woensdag 5 september 2018

WAT DOET EEN MENS ZOAL WANNEER HET ZOMERT (DEEL II)

Iemand op het bureau had op een blauwe maandag het rittenplan opgesteld en blijkbaar had die persoon nog een eitje met me te pellen want na de laatste Route 66 kreeg ik er onmiddellijk nog twee voor de wielen.

Ik vloog naar Chicago en had het geluk te mogen samenwerken met Brandon. Hij was 33 maar zag er 18 uit (en moest zijn identiteitskaart elke keer bovenhalen als ie een biertje wou bestellen).
Brandon was een vrolijke jongen die desondanks zijn opgewekte natuur niet helemaal op zijn gemak was op onze tours. Het was te druk; we kwamen teveel door grote steden, zo vond ie.

Algauw begreep ik de reden hiervoor.

Brandon was een gids op vlotten- en op paardentochten.
Op de vlotten zouden ze de Coloradorivier afvaren voor een volle maand zonder ergens aan te meren bij een dorpje, laat staan een stad.
Als iemand ziek werd of gewond raakte, moest een helicopter ingeschakeld worden.
Brandon legde me uit hoe een enorme diepvrieskist op een apart vlot werd meegezeuld en hoe ze een plan plus de voorraden bijhielden want die kist kon echt maar een minimaal aantal seconden open elke dag; anders was al het ijs halverwege al gesmolten.
Elke avond zette Brandon en zijn team alle tenten op en kookten ze een maaltijd voor hun gasten; elke morgen nog voor het licht werd, moest het ontbijt klaargemaakt worden en werden de vlotten weer geladen.

Opnieuw hadden we een goeie trip zonder incidenten en op drie dagen voor het eind keek ik mijn vlucht na. De boeking was een dag te vroeg gepland en we vonden geen vrije plaatsen meer om terug naar Chicago te vliegen.
Ik had een afscheidsfeest met de groep, ging om 2 uur 's nachts naar bed om vier uur later in de luchthaven van Los Angeles klaar te staan om te vliegen.
Er zat drie uur tijdsverschil op en ik botste ook nog eens tegen een vertraging en een verkeerskluwen aan.
Uiteindelijk stormde ik de meeting met de nieuwe groep binnen met mijn koffers nog in de hand en minder dan taalf uur na het vaarwel, probeerde ik nieuwe namen op 22 gezichten te plakken.

Opnieuw reden we de 4,800 km naar LA en toen mocht ik drie dagen naar huis.
Wat daarna zou volgen, kon niemand voorspellen.....



















Geen opmerkingen: