Die Amerikanen doen niets liever dan alles afmeten op zijn grootte.
Een hele polemiek ontstond toen er gewezen werd op de toch wel heel kleine handjes van de halve zool die nu president is geworden.
Het niveau zakte dusdanig laag dat onze vriend zelf de aandacht vestigde op zijn handen; daarbij tegen de evidente waarheid inging door aan te geven dat zijn pollekes toch wel groot waren en ons daarbij verzekerde dat het daar beneden ook wel flink uit de kluiten gewassen was.
Dieper is een presidentskandidaat nooit gezakt, denk ik...
Vandaag gingen we onze inkopen doen in de plaatselijke Colruyt en in de versafdeling weten ze ook waar Belgie ligt,
Een week geleden zag ik toevallig witloof liggen - ik vind de slogan "with love from Belgium" nog altijd zeer geslaagd - en er kwamen visioenen van hesperolletjes in de kaassaus in me op dus ietwat kwijlend legde ik zes stronkjes in het winkelwagentje.
$2.88 voor een pond leek me wel haalbaar.
Groot was mijn verbazing toen aan de kassa bleek dat die knaapjes bijna drie dollar per stuk kostten en niet per pond.
Dat had ik eventjes niet goed nagekeken en zo aten we dus een heel duur Belgisch gerechje.
Ook soms wel eens van de partij zijn de spruitjes en al een paar keer hebben we dat thuis met veel smaak naar binnen gespeeld.
Eens flink in de boter opbakken na het koken, daarna met versgemalen peper op smaak gebracht en we hebben een succesformule beet.
De spruiten van vandaag waren op Amerikaanse leest geschoeid.
Alles moet en zal groter zijn en voor de referentie heb ik er de buren-maiskolven bij gefotografeerd:
Dat zijn geen spruiten meer; dat zijn handgranaten...
En ik die dacht hier een Belgisch restaurant te openen.
"Had u witlof bij uw steak gewild? Geen probleem; dan gaat de rekening van $18 naar $486.
"Of had u er liever een spruit bij gehad? Die kunnen we zonder probleem tot bij uw tafel rollen!"
Translate
vrijdag 27 januari 2017
donderdag 19 januari 2017
TAFEL ETIQUETTE
Zo langzamerhand begin ik te begrijpen waarom Amerikanen zo dol zijn op fastfood.
Hamburgers en frietjes, lekker met de hand.
Hetzelfde geldt voor heel veel van de mexicaanse maaltijden aangezien je prakje letter verpakt zit in een deegomhulseltje.
Een burrito is een envelopje, een taco en een fajita zijn voorgevouwen of vouw je zelf en een tamale is een strak gedraaid rolletje met vulling. Geen bestek nodig, gezellig in je knuisten en binnenwerken, die handel...
Na enig opzoekwerk kom ik tot de conclusie dat Amerikanen vinden dat eten met mes en vork een hele opdracht is.
Het gaat hier om de zogenaamde zig-zag manier van eten,
Je houdt je vork in je rechterhand en daar roei je mee door alles wat onmiddellijk naar binnen kan gewerkt worden. Ondertussen rust je linkerhand in je schoot. (en zit je met een bochel en een beetje half scheefgezakt alsof je net een beroerte hebt gehad)
Maar o wee, daar komt een stukje vlees in het vizier dat net te groot is om zonder snijden door te zwelgen.
De linkerhand komt boven water en neemt de vork over waardoor de rechterhand vrij komt om het mes vast te nemen.
De Amerikaan snijdt wat moet gesneden worden, legt het mes terug neer, verplaatst de vork van de linker- naar de rechterhand, vleit de linkerhand opnieuw in de schoot en gaat verder met het binnenladen van de maaltijd.
Het ziet er een beetje boertig uit en erg omslachtig ook maar wie ben ik om te zeggen dat het niet klopt?
Hamburgers en frietjes, lekker met de hand.
Hetzelfde geldt voor heel veel van de mexicaanse maaltijden aangezien je prakje letter verpakt zit in een deegomhulseltje.
Een burrito is een envelopje, een taco en een fajita zijn voorgevouwen of vouw je zelf en een tamale is een strak gedraaid rolletje met vulling. Geen bestek nodig, gezellig in je knuisten en binnenwerken, die handel...
Na enig opzoekwerk kom ik tot de conclusie dat Amerikanen vinden dat eten met mes en vork een hele opdracht is.
Het gaat hier om de zogenaamde zig-zag manier van eten,
Je houdt je vork in je rechterhand en daar roei je mee door alles wat onmiddellijk naar binnen kan gewerkt worden. Ondertussen rust je linkerhand in je schoot. (en zit je met een bochel en een beetje half scheefgezakt alsof je net een beroerte hebt gehad)
Maar o wee, daar komt een stukje vlees in het vizier dat net te groot is om zonder snijden door te zwelgen.
De linkerhand komt boven water en neemt de vork over waardoor de rechterhand vrij komt om het mes vast te nemen.
De Amerikaan snijdt wat moet gesneden worden, legt het mes terug neer, verplaatst de vork van de linker- naar de rechterhand, vleit de linkerhand opnieuw in de schoot en gaat verder met het binnenladen van de maaltijd.
Het ziet er een beetje boertig uit en erg omslachtig ook maar wie ben ik om te zeggen dat het niet klopt?
![]() |
| laat er ons vanuit gaan dat de jongedame linkshandig is of dat de foto gespiegeld is, maar u begrijpt wel waar ik het over heb. |
Labels:
Amerika,
Gewoontes en cultuur,
keuken
zondag 15 januari 2017
IN ALLE STATEN (DEEL V)
In Page was het de bedoeling om Antilope Canyon te gaan bezoeken waar het licht prachtig speelt op de rode rotsen maar we kwamen te laat in de namiddag aan en er werd slecht weer voorspeld voor de dag erop dus we beslisten de Canyon op een andere keer te bezoeken en er een luie TV avond van te maken.
Aangezien het nieuwjaar was, werd Polar Express uitgezonden en dat kwam ons goed van pas om het geheugen wat op te frissen.
De dag erop reden we de laatste staat van ons lijstje binnen en na een kleine vier uur op de weg kwamen we aan in het zeer charmante Durango in Colorado.
Het stadje had iets feeeriek wat waarschijnlijk nog versterkt werd door de sneeuw die overvloedig was gevallen.
We gingen een klein pizzarestaurantje binnen waar we de enige klanten waren tot een groep van twaalf Afrikanen binnen stapte.
Zoals overal in dit deel van de wereld, maak je bijna onmiddellijk een praatje en toen bleek dat onze broeders in ABQ studeerden maar eigenlijk van Kenia afkomstig waren.
Dat ontlokte me een "Ni kweli?" (is dat echt waar?) en toen werd er heel wat afgegild van verbazing in het restaurantje.
Ik haalde mijn beste kleuter-Kiswahili boven en verbaasde mijn publiek na enig opwarmen zowaar met enkele volzinnen.
Het eindigde ermee dat we telefoonnummers uitwisselden en beloofden om de groep eens uit te nodigen voor de traditionele Tanzaniaanse rijst-met-bonen.
De reden voor onze stop in Durango vervulde me niet echt met blijdschap.
Mimi had - voor de kinderen - een trip op de lokale Polar Express trein geboekt en ik zat niet te wachten op een typische Amerikaanse toeristenval.
Mijn negatieve benadering smolt algauw toen we bij een alleraardigst stationnetje aankwamen waar het personeel van dienst ons zowaar hielp, gekleed in hun pyama's want we zouden tenslotte inschepen voor een nachtelijke rit naar de Noordpool.
Toen na enig wachten ook nog een echte stoomtrein luid fluitend het station binnenreed en er op de opstapplank van iedere wagon een groep jongens en meisjes enthousiast stond te zwaaien, was ik helemaal verkocht.
We werden een gezellige houten wagon binnengeloodsd en middels een uirgekiende licht- en geluidsshow bevonden we ons algauw in het midden van het verhaal van de Polar Express.
Er was warme chocolademelk, er waren koekjes en de jongens en meisjes van de organizatie gaven het beste van zichzelf tijdens dansjes en allerlei grapjes (waar bewaart de sneeuwman zijn geld? In een sneeuwbank - alle kinderen: lachen, gieren en brullen).
Daarna werd ook nog een ouderwetse zangstonde ingezet en waar we in Europa elkaar wat onwennig zouden aankijken, ging het er in Amerika veel ongedwonger aan toe.
Iedereen zong, kraste of hinnikte naar eigen vermogen mee en toen kwamen we aan op de Noordpool die eigenaardig genoeg een halfuurtje rijden buiten Durango lag.
De Kerstman stond buiten te wachten en zwaaide ons toe samen met zijn elfjes en met het jongetje dat de hoofdrol speelt in de film en toen reden we terug naar het station.
Voor de rest van de week speelde een melodietje hardnekkig door mijn hoofd en dat geef ik bij deze graag aan u door....
Aangezien het nieuwjaar was, werd Polar Express uitgezonden en dat kwam ons goed van pas om het geheugen wat op te frissen.
De dag erop reden we de laatste staat van ons lijstje binnen en na een kleine vier uur op de weg kwamen we aan in het zeer charmante Durango in Colorado.
Het stadje had iets feeeriek wat waarschijnlijk nog versterkt werd door de sneeuw die overvloedig was gevallen.
We gingen een klein pizzarestaurantje binnen waar we de enige klanten waren tot een groep van twaalf Afrikanen binnen stapte.
Zoals overal in dit deel van de wereld, maak je bijna onmiddellijk een praatje en toen bleek dat onze broeders in ABQ studeerden maar eigenlijk van Kenia afkomstig waren.
Dat ontlokte me een "Ni kweli?" (is dat echt waar?) en toen werd er heel wat afgegild van verbazing in het restaurantje.
Ik haalde mijn beste kleuter-Kiswahili boven en verbaasde mijn publiek na enig opwarmen zowaar met enkele volzinnen.
Het eindigde ermee dat we telefoonnummers uitwisselden en beloofden om de groep eens uit te nodigen voor de traditionele Tanzaniaanse rijst-met-bonen.
De reden voor onze stop in Durango vervulde me niet echt met blijdschap.
Mimi had - voor de kinderen - een trip op de lokale Polar Express trein geboekt en ik zat niet te wachten op een typische Amerikaanse toeristenval.
Mijn negatieve benadering smolt algauw toen we bij een alleraardigst stationnetje aankwamen waar het personeel van dienst ons zowaar hielp, gekleed in hun pyama's want we zouden tenslotte inschepen voor een nachtelijke rit naar de Noordpool.
Toen na enig wachten ook nog een echte stoomtrein luid fluitend het station binnenreed en er op de opstapplank van iedere wagon een groep jongens en meisjes enthousiast stond te zwaaien, was ik helemaal verkocht.
We werden een gezellige houten wagon binnengeloodsd en middels een uirgekiende licht- en geluidsshow bevonden we ons algauw in het midden van het verhaal van de Polar Express.
Er was warme chocolademelk, er waren koekjes en de jongens en meisjes van de organizatie gaven het beste van zichzelf tijdens dansjes en allerlei grapjes (waar bewaart de sneeuwman zijn geld? In een sneeuwbank - alle kinderen: lachen, gieren en brullen).
Daarna werd ook nog een ouderwetse zangstonde ingezet en waar we in Europa elkaar wat onwennig zouden aankijken, ging het er in Amerika veel ongedwonger aan toe.
Iedereen zong, kraste of hinnikte naar eigen vermogen mee en toen kwamen we aan op de Noordpool die eigenaardig genoeg een halfuurtje rijden buiten Durango lag.
De Kerstman stond buiten te wachten en zwaaide ons toe samen met zijn elfjes en met het jongetje dat de hoofdrol speelt in de film en toen reden we terug naar het station.
Voor de rest van de week speelde een melodietje hardnekkig door mijn hoofd en dat geef ik bij deze graag aan u door....
Terug in het hotel, hadden we nog twee bonnetjes voor een gratis cocktail.
Aangezien Zane nog altijd van borstvoeding geniet,was het mijn zware taak de bonnetjes op te souperen.
De vriendelijke ober deed er nog een cocktail bij voor nieuwjaar en maakte er daarna nog eentje voor me omdat het sluitingstijd was en hij me moest buitengooien.
Ik eindigde met vier cocktails - in plastic bekertjes natuurlijk - aan een tafeltje aan het verder lege zwembad en wankelde een uurtje later enigszins onvast terug naar de kamer.
Op onze laatste dag, reden we in een uur of drie terug naar Albuquerque, net op tijd om boekentassen en dergelijke klaar te maken want de dag erop begon de school opnieuw...
Labels:
Activiteiten,
Amerika,
bezoeken en reizen,
South West
donderdag 12 januari 2017
IN ALLE STATEN (DEEL IV)
Ik vond de man zo verdorven dat het me koude rillingen gaf elke keer ik aan hem dacht.
T-bag (Theodore Bagwell was zijn volle naam) was dan ook een bajesklant van de ergste soort, gespeeld door Robert Knepper in de serie Prison Break.
Sinds jaren nu achtervolgt me 1 specifiek moment uit de reeks.
T-bag is op de vlucht, helpt wat mensen om zeep en steelt dan hun auto. Daar krijgt ie de GPS aan de praat en de manier waarop hij Utah kan uitspreken, is me altijd bijgebleven.
Ik zette mijn zonnebril goed, sprak de denkbeeldige rijrichtininstructrice aan en zei dan zo ijskoud als mogelijk Utaaah.
Mijn medereizigers bestudeerden me met een mengeling van interesse en ongemak tijdens de eerste kilometers...
We passeerden onze vierde staatsgrens en Utah werd duidelijk geleid door een stelletje no-nonsens mensen.
De bordjes aan de rand van de weg logen er niet om. Er werd gedreigd met boetes voor het kleinste misstapje. Verder werd er heel veel gewezen op controles van bijna eender wat.
Verwonderlijk was dat niet als je wist dat 62% van de bewoners van deze staat Mormonen waren en die club staat gekend als zeer conservatief.
Tienerzwangerschappen waren bij de laagste van de hele USA terwijl de geboortes toch 25% hoger lagen dan het gemiddelde.
Alcoholregels zijn strenger dan in alle andere staten, aan gokken mag je niet eens denken en roken - enkel buiten! - mag pas vanaf 19.
We stopten in Kanab, een dorp van niks, beslisten dat het water van het zwembad te koud was om ons om te dopen tot Mormonen en gingen toen eten in het heerlijke Rocking V restaurant want het was tenslotte oudejaarsavond.
Een deel van het exclusieve gebeuren had te maken met het feit dat er bediening was, dat de drank in glazen glazen werd geschonken en dat het eten niet op plastieken bordjes werd geserveerd maar ook de vriendelijkheid van het team en de kwaliteit van wat ons voorgeschoteld werd, was top.
We sliepen al voor de jeugd van Kanab (alle drie) wat vuurwerk ontstak om middernacht en op nieuwjaarsdag reden we naar Zion National Park, waar pure natuurpracht ons wachtte.
Er was zoveel te zien maar helaas kan je die overweldigende rotsformaties niet op camera vastleggen dus moet je maar voor die ene keer op mijn woord geloven.
Na dit overweldigende bezoek reden we opnieuw naar de grens met Arizona en New Mexico op weg naar Page, Az,
T-bag (Theodore Bagwell was zijn volle naam) was dan ook een bajesklant van de ergste soort, gespeeld door Robert Knepper in de serie Prison Break.
Sinds jaren nu achtervolgt me 1 specifiek moment uit de reeks.
T-bag is op de vlucht, helpt wat mensen om zeep en steelt dan hun auto. Daar krijgt ie de GPS aan de praat en de manier waarop hij Utah kan uitspreken, is me altijd bijgebleven.
Ik zette mijn zonnebril goed, sprak de denkbeeldige rijrichtininstructrice aan en zei dan zo ijskoud als mogelijk Utaaah.
Mijn medereizigers bestudeerden me met een mengeling van interesse en ongemak tijdens de eerste kilometers...
We passeerden onze vierde staatsgrens en Utah werd duidelijk geleid door een stelletje no-nonsens mensen.
De bordjes aan de rand van de weg logen er niet om. Er werd gedreigd met boetes voor het kleinste misstapje. Verder werd er heel veel gewezen op controles van bijna eender wat.
Verwonderlijk was dat niet als je wist dat 62% van de bewoners van deze staat Mormonen waren en die club staat gekend als zeer conservatief.
Tienerzwangerschappen waren bij de laagste van de hele USA terwijl de geboortes toch 25% hoger lagen dan het gemiddelde.
Alcoholregels zijn strenger dan in alle andere staten, aan gokken mag je niet eens denken en roken - enkel buiten! - mag pas vanaf 19.
We stopten in Kanab, een dorp van niks, beslisten dat het water van het zwembad te koud was om ons om te dopen tot Mormonen en gingen toen eten in het heerlijke Rocking V restaurant want het was tenslotte oudejaarsavond.
Een deel van het exclusieve gebeuren had te maken met het feit dat er bediening was, dat de drank in glazen glazen werd geschonken en dat het eten niet op plastieken bordjes werd geserveerd maar ook de vriendelijkheid van het team en de kwaliteit van wat ons voorgeschoteld werd, was top.
We sliepen al voor de jeugd van Kanab (alle drie) wat vuurwerk ontstak om middernacht en op nieuwjaarsdag reden we naar Zion National Park, waar pure natuurpracht ons wachtte.
Er was zoveel te zien maar helaas kan je die overweldigende rotsformaties niet op camera vastleggen dus moet je maar voor die ene keer op mijn woord geloven.
Na dit overweldigende bezoek reden we opnieuw naar de grens met Arizona en New Mexico op weg naar Page, Az,
Labels:
Activiteiten,
Amerika,
bezoeken en reizen,
South West
zondag 8 januari 2017
IN ALLE STATEN (DEEL III)
Sin City dus, the Entertainment Capital of the World, City of Lights ofte Gulch of Glitter.
Aan bijnamen heeft deze stad van leeg vertier geen gebrek.
We reden Las Vegas binnen en werden onmiddellijk geconfronteerd met een bepaald onderdeel van het entertainment toen Maya vroeg met welk speelgoed volwassenen dan wel speelden terwijl ze naar de grote winkel van Adult Toys wees.
Verzin zelf uw antwoord; het zal ongetwijfeld beter zijn dan het mijne...
Een road trip is iets anders dan een snoepreisje en daarom waren onze goedkope overnachtingen geboekt in Circus Circus; een gigantisch hotel met het tema.... ja dus.
Dertig incheckdames en -heren waren hard aan het werk om honderden bezoekers in de juiste kamer te boeken. Er waren Chinezen, gesluierde moslima's uit de Golfstaten, Indiers; kortom iedereen vond dat dit de plaats was om wat plezier te beleven.
Onze kamer, hoewel net en ruim, had voor 1 keer geen microgolfoven en koelkast.
De boodschap was duidelijk: niet in de kamer blijven en buiten je centen gaan spenderen.
We verdwaalden in het enorme gebouw tussen de duizenden en duizenden rijen gokautomaten en vonden uiteindelijk een sandwichbar waar de prijzen ongeveer het dubbele waren van Albuquerque.
Niet gokken en toch je geld verliezen, ik vond ons verblijf leuker met de minuut....
Te laat ook hadden we een rugzak-draagframe voor kleine Zane besteld voor ons vertrek thuis en dus hadden we het laten opsturen naar de Circustent waar we nu logeerden,
Toen ik ging informeren, werd me ook gezegd dat de afhandeling $7 zou kosten. Afhandeling betekende hier 'je omdraaien, die doos vastnemen en aan mij overhandigen.'
'Geld moet rollen," was duidelijk het motto in Las Vegas.
We gingen wandelen, passeerden de Eiffeltoren (Paris Las Vegashotel) en gingen toen op speciaal verzoek van Maya op de koffie bij Julius in het Caesar's Palace.
We wandelden tussen geschilderd marmer door oud-Romeinse straatjes - waarom nog naar Europa reizen als je het allemaal in Las Vegas kan zien, dachten de Amerikanen rondom mij - en belandden in een opstootje van duwende mensen toen Mike Tyson was gezien in een exclusieve winkel.
We baanden ons een weg naar de eerste linie, enige sensatiedrang hoort in dit land, en zagen de etalage van de winkel waar de ex-bokser was binnengegaan.
Toch maar besloten geen foto te nemen van de vitrine....
Om vier uur 's nachts besloot baby Zane dat het tijd was voor een klein feestje. Hij bleef maar lachen en brabbelen dus kleedde ik me aan en ging met hem op verkenning door het hotel dat nu wel ongeveer leeg moest zijn.
Ruw geschat werd op een derde van de machines nog altijd gespeeld. De geldstromen in dit verloren gat in de woestijn moeten niet te vatten zijn.
Ik bespaar u verdere details maar we vulden, tot grote vreugde van Mimi en de kinderen twee volle dagen in deze tempel van verderf en uiteindelijk kwam "Leaving Las Vegas", maar dan in een veel gezondere toestand dan de onvolprezen Nicolas Cage was gedurende het grootste gedeelte van de film.
Aan bijnamen heeft deze stad van leeg vertier geen gebrek.
We reden Las Vegas binnen en werden onmiddellijk geconfronteerd met een bepaald onderdeel van het entertainment toen Maya vroeg met welk speelgoed volwassenen dan wel speelden terwijl ze naar de grote winkel van Adult Toys wees.
Verzin zelf uw antwoord; het zal ongetwijfeld beter zijn dan het mijne...
Een road trip is iets anders dan een snoepreisje en daarom waren onze goedkope overnachtingen geboekt in Circus Circus; een gigantisch hotel met het tema.... ja dus.
Dertig incheckdames en -heren waren hard aan het werk om honderden bezoekers in de juiste kamer te boeken. Er waren Chinezen, gesluierde moslima's uit de Golfstaten, Indiers; kortom iedereen vond dat dit de plaats was om wat plezier te beleven.
Onze kamer, hoewel net en ruim, had voor 1 keer geen microgolfoven en koelkast.
De boodschap was duidelijk: niet in de kamer blijven en buiten je centen gaan spenderen.
We verdwaalden in het enorme gebouw tussen de duizenden en duizenden rijen gokautomaten en vonden uiteindelijk een sandwichbar waar de prijzen ongeveer het dubbele waren van Albuquerque.
Niet gokken en toch je geld verliezen, ik vond ons verblijf leuker met de minuut....
Te laat ook hadden we een rugzak-draagframe voor kleine Zane besteld voor ons vertrek thuis en dus hadden we het laten opsturen naar de Circustent waar we nu logeerden,
Toen ik ging informeren, werd me ook gezegd dat de afhandeling $7 zou kosten. Afhandeling betekende hier 'je omdraaien, die doos vastnemen en aan mij overhandigen.'
'Geld moet rollen," was duidelijk het motto in Las Vegas.
We gingen wandelen, passeerden de Eiffeltoren (Paris Las Vegashotel) en gingen toen op speciaal verzoek van Maya op de koffie bij Julius in het Caesar's Palace.
We wandelden tussen geschilderd marmer door oud-Romeinse straatjes - waarom nog naar Europa reizen als je het allemaal in Las Vegas kan zien, dachten de Amerikanen rondom mij - en belandden in een opstootje van duwende mensen toen Mike Tyson was gezien in een exclusieve winkel.
We baanden ons een weg naar de eerste linie, enige sensatiedrang hoort in dit land, en zagen de etalage van de winkel waar de ex-bokser was binnengegaan.
Toch maar besloten geen foto te nemen van de vitrine....
Om vier uur 's nachts besloot baby Zane dat het tijd was voor een klein feestje. Hij bleef maar lachen en brabbelen dus kleedde ik me aan en ging met hem op verkenning door het hotel dat nu wel ongeveer leeg moest zijn.
Ruw geschat werd op een derde van de machines nog altijd gespeeld. De geldstromen in dit verloren gat in de woestijn moeten niet te vatten zijn.
Ik bespaar u verdere details maar we vulden, tot grote vreugde van Mimi en de kinderen twee volle dagen in deze tempel van verderf en uiteindelijk kwam "Leaving Las Vegas", maar dan in een veel gezondere toestand dan de onvolprezen Nicolas Cage was gedurende het grootste gedeelte van de film.
Labels:
Activiteiten,
Amerika,
bezoeken en reizen,
South West
zaterdag 7 januari 2017
IN ALLE STATEN (DEEL II)
We verlieten Kingman en de staat Arizona en gingen voor een kort ritje vandaag.
Alhoewel kort van afstand, besteedden we toch het grootste deel van onze dag in de auto want na een uurtje rijden - en grenzend aan onze eindbestemming lag de Hoover dam.
Netjes op de grens tussen Arizona en Nevada was de Colorado, op dat moment geklemd tussen indrukwekkend hoge rotsen, het onderwerp geworden van de groeiende vraag naar elektriciteit.
In mijn verbeelding waren de jaren '30 nog vrij dicht bij de industriele revolutie, (althans in Amerika waar de jaren 1820 - 1870 als de norm worden beschouwd) maar toch was hier in die tijd een indrukwekkend bouwwerk verrezen.
Terwijl veel van de gebruikte technieken nog niet waren bewezen in die tijd, slaagde een consortium van zes bedrijven erin het hoogstandje af te werken twee jaar voor de contractuele tijd.
Er werd in de dam zelf 2.5 miljoen kubieke meter beton gegoten - genoeg om een tweebaansweg aan te leggen tussen San Francisco en New York -.
Op het hoogtepunt werkten er meer dan 5,000 arbeiders terwijl duizenden in miserabele omstandigheden in de omliggende woestijn verbleven, hopend op een jobje.
Van alle arbeiders waren er maximum 30 Afro-Amerikaans en verder waren Chinezen niet toegelaten.
Helaas waren wij niet de enigen die het plan opgevat hadden om de Hoover dam te bezoeken en we schoven uren aan om een parkeerplaatsje te vinden.
Behalve een retourtje over de brug wandelen, is er verder ook niet zo veel te beleven dus stapten we terug in de auto en zetten we koers naar Las Vegas.
De Nevadezen/Nevadiƫrs waren ons welgezind want ze besloten ons bij het binnenrijden ook nog een uurtje cadeau te doen en zo kwamen we toch nog op een enigszins acceptabel uur aan in een plaats waar ik het liefst helemaal niet zou zijn...
Alhoewel kort van afstand, besteedden we toch het grootste deel van onze dag in de auto want na een uurtje rijden - en grenzend aan onze eindbestemming lag de Hoover dam.
Netjes op de grens tussen Arizona en Nevada was de Colorado, op dat moment geklemd tussen indrukwekkend hoge rotsen, het onderwerp geworden van de groeiende vraag naar elektriciteit.
In mijn verbeelding waren de jaren '30 nog vrij dicht bij de industriele revolutie, (althans in Amerika waar de jaren 1820 - 1870 als de norm worden beschouwd) maar toch was hier in die tijd een indrukwekkend bouwwerk verrezen.
Terwijl veel van de gebruikte technieken nog niet waren bewezen in die tijd, slaagde een consortium van zes bedrijven erin het hoogstandje af te werken twee jaar voor de contractuele tijd.
Er werd in de dam zelf 2.5 miljoen kubieke meter beton gegoten - genoeg om een tweebaansweg aan te leggen tussen San Francisco en New York -.
Op het hoogtepunt werkten er meer dan 5,000 arbeiders terwijl duizenden in miserabele omstandigheden in de omliggende woestijn verbleven, hopend op een jobje.
Van alle arbeiders waren er maximum 30 Afro-Amerikaans en verder waren Chinezen niet toegelaten.
Helaas waren wij niet de enigen die het plan opgevat hadden om de Hoover dam te bezoeken en we schoven uren aan om een parkeerplaatsje te vinden.
Behalve een retourtje over de brug wandelen, is er verder ook niet zo veel te beleven dus stapten we terug in de auto en zetten we koers naar Las Vegas.
De Nevadezen/Nevadiƫrs waren ons welgezind want ze besloten ons bij het binnenrijden ook nog een uurtje cadeau te doen en zo kwamen we toch nog op een enigszins acceptabel uur aan in een plaats waar ik het liefst helemaal niet zou zijn...
Labels:
Activiteiten,
Amerika,
bezoeken en reizen,
South West
donderdag 5 januari 2017
IN ALLE STATEN (DEEL I)
Het begon opnieuw te kriebelen en aangezien Mimi binnen een week aan het werk gaat, was het misschien onze laatste kans voor eventjes voor een Road Trip, de hobby van iedere Amerikaan.
We gooiden de kinderen achterin de auto en gingen voor een rondje van meer dan 3,000 km door vijf staten.
Als start reden we westwaarts naar de woestijnstaat Arizona waar we 's avonds onderdak vonden in een uiterst sjofel motel (maar ook dat is een onderdeel van ongeplande road trips).
Gelukkig boden de sneeuw - de eerste keer voor alle kinderen - en een bezoek aan een uiterst gezellige micro-brouwerij tegenwicht en op dag twee zetten we koers naar de zij-ingang van de Grand Canyon.
Eerst belden we nog met de zeer behulpzame mensen van het hoofdbureau van dit Nationaal Park om wat beter de weersomstandigheden te begrijpen.
Op de kaart was een dun lijntje aangegeven maar eenmaal op weg bleek dat we op een mooie en welonderhouden viervaksbaan reden,
In Cameron sloegen we linksaf en via een heerlijk kronkelende weg bereikten we Little Colorado River Navajo Tribal Park waar een aftakking van - jawel - de Colorado rivier een diepe sleuf in het gesteente had gesleten.
We vergaapten ons aan zoveel natuurpracht en vroegen ons af hoe de Grand Canyon er dan wel uit zou zien.
Tussen stalletjes van de Navajo indianen, Tomahwaks en Dream Catchers, Pijl en Boog, wandelden we terug naar de auto en we reden verder naar de ingang van het eigenlijke National Park.
En opnieuw maakten we kennis met de legendarische Amerikaanse vriendelijkheid toen we ons ticket voor de Grand Canyon wilden betalen.
Of het de eerste keer was dat we een Nationaal Park binnenreden, wilde de bebaarde ranger weten. Of we nog andere parken zouden bezoeken tijdens onze trip, was de volgende vraag.
Tweemaal ja was ons antwoord en dan konden we toch beter onmiddellijk een ticket kopen dat geldig was voor een jaar voor alle Nationale Parken?
We kwamen aan bij Desert View, waar we via uitgesleten trapjes de uitkijktoren beklommen om een nog beter zicht op de machtige omgeving te krijgen.
De toren was gebouwd in de jaren '30 en was binnenin versierd met traditionele motieven.
Het echte kunstwerk lag natuurlijk buiten en door verschillende ramen en vanop terassen konden we een deel van de enorme Grand Canyon zien.
We werkten de hele zuidelijke rand van de canyon af, stopten op ongeveer alle mogelijke uitkijkpunten en reden toen naar Kingsman waar we een nagelnieuw hotel vonden met zwembad.
Voor Maya en Enzi was het maanden geleden dat ze nog gezwommen hadden, er zijn nu eenmaal niet zoveel mogelijkheden in droog New Mexico en het leek erop dat het zwembad het hoogtepunt van de dag werd, eerder dan een bezoek aan de prachtige canyon.
Toen ik in een supermarkt dan ook nog zwemluiers voor baby Zane vond en ook die kerel het water in gedragen werd, kon de dag niet meer stuk....
We gooiden de kinderen achterin de auto en gingen voor een rondje van meer dan 3,000 km door vijf staten.
Als start reden we westwaarts naar de woestijnstaat Arizona waar we 's avonds onderdak vonden in een uiterst sjofel motel (maar ook dat is een onderdeel van ongeplande road trips).
Gelukkig boden de sneeuw - de eerste keer voor alle kinderen - en een bezoek aan een uiterst gezellige micro-brouwerij tegenwicht en op dag twee zetten we koers naar de zij-ingang van de Grand Canyon.
Eerst belden we nog met de zeer behulpzame mensen van het hoofdbureau van dit Nationaal Park om wat beter de weersomstandigheden te begrijpen.
Op de kaart was een dun lijntje aangegeven maar eenmaal op weg bleek dat we op een mooie en welonderhouden viervaksbaan reden,
In Cameron sloegen we linksaf en via een heerlijk kronkelende weg bereikten we Little Colorado River Navajo Tribal Park waar een aftakking van - jawel - de Colorado rivier een diepe sleuf in het gesteente had gesleten.
We vergaapten ons aan zoveel natuurpracht en vroegen ons af hoe de Grand Canyon er dan wel uit zou zien.
Tussen stalletjes van de Navajo indianen, Tomahwaks en Dream Catchers, Pijl en Boog, wandelden we terug naar de auto en we reden verder naar de ingang van het eigenlijke National Park.
En opnieuw maakten we kennis met de legendarische Amerikaanse vriendelijkheid toen we ons ticket voor de Grand Canyon wilden betalen.
Of het de eerste keer was dat we een Nationaal Park binnenreden, wilde de bebaarde ranger weten. Of we nog andere parken zouden bezoeken tijdens onze trip, was de volgende vraag.
Tweemaal ja was ons antwoord en dan konden we toch beter onmiddellijk een ticket kopen dat geldig was voor een jaar voor alle Nationale Parken?
We kwamen aan bij Desert View, waar we via uitgesleten trapjes de uitkijktoren beklommen om een nog beter zicht op de machtige omgeving te krijgen.
De toren was gebouwd in de jaren '30 en was binnenin versierd met traditionele motieven.
Het echte kunstwerk lag natuurlijk buiten en door verschillende ramen en vanop terassen konden we een deel van de enorme Grand Canyon zien.
We werkten de hele zuidelijke rand van de canyon af, stopten op ongeveer alle mogelijke uitkijkpunten en reden toen naar Kingsman waar we een nagelnieuw hotel vonden met zwembad.
Voor Maya en Enzi was het maanden geleden dat ze nog gezwommen hadden, er zijn nu eenmaal niet zoveel mogelijkheden in droog New Mexico en het leek erop dat het zwembad het hoogtepunt van de dag werd, eerder dan een bezoek aan de prachtige canyon.
Toen ik in een supermarkt dan ook nog zwemluiers voor baby Zane vond en ook die kerel het water in gedragen werd, kon de dag niet meer stuk....
Labels:
Activiteiten,
Amerika,
bezoeken en reizen,
South West
zaterdag 24 december 2016
HET WORDT ALLEEN MAAR ERGER
2016 is/was een jaar om snel te vergeten maar dat wil daarom niet zeggen dat alle miserie achter de rug is, integendeel.
Sinds 8 november, de dag van de verkiezingen in de USA tot vandaag heb ik me ingehouden om niet te veel op de kap te zitten van de halve zool (verder in deze column halve zool genoemd want een ander woord heb ik niet voor dit individu) omdat ik nog altijd dacht dat dit land bij zinnen zou komen op 19 december.
Op die dag stemmen geselecteerde kiezers uit alle staten (net evenveel kiezers als die welbepaalde staat volksvertegenwoordigers en senators heeft) wie uiteindelijk de president zal worden.
Hoewel die maatregel op het eind van de 19de eeuw in het leven werd geroepen om het land er voor te behoeden dat een totaal ongeschikte kandidaat het tot president zou schoppen, is het nooit zo ver gekomen dat een toekomstig president ook effectief werd afgekeurd.
Je zou gaan denken dat 2016 dan toch eindelijk het jaar zou worden waar men besefte dat de speeltijd voorbij was en dat een bepaald persoon met een Twitterverslaving in een dwangbuis zou worden afgevoerd maar de kiezers deden in grote getale wat van hen verwacht werd: stemmen voor de man/vrouw van hun eigen partij.
Clinton, ook al niet de sterkste kandidaat, haalde meer dan 2.8 miljoen mƩƩr voorkeurstemmen dan onze halve zool terwijl de man zelf van alles doet om zijn eigen geloofwaardigheid te ondermijnen en toch hangt de toekomst van dit land de volgende vier jaar van hem af; je kan er met je verstand niet bij.
Iedereen die ooit al een SMSje in een emotioneel moment heeft verstuurd en daar nu nog spijt van heeft, zal ook beseffen dat een wispulturig en zelfingenomen karakter als de toekomstige president niet alleen zou mogen gelaten worden met een vluchtig medium als Twitter, een communicatiemiddel dat geen nuances toelaat door het maximum van 140 tekens en dat gelezen wordt - in dit geval - door een geschatte twee tot tien (!) miljoen volgers.
Het kan toch nooit de bedoeling zijn geweest dat een labiele ijdeltuit tijdens het tandenpoetsen de koersen van de grootste vliegtuigbouwers tot 14% kan doen schommelen? Dat diezelfde persoon de macht heeft om zonder veel tegenstand en terwijl ie nog niet eens president is, de hele gewapende vrede van het Midden Oosten te doen wankelen door de Verenigde Naties een beetje te gaan sarren met vetorechten en het aanstellen van een notoir Zionist als Amerikaans ambassadeur in Israel?
Daarnaast vindt ie ook nog de tijd om een doodgewone Jan-met-de-pet op zulke manier te kijk te zetten dat de man doodsbedreigingen krijgt en tenslotte gaat ie een beetje met de spierballen rollen tegen Putin, de IJskoning.
Iran krijgt er van langs, China krijgt een veeg uit de pan en een autocraat zoals Duterte op de Filipijnen beschouwt hij als een verlichte ziel.
REM, zong het al in 1987 maar toen ging het waarschijnlijk niet over dit fenomeen.
It's the end of the world as we know it...
Ik hou mijn hart vast voor de toekomst. Die zou er wel eens erg zwart en gewelddadig kunnen uitzien.
Sinds 8 november, de dag van de verkiezingen in de USA tot vandaag heb ik me ingehouden om niet te veel op de kap te zitten van de halve zool (verder in deze column halve zool genoemd want een ander woord heb ik niet voor dit individu) omdat ik nog altijd dacht dat dit land bij zinnen zou komen op 19 december.
Op die dag stemmen geselecteerde kiezers uit alle staten (net evenveel kiezers als die welbepaalde staat volksvertegenwoordigers en senators heeft) wie uiteindelijk de president zal worden.
Hoewel die maatregel op het eind van de 19de eeuw in het leven werd geroepen om het land er voor te behoeden dat een totaal ongeschikte kandidaat het tot president zou schoppen, is het nooit zo ver gekomen dat een toekomstig president ook effectief werd afgekeurd.
Je zou gaan denken dat 2016 dan toch eindelijk het jaar zou worden waar men besefte dat de speeltijd voorbij was en dat een bepaald persoon met een Twitterverslaving in een dwangbuis zou worden afgevoerd maar de kiezers deden in grote getale wat van hen verwacht werd: stemmen voor de man/vrouw van hun eigen partij.
Clinton, ook al niet de sterkste kandidaat, haalde meer dan 2.8 miljoen mƩƩr voorkeurstemmen dan onze halve zool terwijl de man zelf van alles doet om zijn eigen geloofwaardigheid te ondermijnen en toch hangt de toekomst van dit land de volgende vier jaar van hem af; je kan er met je verstand niet bij.
Iedereen die ooit al een SMSje in een emotioneel moment heeft verstuurd en daar nu nog spijt van heeft, zal ook beseffen dat een wispulturig en zelfingenomen karakter als de toekomstige president niet alleen zou mogen gelaten worden met een vluchtig medium als Twitter, een communicatiemiddel dat geen nuances toelaat door het maximum van 140 tekens en dat gelezen wordt - in dit geval - door een geschatte twee tot tien (!) miljoen volgers.
Het kan toch nooit de bedoeling zijn geweest dat een labiele ijdeltuit tijdens het tandenpoetsen de koersen van de grootste vliegtuigbouwers tot 14% kan doen schommelen? Dat diezelfde persoon de macht heeft om zonder veel tegenstand en terwijl ie nog niet eens president is, de hele gewapende vrede van het Midden Oosten te doen wankelen door de Verenigde Naties een beetje te gaan sarren met vetorechten en het aanstellen van een notoir Zionist als Amerikaans ambassadeur in Israel?
Daarnaast vindt ie ook nog de tijd om een doodgewone Jan-met-de-pet op zulke manier te kijk te zetten dat de man doodsbedreigingen krijgt en tenslotte gaat ie een beetje met de spierballen rollen tegen Putin, de IJskoning.
Iran krijgt er van langs, China krijgt een veeg uit de pan en een autocraat zoals Duterte op de Filipijnen beschouwt hij als een verlichte ziel.
REM, zong het al in 1987 maar toen ging het waarschijnlijk niet over dit fenomeen.
It's the end of the world as we know it...
Ik hou mijn hart vast voor de toekomst. Die zou er wel eens erg zwart en gewelddadig kunnen uitzien.
Labels:
Amerika,
Gewoontes en cultuur,
verkiezingen 2016
zondag 18 december 2016
DE KLANT IS KEIZER
Het draait allemaal om de klant.
Zo hoort het ook maar soms vind ik dat de balans toch lelijk de verkeerde kant uitslaat.
Laten we twee sectoren bekijken waar de klant het voor het zeggen heeft: eetgelegenheden - want restaurants kan ik de plaatsen die wij frequenteren bezwaarlijk noemen - en daarnaast de winkels in de enorme shopping malls waar je zonder problemen een nest Boeing Dreamliners in kwijt kan.
Nu heeft een deel van die klantvriendelijkheid in restaurants een dubbele reden. Ten eerste hebben onze Amerikaanse broeders de gewoonte om binnen te stappen, hun - soms wel imposante - ketels te vullen en onmiddellijk daarna terug buiten te waggelen.
Daarnaast wordt een kelner (m/v) het minimum betaald voor hun werk en hopen ze wat extra te verdienen door fooien te incasseren. Ergens tussen de 10 en de 20% wordt aannemelijk geacht.
Zo komt het dat de kelner naar je tafel sprint met je menu, je ondertussen al je wensen voor een drankje ontfutstelt en je tijdens de ellenlange wacht van maximum twaalf minuten drie keer komt verzekeren 'dat het nu wel echt niet lang meer zal duren'.
Tijdens het verorberen van je maaltijd word je dan ook nog acht keer gevraagd of alles naar wens is en of de persoon van dienst nog iets voor je kan betekenen.
("Ja, je kan ophoepelen" zou waarschijnlijk wel iets te kort door de bocht zijn.)
Zoals vroeger ook al aangehaald, kan je zelfs een maaltijdje van $5 volledig fine-tunen naar je eigen wensen.
Daardoor hoor je de man voor je in Burger King een cheeseburger bestellen maar dan liefst tussen een broodje van een fishburger (want die worden niet zo zompig - hierbij kijkt hij achterom om zijn slimmigheid te delen met ons), met sriracha-mayonaise in plaats van ketchup (hij draait zich opnieuw om en zegt dat ik dat ook eens moet proberen), verder zonder augurk en tenslotte zijn rondje rundergehakt niet te hard gebakken.
Ondertussen verbijt ik mijn zin om de man te frituren tussen de chicken nuggets en bedenk ik dat de holbewoners waarschijnlijk niet zo kieskeurig waren toen ze een nieuwe mamoet aansneden.
De jongen die de bestelling aanneemt, doet zonder verpinken wat van hem verwacht wordt; hij heeft elke dag honderden van die veeleisende klanten...
In de winkel dan, de store in de USA, gaat het erom dat je meer korting afdwingt of een extraatje weet te bemachtigen als je klaagt.
En dat doet bijgevolg dan ook iedereen.
Elke aankoop wordt geinspecteerd tot in het absurde om ook maar het kleinste foutje te ontdekken ten einde de verkoopster klem te zetten.
Op de dag van aankomst in Albuquerque kocht ik een SIMkaart. De verkoper opent mijn goedkope smartphone om de kaart erin te stoppen - klantvriendelijkheid weet u wel - en verliest het knopje van het volume.
Iedereen op handen en voeten door het vasttapijt maar zonder resultaat.
"Weet u wat," zegt de uitbundig getatoueerde jongen, "ik bestel gelijk zo een nieuw knopje voor je."
Zo hoort het, vind ik met mijn Europese ingesteldheid en dus was ik al lang blij,
's Avonds belt Mimi de klantendienst.
Beleefd maar kordaar wordt aangegeven dat dit toch geen manier van werken is en zonder dat ze moet aangeven waar dat precies gebeurd is en wie de verkoper was, wordt aangeboden om geheel kosteloos een nieuwe smartphone op te sturen. En dan nog eentje die duidelijk in een hogere afdeling speelde dan mijn exemplaar dat nu doofstom is geworden.
Gisteren krijgen we telefoon dat onze sofaset van een paar posts geleden niet kan geleverd worden zoals voorzien op de dag van kerstavond.
Aangezien het bedrijf beseft dat dit ons heel ongelegen komt voor onze gasten van kerstavond (er komt niemand langs; ze namen dat vrijblijvend aan), vervalt de leverings- en installatiekost van $89 en wordt er ons een tegoed-bon aangeboden.
Wat mij hierbij zorgen baart, is dat kinderen die tafereeltjes elke dag gadeslaan en meegezogen worden in een spiraal van ontevreden reageren; ook als alles perfect verloopt.
Mensen worden geprogrammeerd om te kankeren en om veeleisend te zijn voor de kleinste bestelling en bij de aankoop van iets waar ze misschien al jaren naar uitkijken en wat hen, bij de aanschaf, eigenlijk heel gelukkig zou moeten maken.
In plaats daarvan gaan ze een beetje nijdig doen om er nog een paar dollars vanaf te knijpen.
Erg jammer allemaal...
Zo hoort het ook maar soms vind ik dat de balans toch lelijk de verkeerde kant uitslaat.
Laten we twee sectoren bekijken waar de klant het voor het zeggen heeft: eetgelegenheden - want restaurants kan ik de plaatsen die wij frequenteren bezwaarlijk noemen - en daarnaast de winkels in de enorme shopping malls waar je zonder problemen een nest Boeing Dreamliners in kwijt kan.
Nu heeft een deel van die klantvriendelijkheid in restaurants een dubbele reden. Ten eerste hebben onze Amerikaanse broeders de gewoonte om binnen te stappen, hun - soms wel imposante - ketels te vullen en onmiddellijk daarna terug buiten te waggelen.
Daarnaast wordt een kelner (m/v) het minimum betaald voor hun werk en hopen ze wat extra te verdienen door fooien te incasseren. Ergens tussen de 10 en de 20% wordt aannemelijk geacht.
Zo komt het dat de kelner naar je tafel sprint met je menu, je ondertussen al je wensen voor een drankje ontfutstelt en je tijdens de ellenlange wacht van maximum twaalf minuten drie keer komt verzekeren 'dat het nu wel echt niet lang meer zal duren'.
Tijdens het verorberen van je maaltijd word je dan ook nog acht keer gevraagd of alles naar wens is en of de persoon van dienst nog iets voor je kan betekenen.
("Ja, je kan ophoepelen" zou waarschijnlijk wel iets te kort door de bocht zijn.)
Zoals vroeger ook al aangehaald, kan je zelfs een maaltijdje van $5 volledig fine-tunen naar je eigen wensen.
Daardoor hoor je de man voor je in Burger King een cheeseburger bestellen maar dan liefst tussen een broodje van een fishburger (want die worden niet zo zompig - hierbij kijkt hij achterom om zijn slimmigheid te delen met ons), met sriracha-mayonaise in plaats van ketchup (hij draait zich opnieuw om en zegt dat ik dat ook eens moet proberen), verder zonder augurk en tenslotte zijn rondje rundergehakt niet te hard gebakken.
Ondertussen verbijt ik mijn zin om de man te frituren tussen de chicken nuggets en bedenk ik dat de holbewoners waarschijnlijk niet zo kieskeurig waren toen ze een nieuwe mamoet aansneden.
De jongen die de bestelling aanneemt, doet zonder verpinken wat van hem verwacht wordt; hij heeft elke dag honderden van die veeleisende klanten...
In de winkel dan, de store in de USA, gaat het erom dat je meer korting afdwingt of een extraatje weet te bemachtigen als je klaagt.
En dat doet bijgevolg dan ook iedereen.
Elke aankoop wordt geinspecteerd tot in het absurde om ook maar het kleinste foutje te ontdekken ten einde de verkoopster klem te zetten.
Op de dag van aankomst in Albuquerque kocht ik een SIMkaart. De verkoper opent mijn goedkope smartphone om de kaart erin te stoppen - klantvriendelijkheid weet u wel - en verliest het knopje van het volume.
Iedereen op handen en voeten door het vasttapijt maar zonder resultaat.
"Weet u wat," zegt de uitbundig getatoueerde jongen, "ik bestel gelijk zo een nieuw knopje voor je."
Zo hoort het, vind ik met mijn Europese ingesteldheid en dus was ik al lang blij,
's Avonds belt Mimi de klantendienst.
Beleefd maar kordaar wordt aangegeven dat dit toch geen manier van werken is en zonder dat ze moet aangeven waar dat precies gebeurd is en wie de verkoper was, wordt aangeboden om geheel kosteloos een nieuwe smartphone op te sturen. En dan nog eentje die duidelijk in een hogere afdeling speelde dan mijn exemplaar dat nu doofstom is geworden.
Gisteren krijgen we telefoon dat onze sofaset van een paar posts geleden niet kan geleverd worden zoals voorzien op de dag van kerstavond.
Aangezien het bedrijf beseft dat dit ons heel ongelegen komt voor onze gasten van kerstavond (er komt niemand langs; ze namen dat vrijblijvend aan), vervalt de leverings- en installatiekost van $89 en wordt er ons een tegoed-bon aangeboden.
Wat mij hierbij zorgen baart, is dat kinderen die tafereeltjes elke dag gadeslaan en meegezogen worden in een spiraal van ontevreden reageren; ook als alles perfect verloopt.
Mensen worden geprogrammeerd om te kankeren en om veeleisend te zijn voor de kleinste bestelling en bij de aankoop van iets waar ze misschien al jaren naar uitkijken en wat hen, bij de aanschaf, eigenlijk heel gelukkig zou moeten maken.
In plaats daarvan gaan ze een beetje nijdig doen om er nog een paar dollars vanaf te knijpen.
Erg jammer allemaal...
Labels:
Amerika,
Gewoontes en cultuur,
South West
donderdag 15 december 2016
NEN GLAZEN BOTERAM
Omdat het leven alsmaar duurder wordt en ook omdat de woestijn toch wel een dorstig klimaat kent, besloten de paters in 2004 om bier te gaan brouwen.
Vrij snel kwamen ze te weten dat de zogenaamde "Belgische stijl" het best zou passen bij hun pij en ze togen aan het werk.
De craft beers, bieren die doorgaans op een traditionele manier wordt gemaakt zonder veel mechanische tussenkomst door een kleine brouwerij waren aan een enorme opgang bezig in de Verenigde Staten en de monniken surften vrolijk mee op die golf.
Door de jaren heen plantten ze hun eigen New Mexico hop en ontwikkelden ze een pils- en een witbier, een stout en iets wat het dichtst bij een Dubbel en een Tripel zou komen; als ze tenminste Trappisten zouden brouwen.
Helaas is dat niet het geval want hoewel de paters toezicht houden op het hele proces, behoren zij tot de Bende van de Benediktijnen en niet tot de Club van de Cisterciencers waardoor ze de naam Trappist niet mogen gebruiken.
Een abdijbier is het dan weer wel als ik het goed begrepen heb.
De kerels hadden ook wat commercieel inzicht en in oktober opende ze in Albuquerque de Monk's Tap Room waar je hun brouwsels van de tap kan proberen.
Aangezien we gisteren downtown waren, bonden we onze paarden vast voor de klapdeuren van de saloon en wijdbeens stapten we binnen.
Het werd doodstil...
Dat had voornamelijk te maken met het feit dat er geen andere klanten aanwezig waren maar dat mocht de pret niet drukken.
We probeerden een Tripel en een Stout - aangezien de Dubbel net uit voorraad was - en zagen dat het goed was.
Volgende stap in het programma is in de volgende maanden twee en een half uur de woestenij inrijden en de pitoreske abdij bezoeken.,,,
![]() |
| Fotoots in het cafe |
![]() |
| Een schoon plaatske om een abdij neer te poten... |
Labels:
Activiteiten,
Albuquerque,
Gewoontes en cultuur,
keuken,
South West
Abonneren op:
Posts (Atom)












