Translate

zondag 24 augustus 2008

DE PROCESSIE VAN ECHTERNACH (DEEL I)

Mijn lieve mama en mijn even lieve zussen kwamen dus langs.
Dat heeft u vast al in de vorige post gelezen.
Dat ze er bijna niet waren, wist u waarschijnlijk nog niet.
De start van de verder vlekkeloze reis, verliep eerder chaotisch. Het leek soms op de traditionele twee passen vooruit en eentje achteruit, maar uiteindelijk haalden we het.

Twee weken voor de memorabele aankomst van zussen en mama zag ik toevallig Pierre, een Parijzenaar die hier de processen over de genocide verslaat als journalist.
De man is uitgerust met een imposante snor en een grenzeloze sympathie voor me.
Hij was 1 van de eerste personen die ik ontmoette bij aankomst en ons contact is steeds heel hartelijk.
"Moet je luisteren", zei lieve Pierre, "mijn vrouw is voor zes weken naar Frankrijk en ik vind dat jij haar auto maar zo lang moet gebruiken."
Pierre wilde van geen vergoeding weten en verplichtte me om de jeep ook te gebruiken voor de safari.
Zijn vrijgevigheid kende geen grenzen.
Vorige dinsdag had Zakayo, de schattige nachtwaker, de Mitshubishi grondig gewassen, werd water, olie en bandenspanning gecontroleerd en vatte ik om twee uur in de namiddag de rit van vijf uur naar Nairobi aan.
De familie zou landen om half elf, dus ik had alle tijd.
Ik bereikte de grens na anderhalf uur, liet mijn paspoort afstempelen en vulde papieren in om de auto over de grens te krijgen.
De beambte volgde met argusogen mijn lange lijdensweg doorheen de formaliteiten over chassis- en motorbloknummers.
Toen mijn huiswerk af was en ik het papier trots aan de douanier overhandigde, bleek dat ik een fout gemaakt had. Rode balpen was geen kleur voor officiele papieren. Dat ik de enige klant was, dat de man me letterlijk de hele tijd op mijn vingers stond te kijken, was van geen tel.
Ik moest en zou opnieuw beginnen.
Ik vroeg nog sarcastisch of er geen probleem was dat ik linkshandig was, maar daar bestond waarschijnlijk geen wettekst voor.

De rit ging verder, Kenia binnen en Nairobi tegemoet.
Ik had alle tijd en reed aan een gezapige tachtig per uur naar mijn einddoel.
Plots begon de motor te sputteren en te haperen en dertig seconden later stond ik besluiteloos naast een rokende jeep terwijl in de verte gazelles vredig graasden.
Het water in de radiator kookte en toen ik voorzichtig de dop opende, spoot er een geiser met enorme kracht uit de motor.
Ook de olie kookte, hoorde ik nu en een minuutje later was het zover. Het uitgezette volume van de kokende vloeistof zocht een uitweg, het motorblok barstte en de olie liep uit het blok...

Geen opmerkingen: