwam lieve Adam net op het goede moment met de boodschap dat we dringend eens samen Mbuguni zouden moeten bezoeken.
Niet meer dan een paar tientallen kilometer buiten Arusha maar een totaal andere wereld.

Vroeg in de ochtend vertrokken we, we reden langs de rozenfarms (vandaag geplukt, morgen in uw bloemenwinkel in Europa), door de aardbeien- en frambozenfarm (vandaag geplukt, morgen op uw bord) en toen lieten we de drukte achter ons en via zachte, zanderige paden - iedereen bidt om regen maar de almachtige is onvermurwbaar - reden we naar Nergensland.
Nooit geweten dat het echte rurale Afrika zich zo dicht bij mijn achterdeur afspeelde.

We kwamen in dorpjes waar de les stilgelegd werd omdat er een blanke stopte ("Good morning, sir" ook al was het vier uur 's middags). We probeerden te eten in lokale restaurantjes waar de lethargie het die dag had gewonnen van de ambitie en er bijgevolg geen lunch was; we ontmoetten een oude grootmoeder die een diepe kniebuiging voor me maakte. (Ik hielp haar krakende knoken weer overeind en vertelde haar dat ik Tanzania onafhankelijk had verklaard vorige week).

En in deze wereld waar morgen er niet toe doet, waar vandaag eindeloos lang duurt en waar er niet gedacht wordt in causale verbanden, had niemand eraan gedacht dat oorzaak tot gevolg staat zoals slechte brug tot beschadigde auto.

Met een klap stonden we stil toen het grote niets opdook achter een simpel betonnen brugje.
De wielen van de jeep hingen hulpeloos in de lucht, het chassis leunde zwaar op de brug en Adam leek bereid zijn ontslag te aanvaarden voor iets wat ie onmogelijk had kunnen voorzien.
Samen met de omringende boeren die op ons afkwamen als was het een attractie op een jaarmarkt, (Eindelijk gebeurt er iets) bespraken we vele plannen die ons uit onze gevangenschap zouden bevrijden.
We besloten uiteindelijk onze eigen weg te gaan, Adam kreeg de auto weer los en we legden grote stenen op de brug om andere weggebruikers te waarschuwen.
Keien die er ongetwijfeld nu alweer afgehaald zijn omdat ze ergens anders levensnoodzakelijk waren...

Iets verder was nog een jongeman met zijn Ferrari de gracht ingesukkeld en we verdienden onze plaats in de hemel door hem weer los te trekken.
Terwijl ik mijn plaatsje bespreek daarboven, kan ik evengoed om wat regen vragen.
want dat hebben we hard nodig, heel hard!!


...Met een klap stonden we stil toen het grote niets opdook achter een simpel betonnen brugje...

...en we legden grote stenen op de brug om andere weggebruikers te waarschuwen...



...was nog een jongeman met zijn Ferrari de gracht ingesukkeld en we verdienden onze plaats in de hemel door hem weer los te trekken...

woensdag 27 oktober 2010

ONVERWACHT BEZOEK

Vrij en vrolijk kwam Zion aan.
Niet gehinderd door enige gene blafte hij een blij goeieavond naar Morani.

Onze held op sokken, 1 en al goedmoedige lamzakkerij onderging een plotse gedaanteverandering.
Zion, TBD ofte Tanzanian Brown Dog uit de ere-orde van het vuilbakkenras, onervaren en pas vier maand oud, had het nog niet in de gaten.

Hij wurmde zich uit mijn armen, belandde onelegant op de grond en terwijl zijn hele kleine lijfje meekwispelde met zijn staart, ging ie blijgemoed op Morani af.
Mijn trouwe Ridgeback had het zo niet begrepen.
Hij vloog de onverwachte bezoeker aan met een agressie die ik nooit in hem vermoed had en die helemaal niet in evenredigheid was met de kleine puppy die, ondertussen luid huilend om zijn mammie, bescherming zocht tussen mijn benen.

Met veel moeite hield ik de reus weg van het dwergje.
"Ik ben het niet geweest, echt niet," jammerde Zion ondertussen, zich afvragend waarom hij dit verdiende.
We stonden met zijn allen schaakmat.
Liet ik mijn hond los om Zion terug op te pakken, dan verscheurde Morani hem geheid.
Het kleine hoopje ellende vrijlaten, was ook al geen optie want die zou zich ergens onder verschuilen en dan kon ik voor de rest van de nacht dat kleine mormel uit zijn holletje peuteren.

Ik besloot tot een psychologische aanpak.
Ik praatte met zachte stem op Morani in en deed beroep op zijn - ondertussen volwassen - redelijkheid.

"Luister, mijn lieve vriend, ik begrijp het ook niet. Zo een klein dingetje, de naam hond onwaardig, komt hier een weekje logeren omdat zijn baasje op vakantie is. Kunnen we een beetje beschaafd doen? Enkel voor deze week?"
Morani haalde nukkig zijn schouders op.
Zion trilde op zijn dunne pootjes.

"Morani, alsjeblieft?", hoorde ik mezelf smeken.
"Kvinhetmaarniks", bromde mijn maat nurks...

Ik liet Zion los en het beest viel flauw.
Of het draaide zich in volledige onderwerping op zijn iele rugje.
Zo goed kende ik hem nu ook weer niet.

Morani snuffelde, Zion beefde en ik stond klaar om in te grijpen.
Een gewapende vrede leek bezegeld.
Waar de uk ook ging, volgde de grote loebas; het was schattig om zien.
Zion, uit een generatie van opportunisten, street wise en leep, voelde al snel dat hij het zaakje in de hand had.
Hij wandelde op de mand van Morani af; een enorm wiel als je het vergeleek met het baby-hondje.
De Ridgeback ging breeduit voor zijn bed staan maar keek me ondertussen met zo'n hulpeloze blik aan dat mijn hart bloedde.
"Wat moet ik nou?", zag ik hem denken.
De kleine had het in de smiezen.
Wandelde vlotjes onder zijn gigantische soortgenoot door.
Ging prinsheerlijk in de middencirkel liggen en keek Morani stralend aan.

In vijf minuten waren de verhoudingen omgekeerd.
Zion geniet van zijn status en de oude laat begaan.

Maar ach, elke ochtend gaan Morani en ik wandelen.
Dan mag de peuter niet mee.
NEM!

MO IBRAHIM

Al altijd heb ik bewondering gehad voor leiders die het innovatieve of economische ook aan het sociale koppelden.

Mijn eerste voorbeeld daarin was Alfred Nobel. Of ie zelf betrokken is geweest bij het idee om prijzen te gaan uitreiken, weet ik niet maar dat een uitvinder een project kon opzetten dat de hele wereld beinvloedde, vond ik uitermate interessant.

Toen ik nog verankerd zat in de vlaamse klei, was de belgische supermarktketen Colruyt mijn lichtend voorbeeld. Scherpe prijzen met oog voor detail in besparingen. Aandelen van het bedrijf uitbetaald aan het personeel als extra motivatie en 1 van de eerste bedrijven die uitkeek naar groene energie.
Het was duidelijk dat economische groei compatibel was met het volgen van een sociale code en dat beschouwde ik als een mooie toegevoegde waarde.

Zestig jaar geleden werd Mo Ibrahim in Sudan geboren. Hij belandde in de telecomsector en startte Celtel (later herdoopt tot ZAIN) op in Afrika.
Meneer Ibrahim is nu twee en een half milliard dollar waard maar heeft zijn sociale reflex nog niet verleerd.
Sinds 2000 wordt jaarlijks de Mo Ibrahim Index samengepuzzeld.
http://www.moibrahimfoundation.org/en/section/the-ibrahim-index.

Het betreft hier een rangschikking van 53 afrikaanse landen inzake de service die aan de burgers verleend wordt door hun regering.
Een uitermate interessant document moet het zijn voor de presidenten en ministers die zien hoe hun buren het doen en hoe en waar verbeteringen aan te brengen zijn.

Zoals altijd staat Mauritius op de eerste plaats en daar zal de sterke aanwezigheid van de franse regering ongetwijfeld voor iets tussen zitten.
Verder doen natuurlijk Zuid Afrika, Botswana en Namibie en verder de Seychellen en de kaapverdische eilanden het goed.

Onderaan bengelen dan helaas de landen die door oorlog verscheurd zijn of eerder heel onbekwame leiders hebben.
Erithrea, Tsjaad, Somalie en Zimbabwe hebben nog een lange weg te gaan.

Natuurlijk wil ik weten waar mijn tweede vaderland eindigde.
Tanzania behaalt een mooie 16de plaats op 53 landen, haalt 55% wat eigenlijk nog altijd maar net met de hakken over de sloot is, maar - en dat verbaast me zeer - we zijn de flinkste leerling uit het oost-afrikaanse klasje.
We laten Uganda (plaats 24), Kenia (26), Rwanda (31) en Burundi (33) toch wel flink achter hoewel hierbij natuurlijk wel enige voorzichtigheid geboden is bij de interpretatie.
President Kagame van Rwanda duldt geen tegenspraak van de oppositie en daardoor zakt de vrijheid van meningsuiting diep in het rood en sleurt zo het algehele cijfer naar beneden.
Kenia heeft dan weer een halve burgeroorlog in 2008 achter de rug en krijgt hierdoor slechte punten op veiligheid.

Maar goed, terug naar wondermooi Tanzania.

De hele Ibrahim index is onderverdeeld in vier categorien met talloze subdivisies.
Op veiligheid en degelijkheid van wetten gaan we er helaas met 2.1% op achteruit.
Op personlijke inbreng en rechten van de mens zakt Tanzania zelfs 5.2%.
Wat hierbij over heel Afrika opvalt, is dat de vrijheid van de pers letterlijk in elk land zakt, behalve in landen onder dictatorschap of in oorlog waar de persvrijheid niet anders kon dan (een beetje) stijgen.
Een heel gevaarlijke evolutie lijkt me dat!

Maar natuurlijk verdienden we ook enkele goede punten.
In de categorie duurzame economische mogelijkheden steeg Tz met 1.2% en in menswaardige ontwikkeling tenslotte ging het land met 3.9% de hoogte in.
De grootste blij had ik toch met het vakje kwaliteit van de beschikbare educatie. Daar sprong het onderwijs zomaar 8.3% verder.

Als ik later groot ben, wil ik ook zo een index.
Lijkt me wel sexy...

maandag 25 oktober 2010

WAT IK VANDAAG TOCH MEEMAAKTE...

Sinds een goeie twee weken is er geen water meer op het bedrijf.

Nu is dat niks nieuws want de vorige keer werd het water afgesloten door de meneer die ons ook de rekening bracht.
Aangezien hijzelf wat vertraging had opgelopen en pas de achtste van de maand langskwam, besloot hij gelijk het water af te sluiten wegens wanbetaling.
Het kostte ons grote moeite de man te overtuigen van het onlogische karakter van zijn daden maar toen we uiteindelijk Adam de stad instuurden om de betaling te regelen en het mannetje op die manier een gratis rit naar de stad kon versieren, waren we weer voor even op het gemak.

Anders was het deze keer.
Er was geen water en ondanks onze smeekbeden aan het hoofdbureau, maakte er ook niemand enige aanstalten om ergens de oorzaak van het onheil te gaan opsporen.
Deze ochtend was ik het zat.

Adam werd erop uitgestuurd en kwam een uur later terug met zes man in de auto.
Vier van hen verdwenen onmiddellijk in de omgeving van ons bedrijf.
Een gratis ritje was het geweest, meer niet.
De twee anderen lokaliseerden de breuk in de leiding op een goeie tweehonderd meter buiten onze poort.
Ik kreeg de rekening voor wisselstukken gepresenteerd en de uitleg was even helder als grof.
"Wil je water, dan betaal je beter. Ik weet ook wel dat dit voor onze rekening zou moeten zijn, maar er is doodgewoon geen geld," aldus de mechanieker die het allemaal al duizend keer meegemaakt had.

We hebben dus betaald - en meteen een email naar de dienst voor watervoorziening gestuurd voor tegemoetkoming.
Voor daar een antwoord op komt, zal er wellicht al veel water naar de zee gevloeid zijn...

PAARSE BLOEMEKES

Twee weken geleden ging het over de mooiste weg ter wereld in deze tijd van het jaar.
Wegens geen foto van Arusha, dan maar het bewijs dat ook Ethiopie de Jacaranda kent.

De mooiste reis ter wereld was dat over de mooiste weg ter wereld...

http://www.mojomoto.be/tanzania

woensdag 20 oktober 2010

HOE HET NU VERDER MOET...

Heel Frankrijk staat op zijn kop want er wordt geraakt aan een fundamenteel recht...
1 op de vijf benzinestations staat al droog, drie en een half miljoen mensen zijn de straat op gekomen omdat ze het niet eerlijk vinden dat ze - tot hun gemiddelde leeftijd van vijfentachtig (?) - in plaats van vijfentwintig jaar betaald rond te hangen, dat slechts drieentwintig jaar zullen kunnen doen.

Ik begrijp het allemaal niet meer...
Sinds jaren hebben alle centraal-europese regeringen ervoor gezorgd dat door allerlei strikte regelgevingen, door hoge belastingen op werk en door het demotiveren van het ondernemerschap alle productie zoetjesaan verdween naar de zogenaamde lageloonlanden.
Vergeet dat laatste woord maar!
De lageloonlanden zijn aan een een steile opmars bezig. Jaren hebben ze voor de westerse wereld geproduceerd maar die kerels zijn natuurlijk ook niet van gisteren.
Verkijk je maar niet op de koopmansgeest van Chinezen en Indiers!
Ondertussen is ook alle know how in handen van het Oosten en kunnen die geelmensjes en die betelpalmkauwers het al veel beter en goedkoper dan wij in onze ergste dromen durven veronderstellen.

En dan wordt er in een wereld waar er minder dan 20% van een totale week gewerkt wordt, plots stampei gemaakt over twee jaar langer werken.
Het is inderdaad niet leuk te zien dat je buurman eerder op pensioen mag gaan dan jij.
Het wordt helaas nog veel minder leuk voor Europa en Amerika als er geen mentalitietsverandering komt.
Hoe je het ook draait of keert, er zijn grote verschuivingen op til en als het westen zich daar niet soepel op instelt, gaan jullie ginds met zijn allen een donkere periode tegemoet.

Vergelijk gewoon de twee benaderingswijzen:

Het westen heeft de periode van heropbouw en welvaart waarbij iedereen zijn steentje bijdroeg, sinds lang achter de rug. We zitten nu middenin een generatie die alle verworven rechten als vanzelfsprekend vindt.
Vergelijk het met de kleinzoon van de slager. Grootvader heeft keihard gewerkt om de zaak op te bouwen; zijn zoon heeft het harde labeur gezien en erin meegewerkt en de kleinzoon tenslotte, die ziet enkel de luxe van het rijke leven en helpt het levenswerk van de familie in vijf jaar naar de verdoemenis.

In het opkomende Oosten daarentegen is men volop aan de weg aan het timmeren. Hun werklust, hun inzicht in nieuwe markten en de westerse traagheid om hierop te reageren versnelt enkel de teloorgang van Europa en Amerika als de rijke en dicterende macht.
Ik kan het vanhieruit allemaal zo mooi bekijken: Afrika is allang niet meer het zorgenkindje met de hongerbuikjes en de luie zwarte onder zijn boom. Dit continent heeft negenhonderd miljoen toekomstige consumenten.
De enigen die hierop reageren, zijn China en - in mindere mate - India.
Alle brommertjes, een groot deel van de trucks, bijna alle verkoopsgoederen zijn van chinese makelij.
Er is een nieuwe markt aangeboord en die wordt gemonopoliseerd door volkeren die in mijn herinnering vroeger helemaal niet meespeelden.

Als ik in Frankrijk woonde, zou ik mijn mond houden en akkoord gaan.
Binnen vijftien jaar liggen de eens zo machtige en rijke bleekgezichtenlanden op hun gat.
Zeg dat uw correspondent in Tz het gezegd heeft...

dinsdag 19 oktober 2010

TARANGIRE TREE TOPS (DEEL II)

De kamers waren gezellig en warm ingericht en 's avonds vroeg ik de room intendant of ie de gordijnen kon openlaten zodat het echte leven zich zou afspelen op een paar meter van de bedden.
Helaas speelde het echte leven zich die nacht af onder de kamers.
Het was een gaan en komen, een geschuifel en geritsel en uiteindelijk was iedereen blij dat een nieuwe dag aanbrak.

Nu hadden we tijd om de lounge area goed te bekijken. Er waren de zetels, gemaakt uit dhow-wood; stukken wrakhout van de typische visserboten met 1 zeil; een mooi afgewerkte zitkuil waar 's avonds een vuur werd aangestoken en het prachtige restaurant-gedeelte dat ingericht was met oog voor detail.

We luierden aan het zwembad met zicht op de watering hole waar in de loop van de ochtend een nurkse buffel, enkele nerveuze waterbucks, drie zelfzekere wrattenzwijnen en een arrogante kolonie bavianen hun dorst kwamen lessen en toen was het tijd om de twee piepjonge dames afscheid te laten nemen van Lembris, de stijlvolle Maasai kelner die ondertussen de harten van de meisjes had gestolen.
We gooiden iedereen op een hoopje in de auto en door prachtig en ongerept gebied reden we terug naar een druk en overactief Arusha.

Een prachtig weekend zowaar...



...De kamers waren gezellig en warm ingericht...

...Er waren de zetels, gemaakt uit dhow-wood...

...een mooi afgewerkte zitkuil waar 's avonds een vuur werd aangestoken...




...en het prachtige restaurant-gedeelte dat ingericht was met oog voor detail...



...We luierden aan het zwembad met zicht op de watering hole...

...waar in de loop van de ochtend een nurkse buffel...

...drie zelfzekere wrattenzwijnen...

...en een arrogante kolonie bavianen hun dorst kwamen lessen...

...en toen was het tijd om de twee piepjonge dames afscheid te laten nemen van Lembris, de stijlvolle Maasai kelner...




...We gooiden iedereen op een hoopje in de auto...

maandag 18 oktober 2010

TARANGIRE TREE TOPS

Sinds enige tijd werkt goede vriendin Sofie voor een eerder high end safaribedrijf.
Haar bazen hebben een eigen eiland in Lake Tanganyika; een eigen helicopter en toen vorige week zes klanten het een beetje saai vonden in het westen van Tanzania, werd er een vliegtuigje ingezet om de verveelde toeristen naar de Serengeti te vliegen alwaar ze de migratie konden aanschouwen.
's Avonds zaten ze dan weer rond het kampvuur op het eiland...

Sofie verzorgt onder andere de marketing en aangezien een goeie verkoper moet weten wat ie precies verkoopt, had ze "Elewana" aangeschreven om 1 van hun kampen, Tarangire Tree Tops, te gaan bezoeken.
De crew werd vervolledigd door haar twee dochters van vijf en zeven, door ondergetekende die voor een europees reisbureau werkt en tenslotte door Mimi uit Taiwan die schrijft voor glossy magazines in the far East.

Ik luisde de auto van de buurman af voor een spotprijsje en op zaterdagmiddag reden we - zeer tegen de zin van trouwe Morani die het huis moest bewaken - met zijn vijven in twee uur naar Tarangire National Park.
We reden binnen, zagen van bij aanvang olifant, giraf, zebra, waterbuck, wildebeest, impala en Grants gazelle en temidden van deze Ark van Noah vorderden we traag naar Boundary Hill waar we het park weer uitreden.
Door woest en ontoegangelijk Maasai land ging het verder.
Weggetjes tussen accacia's, stoffig en vol putten; door droge riviertjes en langs grote kuddes koeien en geiten, we reden werkelijk in het echte en pure Afrika.
Maar de lodge, onze haven voor de nacht, zagen we niet.
De informatie die we bij het verlaten van het park hadden gekregen, was niet echt correct en toen, net voor het donker werd en op het moment dat ik merkte dat de lichten van de auto het niet deden, bereikten we Tarangire Tree Tops.

We werden hartelijk verwelkomd, dronken een glaasje sap in de luxueuze lounge en werden dan naar onze kamers gebracht: boomhutten tegen enome baobabs gebouwd.
Ik waande me weer tien toen later die avond een heus valluik de kamer afsloot voor hongerige roofdieren.
Maar kijkt u vooral zelf...


...zeer tegen de zin van trouwe Morani die het huis moest bewaken...

...en temidden van deze Ark van Noah vorderden we traag...

...door ondergetekende die voor een europees reisbureau werkt...

...Sofie met haar twee dochters van vijf en zeven...

...en tenslotte door Mimi uit Taiwan...



...bereikten we Tarangire Tree Tops...

...De crew werd vervolledigd door haar twee dochters van vijf en zeven, vrolijk zwaaiend vanuit hun boomhut...


...onze kamers: boomhutten tegen enome baobabs gebouwd...

...toen later die avond een heus valluik de kamer afsloot voor hongerige roofdieren...

vrijdag 15 oktober 2010

WAT IK VANDAAG TOCH ZAG...

de truuk is zo oud als de straat...
Er wordt gewezen op een lekke band of een defect aan de auto en terwijl je nietsvermoedend uitstapt en achteraan je auto staat, gaat een handlanger van de Goede Boodschapper aan de haal met je hele hebben en houden op de achterbank.

Vandaag in de drukste (en enige) straat van Arusha bleken er vlammen uit de uitlaat te komen.
Althans dat werd me wijsgemaakt door een gangster in een roze hemd.
Ik zette de auto aan de kant - je weet tenslotte nooit - sloot de deuren en op slag verdween mijn nieuwe vriend want veel viel er niet te rapen met gesloten portieren.

Vanop de stoep vroeg iemand wat er aan de hand was. Ik legde hem de situatie uit en de man vond dat ik dat toch niet kon laten gebeuren.
Hier moest ingegrepen worden, temeer daar het roze hemd vijftig meter verder stond te treuzelen.
Lokaas was hij, dat besefte ik pas achteraf...
Ik ging achter de schurk aan; zag dat het een hopeloze zaak was gezien mijn schitterende fysieke toestand en keerde terug naar de auto, enkel om nummer twee van het snode plan te zien weglopen van de bestuurdersdeur.
"Die heeft tenminste de kans niet gehad," dacht ik tevreden.
Tot ik de sleutel in het slot wilde steken.
Volgens mij had dat rapalje er een tand van een vorkheftruck ingeramd maar binnen was ie niet geraakt...

Tien minuten later zag ik een vriendelijk en ietwat verfomfaaid agentje aan de kant van de weg staan.
Ik informeerde hem over de afgrijselijke en mensonterende gebeurtenissen in zijn land en kon hem uiteindelijk overtuigen om een ritje met me te maken.
We zagen natuurlijk niets en toen we de hele straat afgereden hadden - 1 en al file en opstoppingen - besloot oom agent dat ik hem helemaal terug mocht brengen naar zijn stekje waar hij eigenlijk helemaal niets stond te doen.
Een half uur later troggelde hij me ook nog eens vijfduizend shilling (2,5 euro) voor bewezen diensten.
Twee keer genaaid op een uur, het wordt vast een mooie dag!!

woensdag 13 oktober 2010

DE WEG NAAR NERGENS (DEEL III)

De chauffeur haalde me inderdaad om acht uur op en ik werd naar het bedrijf gebracht dat om god-weet-welke-reden Mpanda had gekozen als uitvalsbasis.
Op een flinke lap grond stond een welonderhouden en imposant gebouw.
Binnen was alles evenwel leeg.
Zaden waren er nog niet en de machines stonden dof en stil in hun verpakking te wachten op actiever tijden.
De directeur vroeg me niet hoe mijn vorige avond was geweest; ik was tenslotte niet ingehuurd voor emotionele praatjes. Hij maakte een kopje koffie voor zichzelf, vergat mij daarbij en gaf me mijn opdracht.
Kil, afstandelijk, to the point.
Dit beloofde een leuke week te worden...

Om me het werken wat makkelijker te maken, was de fundering al gegoten. Ik bekeek de met beton gevulde geulen en het werd me snel duidelijk dat iemand hier een flink foutje had gemaakt.
Met de plannen erbij kwam ik tot de conclusie dat het hele bouwwerk in de breedte meer dan dubbel zo groot was geworden als op de plattegrond die ik netjes ingescand had doorgestuurd.
Samen met mijn twee helpers, Haji en Peleleza (door mij voor de hele week netjes Vuvuzela gedoopt) begonnen we onmiddellijk de fundering opnieuw uit te hakken.

Herr Ubermensch kwam aangesneld, zijn weinige haren wapperend in de warme wind en ik zag hem denken: "we moesten die soort verpletterd hebben op onze doortocht naar Frankrijk."

Later die dag begonnen we weer aan de opbouw van de verkolingskamer en ik kon op donderdag al vertellen aan mijn medewerkers dat we zowel op zaterdag als op zondag zouden werken, wilden we het hele ding klaarkrijgen.

Om vijf uur kreeg ik een kleine motorfiets zonder remmen tot mijn beschikking en ik tufte de stad in waar ik het onovertroffen Super City Hotel bezocht.
Ik zat er twintig minuten samen met een iel mannetje naar een soapserie uit Nigeria te kijken in een verder lege tent alvorens mijn buurman me uiteindelijk vroeg wat ik wilde.
Hij gaf toe de kelner te zijn maar ik moest goed begrijpen dat de televisie al zijn aandacht opgeeist had en dat multi-tasken nog niet in het woordenboek van Mpanda stond.

Ik ging maar weer vroeg slapen nadat ik een streepje op de muur van mijn tijdelijke gevangenis had gezet...

dinsdag 12 oktober 2010

WAT IK VANDAAG TOCH ZAG...

Elke dag rijd ik via Philips naar het werk. De brede weg tussen dit kruispunt en het Impala rondpunt is in oktober de mooiste weg ter wereld.
De Jacaranda staat in bloei en door het tere paars van de miljoenen bloemetjes rijd je door een prachtige tunnel van pastel.

Op de hoek van deze straat staan iedere morgen tientallen mensen.
Scholieren en studenten, vrouwen in kleurrijke kanga's en arbeiders met getaande gezichten en hoekige gebaren.
Ik probeer altijd te stoppen en een ladinkje mee te nemen op weg naar mijn werk en ook vandaag had ik hetzelfde voornemen gemaakt.
De vijf auto's en trucks die voor me afsloegen, stopten allemaal.
Mannen klauterden in laadbakken en hesen kinderen op, vrouwen stapten luid taterend in pick ups en jeeps en toen het mijn beurt was, waren alle mensen op!!

Er bestaat nog solidariteit in deze harde en koude wereld.
Zes auto's stopten zonder enig ander motief dan landgenoten een gratis lift aan te bieden.
Dat er niemand overschoot voor de witte nam ik er graag bij...

maandag 11 oktober 2010

DE WEG NAAR NERGENS (DEEL II)

Ik bezocht het Ministerie van Energie en Mineralen, een stoffig samenraapsel van nog stoffiger heerschappen die elke dag geduldig hun tijd uitdeden tot het eindelijk vijf uur werd en ik kreeg er zowaar "De Richtlijnen voor het Energiebeleid ten opzichte van Hernieuwbare Energien, versie 2010" in de handen gestopt.
Mijns inziens was enkel de datum van versie 2008 aangepast maar het onbelangrijke kleinood werd me zo plechtstatig overhandigd dat ik dacht dat ik de hard copy van de steen van Rosetta aangereikt kreeg.

Op dinsdagochtend werd ik verwacht aan het palm Beach Hotel vanwaar we plots met de auto in plaats van per vliegtuig naar Mpanda zouden afreizen dat nu echt wel helemaal aan het ander eind van de wereld scheen te liggen.
Ik ontmoette er de duitse directeur van de tanzaniaanse afdeling. Het betrof een man van middelbare leeftijd die volgens mij nog bij zijn moeder inwoonde die hem trouw elke avond een glaasje warme melk voorzette alvorens hij in zijn gestreepte pyamaatje en met zijn knuffeldier de trap opstommelde naar zijn alkoofje.
Ook al was ik er om vier uur moeten voor opstaan, de jeep kwam pas om half zeven aan.
Er rolden nog vijf medereizigers uit de achterbak en uiteindelijk vertrokken we, sardienen in een blikje voor een lange en saaie dag.

We reden twaalf uur onafgebroken, kochten tijdens het tanken een pakje koekjes (de duitse mama had mijn reisgezel duidelijk goed gedrild: hij weigerde ook maar een kruimel te aanvaarden van mijn droge aankoop) en toen we uiteindelijk in Mbeya aankwamen, geradbraakt en vuil, zag Herr directeur ook dat hij een beetje teveel geeist had van ons en we werden ondergebracht in een luxueuze lodge.

Op dag twee van onze trip ging het asfalt over in piste. De chauffeur maalde er niet om en met een gemiddelde snelheid van boven de honderd zweefden we boven het wasbord.
Ik was ondertussen bevorderd tot co-piloot en ik stond doodsangsten uit.
De chauffeur kon er enkel om lachen.

Na een tweede helletocht van twaalf uur kwamen we aan in Mpanda. De sociale vaardigheden van de directeur waren dusdanig ontwikkeld dat, terwijl hij aangaf dat we aangekomen waren, hij mooi bleef zitten in de auto en ik met mijn koffer achterbleef voor een zielig guest housje.
"Sorry, geen plaats meer bij ons; we komen je morgen om acht uur ophalen," hoorde ik nog terwijl de jeep weer optrok.
Daar stond ik, in een stoffig en onbekend dorp terwijl het snel donker werd.
Ik nam een douche en ging moedeloos zonder eten naar bed.
Hier wilde ik echt niet zijn...

vrijdag 8 oktober 2010

DE WEG NAAR NERGENS

Een goeie maand geleden kreeg ik een totaal onverwacht telefoontje van een Duits bedrijf dat vond dat ze mijn hulp nodig hadden.
Een dochter van de firma was gevestigd in West-Tanzania en daar moest ik een verkolingskamer gaan bouwen.
Aangezien ik in 2003 al eens in Mpanda was geweest en ik bijgevolg wist dat Mpanda Kiswahili was voor "Nergens-ville", sprak het hele idee me niet erg aan.
Ik maakte een factuur met mijn vlucht heen en terug naar Dar Es Salaam (kon ik mijn vrienden nog eens opzoeken), een vlucht naar Kigoma en terug (een consultant vliegt natuurlijk maar helaas was er geen business class in het enige aftandse vliegtuig van Air Tanzania) en daarnaast een belachelijk hoge dagelijkse toelage voor mijn erudiete kennis, fantastisch gezelschap en onnavolgbare enthousiasme.
Wisten die Pruisen veel dat ze een norse lamstraal over de lemen vloer zouden krijgen...

Een kwartier na mijn hooggegrepen rekening, die in feite een verkapte poging was om te ontsnappen aan mijn gedwongen ballingschap in de Mpanda negorij, kreeg ik bewijs van betaling.

Ik had het vlaggen en vertrok de dag erop dus naar Dar om het korte en leuke stuk van mijn avontuur te beleven.
Ik overnachtte bij Angelo en Alistair die een transportbedrijf runnen en daar hoorde ik het volgende fantastische verhaal:

Toen Alistair twintig werd, besloot ie dat ie jager op groot wild wilde worden.
Hij schreef zich in en werd gelijk opgeroepen voor dienst in Katavi National Park, een twintigtal kilometer ten zuiden van de stad waar ik zou naar afreizen.
Daar genoot mijn amerikaanse vriend zijn opleiding.
In drie jaar zat ie 33 maand in de bush en toen de jongens 1 keer per jaar weer asfalt zagen, konden ze hun ogen niet geloven.
Die vrije maand werd doorgebracht in een toestand van algehele verdwazing.
Ze waren het gewone leven niet meer gewoon, kenden de omgangsvormen niet meer en tot zijn schaamte moest Alistair, die altijd rechtstaat aan tafel als er een dame in het gezelschap aankomt of zich even verwijdert,...moest Alistair dus toegeven dat ze zich gedroegen als totale wilden. Vechtpartijen, zuipen en meisjes; daar draaide het om.

Hij voltooide zijn studie, kreeg zijn klassevolle manieren terug en werd professioneel jager.
Op een dag besloot een stinkend rijke Amerikaan die een fortuin betaald had voor een drieweekse jachtpartij dat hij er eigenlijk toch geen zin in had en hij stuurde een totaal onervaren vriend naar Tanzania.

Alistair moest de man uitleggen hoe een geweer werkte, wat het verschil tussen een olifant en een gazelle was en hoe een verrekijker diende gebruikt te worden.
De twee hadden een miniem tentje opgezet met twee kijkgaten en afgeschermd door wat takken en bladeren.
Mijn vriend had een emmer bij en een plastiek afvoerpijp en hoestte in de pijp met de emmer als echo-kamer.
Een reus van een leeuw voelde zich bedreigd door de onverwachte indringer en verscheen plots vanuit het stuikgewas op een meter of tien voor de tent.
Alistair stopte zijn verhaal en maakte een grote boog met zijn armen tot zijn vingertoppen elkaar weer raakten.
"Dit is de omvang van de borstkas van een volwassen leeuw", zo doceerde hij, "dat hele volume is eigenlijk een klankkast. Je kan je dan ook voorstellen hoe het klinkt als een geagiteerde leeuw brult. De grond trilde letterlijk onder onze voeten en naast me voelde ik de man bibberen van pure schrik."
De leeuw had iets geroken en kwam dichter met die trage, behoedzame stap die eigen is aan alle katachtigen.
De bezoeker vond er niets beter op dan zijn verrekijker te nemen om reuzepoes wat beter te kunnen bekijken.
Het roofdier stond nu op vijf meter van de tent.
"Neem je geweer en schiet," siste Alistair.
"Maar ik zie helemaal niets," beefde man.
Alistair sloeg de verrekijker, die enkel een vuilgele vlek toonde aangezien de leeuw nu op twee meter van de tent stond, uit de handen van de man en stopte hem het geweer in de handen.
De bange toerist sloot zijn ogen en haalde de trekker over.
"Het was de zieligste jacht ooit voor zo'n majestueus dier," besloot Alistair...